Leaderboard Journalist van het Jaar PIP Den Haag

— donderdag 24 december 2020, 08:30 | 1 reactie, praat mee

Joris van Gennip: Foto’s die gezien móeten worden

Alleen op reis is hij echt op z’n plek, zegt hij. Onderweg trekt fotograaf Joris van Gennip zich het lot van armoedzaaiers en havelozen aan. Nu is hij thuis in Amsterdam. Met een lieve vrouw, een kinderwens, maar ook met een zuigende verveling (klik op de carrousel linksboven op de openingsfoto om door het portfolio te bladeren). Laatste wijziging: 5 september 2023, 13:49

‘En dan heb je nog maar het halve verhaal gehoord’. De woorden komen onverwacht, het afscheid is al aangekondigd, het bezoek staat met zijn jas aan. Joris van Gennip (34) wil nog iets kwijt en opent een kier naar zijn verleden. Dat hij als jongen rusteloos was en geen contact had met zijn vader. Op zijn 24ste besloot hij hem te leren kennen. Hij vond wat hij zocht in een boeddhistisch klooster in Frankrijk. Hij zag er een man, de conciërge. Het was zijn vader.

Van Gennip schetst het verhaal in een paar woorden. Anderhalf uur daarvóór zaten we voor het raam van zijn Amsterdamse etagewoning, met uitzicht op plezierbootjes in de Westlandgracht. Het tafeltje tussen ons in is een ingeklapte behandelstoel. De woonkamer is vrijwel leeg en dient tevens als fitness- en yogastudio. Er ligt een grote, rubberen evenwichtsbal, op de muur is een slogan onontkoombaar: Change with pilates. De studio is het domein van zijn vrouw Deniz, een Turkse danseres op wie hij zes jaar geleden tijdens een workshop in het Vondelpark op slag verliefd werd. De ontmoeting veranderde de loop van zijn leven.

Als jongen wist hij zich met het leven geen raad, het was richtingloos. Opgroeiend in Venlo was hij alleen over een paar dingen zeker: dat hij ‘iets voor mensen moest doen en wilde reizen’. Woede dreef hem. Het vuur werd opgestookt als hij hoorde over oorlogen, onrecht en schendingen van mensenrechten. Hij wilde bij de mariniers en commando worden. Maar hartproblemen lagen die carrière in de weg. Dan maar een studie psychologie, maar strandde, waarna hij zijn heil zocht in de muziek. Voor zijn opleiding in Leeuwarden moest hij verplicht op stage. Van Gennip kwam bij toeval in India terecht, waar hij muziekles zou geven aan kansarme kinderen. Hij nam een fotocamera mee en begon de misère vast te leggen. Fotografie drong de muziek langzaam naar de achtergrond, de journalistiek lonkte.

‘Ik wilde de mensen in India helpen en iets teruggeven van mezelf’, vertelt hij kalm. ‘Hier wil ik mijn leven aan wijden, dat wist ik toen. Het kwam door de armoede en ongelijkheid die ik daar zag.’ Fotografie raakte hem in het hart, het werd zijn megafoon naar de wereld. Hij kon er een ‘stem geven aan mensen zonder stem’, zoals hij het omschrijft. Maar de camera hielp hem ook zelf. ‘Van buiten lijk ik rustig, maar in mijn hoofd is het constant oorlog. Druk, onrustig. Het fotografisch vastleggen van iets vluchtigs geeft me innerlijke rust. Je hebt dat ene moment of je hebt het niet. Fotografie beperkt me en dat is goed voor me.’

Zijn hele leven wil hij al harder lopen, nog beter en sterker zijn. En hij moet van zichzelf overal naar toe. Met een vriend zwierf hij door Europa en Israël. Als fotojournalist maakte hij reportages in Venezuela, Ethiopië, Sint-Maarten, Griekenland, Turkije en China. Nergens was zijn thuis en nog steeds is er die onrust. Hij streek tijdelijk neer in Istanboel en Parijs, soms voor een jaar, steden waar vandaan hij ook weer vertrok.

