Frits van Exter in De Mores: Journalisten beppen te veel over andere journalisten
Frits van Exter denkt met je mee over journalistieke dilemma’s. Dit keer: Zijn media te negatief over andere media? Zijn journalisten zo kritisch op elkaar dat zij in de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor ondermijning van het vertrouwen in de media? Zouden zij in deze tijd niet beter de rijen gesloten houden?
De vragen dringen zich op na kennisname van de jaarrede van de voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren. Corine de Vries sprak op 31 mei over de ‘steeds grotere druk’ op de persvrijheid. Zij sloot af met een oproep: ‘Juist in deze tijd van toenemende polarisatie en groeiend wantrouwen is het van belang dat onze beroepsgroep zich als geheel verbonden voelt.’
Het spreekt voor haar vanzelf dat journalisten misstanden binnen de media blootleggen. ‘Maar media leggen wel erg graag andere media onder een vergrootglas, journalisten nemen elkaar de maat op sociale media, in columns en in praatprogramma’s, waarmee we voortdurend een enorme spiegel op onszelf zetten. Je kunt je afvragen of dat altijd nodig is. Zeker is dat we het vertrouwen in samenleving en in de media er geen dienst mee bewijzen.’
De Vries liet het aan haar toehoorders over om bij de borrel te bedenken waartoe zij concreet had opgeroepen – misschien was het al stoutmoedig genoeg om te opperen dat journalisten te veel beppen over andere journalisten.
Ik weet niet of zij gelijk heeft, maar het valt mij wel op hoeveel journalisten hun mening geven over van alles. Als zij daar zelf al niet toe geneigd zouden zijn, worden zij aangemoedigd door hun hoofdredacties naar voren te treden als twitteraar, columnist en gast aan een van de vele tv-tafels. Met opinies vergroten zij hun eigen marktwaarde en hun club hoopt mee te profiteren. Hun scores worden angstvallig bijgehouden.
Deze journalistieke influencers zijn populair omdat ze, in de taal van redacteuren van praatprogramma’s, ‘leveren’: altijd beschikbaar voor een kloeke bijdrage aan tafel, zodat de presentator van dienst achterover kan leunen.
Omdat in het tijdperk van medialogica de media altijd wel op de een of andere manier ter sprake komen, komt het vast vaker voor dat journalisten met journalisten praten over journalisten.
Ik weet het, ik overdrijf en doe geen recht aan alle collega’s, die op elk platform de beroepseer hooghouden en met zichtbaar ongemak naast een realityster plaatsnemen, voornemens om alleen te spreken over de zaak waar zij weet van hebben. Bovendien bep ik zelf ook over journalistiek.
Het is ook prima als media een spiegel wordt voorgehouden. En journalisten kunnen dat vast heel goed. Maar het is de vraag of je dat helemaal aan hen moet overlaten. Want dat valt ook op: de mening van niet-journalisten over media lijkt minder welkom. Mensen kijken ook wel uit om ze de maat te nemen, want je krijgt snel het verwijt te willen tornen aan de persvrijheid of weinig te hebben begrepen van het vak.
Volgens sommige collega’s kan eigenlijk alleen een journalist beoordelen wat andere journalisten doen. Zij vinden het bijvoorbeeld ook vreemd dat burgers deel uit maken van de Raad voor de Journalistiek. In de praktijk blijkt dat zij heel goed in staat zijn om, samen met journalisten, klachten te beoordelen. Zij stellen soms de verrassende, relevante vragen waar een journalist niet op zou komen. Zij maken soms andere afwegingen (net als rechters) maar zij vinden elkaar in betrokkenheid bij het publieke belang van de journalistiek.
Dus als het om vertrouwen in de media gaat, kan de oproep luiden: journalisten moeten minder elkaar de maat nemen en zich meer de maat laten nemen door degenen voor wie de journalistiek bedoeld is. Misschien houd je de rijen het beste gesloten door ze te openen naar anderen.
Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Hij heeft geen stem bij de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.


Praat mee
3 reacties
Menno van den Bos, 4 juni 2024, 11:22
Mooi verwoord, maar niet mee eens. ‘Journalistiek over journalistiek’ is juist een ondergeschoven kindje. In de geschreven media wordt er nogal eens op neergekeken als zou het een vorm van navelstaren zijn (‘daar zijn lezers niet mee bezig’). Op tv is Medialogica een marginaal programma met een krap tijdslotje op de zondag. Wat jij lijkt te beschrijven, Frits, is gekissebis en vliegen afvangen. Daar heeft inderdaad niemand baat bij (al was polemiek tussen journalisten vroeger een stuk levendiger). Maar journalistiek moet de macht controleren, en media vormen samen met politiek/bestuur de grootste macht. Niet voor niets wilde Caroline van der Plas niet de politiek in omdat ze nou zo nodig moties wilde indienen, maar zodat ze *media-aandacht* zou krijgen. Ik vermoed dat veel Nederlanders behoefte hebben aan kritische aandacht voor die dynamiek, juist omdat ze zelf kritisch zijn over de ‘media’ en het idee hebben dat journalisten zich daar -inderdaad- weinig aan gelegen lijken te laten liggen.
Van Exter, 4 juni 2024, 22:35
Ik bedoelde niet journalistiek over journalistiek, maar journalisten en hun meningen over andere journalisten. Medialogica is inderdaad het schaarse goede voorbeeld, waar uren van gebep elders tegenover staan.
Menno van den Bos, 11 juni 2024, 14:08
Aha, dat las ik inderdaad niet echt in het stuk. Ik sloeg aan op de oproep om elkaar ‘minder onder een vergrootglas te leggen’, wat n.m.m. dus juist wel wat meer mag. Ik erger me uiteraard ook aan gebep aan talkshowtafels, al zie ik niet vaak journalisten óver andere journalisten praten. (Maar goed, ik kijk weinig talkshows, om overwegingen van mentale gezondheid.)