e learning nvj

— donderdag 3 februari 2022, 07:41 | 0 reacties, praat mee

Goed nieuws uit Limburg: het is de schuld van de media

© Paul Ryding

Frits van Exter denkt met je mee over dilemma’s. Deze keer: Onderzoekers verwijten de media, en vooral NRC, dat zij het valse beeld hebben gevestigd van een zieke bestuurscultuur in Limburg. Hoe komen ze daarbij? Laatste wijziging: 4 februari 2022, 08:56

Op 28 januari presenteerden drie onderzoekers hun rapport over de bestuurscultuur in Limburg: ‘Engelen bestaan niet’. De nieuwe gouverneur van de provincie, Emile Roemer, nam het blij in ontvangst: ‘Het geeft echt de kans om het debat aan te gaan over wat er is gebeurd en wat er in de toekomst anders en beter moet. Ik zal daar het voortouw in nemen.’

Het goede nieuws, aldus de onderzoekers, is dat het best meevalt met de bestuurlijke integriteit in Limburg. Niet dat er zich nooit iets onwelriekends voordoet, maar in andere provincies moet je de neus ook niet al te vaak ophalen - vandaar de titel.

Het probleem is vooral het verkeerde imago. Ook veel Limburgers geloven dat hun provincie is verziekt door vriendjespolitiek, maar dat is dan toch vooral een kwestie van perceptie, melden de onderzoekers. Het aantal integriteitskwesties zou ‘als gevolg van framing door de media’ groter worden gemaakt dan het in werkelijkheid is.

Hoewel het de opdracht was om, mede naar aanleiding van een aantal kwesties dat vorig jaar uitmondde in een crisis in het provinciebestuur, een ‘foto van de bestuurscultuur’ te maken, nemen de onderzoekers de ruimte om ook de berichtgeving te analyseren. Conclusie: ‘De beschuldigingen in de media vonden een vruchtbare voedingsbodem in een politiek klimaat waarin tijd en aandacht voor hoor en wederhoor ontbraken. Tegelijkertijd bleken beschuldigingen na nader onderzoek regelmatig ongegrond.’

Dat is pijnlijk, als het waar is. Het is natuurlijk altijd goed kritisch naar de rol van de media in het publieke domein te kijken. Wat voor de politiek geldt, geldt immers ook voor de journalistiek: macht behoeft tegenmacht. Het functioneren van media zou veel vaker onderwerp van onderzoek mogen zijn.

Omgekeerd is het hopelijk ook toegestaan kritisch naar zo’n onderzoek te kijken. Vandaar ook dit uitstapje van de journalistieke mores naar die van drie bestuurlijke zwaargewichten: Arno Visser, voorzitter van de Rekenkamer, Paul Frissen, bestuurskundige, en Kitty Nooy, oud-officier van Justitie en integriteitsdeskundige. Zij hebben in opdracht van de provincie het onderzoek geleid.

Op basis van het turven van krantenartikelen (andere media bestaan kennelijk niet) in het archief van LexisNexis stelt het rapport dat er in de laatste jaren meer over integriteitskwesties in Limburg dan in andere provincies wordt geschreven. Terwijl de Nationale Ombudsman niet meer klachten binnenkrijgt uit het zuiden. Kun je daaruit de conclusie trekken dat er dus minder loos is in bestuurlijk Limburg? Is er bijvoorbeeld ergens anders in die tijd ook een Commissaris der Koning met het volledige college van Gedeputeerde Staten opgestapt als gevolg van een integriteitskwestie?

Als ik het rapport goed begrijp was dat ook te wijten aan de media. Provinciale Staten hadden zich laten meeslepen door de berichtgeving over misbruik van subsidiegelden. De onderzoekers schrijven: ‘Limburgse bestuurders, politici maar ook burgers gaan door de berichtgeving steeds meer geloven dat er sprake is van een chronische integriteitsproblematiek en een verziekte bestuurscultuur. Het beeld ontstaat van Limburgse bestuurders die zich gedragen als “zonnekoningen” in “Palermo aan de Maas”.

De onderzoekers baseren dat mede op 49 interviews met vooral (oud-)bestuurders en ambtenaren. Zij moesten inzicht geven in de bestuurscultuur en gingen daarnaast los op de media. Het wordt niet helemaal duidelijk in hoeverre de onderzoekers hun zienswijzen onderschrijven, maar zij citeren ze ruimhartig zonder enige kanttekening. Er komt ook geen journalist in het rapport aan bod.’

Een citaat: ‘Volgens meerdere gesprekspartners zijn bepaalde journalisten die (veel) schrijven over het openbaar bestuur in Limburg te nauw betrokken bij en vervlochten met de politiek in Limburg. Deze rol past volgens de gesprekspartners niet bij de onafhankelijke rol van de media ten opzichte van de wetgevende en uitvoerende macht.’

