— vrijdag 5 oktober 2012, 13:44 | 0 reacties, praat mee

Het fotoboek is dood, leve het fotoboek

Niet eerder kwamen er zoveel fotoboeken uit. Uitgevers durven een risicovolle investering in deze crisistijd niet aan. Daarom doen jonge fotografen het zelf, langs nieuwe wegen.

Het gouden idee rolde zomaar uit iemands mond, toen Rob Hornstra in 2004 een biertje tapte in het Utrechtse muziekcentrum Vredenburg. De student fotografie vertelde vrienden over zijn afstudeerproject ‘Communism & Cowgirls’, waarvoor hij een uitgever zocht. Hij legde uit hoeveel een productie kostte en hoeveel exemplaren hij wilde laten drukken. Een vriend begon hardop te rekenen en zei: ‘Eén boek kost dus € 30,-. Dan kun je ze toch wel zelf aan de man brengen?’ Die avond verkocht Hornstra bij voorintekening zijn eerste boek. Kort daarna wilden vrienden en familie er ook wel één. Nu is een enkel exemplaar van ‘Communism & Cowgirls’ honderden euro’s waard en alleen nog antiquarisch te verkrijgen.

Documentair fotograaf Hornstra heeft de anekdote al meerdere keren verteld, vooral in zaaltjes vol geestdriftige jonge fotografen. Allemaal willen ze een boek maken, en even succesvol zijn als Rob. Na zijn eerste boek volgden er nog twee, binnen een paar dagen waren ze uitverkocht. Nu werkt hij aan het multimediale Sochi-project, over de winterspelen van 2014 bij een Russisch stadje. Het project bestaat feitelijk uit tien publicaties, waarvan de laatste volgend jaar verschijnt. ‘Uitgevers die eerst niets met me wilden, staan nu in de rij om het boek uit te geven. Ze denken er winst mee te kunnen maken.’

Hornstra kan tegenwoordig van de fotografie behoorlijk rondkomen. Al zijn boeken verschijnen in eigen beheer. ‘Ik zit in een luxe positie dat ik fulltime aan projecten werk waar ik mijn ziel en zaligheid in kan gooien. Kleine opdrachten om iets bij te verdienen heb ik niet nodig. Wel geef ik lezingen en workshops. Met dank aan alle donateurs.’

Hornstra’s methode van voorintekening en crowd funding, het mobiliseren van welwillende donateurs, heeft intussen brede navolging gekregen. Reguliere uitgevers worden in eerste instantie overgeslagen. Fotografen zoeken via nieuwe wegen geld en een platform voor het etaleren van hun talent. Het ultieme doel: een eigen fotoboek.

Hornstra is voor hen de wegbereider, zegt ook Edie Peters, de vroegere chef fotoredactie van de Volkskrant en eigenaar van de fotowebsite www.photoq.nl. ‘Iedere jonge fotograaf wil net zo succesvol zijn als Hornstra.’ Het enthousiasme leidt volgens hem tot een ‘opvallende hoeveelheid nieuwe fotoboeken, ook in de categorie documentair en journalistiek’.

Ook Hornstra ziet de ontwikkeling: ‘Er ontstond een hype rond het fenomeen voorintekening. Ik vind het prima, iedereen mag mijn ideeën overnemen. Maar het leidt wel tot krankzinnige aantallen fotoboeken, waarvan een groot deel niet per se een hoge kwaliteit heeft. De concurrentie is toegenomen, en misschien is dat wel gezond. De beste boeken overleven.’

De drijfveren van jonge fotografen zijn zelden zakelijk. Niet de behoefte van de consument bepaalt of er een boek komt, maar de eigen wens. Winst maken is voor niemand een doel op zich. Fotografen zien in een boek de enige kans om hun verhaal compleet te vertellen. Bij een krant of tijdschrift krijgen ze onvoldoende ruimte, en een te gering honorarium in ruil. De regie over inhoud en vorm houden ze liever in eigen hand.

Peters ziet nog een motivatie: ‘Als reportagefotograaf of documentair fotograaf besta je pas als je een fotoboek kunt laten zien. Het is iets tastbaars, een visitekaartje in combinatie met een portfolio. De fotograaf maakt zich bekend. Voor anderen gaat het nog verder: met een fotoboek ga je de eeuwigheid in, als een schrijver met een roman.’ Vooral op kunstacademies waar fotografie een afstudeerrichting is, moedigen docenten studenten aan hun studieproject vorm te geven met een boek. De oplages variëren van 20 tot hooguit 250 exemplaren.

Eeuwige roem is in praktische zin tegenwoordig gemakkelijker haalbaar dan tien jaar geleden. Voorheen liep de weg naar een fotoboek via het kantoor van een uitgeverij. Nu staan internet met Facebook en print-on-demand sites als Blurb en Picasa tot ieders beschikking. Via hetzelfde medium kan de fotograaf ook de distributie en het drukken organiseren. De drukkosten gaan alleen maar omlaag. De opzet voor een boek is per ommegaande naar China en India verstuurd. Voor wie het allemaal goedkoper en eenvoudiger wil zijn er de Hema en andere winkelketens die gelegenheid bieden fotoboeken op persoonlijke maat te maken.

