website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Het jaar 1986: Een wereldplaat uit Kedichem

Frits Baarda — Geplaatst op donderdag 25 augustus 2016, 11:59

120 jaar Villamedia en haar voorgangers bestaan deze maand 120 jaar. Dat vieren we met een speciale uitgave van Villamedia magazine. Online publiceren we elke dag een artikel uit onze jubileum-uitgave. Vandaag het jaar 1986. Extreemrechts politicus Hans Janmaat in verwarde toestand bij een brandend hotel, na een politieke aanslag. Een iconisch beeld. Dertig jaar geleden won William Hoogteijling er de Zilveren Camera mee. De fotojournalist uit de Betuwe is nu echt ‘klaar met dat verhaal’. Alsof hij niet meer heeft te vertellen.

Dit is het laatste interview van William Hoogteijling over de foto die Nederland dertig jaar geleden schokte en hem de belangrijkste fotoprijs opleverde. Elke vijf jaar komt er weer een journalist voorbij. De vraag kan hij dromen: wat gebeurde er precies, hoe maakte hij de foto van Hans Janmaat daar bovenaan de dijk in Kedichem? Het bebloede gezicht van het rechts-extremistische Kamerlid kijkt recht zijn lens in. Achter de politicus het brandende hotel Cosmopolite, waar linkse activisten zojuist met rookbommen een partijbijeenkomst hebben verstoord. Een gordijn vatte vlam. De eerste politieke aanslag in Nederland sinds de moord op prins Willem van Oranje in 1584.

‘Ik ben klaar met dat verhaal’, zegt Hoogteijling aan de lange tafel in de keuken van zijn oude, met zorg gerestaureerde brouwerswoning in het stadje Buren, hartje Betuwe. ‘Iedereen kent dat verhaal nu toch wel? Alsof ik geen andere foto’s heb gemaakt. Ik heb meer prijzen gewonnen bij de Zilveren Camera. Vraag me niet wanneer, want daar ben ik niet zo goed in. Ik ben te druk om alles te onthouden.’

Natuurlijk, zijn foto van de hoestende Janmaat is een ‘wereldplaat’. In de loop van de jaren is hij het belang van de foto meer gaan inzien. Noemen ze zoiets niet een ‘iconische’ foto? Dan moet het maar die naam krijgen. Dat wil hij er best wel over kwijt. En ook dat hij ‘apetrots’ is, geen foto van hem is vaker geplaatst. Maar vraag je hem waar het negatief van de foto ligt, hij zou het niet kunnen zeggen. Hoogstwaarschijnlijk in een oud papieren loonzakje, zoals zoveel negatieven van hem, en dat weer in een aparte hoes, en dat weer in een klapper. En die zijn opgeborgen in een lade van een van de archiefkasten bovenin zijn huis. ‘Maar ik ga niet zoeken, hoor, als je dat vraagt’, zegt hij vriendelijk maar beslist. ‘Dan ben ik zeker anderhalf uur bezig. Als ik hem al vind.’ Hij herinnert zich nog dat hij een flink aantal jaren geleden onbekende negatieven van de hotelbrand tegenkwam. Die had hij in een verkeerd envelopje gestoken. Ze moeten ergens zijn.

Die hele affaire, inclusief de foto, heeft hij uit zijn hoofd verbannen. Alleen anderen halen de gebeurtenissen op, en daar zit hij na al die jaren niet meer op te wachten. Een journalist van RTV Rijnmond heeft hem eens verkeerd geciteerd. Er werd gesuggereerd dat Wil Schuurmans, de secretaresse en latere vrouw van Janmaat, haar invaliditeit aan zichzelf te danken heeft. Ze was onfortuinlijk uit een raam van het brandende hotel gesprongen. Met een brancard werd ze afgevoerd, zoals vastgelegd op een foto van hem. Had ze maar niet van die rechts-extremistische taal moeten uitslaan. Dat zou hij gezegd hebben. ‘Helemaal niet waar! Ik was er ziek van, dat ze me dat in de mond legden. Ik heb nog geprobeerd om met Schuurmans in contact te komen om mijn echte mening te vertellen. De activisten die bommen naar binnen gooiden, zij waren de schuldigen. Dat was tuig. Maar ik kreeg het telefoonnummer van Schuurmans niet te pakken.’

