— dinsdag 17 januari 2023 09:48 | 0 reacties , praat mee

‘Geen sprookje, maar nog altijd de mooiste baan’. Rosa van Gool over haar correspondentschap

‘Geen sprookje, maar nog altijd de mooiste baan’. Rosa van Gool over haar correspondentschap
© Maaike Putman

Rosa van Gool (29), correspondent Italië, Griekenland en de Balkan, vestigde zich in 2020 in Rome. Op het eerste gezicht een droombaan op een droomplek. Haar werk brengt haar op ‘s werelds bijzonderste plekken, maar doet haar ook met andere ogen kijken naar ‘vakantieparadijs Zuid-Europa’. Laatste wijziging: 18 januari 2023, 09:01

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Rutger de Quay. Ook lid worden?

Over de lege grachten van Venetië varen, ronddwalen tussen de wereldberoemde grotwoningen van Matera, en wonen op steenworp afstand van het Colosseum: bestaat er een mooiere baan in de journalistiek (of de wereld) dan die van Italië-correspondent?

Nee, kan ik na twee jaar gerust antwoorden op die vraag, maar voordat u uit pure jaloezie stopt met lezen: het correspondentenbestaan is geen sprookje. Correspondent zijn in de 21e eeuw behelst, zelfs in Italië, meer dan reportages schrijven over prachtige plekken en cappuccino’s drinken in de zon.

Het vraagt offers op privégebied, wanneer je weer eens last-minute in een trein of vliegtuig springt. Er horen eenzame momenten bij en het vereist een mate van zelfstandigheid die niet iedereen ligt. De inspiratie en gezelligheid die je op een redactie in Nederland bij de koffieautomaat cadeau krijgt, mis ik soms en moet ik zelf opzoeken bij collega’s van andere (internationale) media.

Ik verruilde het redactieleven in de herfst van 2020 voor mijn correspondentenavontuur in Rome. Die standplaats was me niet helemaal onbekend, want als student klassieke talen kwam ik er met enige regelmaat en leerde ik ook al wat Italiaans. Toch bekijk ik de stad nu met andere ogen. Ik zie er niet meer de glorieuze geschiedenis, maar Italië’s breekbare heden en toekomst.

Drie dagen nadat ik naar Rome verhuisde, ging de maatschappij op slot vanwege de tweede coronagolf. Op mijn huisgenote en twee collega-fotografen na, kende ik nog geen Italiaan echt goed. Dus het beantwoorden van de eeuwige en zeker door beginnende correspondenten gevreesde vraag van de redactie: ‘Wat vinden de Italianen van onderwerp X?’, was in die eerste maanden nog onmogelijker te beantwoorden dan normaal.

Behalve een professioneel netwerk ging ook het opbouwen van een sociaal leven die eerste winter moeizaam. Ik was aangewezen op een handvol collega’s en Nederlandse kennissen via-via, want borrels, feestjes of sportclubs waren er niet. Mijn opluchting was dan ook groot toen de situatie in de zomer van 2021 eindelijk normaliseerde.

Daarmee loste ook de bureaucratische nevel van testen, formulieren en green passes op, die het eerste half jaar als een dreigende wolk van hoge boetes en geweigerde toegang tot trein of vliegtuig boven iedere verplaatsing hing – en dat zijn er als correspondent nogal wat.

