— woensdag 27 januari 2016 08:30 | 2 reacties , praat mee

Harm Taselaar neemt Marcel Gelauff de maat

Harm Taselaar neemt Marcel Gelauff de maat
© TRIK

Het NOS Journaal viert dit jaar zijn 60-ste verjaardag en het leek Villamedia een aardig idee om de baas van NOS Journaal, Marcel Gelauff, te laten ondervragen door de baas van het RTL Nieuws, Harm Taselaar. De concurrenten kennen elkaar al een tijdje, een jaar of 23. Zij hebben ook een aantal jaren samengewerkt, maar nu worden ze geacht hun eigen organisaties klaar te stomen om ook in een onzekere toekomst een rol van betekenis te blijven spelen. Een gesprek over het journaal – pardon het NOS Journaal, zoals Gelauff bij voortduring benadrukt –, journalistieke normen en waarden, de verschillen tussen het NOS Journaal en RTL Nieuws, en over die zorgelijke toekomst. Laatste wijziging: 28 januari 2016, 15:11

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Nick Kivits. Ook lid worden?

‘Ik wil graag dat je het hebt over het NOS Journaal en niet over het Journaal. We zijn een merk, een bekend en betrouwbaar merk en dat “merkdenken” wordt steeds belangrijker. Ik praat toch ook niet over het RTL Journaal of zoiets.’ Marcel Gelauff, sinds 2011 hoofdredacteur van het NOS Journaal, windt zich lichtjes op. En niet zonder reden, want in de volksmond heet zijn nieuwsfabriek gewoon Journaal.

Oude gewoonten slijten kennelijk maar moeizaam. Maar ondanks het moeizame marktdenken van zijn publiek gaat het goed met de publieke business. Neemt lineair televisiekijken gemiddeld met een paar procent per jaar af, het NOS Journaal groeide vorig jaar in kijkersaantallen. Net zoals het RTL Nieuws overigens, maar dat terzijde.

Nieuwsbulletins op tv doen het goed. Maar voor hoelang nog?
‘Als minder mensen lineair tv gaan kijken, dan betekent dat echt niet dat de toekomst voor visueel nieuws is voorbehouden aan de mobiele telefoon. De grote tv-schermen zullen gevuld gaan worden met apps. En dan wordt het de kunst om mensen die nieuws en achtergronden tot zich willen nemen op de app van het NOS Journaal te laten klikken. Vervolgens wordt de vraag dan wel wat we precies via de apps gaan aanbieden. Welke lengtes, welke vormen. Daar liggen voor mij de vragen en dilemma’s voor de toekomst. Hoe dan ook zullen wij mee gaan bewegen met alle niet-lineaire platformen die relevant zijn of worden’.

Het NOS Journaal om 20.00 uur is voor miljoenen een begrip. Vroeger nog net iets meer dan nu, maar toch. Met nieuws on demand als toekomstbeeld staat de vraag of het ‘8-uur moment’ niet snel tot het verleden gaat behoren.
‘Nou, snel niet. Over vijf jaar zullen we echt nog wel om 20.00 uur uitzenden. Maar over tien jaar? Dat weet ik niet. Dat durf ik gewoon niet te voorspellen. De technische ontwikkelingen gaan zo hard en vaak zo anders dan iedereen denkt of dacht. De smartphone is er pas sinds 2007 en kijk eens naar de enorme impact. Dat hadden toch weinigen voorzien. Kijk eens naar de enorme veranderingen die de afgelopen paar jaar hebben plaatsgevonden bij het NOS Journaal. We zijn staand gaan presenteren, veel dichter bij de kijker gekomen, we gebruiken veel meer beeld, we zijn steeds meer verhalenvertellers geworden. Allemaal met als doel om de communicatie van het nieuws te verbeteren. Want uiteindelijk gaat het daar natuurlijk om.’