Sindsdien maakt Hoogteijling er geen woorden meer aan vuil. Liever praat hij over zijn dagelijkse werk, de tochtjes in zijn Citroën DS. De Snoek brengt hem naar rivieroevers waar luie koeien onder bomen beschutting zoeken tegen de zon. Kijk, weer een mooie zomerfoto, geheide plaatsing in de krant. Straks gaat hij weer op pad, op zoek naar een fruitteler, die nog echte zomerappeltjes plukt. Weet iemand in de Randstad nog het verschil tussen een zomer- en winterappel? De laatste gaat de koelcel in, de eerste moet je binnen twee weken eten. Een vergeten delicatesse. En een foto waard. Bij De Gelderlander bieden ze graag plaats aan een zomerappeltje van Hoogteijling.

Zelf heeft hij in de tuin ook peren langs de muur hangen. ‘Ik ben agrarisch ingesteld’, zegt hij. ‘Ik houd van boerderijen en de mensen die er werken, harde werkers. Ze zijn één met de natuur.’ Als fotograaf had hij voor Amsterdam of Den Haag als standplaats kunnen kiezen. Hij heeft het zelfs niet overwogen. Zijn twee zonen wilde hij laten opgroeien in de boomgaarden, waar ze nog konden klimmen. En Hoogteijling had als freelancer redelijk vrij spel in de Betuwe en Utrecht, met een hechte klantenkring. In de hoogtijdagen werden in Buren en omgeving vier kranten bezorgd: De Tielse Courant, Nieuwe Krant, Utrechts Nieuwsblad en De Combineerde. Nu zijn er twee kranten over. Zijn foto’s staan dagelijks in De Gelderlander en AD Utrechts Nieuwsblad. Concurrentie is er niet meer, wie begint er nog aan een carrière in de zwaar onderbetaalde fotojournalistiek? Hoogteijling vergaart een belangrijk deel van zijn inkomen uit werk voor Friesland Campina, waarvoor hij heel Nederland doorkruist. Om daarna naar de Betuwe terug te keren. Werk genoeg, een website heeft hij niet nodig, op Facebook is hij niet actief. ‘Ik heb het er te druk voor.’

Leven en werk zijn al bijna veertig jaar overzichtelijk, en daar houdt Hoogteijling van. Op een paar kilometer afstand van Buren, in Asch, is hij geboren. Zijn vader en moeder, van wie de eerste op 82-jarige leeftijd als correspondent nog altijd actief, verhuisden al snel naar het stadje verderop. In Buren zijn ze gebleven, net als William, zijn vrouw Annelies en hun beide zonen. Nooit gaat hij er weg: ‘Ons rivierengebied, de dijk, die luchten… zo mooi!’ Misschien geniet hij er nog wel meer van dan vroeger, toen hij vaker weken van 80 dan 40 uur draaide. Annelies zorgde voor de jongens en hield het archief en de boekhouding bij. ‘Alles heb ik aan haar te danken.’ Hij komt in een fase van zijn leven, de ‘herfst van mijn carrière’, dat andere zaken zwaarder gaan tellen dan een goede foto. Deze week is hij opa geworden.

Nu hij meer vrije tijd heeft, en hij en zijn vrouw zich tweemaal per jaar een vakantie veroorloven, begint bij hem ook voorzichtig het terugkijken. De tijd is omgevlogen. Sinds hij op zijn 18de jaar op zijn Yamaha-brommer met een stalen kistje op de rug zijn eerste foto’s maakte, zag hij zijn geboorte­streek veranderen. Het fruit ging onder plastic. De Betuwelijn werd aangelegd, de A2 verbreed, dijken verhoogd, landschappen kregen een ander gezicht, en dat leverde nieuws op waarvoor ze in het Westen ook warm liepen.