Nu heeft zijn vrouw Deniz eindelijk een Nederlandse verblijfsvergunning en is Amsterdam de thuisbasis, al weet je het nooit. ‘In Nederland voel ik me ontwricht en een beetje verloren, heel raar’, zegt hij. ‘Alleen op reis voel ik me thuis.’ Vanwege zijn grote liefde reisde hij jaren op en neer naar Turkije, waar hij een sterke band mee kreeg. In Istanboel was zoveel te doen, hij had er kunnen blijven. Het is een permanent strijdtoneel van verleden en heden, waar hij zich onderdeel van is gaan voelen. Maar voor het stichten van een gezin is Nederland volgens hem de meest stabiele plek.

Geen stad of land dat hem tot nu toe vasthield, maar altijd was er wel één doel. Sinds hij optrok met Syrische vluchtelingen en zich hun lot eigen maakte, reisde hij sinds 2015 al meerdere keren naar eilanden in de Egeïsche Zee. Lesbos en het kamp Moria kent hij als zijn broekzak. Als het nieuws over branden in de kampen of hachelijke boottochten oplaait, maakt Van Gennip zich weer gereed. Hij kan niet anders.

Zo was er ook die dag in Istanboel, toen hij hoorde van mensensmokkelaars die zich ophielden in de wijk Aksaray. Veel Syriërs hadden zich er op een plein verzameld om vervoerd te worden. Toen hij er met een Griekse journalist aankwam, zag hij overal winkeltjes waar reddingsvesten werden verkocht. Hij sprak er een Syrische man, die voor de oorlog had moeten vluchten. Vijf kinderen had hij, vertelde de man, van wie hij er drie moest achterlaten. De 1200 dollar per persoon voor de oversteek was te veel. ‘De man brak in tranen uit, ik zie hem nog zo voor me’, vertelt Van Gennip. Zijn stem valt even stil. Dan vervolgt hij: ‘Hartverscheurend, het breekt me nog. Die grote man, met een half gezin dat hij moest achterlaten. Ik moest hem achterna, ik wist het, de tragedie volgen. Het moest gezien worden.’

Hij zegt zich nu van het nieuws uit die regio afzijdig te houden. ‘Ik raak uit balans als ik er te veel over lees.’ Ja, hij zou van zichzelf weer moeten gaan. Maar media zitten niet meer op die verhalen te wachten. Financiële en praktische bezwaren houden hem voorlopig thuis.

Op Lesbos maakte hij zijn beste foto’s, vindt hij. Ze waren rauw, soms onscherp maar altijd in your face. Ondoordacht en impulsief, met veel gevoel gemaakt. Niet de bravere foto’s die hij tegenwoordig in Nederland ziet, ook van hemzelf. Van Gennip zegt het geleerd te hebben van Turkse fotografen, die in heftige omstandigheden – ook politiek gezien – moesten zien te overleven. ‘Shoot with the heart, edit with the mind’, is zijn credo. Niet nadenken, indrukken die knop!

Soms is er ook geen tijd, zoals die keer op Lesbos. Het was half twee in de nacht, het waaide hard, de golven waren hoog. Het regende en de bliksem verlichtte het onheilspellend donkere water. De fotograaf stond klaar, met hulpverleners, maar niemand rekende die nacht op een boot. Smokkelaars konden toch niet zó inhumaan zijn? Toen zagen ze in de pikzwarte nacht een stipje. ‘Boat, boat!’, klonk het van alle kanten. Ongeveer vijftig mensen stapten over op rubberbootjes. Dodelijk vermoeide vrouwen en kinderen huilden, mannen zongen van blijdschap. Van Gennip stapte de zee in en zag ze allemaal veilig aan land komen. Tot hij om zich heen keek en een tergend gehuil hoorde.

