website over journalistiek

x

Download de Villamedia-app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Herstel van ­vertrouwen

Marc Josten — Geplaatst in Journalistiek op woensdag 16 augustus 2017, 11:00

© Sumnersgraphicsinc/Dreamstime.com

Opinie Als het over de vertrouwenscrisis tussen publiek en journalistiek gaat beginnen de analyses doorgaans aan de vraagkant: de journalistiek die het publiek niet meer begrijpt. Maar Marc Josten meent dat ook speciale aandacht nodig is aan de aanbodzijde (de arbeidsmarkt voor onafhankelijke journalisten). De reden: aan de aanbodzijde is de crisis in de journalistiek redelijk uniek, aan de vraagzijde niet.

Deze zomer sprak ik bij toeval met een basisarts die een opleidingsplaats tot chirurg had veroverd. Na haar uitvoerig te hebben gefeliciteerd met deze knappe prestatie, vertrouwde ze me toe dat ze eigenlijk nog liever journalist was geworden. Alleen had ze in de race om een beginnersbaan bij een redactie de concurrentie van vierhonderd anderen, en haalde ze zelfs de gespreksrondes niet.

Zelf ben ik daarna eens de vacaturesites van de publieke omroep en Villamedia af gaan struinen. Waar functies in de marketing, PR, bedrijfsverslaggeving, en web­beheer je om de oren vliegen, ontbreekt het aan vraag naar journalistiek talent. Het is alsof dat vakgebied niet mee mag delen in de economische hausse.

Vraagzijde
De wetenschap, de rechterlijke macht, de zorgsector, het onderwijs en de wereld van parlementariërs en beroepspolitici kampen met hetzelfde probleem: ooit stond daar een premie op deskundigheid, inmiddels is de veronderstelde kennis in de ogen van een deel van het publiek juist een handicap. Want het product van elitaire ideologie of van vooroordelen.

Het adagium dat de crisis aan de vraagzijde, de publiekskant, het best symboliseert, luidt: wetenschap is ook maar een mening. Het is de vloek bij democratisering van kennis die ook grote zegeningen kent, zoals het feit dat professionals zich meer dan ooit moeten verantwoorden voor hun handelen. De keerzijde heeft ervoor gezorgd dat magistraten voor nep-rechters worden uitgemaakt, Kamerleden voor nep-parlementariërs en verslaggevers voor leugenjournalisten.

Medische professionals moeten een tijd- en levens verspillende strijd voeren tegen internetdeskundigen die de prik ter voorkoming van baarmoederhalskanker willen tegenhouden. Rechters worden aangevallen als ze naar eer en geweten de wet inzake haat zaaien toepassen. Kamerleden worden in diskrediet gebracht als ze complimenten uitdelen aan gemeenten die conform afspraak asielzoekers opvangen. Journalisten, die pogen de handel en wandel van extremistische partijen te onderzoeken, wachten grootse scheldpartijen via de sociale media.

Wat rechters, zorgverleners, journalisten en politici verder gemeen hebben, is dat ze betrekkelijk weerloos staan tegen de aanvallen die ze te verduren hebben van het rumoerige deel van hun klandizie. In geen van al deze professies is het de goede gewoonte om van de daken te schreeuwen dat er een ábsolute waarheid bestaat – en dat maakt de verdediging tegen Facebook- en Twitterstormen soms lastig.

De kern van het probleem is zo oud als de mensheid. In 1922 schreef de Amerikaanse denker en publicist Walter Lippmann al ‘dat de werkelijkheid voor mensen te veelomvattend en te complex is om te doorgronden. Daarom construeren ze een pseudowerkelijkheid die subjectief, bevooroordeeld en versimpeld is. Het verklaart waarom mensen in dezelfde wereld leven, maar zich in verschillende werelden wanen.’ Alleen: de komst van internet en de democratisering van kennis heeft de opmars van de pseudowerkelijkheid van nieuwe krachten voorzien. En zolang professionals en instituties hier geen passend antwoord op hebben, zal de crisis aan de vraagzijde blijven voortbestaan.