Tijdens een reis naar Lesbos, om verslag te doen van het half overstroomde vluchtelingenkamp Moria een paar maanden na de daar uitgebroken brand, merkte ik hoe de Grieken de coronaregels gebruikten om ons het werk moeilijk te maken. Expres vroegen de fotograaf en ik pas op onze laatste ochtend daar officiële toestemming het kamp in te gaan. Nog geen half uur nadat de politie via het – geweigerde – verzoek lucht had gekregen van onze aanwezigheid, kwamen er op een verder verlaten kade twee agenten aanrijden, om te controleren of we alle coronaformulieren wel juist hadden ingevuld. De fotograaf kreeg een boete van 300 euro voor het ontbreken van een formulier. We werden gefouilleerd, onze tassen en auto uitgebreid doorzocht. De boete heeft mijn collega nooit betaald, op aanraden van alle Grieken die we erover vertelden. Journalisten in andere delen van de wereld zijn helaas wel ergere intimidatie gewend, maar toch was ik, als Italiaanse mooi-weer-correspondent, opgelucht toen we een paar uur later in ons opstijgende vliegtuig zaten.

Niet alleen met Griekenland, maar ook met Italië is mijn relatie gecompliceerder geworden sinds ik er woon en werk. Naast de plaatjes van il bel paese, met zijn goudkleurige stadscentra en idyllische heuvellandschappen, staan op mijn netvlies nu ook taferelen gegrift waarvan ik nauwelijks kan geloven dat ze zich in de derde economie van de Europese Unie afspelen.

Ik denk aan een illegale vuilstortplaats, waar twee louche uitziende mannen meteen polshoogte kwamen nemen toen we er rond de schemering stopten voor een paar foto’s. Of aan de 4-jarige Jacopo, die kanker kreeg door de staalfabriek waar zijn door schuldgevoel geplaagde vader Donato nog altijd werkt. En aan Piero en Francesco, gebroken mannen van in de vijftig, die als slachtoffers van seksueel misbruik in de kerk al jaren vergeefs tegen een muur opboksen voor erkenning.

Italië heeft geen twee gezichten, maar wel tien. Het is immens groot en divers. Dat valt me iedere keer weer op als ik uit de hogesnelheidstrein stap in Turijn of Milaan, en me voor even bijna in een ander land waan dan in mijn eigen Rome. Vrij naar Máxima bestaat ‘de’ Italiaan in mijn ogen dan ook nog minder dan ‘de’ Nederlander.

Toch ontkom ik er niet aan om zo nu en dan te generaliseren. Het is een van de dilemma’s van de correspondent: je moet je schaarse ruimte op de buitenlandpagina’s bevechten, zonder te vervallen in clichés over je land. Dat is moeilijker dan het klinkt, omdat in die clichés niet zelden ook een kern van waarheid schuilt, en ze soms gretiger weerklank vinden bij redacties en lezers dan een onverwachts en genuanceerd verhaal.

Een banaal voorbeeld, dat iedere Italië-correspondent zal herkennen: het woord maffia laten vallen in een pitch of artikel, trekt gegarandeerd de aandacht van redacteuren en lezers. En ja, georganiseerde misdaad ís in Italië ook nog steeds een groot probleem, maar tegelijkertijd verklaart het op veel chronische probleemdossiers – neem afvalverwerking of afbrokkelende infrastructuur – hooguit een deel van wat er misgaat. Andere redenen, zoals rigide bureaucratie, falend beleid of verrotte bedrijfscultuur, klinken alleen een stuk minder spannend en exotisch.

Voor mijn werk reis ik behalve in Italië en Griekenland ook naar Balkan landen als Servië, Slovenië en Bosnië. Ik sprak de afgelopen twee jaar met mensen uit allerlei hoeken, van alle leeftijden en uit verschillende sociale lagen. Van neofascisten tot transgender jongeren, van bootvluchtelingen tot de geleerden die nieuwe Latijnse woorden verzinnen in het Vaticaan.

Ik bezocht de basisschool van Novak Djokovic, een vluchtelingensportclub op Lesbos, maar ook een leeglopend dorp op Sicilië. Daar zag ik een extraverte kapsalonhoudster uit Florida een koopcontract ondertekenen voor een van de bouwvallen, die de gemeente aanbiedt als zogeheten ‘1-euro-huizen’. In werkelijkheid betaalde Maria meer voor haar herenhuis (26.000 euro), dat ze nu tot haar gedroomde Italian villa laat verbouwen.

