Gerard van Westerloo (1943-2012)
De vaststelling dat iemands dood het einde van een tijdperk markeert, mag dan een cliché zijn, in het geval van Gerard van Westerloo (69) is het een understatement.
Voor de ‘grand reportage’, zijn specialisme, viel het laatste podium weg toen NRC Handelsblad stopte met het maandelijkse magazine M, waarin de echo doorklonk van de journalistieke traditie die Vrij Nederland met de ‘kleurenbijlage’ had ingezet. Tegenover het argument van sceptici dat de drukbezette lezer in het twitter-tijdperk hunkert naar compacte informatie staat de onvergankelijke status die het beste uit Van Westerloo’s omvangrijke oeuvre verwierf.
Zo beschreef hij dertig, veertig jaar geleden (vaak samen met Elma Verhey) met sociologische precisie aspecten van het moderne leven, zoals de Spaanse ‘jongerenreizen’ van Club Escolette, de vlucht in de stacaravan, het verval van de Haagse Smitstraat, de IJ-pont van kwart over zeven of het wonen in Tilburg-Noord: ‘Aan de voorkant van de flat is een speelweide gedacht, wat ook blijkt uit het woord ‘’Speelweide’’. De doodlopende straat aan de achterkant bevat een parkeerplaats voor auto’s. Struikgewas en een manshoog hek verhinderen dat die rechtstreeks de belendende vierbaansweg opschieten.’ Zijn laatste lijvige ‘grand reportage’ stond zes jaar geleden onder de kop ‘De Kippenmoord’ in M en ging over het korte leven van drie jonge kuikens.
Als klassieke generalist liet Gerard geen genre onbeproefd: hij schreef columns en één novelle (‘De zaak M’, 2004), maakte persoonlijke interviews met bij voorkeur onbekende mensen over uitzonderlijke ervaringen, deed verslag van een vijf maanden durende voettocht door Nederland buiten de Randstad, boekstaafde in ‘Prinsendrama’ (2002) de opkomst van Fortuyn (en de ondergang van Melkert), doceerde journalistiek aan de Erasmus universiteit, was kortstondig hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer en keerde in 2004 tijdelijk terug naar Vrij Nederland waar hij als interim een reorganisatie uitvoerde.
Dat het onder zijn kortstondige bewind prettig werken was, had onmiskenbaar te maken met de vele achterliggende jaren die hij met ons bij het beste weekblad van de Benelux deelde. Zijn journalistieke credo was volstrekt duidelijk. Een goed stuk kan overal over gaan, mits geschreven vanuit brandende nieuwsgierigheid, er waarheden over de samenleving in worden onthuld en het met vaardige pen aan het papier wordt toevertrouwd.
Rudie Kagie, redacteur Vrij Nederland


Praat mee
Reageren is niet mogelijk op dit bericht.