Aanbodzijde
Terug naar de aanbodzijde. Want daar komen we op een terrein waar de zorgsector, het onderwijs, de rechterlijke macht en de politiek niet in crisis verkeren en de journalistiek wél. Het budget om banen voor zorgverleners mee te betalen neemt niet af, hetzelfde geldt voor onderwijzers, rechters en politici. Waar de overheid borg staat voor goed basisonderwijs, voor goede basiszorg, wordt de zorg voor de feiten vrijwel geheel overgelaten aan de krachten van de vrije markt. Als consumenten niet meer willen betalen voor feiten, dan vergeten we die feiten toch gewoon? Het totale budget voor journalistiek wordt op dit moment bedreigd door afnemende advertentie-inkomsten, het weglekken van middelen naar giganten als Facebook en Google en verdere bezuinigingen van regeringen op hun publieke omroepen. Het helpt daarbij ook niet dat partijen die moeten leven van de slinkende inkomsten, zoals commerciële uitgevers, producenten, omroepen en vakbonden, elkaar liever bestrijden dan elkaar helpen om de koek te vergroten. Waar de economie overal overhit raakt, banenmachines op volle toeren draaien, daar lijkt de journalistiek verzeild in een ‘race to the bottom’. Nu zijn er mensen die deze voorstelling van zaken te zwartgallig vinden, en ze wijzen op nieuwe initiatieven die wel degelijk een publiek vinden, maar dan breng ik daar graag tegenin dat veel nieuwe plannen weinig met journalistiek of journalistieke onafhankelijkheid te maken hebben en dat de totale trend ondanks de opkomst van hoopvolle nieuwkomers als De Correspondent negatief is.

Vervreemding
Ik kom terug bij de vertrouwenscrisis tussen publiek en journalistiek. Aan de vraagzijde is die zoals gezegd niet anders dan in andere sectoren. Aan de aanbodzijde is er iets anders aan de hand: omdat er onvoldoende middelen zijn om de feiten bij het publiek te brengen, raakt het publiek los van de feiten en de wereld van de journalistiek. Het is als een relatie waarin partners elkaar niet meer zien: hoe kun je van vertrouwen spreken als je elkaar niet kent. Dan is er geen sprake van een vertrouwenscrisis, dan is er sprake van vervreemding en ontstaan er parallelle universums.

Uit zorg voor deze ontwikkelingen ben ik het afgelopen jaar samen met een stel collega’s langs diverse scholen getrokken om gastles te geven in wat tegenwoordig ‘mediawijsheid’ heet. De vervreemding wordt dan soms heel tastbaar. Zo schreef ik na een recent bezoek aan een Amsterdamse Hogeschool in mijn aantekenboekje:

‘Na een korte pauze komen we tot een groepsdiscussie.
Dat gaat er braaf aan toe tot ik de vraag stel of er iemand in complottheorieën gelooft.
Eerst reageert niemand.
Dan zeg ik: wie wil er moedig zijn?
Een meisje rechtsachter in de klas steekt aarzelend haar hand op.
Vertel het ons, smeek ik bijna.
Dan begint ze.’
‘Ik geloof in de Illuminati’, zegt ze.
‘In de wááaaat?’, vraag ik.
‘De illuminati’, herhaalt ze.
‘Je bedoelt de nazaten van Jezus in de film de Da Vinci Code gebaseerd op de thriller van Dan Brown’?’
‘Dat boek ken ik niet’, zegt ze.
‘Wat zijn die Illuminati dan?’, vraag ik.
‘Weet u dat echt niet?’, vraagt ze verbaasd.
Ik schud heel heftig van nee.
‘Deel het met ons’, zeg ik.
‘Met de anderen hoef ik het niet te delen, die kennen het al’, zegt ze.
‘Goed, vertel het alleen voor mij.’
Dan begint ze aan een college dat het mijne in welsprekendheid overtreft.
‘De illuminati is een groep die al 200 jaar bestaat en over de wereld heerst. Ze zijn begonnen in de Franse Revolutie, ze handelen in wapens, en ze hebben 11 september, IS en de onlusten in Turkije bedacht om er beter van te worden.’
‘Aha’, zeg ik. ‘En geloof je in deze theorie?’
‘Jazeker’, zegt ze. ‘U moet maar kijken op YouTube, de bewijzen zijn onweerlegbaar.’
Ze raadt mij een site aan.
Dan vraag ik: ‘Zijn er nog meer mensen in de klas die geloven in het bestaan van de Illuminati?’
Zelden heb ik een groter moment van verbijstering ooit meegemaakt. Letterlijk alle handen in de lucht.
In een poging de spanning te breken vraag ik aan het meisje rechtsachter in de klas: ‘En denk je dat ik ook tot de Illuminati behoor’.
Zonder aarzeling zegt ze: ‘Natuurlijk bent u dat, de meeste journalisten zijn Illuminati.’
De les eindigt niet in mineur.