Aankloppen bij Nederlandse uitgevers leidt vrijwel altijd tot nul op rekest. Terwijl in het buitenland nog een enkele uitgeverij zich op fotografie richt, is het fotoboek in Nederland stiefmoederlijk bedeeld. Hoge vaste kosten, een enorme concurrentiedruk en een krimpende afzetmarkt leiden tot voorzichtigheid. Grafische bedrijven leggen het loodje. De in fotoboeken gespecialiseerde drukkerij Slinger uit Alkmaar overleefde een faillissement in mei dit jaar ternauwernood. Het maakt een doorstart, met behoud van de veelgeroemde kwaliteit. Verkoopleider Danny Klein zoekt de schuld niet alleen bij het fotoboek. ‘Er werkten gewoon te veel mensen voor te weinig omzet.’ Met opdrachten voor hoogwaardige producten vanuit heel Europa denken ze het te kunnen redden. Klein heeft een zwak voor het fotoboek en coacht jonge fotografen zoveel mogelijk. Zijn belangrijkste advies: ‘Denk eerst goed na. Verdient je onderwerp een boek? Zo ja, hoe denk je het te kunnen vermarkten. Marketing is minstens zo belangrijk als het maken van een mooi boek. Bij fotografen bestaat daarover grote onwetendheid. Zakelijkheid is vaak ver te zoeken. Hun doel is om quitte te spelen.’

Op internet floreert sinds twee jaar een website die de ondernemersgeest onder kunstenaars en fotografen juist prikkelt. De non-profit organisatie www.voordekunst.nl is ontstaan op initiatief van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Het webplatform blijkt een rijke voedingsbodem voor kunstprojecten, waaronder fotoboeken. Amateurs en professionals mogen er hun projecten onder de aandacht brengen, met volledige financiering als inzet. De kunstenaar werft zijn eigen donateurs. In een bepaalde tijd werkt hij aan honderd procent financiering. Goede ideeën slagen, slechte vallen af. ‘Wij voorzien blijkbaar in een behoefte’, verklaart projectleider Roy Cremers het succes. ‘Veel kunstenaars maken hun netwerk toegankelijk via sociale media. Maar je stuurt je vrienden niet zo gemakkelijk je rekeningnummer voor een bijdrage aan je project. Voordekunst faciliteert en verwijst naar de projectpagina.’

Het verschijnsel crowdfunding neemt een hoge vlucht. Sinds de start van Voordekunst.nl hebben al ruim 250 kunstprojecten online gestaan, waarvan intussen 168 succesvol zijn afgerond. Van de fotoprojecten werden negen van de vijftien initiatieven met volledige financiering beloond. Vier potentiële fotoboeken vragen nog om steun. Tienduizend donaties zijn gestort. ‘Een positief gegeven’, vindt Cremers. Hij denkt dat zijn organisatie past in een tijdgeest van minder subsidies en een kleinere rol van de overheid. ‘De situatie maakt de makers actief. Ze verhoogt de urgentie van het werk. Als je duidelijk kunt maken, het is nu of nooit, dan wordt de overtuiging groter. Bovendien scherpt het de ondernemersgeest van de fotograaf.’

De crisis en het internet lijken voorlopig de redding. Het fotoboek is dood, leve het fotoboek. Frits Gierstberg, samensteller van het nieuwe naslagwerk ‘Het Nederlandse Fotoboek’ ziet de afzetmarkt in Nederland niet snel groeien, wel die in het buitenland. Toch heeft hij er vertrouwen in dat het fotoboek een tweede adem krijgt. Zijn optimisme stoelt hij op de ‘ongelooflijke energie en creativiteit onder fotografen. In het buitenland zien ze dat ook, we worden goed gevolgd. Daar waarderen ze onze veelzijdigheid, de boekvormen maar ook de fotografie. Het Nederlandse fotoboek houdt stand, is mijn overtuiging’.

Voor jou xxx Stella’
Acht jaar lang bezocht Martijn van de Griendt erotische Kamasutra-beursen. Hij maakte er ‘rauwe sfeerreportages’ en portretfoto’s van beursbezoekers. Een boek moet het worden, gemaakt zoals hij het wil. Mooi en inhoudelijk sterk, zonder compromissen. ‘Wat anders?’, zegt hij. ‘Ik ga toch niet acht jaar rondlopen voor één publicatie in een krant?’