Dit soort gelijkluidende professionele analyses mogen we bij RTL Nieuws ook graag op onszelf loslaten. Je zou dan ook kunnen denken dat de twee concurrenten in de ogen van Gelauff iets naar elkaar toe zouden zijn gegroeid. Niks blijkt minder waar. In de NRC van 2 januari gaat de baas van het NOS Journaal los als het over RTL Nieuws gaat en de verschillen met zijn product. ‘Aardser, simpeler, oppervlakkiger en met minder duiding.’ En: ‘die verschillen zijn de laatste jaren alleen maar toegenomen’. Als eindverantwoordelijke voor dat simpelere en oppervlakkigere product ben ik oprecht benieuwd of Gelauff nog wel eens naar RTL Nieuws kijkt. Maar volgens eigen zeggen doet hij dat toch echt geregeld. Dus volgt mijn logische volgende vraag.

Waarom heb je dan toch die negatieve kwalificaties gebruikt?
‘Nou, omdat ik het echt vind.’

Oh?
‘Ik heb de verschillen proberen te beschrijven. Dat betekent niet per definitie dat jullie het heel fout doen en wij heel goed. RTL Nieuws heeft een ander format, een andere benadering. Die kwalificatie “aardser” is overigens bedoeld als compliment. Ik vind dat wij soms te afstandelijk zijn.’

Maar kijk nou eens hoe wij bijvoorbeeld het Midden Oosten behandelen. Dat gaat toch veel dieper dan dat jullie dat doen? Dat kun je toch moeilijk ontkennen.
‘Nou, als ik heel eerlijk ben herken ik me eigenlijk niet zo in je kwalificaties. Maar goed, het staat je natuurlijk vrij op RTL Nieuws alle etiketten te plakken die je wilt.
Kijk, het heeft natuurlijk ook te maken met zaken als breedte en diepte van onderwerpen. Wij hebben vijf minuten langer dan jullie. Maar dat is niet de kern. Het NOS Journaal biedt gewoon meer achtergronden. Verder zit het in toon en keuzes. Jullie kunnen nogal eens kort door de bocht gaan. Bij RTL Nieuws kan een individuele moordzaak een opening zijn, terwijl wij het afdoen als kortje. Soms zijn jullie openingen zelfs zo dun in onze ogen, dat wij er helemaal niks mee doen.’
 
Heerlijk! Dit zijn uitspraken waar voetbaltrainers op hopen, als ze hun team op scherp willen zetten. Na dit soort teksten zou je verder denken dat Marcel Gelauff zijn ‘team’ als voorbeeld voor andere ziet. Dus:

Is het NOS Journaal volgend of leidend?
‘Ik ga hier niet kiezen. Ik vind dat zulke makkelijke etiketten. Wij willen graag onderscheidend zijn met eigen onderwerpen, met een eigen aanpak. Ook zetten wij echt wel onze eigen agenda.’

Vind je dat dat doorgaans goed lukt?
‘Jazeker. Maar wat jullie beter doen, is datzelfde principe goed vermarkten.’

Speelt bij het NOS Journaal de eigen verwondering een grote rol?
‘Nou, dat kan wel beter. Kwesties waar wij het vaak bij de koffieautomaat over hebben, worden niet altijd herkend als potentiele nieuwsonderwerpen. Ik vind overigens dat dat in het algemeen een makke van de journalistiek is. Het is bij ons wel een issue dat benoemd wordt.’

Je stapte in 1992 over van De Gooi- en Eemlander naar het RTL Nieuws. De krantenjongen pur sang werd televisiejournalist. Kun je zeggen dat jij door RTL Nieuws bent gevormd?

‘Het hangt af wat je onder “gevormd” verstaat. Maar inderdaad, de wetten van de visuele communicatie heb ik daar geleerd. Ik heb ook wel ervaringen mee naar de NOS kunnen nemen op het gebied van langdurige live nieuwsverslaggeving. Daar deed het NOS Journaal twaalf jaar geleden maar beperkt aan.’

Het internet heeft sowieso voor revoluties gezorgd, ­binnen de kwaliteitsjournalistiek moesten de normen en waarden zo’n beetje opnieuw worden uitgevonden. Hoe zit dat bij het NOS Journaal?
‘Door de komst van het internet, behoorde de klassieke journalistieke benadering van “alles checken voordat het wordt gepubliceerd” bij ons tot het verleden. Dat betekent dus dat de NOS je ook zaken vertelt die nog onzeker zijn. Echt belangrijk nieuws wordt bij ons natuurlijk altijd gecheckt. Tegelijkertijd betekent dat niet dat wij – ook zonder bevestiging – drie uur gaan wachten met publicatie. Een en ander hangt af van de oorspronkelijke bron, hoe krachtig het nieuws is opgeschreven, wie het heeft gepubliceerd enz.’

