Naeweb

— donderdag 1 april 2021, 08:32 | 0 reacties, praat mee

Reconstructie: Hoe een fotoshoot voor NRC tot woeste sterren leidt

© Roger Cremers

Journalist Manon Stravens en fotograaf Roger Cremers worden door een voorbij­ganger gefilmd terwijl ze aan het werk zijn. Ze wor­den beschuldigd van het maken van fake news. Het filmpje komt online en gaat een eigen leven leiden op sociale media. En daar kun je als hoofdpersoon helemaal niets tegen doen. Een terugblik. Laatste wijziging: 12 november 2021, 14:00

‘Kijk, gewoon een hele setting! Er wordt hier gedaan alsof Covid hélemaal ­gevaarlijk is. Totaal in scene gezet, op het Leidseplein in Amsterdam.’

De filmende voorbijganger draait de camera van zijn telefoon van de twee ambulance­medewerkers naar mij.

‘Welke krant?’
‘Dat ga ik niet zeggen.’
‘O dat ga je niet zeggen. Sta je hier lekker groot te doen. Gadverdamme joh. Nou, zo werkt het dus.’

Het is een zaterdagavond op het Leidseplein. Eind februari, ruim een uur voor de avondklok. Mijn artikel over het werk van Ambulance Amsterdam in coronatijd, voor de Amsterdam bijlage van NRC, was al bijna af. We moesten alleen nog even een foto maken. In het uitgaansgebied, waar de ambulance nu nauwelijks meer komt. En ik moest nog wat sfeer optekenen. Al met al een uurtje werk.

De ambulancewagen stond met ronkende motor voor de donkere terrassen paraat. Jongeren maakten een selfie met de hulpverleners. Fotograaf Roger Cremers stelde zijn camera in, en ik stond klaar met schriftje en opname­apparaat. Op het plein werd wat gekuierd, een maaltijd­bezorger fietste voorbij. 

Ik had me van te voren een beetje druk gemaakt. Meerijden in de ambulancewagen of meeluisteren op de meldkamer was uitgesloten tijdens de pandemie. De foto moest gemaakt worden buiten diensttijd van de twee betrokken ambulancemedewerkers, en dat moest ook expliciet worden vermeld in het artikel. Wat viel er op te tekenen zonder gebroken benen, plassen bloed of grollen van doorgesnoven toeristen? Alleen dat tweetal zich aankledende ambulancemedewerkers op een zo goed als leeg Leidseplein. Er werd nog gegrapt dat de journalist wel even op de brancard kon gaan liggen. Maar iets in scene zetten kon natuurlijk niet.

Toen de fotograaf begon vast te leggen hoe de ambu­lance­­medewerkers zich in hun beschermende pakken hesen en met bril verwerden tot een stel astronauten, kwam er een groepje jongemannen aan gelopen. ‘Waar is die fotoshoot voor?,’ vroeg een van hen. ‘Voor de krant, voor een artikel over het werk in coronatijd’, antwoordde ik. ‘Ja, maar voor wat, wat is de context dan, dat de besmettingen omhoog gaan?’, vroeg hij nog wat dwingender.

Tijdens een reportage staan alle zintuigen van een verslaggever helemaal op scherp. Geuren, kleuren, geluiden, gedragingen, dieren of dingen probeer je allemaal te registreren. Die avond dus ook. En toch werd ik verrast en besefte ik te laat wat er gebeurde. Achteraf bezien kan je zeggen dat ik me op het verkeerde deel van de setting richtte. Het reportage-element stond pal naast me.

‘Dus er wordt hier een hele setting nagemaakt, geweldig’, roept de jongen. Het sarcasme druipt er vanaf. ‘Walgelijk! Ik moet ervan kotsen.’ ‘Hoezo moet je kotsen’, vraag ik. De sfeer slaat om. ‘Die besmettingen slaan helemaal nergens op joh, dit is gewoon een sterk staaltje fake news dus.’

De jongen begint te filmen. Eerst de twee ambulance­medewerkers die vooral druk zijn met hun pak, waarin de één het warm krijgt en de ander zich vooral volumineus voelt. ‘Kijk eens’, becommentarieert de jongen. ‘Ze hebben het superzwaar.’ Op het moment dat ik de aandacht weer naar de verkleedpartij leg, richt hij de camera vol op mij.

Iemand met een draaiende camera overvallen en met opgefokte toon vragen stellen, zou mijn stijl niet zijn. Het is niet de manier om medewerking te krijgen, lijkt me. Ik heb geen zin in een discussie, en ook niet om te zeggen voor welke krant deze fotoshoot is. Slim of niet? Dat vraag ik me later af. Ondertussen probeer ik uit het vizier te gaan. Maar de filmer draait mee.