Eerder publiceerde hij al veelgeprezen fotoboeken, zoals over Herman Brood, rokende jongeren en zijn Marokkaanse buurjongens Hassan en Hoessein. Het was in een tijd dat Van de Griendt (1970) nog op interesse kon rekenen bij uitgevers. Maar om zijn nieuwste boek staat niemand meer te springen. ‘Te lastig onderwerp of het past niet in ons fonds, kreeg ik te horen.’
De fotograaf doet nu een ultieme poging bij www.voordekunst.nl. Via crowdfunding wil hij donateurs warm maken voor zijn boek. ‘Voor jou xxx Stella’ is klaar en hoeft alleen nog het levenslicht te zien. ‘Het is erop of eronder, mijn laatste kans’, zegt hij. ‘Lukt het niet, dan weet ik het even niet meer.’

Vooralsnog gaat hij uit van succes. Met nog ruim een maand te gaan heeft hij voor het ‘leukste koffietafelboek voor onder de tafel’ eenderde van het benodigde budget binnengehaald. Voordekunst.nl vindt hij een mooi platform: ‘Heel direct en toegankelijk. Zonder veel moeite kun je je idee en opzet op de site zetten. Maar dan ben je nog niet klaar. Je moet ervoor blijven knokken, maar dat kan ik wel.’

Perceel 235’
Ze dacht: ik ga niet met mijn idee lopen leuren, uitgevers willen me toch niet. En daarom deed Anne Geene het zelf. Haar boek over een volkstuintje in Rotterdam, ‘Perceel 235’, kwam twee jaar geleden in eigen beheer uit. Tot haar verbazing werden alle 400 door haar zelf vormgegeven exemplaren binnen twee maanden verkocht.

Financiële steun kreeg ze van familie en vrienden. Voor € 100,- kregen ze het boek en een zoutdruk, voor twintig euro alleen het boek. Zo haalde ze de helft van het kostenbedrag binnen. De andere helft betaalde ze uit eigen zak.

Ze moet er zelf om lachen, zakelijk is het niet. ‘Maar ik wilde graag dit boek maken. Een tot in de puntjes uitgewerkt idee. Een reeks van beelden van wat je kunt zien op een volkstuin. Ik streefde naar compleetheid.’

Haar jongste boek ‘Nieuwe Feiten’ zag vorige maand het licht. Aan de hand van foto’s en tekstjes doet ze ‘waarnemingen uit het dieren- en plantenrijk en het heelal in het algemeen’. Dit keer ging ze wel naar een uitgever, met het succesvolle ‘Perceel 235’ in de hand. De Rotterdamse uitgever De Hef toonde zich direct enthousiast. Zij nemen het ondernemersrisico en bepalen prijs en oplage. Idee en vormgeving bleven bij Anne Geene in eigen beheer. ‘Heel coulant’, noemt ze dat.

‘Lapponensis’
Eindelijk kan Michiel Brouwer (1985) zijn offset en 500 DPI gedrukte boek maken, met dank aan alle donateurs die zich via www.voordekunst.nl hebben gemeld. Hij haalde een 100 procent-score, zijn streefbedrag heeft hij binnen. Zijn project kan hij nu omzetten in een gestileerde archiefmap van 36 bij 45 centimeter met losse katernen, waarin analoge foto’s zijn opgenomen. Die foto’s bevatten zijn documentaire boodschap over de vernederende achterstelling van de Sami-bevolking in Zweden.

Een perfect beeld is voor Brouwer voorwaarde voor het vertellen van zijn belangrijke verhaal. In zijn publicatie ‘Lapponensis’ onthult hij hoe in Zweden, het land waar hij opgroeide, een Rasbiologisch Instituut gedurende dertig jaar onderzoek deed naar rasbiologische kenmerken van de Lappen, Sami. Tot 1958, dus ruim na het einde van het Nazi-regime, liet het instituut gedwongen castraties bij mannen uitvoeren, organiseerde het dwangverhuizingen en onderzocht het uiterlijke kenmerken.
Brouwer onderzocht drie jaar lang de restanten van het onderbelicht gebleven rassenbeleid en legde het minutieus vast, zoals haarmonsters van de Sami. ‘Ik wilde geen concessies doen aan het beeld. In een trosje haren wilde ik alle haren terug kunnen zien. Die scherpte en detaillering moesten behouden blijven. Ik wilde mijn verhaal plastisch maken, het moest eng en voelbaar worden.’

De feiten waren in Zweden langer bekend, alleen waren er nog geen beelden. Zijn publicatie noemt hij een ‘verzameling, een afspiegeling van de doofpot’. Geen uitgever wilde met hem in zee. Boek te duur om te maken, te moeilijk als onderwerp. Hij deed het op eigen kracht en met eigen overtuiging. Vorige maand presenteerde hij zijn eerste exemplaar.

‘Ik kan nog niet bevatten dat het gelukt is’, zegt hij. ‘Ik ben uit de kosten.’ Verdienen doet hij niets. ‘Lapponensis’ is voor hem een luxe visitekaartje, hij zet zichzelf en de Sami ermee in het spotlicht. ‘Het genereert ineens veel aandacht. Er komt een expositie en ik ben gevraagd te komen werken bij de educatieve afdeling van het Sami-parlement. Ik mag onzakelijk zijn, daar ligt voor mij de winst.’

Bekijk meer van

platform makers

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.