Tijdens het schrijven van dit stuk is de aankoop anderhalf jaar geleden. Via Whatsapp vraag ik om een update, en direct krijg ik foto’s van de zolder terug. Wat toen een donker hok vol vogelpoep en vleermuizen was, begint inmiddels langzaam de contouren van een chique, lichte slaapkamer met panoramisch balkon aan te nemen.

Je hebt hier geduld nodig, schrijft Maria, en dat is een les die in Italië niet alleen voor renovaties geldt. Ik prevel het bezwerend tegen mezelf als ik weer eens een half uur in de rij sta bij de gemeente, voor een handeling die je in Nederland vermoedelijk met drie muisklikken regelt.

Ik herhaalde het ook bij mezelf toen de regering-Draghi afgelopen zomer in slow-motion viel. Een week lang was het onzeker hoe het verder ging, terwijl mijn langverwachte vakantie steeds dichterbij kwam. Gelukkig wilden ook de Italiaanse politici duidelijkheid alvorens de Romeinse hitte voor het strand te verruilen. Dus kon ik, nadat Draghi afgetreden was en ik voor de laatste keer de verzendknop had ingedrukt van mijn duiding richting Amsterdam, toch nog op tijd op vakantie.

‘Geluk en lijden zijn maar ten dele universele ervaringen’, stelt schrijver Tim Parks in een van zijn boeken. ‘Italianen zijn op een andere manier blij en op een andere manier verdrietig, over andere drama’s.’ De Brit, die al veertig jaar in Italië woont en over het land schrijft, constateerde dat het makkelijk is om te zien dat mensen zich in een andere cultuur anders gedragen, maar veel moeilijker om ook het andere emotionele leven dat aan hun gedrag ten grondslag ligt te begrijpen. Aan die uitspraak denk ik regelmatig terug als ik weer eens licht verward in de koffiebar of de rij voor het postkantoor sta, of als ik moeite heb om me in iemands redenering te verplaatsen tijdens een interview. Het is mijn taak om verslag te doen van wat er in Italië gebeurt, maar ook, voor zover mogelijk, om uit te leggen waarom het zo gaat. Daarvoor moet je Italië en de Italianen goed begrijpen maar tegelijkertijd je Nederlandse ogen behouden. Je moet blijven zien wat de Nederlandse lezer aanspreekt, wat er voor hen interessant aan is, en wat er uitleg behoeft.

Als correspondent ben je op je standplaats per definitie buitenstaander. Het is een unieke positie, die je enerzijds wat zonderling maakt, maar ook prettig ongrijpbaar. Wanneer ik zeg dat ik voor de Volkskrant werk, begint niemand over dat de krant te links of te rechts is. Hooguit vragen mensen hoe je dat in godsnaam spelt en verbazen ze zich, turend naar mijn visitekaartje, over de ontzagwekkende hoeveelheid medeklinkers die zich in het midden van het woord ophoopt.

Over mijn ervaringen als correspondent kan ik nog veel meer vertellen. Het zijn verhalen voor een andere keer, misschien. Nu is het tijd om verder te schrijven. Niet over correspondent zijn maar over Italië, het land waarover al zoveel gezegd is, maar waarover we nooit uitgepraat raken. Het correspondentschap is geen sprookje, en toch heb ik de mooiste baan van de journalistiek. 

Rosa van Gool (1993) studeerde klassieke talen in Amsterdam en Leiden. Na haar studie werkte ze eerst op een middelbare school. Daarna belandde ze op de redactie van De Groene Amsterdammer, waar ze veel over onderwijs schreef. In november 2020 verhuisde Van Gool naar Rome als correspondent Italië, Griekenland en de Balkan voor de Volkskrant. Ook levert ze vanuit Italië bijdragen aan De Groene en radioprogramma’s, waaronder De Nieuws BV en OVT.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee