banner cop

— dinsdag 1 oktober 2019, 10:54 | 2 reacties, praat mee

Hans Jaap Melissen over nieuwe wet: ‘Sluit mij dan maar op!’

Hans Jaap Melissen, aan het werk net buiten Mosul (Irak) tijdens de strijd tegen IS, februari 2017. - © Hans Jaap Melissen

Een meerderheid van de Tweede Kamer stemde onlangs in met een wetsvoorstel dat journalisten verplicht toestemming te vragen bij het ministerie van Justitie, alvorens af te reizen naar ‘terroristisch gebied’. De NVJ en oorlogsjournalisten reageren verontwaardigd. Hans Jaap Melissen is bereid tot een proefproces.

‘Meneer Melissen, mag ik u erop wijzen dat er voor Irak een negatief reisadvies geldt.’ Vol ongeloof kijk ik de Nederlandse ambassadeur in Irak aan. Ik zoek in zijn gezicht naar de grap, maar het is dodelijke ernst. We zitten in de Nederlandse ambassade, ruim tien jaar geleden, in de zwaarbewaakte Groene Zone van Bagdad. Ik logeer al enige tijd gewoon in de stad (rode zone) en word door deze opmerking weer geconfronteerd met de ambtelijke, Haagse werkelijkheid. Die staat niet alleen ver af van de gewone (‘rode’) Irakezen, maar ook ver van hoe een oorlogsjournalist te werk gaat. Die is om te beginnen niet bezig met negatieve reisadviezen, anders zou er sowieso geen oorlogsverslaggeving bestaan.

Maar een oorlogsjournalist kan zijn werk ook niet doen met een nieuwe Haagse uitvinding: de toestemmings­plicht voor een reis naar ‘terroristisch gebied.’ De wet die verblijf in zo’n gebied strafbaar maakt, is onlangs door de Tweede Kamer aangenomen, zonder een uitzonderingspositie daarin voor journalisten. Naast het aanvragen van een visum en andere rompslomp voorafgaand aan een reis, moet je straks voor ‘terreurgebieden’ eerst toestemming vragen aan het ministerie van Justitie. Een soort uitreisvisum dus. Het leidde tot veel verontwaar­diging onder journalisten en hulpverleners, die ook dreigen te belanden in het juridische sleepnet dat over uitreizende terroristen wordt uitgegooid.

Mijn belangrijkste bezwaren tegen deze wet zijn van principiële en praktische aard en worden gedeeld door de meeste collega’s. Principieel vind ik dat de persvrijheid voorop moet staan. Die wordt straks ernstig beperkt, ook al doet de overheid alsof het maar een formaliteit is. Dezelfde overheid die wij moeten controleren, staat het straks vrij om journalisten de toegang te weigeren tot buitenlandse gebieden waar Nederlandse inlichtingendiensten actief zijn, of waar Nederlandse bommen vallen.

Praktisch gezien betekent eerst toestemming vragen dat je niet op je eigen moment kunt afreizen. Dat is gevaarlijk op plekken waar soms een gouden mogelijkheid is om er veilig te arriveren. Een beperkt moment waarop je zonder kleerscheuren een grens over kunt. Ik weet wel wat er gebeurt als je op vrijdagmiddag bij een ministerie een verzoek indient. Je bent niet voor dinsdag op reis. Je weet verder niet hoe veilig jouw informatie is bij de overheid: is er een kans op een technisch of menselijk lek?

Los daarvan kan het bovendien ook gevaarlijk zijn als bij strijdende partijen bekend wordt dat je met toestemming reist van jouw overheid. Nu al kost het vaak moeite om in het Midden-Oosten, waar complottheorieën een volksziekte zijn, mensen te overtuigen dat je niet van de CIA of een Nederlandse geheime dienst bent.

Verder is het behoorlijk ingewikkeld om te bepalen wat nu wel of niet terreurgebied is. De grenzen ervan zijn in beweging. Rond de slag om Mosul arriveerde je op plekken waar de IS-vlag nog wapperde, maar IS-strijders net waren vertrokken.

En er zijn meer situaties die lastig te definiëren zijn. In een discussie op Radio 1 met VVD Tweede Kamerlid Dilan Yesilgoz kon zij mij niet vertellen of Gaza, geregeerd door Hamas, onder ‘terreurgebied’ valt. Of PKK-gebied, of de Syrische provincie Idlib, waar een club die zich niet Al Qaida noemt, maar er wel op lijkt, de boventoon voert. Dat moest iemand anders beslissen, zei ze. Intussen was er wel door haar partij ja tegen deze wet gezegd.

Ook is het nogal ironisch om te constateren dat de Nederlandse overheid zelf journalistieke verslagen gebruikt bij het bepalen van wat er in verre oorden precies op de grond gebeurt. Zeker in gebieden die voor hen te ‘rood’, dus te gevaarlijk zijn.