Ben je er dan opeens minder verantwoordelijk voor geworden?
‘Nee. Maar ik denk dat wij het publiek beter van dienst zijn door te melden wat er speelt, dan om het compleet te negeren omdat het checken nog niet is gelukt. Kijk, we kennen ook allemaal de truc van woordvoerders om zich een dag schuil te houden, in de hoop dat het slechte nieuws overwaait. Het is dan ook te makkelijk om iets niet te melden, alleen maar uit angst iemands belang te schaden. Als het nieuws uiteindelijk niet blijkt te kloppen, dan melden we dat vanzelfsprekend. Het hoort gewoon bij grote nieuwsorganisaties als de onze dat je ook onzekere dingen meldt. De tijd dat de journalistiek zei: we hebben het voor u uitgezocht en dit zijn de feiten, die tijd ligt achter ons. Nee, ik vind dat niet jammer. Ik vind het eerder interessanter, omdat je als nieuwsorganisatie wordt gedwongen nog scherper je analytisch vermogen te gebruiken.’

Hoe zit het eigenlijk met het zelfreinigend vermogen van jullie? Oftewel de neiging tot rectificatie na gedane foutieve berichtgeving.
‘Ik vind dat soms lastig. Bij zich ontwikkelend nieuws hoef je er natuurlijk niet voortdurend het stempel rectificatie op te plakken. Een brand kan in een bulletin van 11.00 uur een middelbrand zijn en een uur later een grote. Niks aan de hand dus. Iets anders is als je meldt dat iemand wat heeft gestolen. Als dat later niet blijkt te kloppen, dan moet je dat natuurlijk rectificeren. We hebben daarvoor een zogenoemde herstelrubriek op onze site in het leven geroepen’.

Leuk zo’n rubriekje ergens weggemoffeld onderaan de site. Maar als er een stevige fout in het hoofdbulletin wordt gemaakt. Wat dan?
‘Ja, als je om 20.00 uur meldt dat iemand iets substantieels heeft gestolen en het klopt niet, dan moet je dat eigenlijk ook de volgende dag in datzelfde bulletin rectificeren. Maar ik zit dan wel met een dilemma: Je herhaalt dan in feite eerst hetzelfde foute bericht, ik weet dus niet altijd of de betrokkene daarmee geholpen is.’

Iets anders. De hoofdredacteur van het NOS Journaal vindt niks, heeft dus nergens een mening over. Hoe zit dat precies?
‘Als privépersoon heb ik overal een mening over, maar niet als hoofdredacteur. Dat scheid ik en dat geldt ook voor mijn collega’s. Het NOS Journaal vertelt de feiten en de kijker mag er iets van vinden.’

Hmm. Je selecteert toch op basis van een mening. Je kiest toch niet zomaar wat?
‘Niks is absoluut natuurlijk. Wij kijken anders naar de samenleving dan iemand die aan de andere kant van de wereld woont. En dat moeten we ook beseffen. Volledige objectiviteit bestaat niet. Maar je kunt wel de journalistiek zo feitelijk mogelijk proberen uit te voeren. En dat doet het NOS Journaal. Wij bedrijven een heel andere journalistiek dan als je een ideologisch doel hebt.’

Je wilt via het NOS Journaal de kijker de wereld laten zien zoals ze is. Dat lukt in die absolute zin toch nooit? Hoe doe je dat dan?
‘Ik bedoel dat in de context van wat je laat zien bij het verslaan van oorlogen, terreur, rampen.  Al die narigheid hoort bij de wereld waarin we leven. Dat moet je – vind ik – dus zoveel mogelijk laten zien. Dat betekent overigens niet dat je alles maar blind moet uitzenden. Helemaal niet. Het gaat mij om het uitgangspunt waarmee je iets doet. En het uitgangspunt van het NOS Journaal is: Wij laten alles zien, tenzij. Zo hebben wij Gadaffi laten zien, dood en met een bebloed hoofd. Wij vonden het belang dat hij overleden was groter dan het belang om de beelden niet te laten zien. Er zijn mensen die vinden dat je dat niet kan doen. Dat je geen doden moet laten zien. Ik vind dat een verkeerde benadering. Wij laten doden zien als wij dat relevant vinden.’
 
