word studentlid

— dinsdag 20 februari 2024, 10:00 | 0 reacties, praat mee

Gio Lippens maakt maar wat graag plaats voor ‘de jonkies’ als wielrencommentator

Gio Lippens maakt maar wat graag plaats voor ‘de jonkies’ als wielrencommentator
Gio Lippens: 'Ik heb nooit gedacht: “O nee, ik moet oppassen, want als er straks een jongere komt die het beter kan, dan ben ik m’n plek kwijt”.' - © Jean-Pierre Jans

Begin februari eindigde de loopbaan van Gio Lippens als wielrencommentator. Niet omdat het moest, maar omdat hij dat zo graag wilde. Lippens: "Ik ben niet gestopt omdat ik mijn werk of de NOS niet leuk vind, ik stopte omdat ik een lege agenda wilde." Laatste wijziging: 20 februari 2024, 16:35

Juist van jonge NOS-collega’s hoorde ik dat je je erg om hen bekommert. Hoe komt dat?
‘Ik had in mijn dagelijkse werk veel met jonge redacteuren te maken. Zij bespraken met mij de opzet van kruisgesprekken met de presentatie in de studio. Dat was altijd prettig samenwerken. Misschien dat ze dat bedoelen. Verder vond ik het altijd leuk om nieuwe collega’s op gang te helpen.’

In het afscheidsbericht op de NOS-website las ik dat je vertrekt om nadrukkelijk ‘plaats te maken’ voor de jongere garde. Is dat nodig, zeker bij NOS Sport?
‘Er zijn maar een aantal wielrencommentatoren. Een paar bij de televisie en een paar bij de radio. De spoeling is dun. Er zijn tegelijkertijd veel jonge mensen die het óók zouden willen doen. En ik denk dat veel jonge mensen, als ze de kans krijgen, het commentariëren goed kunnen doen.

Ik heb wel vaker gezegd: “Er is een glazen plafond”. En dat heb ik, tot m’n 65e, in stand gehouden. Maar niet krampachtig, snap je? Ik heb nooit gedacht: “O nee, ik moet oppassen, want als er straks een jongere komt die het beter kan, dan ben ik m’n plek kwijt.”

In mijn jaarlijkse gesprekken met de hoofdredactie heb ik altijd gezegd: “Als er iemand komt - een jongere die beter is dan ik, be my guest. Niemand is onmisbaar.’

Jaren geleden stapte je over van het AD naar de NOS omdat de AD-hoofdredactie het niet zag zitten dat jij wielrencommentaar zou geven. Is dat een vorm van autonomie?
‘In 2000 ben ik hoofdredacteur geweest van NOS Sport. Al na een jaartje dacht ik: “Ik kap ermee”. Ik was absoluut niet gelukkig. Ik wilde weer buitenspelen, doen wat ik uiteindelijk het leukste vind. Van vergaderzaaltjes werd ik niet gelukkig. Autonomie heeft bij mij altijd sterk gespeeld. Ik heb overigens ook een rechtenstudie van een half jaar gedaan, om te besluiten: “Dit is niks voor mij”.’

Dat is een soort kunst, terugkomen op je eigen beslissingen en beseffen dat het geen goede beslissing was?
‘Als het ene deurtje dichtgaat openen er twee andere deuren. Dat gevoel heb ik mijn hele leven al.’

Vanaf 1993 was je de vaste wielrencommentator van de NOS. Hoe is de wielrensport veranderd in die jaren? In de afgelopen jaren gaf je commentaar vanuit Hilversum in plaats van ter plekke.
‘Het is weliswaar minder dan bij het voetbal, maar het wielrennen is een stuk minder toegankelijk. Begin jaren negentig zat ik nog met wielrenners in hotels. Zaten we ’s avonds te ouwehoeren in de lobby, soms zelfs op de rand van het bed. Nu worden ze in bussen van en naar de start en finish vervoerd. Een paar minuten voor de wedstrijd laten ze zich zien om het startblad te tekenen. Dan heb je niet meer rustig de tijd om iemand aan te horen. Maar voetballers gunnen je als journalist niet eens meer een blik waardig.’