En dan komt een voorbeeld: ‘Bepaalde Statenleden krijgen van een journalist tijdens een debat per WhatsApp vragen toegestuurd met de suggestie deze tijdens het debat aan een gedeputeerde te stellen. Deze vragen dienen volgens deze geïnterviewden ook ter onderbouwing van de door de journalist zelf gepubliceerde hypothesen. Een gesprekspartner zag het volgende in de Statenzaal gebeuren: “Na afloop van de spreektijd kijken sommige politici naar de journalist voor goedkeuring”. Ook verstrekt deze journalist volgens enkele geïnterviewden vertrouwelijke interne provinciale stukken en/of mailberichten aan één of twee Statenleden.’

En een tweede voorbeeld: ‘Een journalist meldt bij een Statenlid een veronderstelde integriteitsschending door een collega-Statenlid of gedeputeerde. Het Statenlid agendeert dit in de politieke arena zonder de informatie na te gaan of te beoordelen. Met als gevolg dat de veronderstelde (ongegronde) integriteitsschending onderwerp wordt van politiek debat. Het leidt tot beschuldigingen met soms zware politieke gevolgen. Achteraf blijkt dat de veronderstelde integriteitsschending uitsluitend berust op vermoedens en suggesties. Enige onderbouwing of bewijslast ontbreekt.‘

Dit zijn te ernstige beschuldigingen om zomaar op te tekenen uit de mond van anonieme ambtelijke en politieke bronnen en door te geven zonder ook maar blijk te geven van tenminste een poging tot verificatie, laat staan wederhoor.

Wat ook opvalt is dat de onderzoekers met ‘de media’ eigenlijk vooral NRC Handelsblad bedoelen. Natuurlijk, Dagblad de Limburger telt mee – andere titels worden niet genoemd - maar NRC is de boosdoener (met dank aan twee onderzoeksjournalisten met Limburgse wortels). ‘Veel respondenten zijn (uiterst) kritisch over de rol van de media in het algemeen en NRC- Handelsblad in het bijzonder. Deze gesprekspartners zijn van mening dat er in plaats van gedegen onderzoeksjournalistiek eerder sprake is van journalistiek activisme.’

Volgens het rapport is de landelijke krant ‘onbetwist koploper en publiceert in absolute zin en verhoudingsgewijs het meest over kwesties in de provincie Limburg’. Daarbij moet “de commissie (...) tegelijk ook vaststellen dat wat NRC-Handelsblad en andere (lokale) media als evidente integriteitsschending of bewijs van een ‘foute bestuurscultuur’ publiceren naderhand regelmatig niet door nader onderzoek wordt bevestigd en soms maanden later (summier) moet worden gerectificeerd.”

Het geeft één voorbeeld van een rectificatie, dat volgens NRC een correctie was. Wat daar ook van zij, het is een te magere onderbouwing van de beschuldiging dat media ‘regelmatig’ loze berichten over integriteitsschendingen publiceren.

Er is tot nog toe amper gereageerd op het media-deel van het onderzoek. Bjorn Oostra, hoofdredacteur van De Limburger, stelt dat het rapport in elk geval zijn krant geen journalistiek activisme verwijt. Hij ziet wel reden om in de spiegel te kijken: ‘Ik steek mijn hand in het vuur voor ons werk, toch kan maatvoering wel degelijk een punt van discussie zijn.’

Het was aanleiding voor zijn NRC-collega, René Moerland, om te reageren via de brievenrubriek van De Limburger: ‘... bij NRC hopen we wel dat De Limburger zich niet laat afschrikken om journalistiek graafwerk te verrichten. De voorbeelden van zogenaamd ‘journalistiek activisme’ die de onderzoekers geven tonen juist dat NRC tot het uiterste gaat om gesjoemel en vriendjespolitiek boven water te krijgen. Onze journalisten zitten niet op schoot bij de macht en laten zich niet bang maken, dankzij hen heeft NRC zoveel misstanden rond integriteit in Limburg kunnen onthullen. Daar zijn wij trots op.’

Zoals gezegd, is er alle reden onderzoek naar het functioneren van media te verwelkomen. Ook journalisten zijn geen engelen. Het is mogelijk dat er gronden zijn voor kritiek op de berichtgeving over (vermeende) integriteitsschendingen in Limburg. Maar dan hadden onderzoekers hun eigen mores misschien beter op orde moeten hebben. Wellicht kan de opdracht in onze Leidraad ook hen inspireren: ‘Journalisten berichten waarheidsgetrouw, controleerbaar en zo volledig mogelijk. Ze vermijden eenzijdige en tendentieuze berichtgeving.’

Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, maar heeft geen stem in de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.