‘Wat gaat hij daar nou mee doen?’, roept een van de ambulancemedewerkers, als de jongen ineens vertrokken is. Geen idee, antwoord ik haar nog, enigszins opgelucht dat het niet uit de hand is gelopen. ‘Hij gaat dat vloggen, hoor. We worden aan de lopende band gefilmd, zelfs als we aan het reanimeren zijn.’

Ze heeft gelijk. Want de volgende ochtend is het raak. Het filmpje, gemaakt door – zo blijkt – ene Boris Lange die zichzelf op zijn site presentator, videomaker en “de sleutel tussen traditionele en moderne media” noemt, werd diezelfde avond nog op Instagram gezet. Het bericht werd meteen opgepakt en honderden keren gedeeld op Twitter en Facebook. Het commentaar was niet van de lucht.

Er werd digitaal ‘gekotst op de media’. De fotograaf deed aan ‘angstporno’, en ik was de ‘staatspropagandajour­nalist’ die ‘vervolgd moest worden voor misdadige misleiding’, zo braakte Twitter. ‘Enkeltje Noord-Korea, dan zal ze wel anders piepen.’ Instagrammer @baby200609 wilde mijn glimlach wel uit mijn kop slaan.

Anderen riepen om ‘namen en rugnummers’. Ene Frans Snel, een Alkmaarse raamexploitant zo bleek, had een still uit het filmpje van mij rondgestuurd. Wie ik was. Hij zou wel even een praatje willen maken met ‘deze dame’, wiens ‘journalistenpaspoort’ volgens hem ingenomen moest worden. Ik zag mijn hoofd vol in beeld.

Toen fotograaf Cremers me twee dagen later de link naar de GeenStijl-spinoff Dumpert stuurde, bleek de gevreesde beerput tot onze verrassing ongegrond. De reaguurders stonden vooral aan onze zijde. De ‘filmert’ met zijn ‘aardappelkakhoofd’ wist niet wat een fotoshoot inhield. Hij zou de volgende maand ‘zelf model liggen als patiënt’. Een ander klaagde over ‘steeds meer wappies onder de rea­guurders’. Ondertussen bleef het in mijn eigen kringen stil. Zondagavond had één bekende van me, complotdenker van het eerste uur – de enige die ik ken – het filmpje van Facebook geplukt en me toegestuurd. Met de vraag voor welke krant dit was, of mocht hij dat ook niet weten? ‘De reacties zijn vreselijk, wil je een screenshot?’ Liever niet, antwoord ik hem.

De spanning sloeg om in verbijstering toen actrice Fajah Lourens de post op Instagram deelde. ‘Zo wordt er angst gecreëerd door de media. Ik werk zelf met media en de programma’s die angstzaaien tijdens hun live uitzendingen hebben ’s avonds stiekem gewoon borrels.’ Ze heeft zelf drie keer corona gehad, schrijft ze. ‘De laatste keer was best vervelend met ademhalen.’

Amusementsnieuwssite Mediacourant vindt de uitspraken van de ‘dieetgoeroe’ nieuwswaardig en wijdt er een artikel aan: ‘Fajah Lourens: ‘Tv-wereld zaait angst, maar houdt stiekem borrels’. Boventitel: ‘woeste sterren en ophef’. Ook RTL Boulevard pikt het op. Ondertussen blijft de verwachte directe drek op mijn tijdlijn uit, ook na het verschijnen van het artikel een week later. De fotograaf wordt wel ‘gevonden’. ‘To do:’, twittert Cremers terug. ‘Angstpornofotograaf op mijn CV zetten.’

Het mag allemaal, zolang er geen heksenjacht ontstaat. ‘Hij heeft dit in de publieke ruimte gedaan. Hoewel het intimiderend voelt, roept hij niet op om naar jouw huis te gaan’, zegt Peter ter Velde van Persveilig, een meldpunt dat vorig jaar 121 meldingen van vooral bedreiging, stalken en fysiek geweld ontving. In 41 gevallen is aangifte gedaan. Een derde van de meldingen betreft social media. Meldingen die volgens Ter Velde moeilijk te vervolgen zijn. Maak altijd screenshots, is zijn advies. Het is vrije meningsuiting, zegt ook mediajurist Charlotte Meindersma. ‘Dit filmpje draagt in principe bij aan een belangrijk publiek debat. Zou er een heksenjacht op volgen, die jullie privacy schendt en niets toevoegt, dan mag dat weer niet.’

Filmer Boris Lange wast intussen de handen in onschuld, zo blijkt als ik hem bel. Hij had het filmpje naar eigen zeggen alleen doorgestuurd naar een vriend. ‘Helemaal niet de intentie dit op internet te zetten of groot te laten worden.’ Volgens zijn website is zijn doel ‘jou te laten exploderen op internet, zodat iedereen op een creatieve manier weet wie je bent en wat jij de wereld te bieden hebt’. Online lijkt de soap met een sisser af te lopen. ­Fotograaf Cremers vindt het wel jammer. Ik ben er niet rouwig om.

Praat mee

de waag

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.