Gaat de wielrensport ook die kant op?
‘Die professionalisering of verzakelijking van de wielrensport wordt steeds sterker. En de evenementen worden steeds megalomaner. Bij de start van een etappe van de Tour de France had je vroeger van die VIP-dorpen. Kon je een krantje en een kop koffie halen. De renners liepen daar nog rond. Nog voordat hij de Tour won, heb ik daar aan een tafeltje gezeten met Lance Armstrong. Die kon je gewoon wat vragen stellen.

Tegen de hoofdredactie van NOS Sport heb ik ook gezegd dat mijn opvolger of opvolgers idealiter naar de klassiekers en de Tour de France gestuurd moeten worden, zeker in het eerste jaar. Dan zie je wat er rond zo’n koers gebeurt. Zelf ging ik in het verleden in de aanloop naar de Tour nog wel eens naar de Ronde van Zwitserland, als voorbereiding. Die wedstrijd is nog wat laagdrempeliger. Daar kun je ’s avonds met ploegleiders in een hotel praten over het vak. Zo krijg je het een stuk makkelijker in de vingers.’


Lippens tijdens de vijftiende etappe van de Tour de France in 2018. Foto: Joris Knapen

Je opvolger(s) moet dus vooral ter plaatse zijn, in plaats vanuit Hilversum becommentariëren?
‘Vanuit Hilversum heb je geen idee wat er rondom zo’n evenement speelt. Je voelt dan ook niet de wind wapperen door je haren. Dat is het mooiste wat er is. Acht jaar lang heb ik achterop de motor gezeten. Dat blijft de mooiste plek om commentaar te doen. Dat is onvoorstelbaar bij andere sporten, dat je zó dicht bovenop de strijd zat.’

In 2000 was je kortstondig hoofdredacteur van NOS Sport. Jouw opdracht was om de cultuur daar te veranderen. Tegenover Het Parool zei je daarover: ‘Niet alleen bij de NOS, maar in de hele sportjournalistiek: allemaal apenrotsen met top-apen die willen blijven zitten waar ze zitten en trappen naar alles wat naar boven kruipt.’ Er is dus weinig veranderd?
‘De maatschappij is wel veranderd. De attentheid om misstanden te erkennen en herkennen is enorm vergroot. Leidinggevenden zijn zich nu, ook bij de NOS, veel meer bewust van de risico’s van ongewenst gedrag. Er wordt heel anders tegenaan gekeken.

Er was een enorme machocultuur. Heel simpel. En dat is veranderd

In mijn tijd zaten Kees Jansma, Martijn Lindeberg, Mart Smeets, Jack van Gelder er nog. Dat was de oude Studio Sport-tijd. Er was een enorme machocultuur. Heel simpel. En dat is veranderd. Alleen al omdat - gelukkig - veel meer vrouwen werken tegenwoordig. De sfeer is anders. Het bewustzijn is anders. Dus gelukkig is er wel iets veranderd.

De cultuur die rond 2000 heerste bij Studio Sport was o-ver-al in de wielerwereld, voetbalwereld en welke sport dan ook. Waar coaches als alleenheersers konden regeren. Jongere mensen reageren op een hele andere manier op leiderschap dan vroeger. Toen ik als leerling-journalist bij een krant werkte hield je je kop als je chef iets zei of opdroeg.’

‘Ik heb werk nooit als werk beschouwd’, zei je in hetzelfde Parool-interview. Geen zwart, gapend gat, dus?
‘Heerlijk. ik word nu links en rechts gebeld door organisaties die vragen of ik iets voor ze wil doen. Dat wimpel ik, tot nu, toe af. Want ik ben niet gestopt omdat ik mijn werk of de NOS niet leuk vind, ik stopte omdat ik een lege agenda wilde. Als manager zag ik mijn werk als taak, commentaar geven deed ik met echt veel plezier. Alleen zat mijn agenda wel vanaf eind februari tot medio oktober vol met wielerkoersen.’

Dus ditmaal wel in hoogzomer op vakantie?
Lachend: ‘Ik geloof dat het altijd erg druk is in de zomervakantie. Ik moet gewoon een lekker stukje gaan fietsen…’

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Emiel Smit

Teddy van der Laan

Webbeheer

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

vacatures@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.