Ik geef ze gelegenheid om uit te leggen waarom ze denken zoals ze denken. Met opzet vermijd ik ieder vorm van confrontatie – ik wil alles te weten komen over het parallelle universum. Hoe is deze informatie in hun hoofden terecht gekomen. Hoe hebben ze die informatie verwerkt? Hoe komt dit onderwerp ter sprake in hun vriendengroep, op Facebook en op het schoolplein? Aan het eind van de les komt een deel van de leerlingen naar me toe. Ze geven een hand en bedanken uitvoerig voor de les.

Kloof dichten
Docent Asis Aynan schreef over de gebeurtenis een column in Trouw en verklaarde daarin de reactie in de klas als volgt: ‘Het is meestal een combinatie van wantrouwen jegens instituties en een gebrek aan kennis en informatie.’ Ik denk dat hij gelijk heeft, en gezien de goede sfeer tussen de klas en mij, geloof ik niet dat hier sprake was van een vertrouwenscrisis, veeleer van een kenniskloof, van werelden die elkaar niet raken.

En hoewel ik mezelf niet reken tot welke stroming dan ook in de journalistiek, ook niet tot die van de constructieve journalistiek, is hier enig denken over hoe deze kloof te dichten op zijn plaats. Dat begint met een correctie aan de aanbodzijde.

Ik denk dat alle partijen die de journalistiek dienen, commerciële uitgevers, producenten, omroepen, de handen ineen moeten slaan. Er is geen vertrouwenscrisis, er is een marktcrisis, waardoor het publiek vervreemd raakt van de onafhankelijke journalistiek en daarmee van maatschappelijk relevante feitenkennis. Ooit zijn de systeembanken gered, het is tijd om de systeemjournalistiek te redden. Dat is in het algemene belang van rechtsstaat en de democratie, en in het bijzondere belang van de vele duizenden jongeren die zoals mijn jonge chirurg in opleiding – ondanks alles – dromen van een loopbaan in de onafhankelijke journalistiek.

En nu eindig ik toch weer met de vraagzijde, want na economisch herstel van sector, zal ook de relatie met het publiek weer opgebouwd moeten worden.

Harvard-filosoof Michael Sandel schetst daarvoor in zijn boek ‘Rechtvaardigheid’ een perspectief. Hij gebruikt het bekende verhaal van de grot van Plato, waarin gevangenen alleen schaduwen van de werkelijkheid zien, en zichzelf niet kunnen bevrijden omdat ze niet weten wat vrijheid is en omdat ze in praktische zin de uitgang niet kunnen vinden. In de metafoor van Plato is alleen de filosoof daartoe in staat omdat die een blik op de zon kan werpen, en de betekenis van de schaduwen op waarde kan schatten. Sandel is het met die metafoor maar ten dele eens: ‘Want ook voor wat de grotbewoners zelf denken en willen moet een plaats worden ingeruimd’, schrijft hij.

Dat is hét grote dilemma waar ik zelf als auteur, journalist, televisiemaker en gastdocent voor sta: ga je op basis van verifieerbare kennis als zender functioneren of doe je een poging om ook ontvanger te zijn? Probeer je kennis uit de hoofden van je publiek te halen, ook al staat die soms op grote afstand van de feiten? Verkies je in dat geval de onversneden waarheid van de enkeling of voor de versneden waarheid van het publiek? Om in de metafoor van Sandel te blijven: kan alleen de filosoof de schaduwkijkers bevrijden of zullen ze dat samen moeten doen?

Op voorwaarde van financieel herstel van de sector geloof ik sterk in het laatste. Het publiek moet na een periode van vervreemding de onafhankelijke pers weer kunnen herkennen en vice versa. Dan volgt het vertrouwen vanzelf.

MarcJosten_HUMAN

Marc Josten (1961) is hoofdredacteur van HUMAN. Daarvoor was hij eindredacteur van Reporter en redacteur bij Vrij Nederland. Hij is bestuurslid van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten en gastdocent onderzoeksjournalistiek aan de UvA. Dit jaar verscheen bij uitgeverij De Geus zijn non-fictieboek ‘Weerwoord. Een zoektocht naar de oorzaken van de erupties in de publieke opinievorming’.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Masterclass EU