De vragen en problemen die de wet oproept zijn al jaren bij Justitie bekend. In 2015 publiceerden twee juristen in opdracht van het WODC, het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het ministerie, een uitgebreid onderzoek naar de juridische positie van strafbaarstelling van ‘vrijwillig verblijf op een terroristisch grondgebied’. Wat in het onderzoek opvalt is, los van de aanbevelingen om hierbij uitzonderingen voor journalisten op te nemen, dat de hele wet volgens de onderzoekers wankel is. Ze schrijven dat zo’n strafbaarstelling in het algemeen ‘binnen de kaders van het recht niet op een zinvolle wijze valt te realiseren’. Natuurlijk is er daarna nog aan de wet gesleuteld, maar de basisgedachte van de wet is overeind gebleven.

Intussen gebeurde er na het aannemen van de wet in de Tweede Kamer van alles achter de kogelwerende schermen van de oorlogsjournalistiek. De tekst van een petitie circuleerde om de Eerste Kamer te overtuigen dat deze wet een oplossing biedt voor een probleem dat er niet is. Struikelpunt in de petitie bleek de suggestie dat Nederland zou kunnen kiezen voor de Deense situatie, waar vertoon van een perskaart voldoende is om van justitieel gezeur af te komen. Dit zou volgens sommigen betekenen dat de journalistiek ineens geen vrij beroep meer is. Je zou journalisten mét en journalisten zónder goedkeuringsstempel krijgen.

Nieuwsuur-collega Roozbeh Kaboly, vindt het principieel onjuist als freelancers zonder perskaart of bekende opdrachtgever anders zouden worden behandeld dan bijvoorbeeld hijzelf. Ook vindt hij dat het niet aan journalisten is om nu met een polderoplossing te komen. ‘De overheid moet inzien dat zij dit probleem zelf heeft gecreëerd en dit ook zelf moet oplossen.’

Maar algemeen secretaris Thomas Bruning van de NVJ probeert wel mee te denken met de overheid. ‘Het liefst willen wij dat de wet in de prullenbak gaat. Maar als die er toch komt, zorg er dan voor dat het werk van journalisten niet onmogelijk wordt gemaakt.’ En dan lijkt Bruning de Deense situatie wel een werkbare oplossing. ‘Je regelt daarmee dat mensen met een perskaart weten dat ze niet vervolgd zullen worden. Het betekent nadrukkelijk niet dat je zonder zo’n kaart dan wel hangt.’ In dat laatste geval moet er eerst nog onderzoek worden gedaan naar de status van de journalist in kwestie.

Bruning is teleurgesteld dat de NVJ-lobby om een uitzondering voor journalisten te maken, niet het gewenste resultaat heeft bereikt. ‘Wij hebben zelfs een gesprek met de minister gehad. En met de Raad van State achter ons, hadden we meer verwacht.’ Hij denkt dat er sprake is van tunnelvisie: ‘de regering vindt dat de wet er zo moet komen.’ Bruning benadrukt dat de NVJ zeker geen lijst met ‘goede’ journalisten gaat bijhouden voor de overheid, een mogelijkheid die de minister wel had gesuggereerd.
Een meer metavraag die naar aanleiding van deze kwestie opborrelt: moet de journalistiek überhaupt nog wel een onbeschermd beroep blijven? Bruning: ‘Je mag niet iemand het recht ontnemen om andere mensen te informeren. Het moet een open beroep blijven.’

De hoop van Bruning en die van journalisten die met deze wet te maken kunnen krijgen, is nu gevestigd op de Eerste Kamer. Bruning: ‘Ik heb Eerste Kamerleden van een aantal partijen gesproken. Er is daar ook brede interesse en zorg over dit wetsvoorstel. Ik denk dat de volgende stap een hoorzitting zou moeten zijn, waarin betrokkenen hun verhaal kunnen doen.’

Dit gebed is inmiddels verhoord. De Eerste Kamer heeft besloten dat er binnenkort een deskundigenbijeenkomst zal komen.

Intussen leef en reis ik verder, door groen, oranje of rood gebied. Mocht de wet het in de Eerste Kamer alsnog redden, dan ben ik bereid tot een proefproces. In e-mails zie ik collega’s hetzelfde beweren. De Deense oplossing heeft het in die petitie overigens niet gered. Het kan nog druk worden in de gevangenis.

Praat mee

2 reacties

Job de Haan, 1 oktober 2019, 14:07

Ik stel voor dat wanneer onverhoopt ook de Eerste Kamer voor het wetsvoorstel stemt en Hans Jaap een proefproces aanspant, collega’s daar financieel borg voor staan. Tenminste, als de NVJ dat niet sowieso voor haar rekening zal nemen. Job de Haan

robert dulmers, 3 oktober 2019, 19:51

Het wordt gezellig in die cel: Arnold Karskens, Teun Voeten, Frederike Geerdink en ik - en veel van de dertig collegae die de petitie ondertekenden - hebben reeds hetzelfde verklaard: die Wet, breken we. Teun en ik zaten niet zo lang geleden in Damascus nog in een cel / met bewaker met getrokken pistool. Nee, gevangenschap in Vught of Scheveningen met de collega’s is een plezier-uitje   En ik zie er naar uit :-)

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.