website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Gouden tijden voor de ontembare tekenaar

Frits Baarda — Geplaatst op vrijdag 3 november 2017, 11:00

Portfolio Ver weg van de Randstad, maar midden in de wereld, tekent Ruben L.Oppenheimer in hoog tempo zijn cartoons. ‘Als ik geen vrijheid zou voelen, zou ik stoppen. Per direct.’

Ruben L. Oppenheimer is een grensgeval. Zijn woning is de laatste bebouwing van Maastricht en ligt aan het einde van een zandpad, te midden van boomgaarden. Zijn buren wonen enkele tientallen meters verderop, in België. Met de telefoon tegen zijn oor opent hij de deur van het grenshuis. Direct weerklinkt een hels gekef. Een levend, langharig speelgoedhondje springt tegen me op. ‘Dit is ons rothondje’, zegt hij sussend. ‘Geef haar eerst maar kaas. Dan heb je kans dat ze rustiger wordt.’

Het is de opening van een twee uur durende ontmoeting. We nemen plaats in ‘het voorportaal van de hemel’, een keuken met uitzicht op het heuvelland. Oppenheimer is geboren en getogen in de stad, pas sinds een paar jaar woont hij met zijn gezin op deze afgezonderde plek. Een kluizenaarsbestaan is het allerminst. Ze reizen veel, liefst zuidwaarts. Gisteren waren ze nog in Nice, aan de Franse kust, en dronken er een wijntje op de boulevard waar ruim een jaar geleden ‘een gek met een vracht­wagen door een menigte mensen ploegde’. In de vorige drie maanden reisden ze naar Los Angeles, door de VS, verbleven ze in Spaans Marbella en nog een land waarvan de naam hem even ontschoten is.

Oppenheimer noemt het bewust ‘reizen’, geen vakantie, een belangrijk verschil. ‘Door te reizen rek ik de tijd op. Ik wil mezelf verrassen, nieuwe dingen zien. Ik haat eenvormige dagen. Je beleeft de tijd ook anders, intenser door het herbeleven van herinneringen.’ Drinken op de boulevard of praten met Trump-aanhangers geeft nieuwe perspectieven. Reizen voedt zijn eigenzinnige kijk op het nieuws. De activiteit nuanceert en relativeert. ‘Als ik te lang gekluisterd zou zijn aan huis, word ik gek. Dan kan ik niet werken. Juist dat reizen geeft ontspanning. Afstand creëert overzicht. Ik moet mezelf fris houden en voorspelbaarheid voorkomen.’

De reislust richt zich zelden op het noorden en de Randstad. ‘Ja, ik moet er helaas af en toe zijn.’ Zelfs Maastricht mijdt hij. ‘Een incestueus dorp’, waar hij zelden iemand ontmoet die er toe doet. Toegegeven, hij heeft kort overwogen voor zijn werk in Amsterdam te gaan wonen. Tot hij op een dag Peter van Straaten arm in arm zag lopen met Hans van Mierlo. Zelf is hij nooit opzichtig close met politici, al heeft hij ook vrienden. ‘Als cartoonist moet je in ieder geval de schijn ophouden dat je de macht test.’ Hem zal je dus niet iedere dag in Nieuwspoort aantreffen of in hetzelfde café. ‘Voor anderen werkt dat misschien, voor mij niet.’ Laat hem maar in het afgelegen grenshuis wonen, met vrouw, dochter en keffer, om van daaruit de wereld te verkennen.

De hond waakt half slapend op de trap en houdt zich opvallend koest. Zo niet Oppenheimer, die verbaal op drift raakt, zodra het onderwerp van media en de Randstad ter sprake komt. ‘Sorry, ik lul meer dan jij vragen stelt’, lacht hij, om vervolgens collega’s over de hekel te halen. Van een NPO-programmamaker kreeg hij eens het verzoek om bij hem thuis te mogen filmen. Waar hij woonde, was de argeloze vraag. ‘Wat, helemaal in Limbabwe? Sorry, dat is te ver.’ De tekenaar kan zich er enorm over opwinden en doet dat met verve. ‘Nederland is een postzegel. In Amerika, daar zijn afstanden pas groot!’

Wat kan hij zich ook verrukkelijk ergeren aan programma’s als DWDD en Pauw. ‘De gasten zijn mensen in wie ik me niet herken. Allemaal dezelfde figuren, de grachtengordel. Maximaal uit Utrecht, en die spreken dan voor heel het land. Groningers nodigen ze alleen uit voor een beetje kabaal. En wanneer spreken ze eens een Limburger aan over genderneutraliteit? Huh, nee, die zijn exotisch. Doe het eens, je krijgt mogelijk iets anders te horen. De redacteuren komen nooit buiten Amsterdam en verliezen voeling met de rest van het land. Ga emigreren, verbreed je blik!’

Zijn eigen blikverruiming begint ’s ochtends in bed. Zodra om zeven uur de wekker gaat, pakt hij zijn telefoon. Eerst de koers van de Bitcoin (‘Verdomme, ik had moeten verkopen!’), direct erna NOS Teletekst, volgens hem het snelste en meest accurate medium binnen het publieke bestel. Dan Twitter, Facebook, NRC, AD, De Limburger en alle andere media, “high brow, low brow”. ‘Het denken begint in bed’. Twee uur later krijgt de eerste tekening vorm. Om elf uur staat-ie online. Aan het einde van de middag heeft hij naar diverse media vijf, zes tekeningen verzonden. Vijf dagen gaat het zo door, met vrijdag als hoogtepunt qua drukte, als hij ook de NRC moet bedienen. ‘In het weekeinde volgt dan de migraine, compleet met dansende aura’s.’