Nu hij er naar gevraagd wordt, ziet hij het ineens. De winnende Janmaat-foto markeerde een kanteling in de tijd: ‘Je was als fotograaf een boertje in de regio. In de Randstad gebeurde het, maar verderop in Nederland? Die Zilveren Camera bracht mij, maar ook collega’s in de regio, waardering en erkenning. Tien jaar later zeiden ze: het is lekker wonen in de Betuwe, ze kwamen vanuit de Randstad hierheen. En nu worden we eindelijk voor vol aangezien. We tellen mee, ook met ons nieuws.’

De Betuwe is misschien nog wel meer veranderd dan de fotograaf. Nog steeds rijdt hij zijn rondjes. Klein nieuws doet niet voor groot nieuws onder. Snelwegen mijdt hij, binnenwegen geven hem meer. Achter elke bocht in de dijk kan een foto liggen. Hij jaagt op beelden, nieuws of vrij werk, alles is handel. Nu is nog altijd belangrijker dan toen. Bij toeval komt hij wel eens over de Lingedijk bij Kedichem. Oude beelden blijven weg, zijn gedachten gaan niet meer terug. Hij passeert een afgesloten tijdvak.

Het is er nog even idyllisch, met het uitwaaierende riviertje en de smalle, stille dijk die zich erlangs slingert. Het hotel staat er nog. Desolaat, verwaarloosd. Gasten komen er niet meer. Jarenlang, eigenlijk sinds de dramatische gebeurtenis van 29 maart 1986, zagen streekbewoners de verloedering toeslaan. De eigenaar verongelukte, opvolgers maakten ruzie, aan de naam ‘Cosmopolite’ bleef een smet kleven. De aanslag had van het horecacomplex een gedoemde plek gemaakt. Niemand ging nog voor zijn plezier aan de met vloertapijt beklede bar zitten. De laatste vijftien jaar was het stil in en rond het naargeestige gebouw, je reed er met een afgewend gezicht voorbij.

Tot dit voorjaar, toen nieuwe eigenaren zich meldden. Het terrein wordt geëgaliseerd, het buitenwerk geschilderd en de tapijten van pilaren getrokken. Kortgeleden ging het bord met de naam van de gevel. Met die naam komt het nooit meer goed. ‘Cosmopolite’ staat gelijk aan brandstichting, gewelddadig activisme, rechtsextremisme en persoonlijke drama’s. En aan zwart-wit foto’s die maar blijven terugkeren. ‘Lingezicht’ wordt vermoedelijk de nieuwe naam. Zal vanzelf wennen, denken de nieuwe eigenaren, die overigens nog een horeca-exploitant zoeken. Zelf zijn ze overtuigd dat het hotel, met nieuwe naam, geboend en gestript, levensvatbaar is. De dorpsraad is ook al een kijkje komen nemen en toonde zich opgetogen over zoveel ondernemingszin. De naam Janmaat werd binnensmonds gepreveld, om de geesten niet uit hun slaap te halen. Maar de neiging om nu al de driekleur uit te vouwen, hebben de eigenaren na goed overleg onderdrukt. De Nederlandse vlag zou toegedekte gevoeligheden weer kunnen oprakelen. Eenmaal door de historie bezocht, blijft een plek besmet.

Hoogteijling heeft de bouwactiviteiten nog niet gezien. Het zou een mooie foto kunnen opleveren, dertig jaar na dato. Laat een ander het maar doen. ‘Ik kan de naam Janmaat niet meer horen.’

William Hoogteyling (1959), Asch.
Prijzen: Zilveren Camera 1986.
Opdrachtgevers: AD Utrechts Nieuwsblad, De Gelderlander, Friesland Campina, Agrio uitgeverij, Agripers.
Publicaties: ‘West-Betuwe. Ontstaan uit de rivieren’. Samen met Bram van Schaik: ‘Zes onvoorspelbare kilometers - Geschiedenis van de zwemwedstrijd Beusichem-Culemborg 1949-2010’, ‘De Kapel - Van godshuis naar residentie’.

1 reactie

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. Huub van Heiningen, 27 augustus 2016, 21:13

    Prachtig lyrisch verhaal over William, zijn werk en zijn werkgebied !

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.