Op het strand zat een meisje. Niemand had oog voor haar, niemand die haar kende. Het geschreeuw deed hem pijn. Waar is je moeder, heb je een vader? De fotograaf pakte haar op en terwijl hij haar wegdroeg bleef hij fotograferen. ‘Ik was hulpverlener en fotograaf tegelijk’, zegt hij. De beelden komen keihard terug. “Alles komt goed”, was alles wat hij tegen haar kon zeggen en zo droeg hij het meisje over. Toen hij terugliep zag hij nog een meisje. Het lag plat op het water, de ogen waren dicht. Medische hulpverleners probeerden haar leven nog te redden.

Van Gennip weet niet of ze het heeft gehaald. Hij ging terug naar het hotel, checkte daar de beelden en stuurde ze door naar Nederland. ‘Het gekke is’, zegt hij, ‘dat ik normaal functioneerde. Dan gaat een knopje om. Heb ik het moment, haal ik de deadline? Pas later zat ik in de bar van het hotel, dronk een biertje en voelde ik dat er een traan ging.’ Na zulke bewogen reizen praat hij er thuis in Amsterdam niet veel over. Een enkele keer kan hij uit zijn slof schieten, wat hem spijt, maar dan is er ‘nog ergens een restje emoties achtergebleven’. Na zo’n reis is hij gewoon iets stiller dan anders, in zichzelf gekeerd. Via zijn koptelefoon troost hij zich het liefst met jazzmuziek. Vaak zit hij voor het raam, zoals nu, en staart hij alleen maar naar de bewegingloze bootjes.

Sinds begin dit jaar is hij niet meer teruggekeerd. Hij brengt veel tijd door in het ‘kantoortje’ achter het witte kamerscherm, dat zijn wereld van de yoga-studio scheidt. In de krappe ruimte bewerkt hij zijn foto’s en legt hij contacten. Hij bezit auto noch rijbewijs (‘ben nogal een dromer en bang dat ik brokken maak, of erger’), maar altijd wil hij er op uit. Dan belt hij de Koninklijke Landmacht. Of hij een oefening van de artillerie mag fotograferen. Pedojagers, ook een mooi verhaal. Hij belt net zo lang tot hij mee mag rijden en een clash met een vermeende pedofiel mee kan maken.

Het is niet genoeg, Van Gennip verveelt zich. ‘Ik moet reizen. Waarom, ja waarom? Ik ben altijd op zoek naar mezelf, dat is het. Ik zei het al tegen mijn moeder in Venlo: ik voel me hier niet thuis. Dat gevoel is nooit weggegaan. Altijd is er die drang om ergens anders te moeten zijn.’

We staan vanachter de yoga-stoel op, alles is gezegd, zo lijkt het. Mijn verzoek om nog even achter het kamerscherm te kijken, willigt hij in. Tegen de muur, hoog op een plankje, staat een Boeddhabeeld. Het leidt tot de laatste vraag. ‘Ja, ik ben een halve boeddhist’, zegt hij. Als de jas al is aangetrokken, volgt bij de trap de ontboezeming.

Bio

Joris van Gennip (1987, Venlo)
Opdrachtgevers en publicaties: De Volkskrant, Greenpeace, Amnesty International, MSF, Der Spiegel, The Guardian, The New Yorker en Le Monde.
Prijzen: Nominatie Zilveren Camera 2017 voor de serie ‘Boat boat’, de landing van vluchtelingen op Lesbos, drie nominaties Zilveren Camera 2018 voor foto’s uit Venezuela, de A7- blokkade van pro-pieten en de orkaan Irma op Sint Maarten en drie nominaties Zilveren Camera 2019 voor foto’s bosbranden in Griekenland, verkiezingen Turkije en gele hesjes in Parijs.

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

1 reactie

Jan Everhard, 24 december 2020, 12:33

Wat een vreemde kop bij dit artikel! Elke fotograaf maakt foto’s die gezien moeten worden!

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, coördinator magazine

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Nick Kivits, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Emiel Smit

Teddy van der Laan

Webbeheer

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

vacatures@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.