Oppenheimer onderbreekt plotseling de wilde woordenstroom. ‘Waar ben ik, wat wilde je ook alweer vragen?’ Waar die gedrevenheid vandaan komt? Daar kan hij kort over zijn, begint hij, maar het wordt iets langer: ‘Het is gretigheid. Ook eigenwijsheid. Mijn vader had dat ook: overal een mening over hebben, over alles en iedereen, gefundeerd of niet. Ik had het als jongen al, noem het een soort psychose. Als ik die niet zou hebben, zou ik niets kunnen maken. Als je dit wilt doen, heb je het waanbeeld nodig dat je mening ertoe doet. Ik denk echt dat mensen op mijn mening zitten te wachten. Dat voor hen mijn mening misschien niet uniek is, maar wel de moeite waard.’

Dat noemt hij de cynische verklaring. Er is er nog een kant aan zijn bevlogenheid. ‘Misschien zijn er onderwerpen waarover ik dan geen macht heb, maar wel invloed’, zegt hij. ‘Dat ik met een tekening een discussie kan bijsturen. Zoals over de opgebouwde vrijheden die we hebben. Die mogen we niet kwijtraken. Een door de geschiedenis opgebouwde vrije samenleving, daar wil ik voor knokken.’

Nog zo’n thema: dierenwelzijn. ‘Ik ben geen groene muts en eet ook vlees, maar we kunnen het voedselvraagstuk wel bijsturen door minder vlees te eten. Zodat we dieren minder leed hoeven aandoen. Onze eigen vrijheid en die van de dieren hebben op een vreemde manier met elkaar te maken. Als je als mens rechten voor jezelf opeist, moet je ook dieren hun rechten gunnen, vind ik…’ Zijn betoog wordt onderbroken door een dansende fruitvlieg boven het tafelblad. Met twee handen ontneemt hij de lastpak zijn leven. Hard lachend: ‘Sorry, voor zo’n kleine vlieg gelden andere regels.’

Als onze vrijheden en dierenrechten heilig zijn, welke plaats nemen dan politici in? ‘Het volgen van politici is minder belangrijk…Ik bedoel…’ Hij breekt zijn betoog zelf af. ‘Maar pas op, hé! Die griezel van een Thierry Baudet, nee, nu moet ik me corrigeren. Ik heb niets met zijn ideeën, maar als ze zijn huis besmeuren word ik pissig. Dan komen ze aan vrijheden. Hij is geen gevaar voor de samenleving. Zelfde met Wilders. Of Rita Verdonk, een vreselijk mens. Ik heb wel eens een asbak naar de televisie gegooid, zo erg vond ik haar. Maar ik moet er niet aan denken dat iemand haar iets had aangedaan. Een uitzondering is misschien Trump. Dat is iemand die de middelen heeft om ons naar een nucleaire holocaust te helpen. Maar je moet blijven hopen dat mensen hem op een politieke manier bestrijden.’

Met Trump en een nieuw Nederlands kabinet beleeft de cartoonist gouden tijden. Ook het islamdebat is voer voor Oppenheimer, al heeft hij er niet zelf om gevraagd.

Ruben L.Oppenheimer
Maastricht, 1975
Opleiding: Grafische vormgeving Academie Beeldende Kunsten Maastricht en illustratieve vormgeving aan de Karel de Grote-hoge­school in ­Antwerpen.
Opdrachtgevers
NRC Handelsblad, nrc.next, Algemeen Dagblad, De Limburger, Standaard, Nieuwe Revu, 1 Lokaal, Brabants Dagblad, Dagblad van het Noorden, Leeuwarder Courant, De Gelderlander, Der Spiegel. Courrier International, De Speld, Tijm Magazine, Supply Chain Magazine.
Prijzen
2005 BeNe Prijs
2010 Solidarity prijs
2015 Mebredeprijs
2016 tweede prijs Nederlands Cartoonfestival

Ruben L. Oppenheimer stuurt geen werk meer in voor de Inktspotpijs. Hij noemt de organisatie ‘te lang een vriendenclub geweest die elkaar veren in de reet staken’ en daarom een ‘ongeloofwaardige vakprijs’. Hernieuwde deelname sluit hij niet uit, maar niet op korte termijn. ‘Dat zou van mij weer ongeloofwaardig zijn.’

1 reactie

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. J.C. Roodenburg, 6 november 2017, 16:02

    Uitstekend interview van oud-collega Frits Baarda uit Dordrecht. Hij is tenminste afgereisd naar het zuiden van Noord-Limburg. Kunnen vele ‘Amsterdamse journalisten’ niet zeggen. De cartoons van Theo Gootjes bij Het Vrije Volk en het nog zelfstandig gemaakte Rotterdams Dagblad waren ook niet mis. Nu is het RD een editie van moloch AD.

Journalist van het jaar 2018

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.