Het NOS Journaal is onafhankelijk en een zekerheid in het Nederlandse medialandschap. Gelauff mag met graagte snerend opmerken dat het voortbestaan van concurrent RTL Nieuws staat of valt met de luimen van de aandeelhouder in Luxemburg. De grootaandeelhouder van het NOS Journaal is de politiek. Met als huidige virtuele koploper de PVV, die het liefste de complete publieke omroep de vuilnisbak in kiepert.

Beginnen jullie al een beetje angstig over je schouder te kijken? Hoe zeker is jullie toekomst eigenlijk?
‘In den algemene maak ik me zorgen over de kwaliteitsjournalistiek in Nederland. Wat onszelf betreft: binnen de NOS is echt gekozen om de nieuwsvoorziening voor het overgrote deel buiten de bezuinigingen te houden. Maar het is natuurlijk onmiskenbaar dat er ook groeperingen in onze samenleving zijn, die dat liever anders zouden zien. Dat is overigens niet alleen het standpunt van de PVV. Ook D66 vindt dat de publieke omroep alleen dat mag doen, wat de commerciële omroepen laten liggen. Ik vind dat een erg beperkte blik op onze samenleving.’

Maar slaap je nog lekker of krijg je het toch zo nu en dan een beetje benauwd na de zoveelste peiling van Maurice de Hond?
‘Ach. Het zijn maar peilingen hè. Ik maak me op dit moment over het voortbestaan van het NOS Journaal geen zorgen. Maar als de mening van PVV en D66 de overhand zou krijgen, dan zou ik dat zeer onverstandig vinden. En die mening gaat verder dan “wij van wc-eend”. Ik vind dat namelijk ook als burger. Maar over een jaar of vijf, zes, is er nog steeds een substantiële publieke nieuwsvoorziening. De noodzaak daartoe is wellicht groter dan ooit.’
 
Om af te sluiten met een bijna profetische analyse.
 
‘De behoefte van de burger om geïnformeerd te worden door meerdere vertrouwenwekkende nieuwsmerken zal er ook in die nabije toekomst nog zijn. Als ik dat mis heb, dan zijn we in een compleet andere samenleving beland dan die waarin jij en ik zijn opgegroeid. Organisaties als de NOS en in mindere mate RTL zorgen voor de zo noodzakelijke verbindingen in de samenleving. Als dat niet meer het geval zou zijn, dan kan dat leiden tot een soort standstill van het openbaar bestuur. Daar maak ik me dan wel weer zorgen over’.
 
Een half uur later krijg ik een mailtje van Marcel. ‘Leuk om zo over het vak te discussiëren!’ En zo was het.

Marcel Gelauff (58) werkt sinds 2003 bij de NOS. Sinds juli 2011 als hoofdredacteur van NOS Nieuws. Daarvoor was hij al enkele jaren plaatsvervangend hoofdredacteur. Hij doorliep de sociale academie en begon zijn journalistieke carrière in 1980 als leerling-journalist bij de Leidsche Courant. Binnen vijf jaar was hij plaatsvervangend chef-redacteur. In 1987 maakte hij de overstap naar de Gooi- en Eemlander, waar hij chef nieuwsdienst was. In 1992 begon hij bij de televisie, bij het RTL Nieuws. Daar bekleedde hij diverse journalistieke functies, waaronder eindredacteur en chef parlementaire redactie.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

2 reacties

Rene Went, 28 januari 2016, 18:39

Ik zou dit stuk heel graag lezen, maar ik kom er niet in, ook al log ik overal in. Heb wel eens heimwee naar het oude NVJ-blad….

Dolf Rogmans, 29 januari 2016, 11:00

Dag Rene,
Inmiddels is het login probleem verholpen. En het magazine bestaat nog hoor!