website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

‘Er is maar één manier: Omarm de lezer’

Dolf Rogmans — Geplaatst op donderdag 29 september 2016, 11:00

© TRIK

Interview Het Financieele Dagblad (FD) werkt vanaf komende week digital only. Verslaggevers publiceren op de site en op basis daarvan wordt de krant gemaakt. Dat alles met als doel om over een jaar over drie niet meer afhankelijk te zijn van print door de week en de daaraan verbonden adverteerders. Lezers zijn veel trouwer, weet hoofdredacteur Jan Bonjer. Een interview over plannen, maar vooral over resultaten.

Het heeft een tijdje geduurd voordat Jan Bonjer (59) wilde praten over wat hij als hoofdredacteur in gang heeft gezet bij Het Financieële Dagblad. Om precies te zijn een jaar of vier. Sinds zijn aanstelling in 2012 vroegen we geregeld of we langs mochten komen. Hij wilde wel praten, maar niet alleen over plannen, ook over resultaten. Dus nog even wachten. Inmiddels zijn er resultaten en blijven er volop plannen. Over een week zet het FD een volgende stap in het proces het FD toekomstbestendig te maken, de invoering van wat Bonjer noemt ‘digital only’. De meesten van de honderd redacteuren hebben dan in directe zin niets meer met print te maken.

Digital only, betekent dat geen gedrukte krant meer?
‘Nee, dat is zeker niet het geval. We blijven de krant maken en in het weekeinde FD Weekend. Tot nu toe was het wel zo dat we in de ochtendvergadering grofweg de krant planden. Dat doen we straks niet meer. Dan bespreken we onze online publicatiestrategie. De verslaggevers schrijven eigenlijk allemaal al “digital first”. Voor hen is de verandering het kleinst. Maar nu gaan dus ook alle vormgevers, de infographicmakers en de chefs naar die digital only aanpak.
Als je kijkt naar toen ik hier kwam in januari 2012, toen stond de krant nog centraal in de planning en productie. Als schrijvend redacteur had je af en toe een donatie voor het web. Er zat altijd wel een aardige collega op de webredactie en dan dacht je “laat ik nou niet lullig doen en hier heb je nog een stukje voor het web”. Even gechargeerd, maar wel de situatie.
En nu is fd.nl echt onze hoofduitgave. Er is geen internetredactie meer. Dat is al zo vanaf FD 4.0 in september 2014. We zijn nu toe aan 5.0. In het begin werd ik daar een beetje over uitgelachen op de redactie. Ik kreeg steeds de vraag komt er na 2.0 ook een 3.0 . Ja jongens en er komt ook een 6.0. We werken er gewoon in stappen doorheen waarmee we het ons ook makkelijker eigen kunnen maken. Daarbij volgen we de lezer. Die gaat door-de-week meer digitaal lezen en stelt ook hogere eisen aan het digitale product.’

Hoe neem je journalisten daarin mee?
‘Onze redacteuren gaan op verschillende tempo’s door de transformatie heen. En dat is ook prima. Iemand als energieredacteur Bert van Dijk interviewt op de teerzanden in Canada Shell-baas Ben van Beurden met een iPhone. En die filmpjes staan dezelfde dag online. Andere collega’s bloggen of maken een nieuwsbrief. Daarvoor moeten de verslaggevers zich wel primair kunnen richten op de online journalistieke productie en hoeven ze zich niet druk te maken over print. En andere collega’s doen dat nog even niet en werken nog traditioneler. Alleen er is niemand meer die twijfelt over de weg die we zijn ingeslagen.’

Wat doe je met de krant?
‘Digital only zou kunnen suggereren dat we print minder belangrijk vinden, maar we blijven investeren in print, door de week en in FD Weekend.We gaan toe naar een situatie waarin we op de redactie drie groepen redacteuren hebben die zich bezighouden met de verschillende journalistieke kanalen; digitaal, de doordeweekse krant en de weekendkrant. De redacteuren werken digital only. Het krantenteam stelt aan de hand van wat er online beschikbaar is de krant van de volgende dag samen. Dat is echt een destillaat. Ze maken een selectie van de beste verhalen van het FD. Wat niet per se de best gelezen verhalen van het web hoeven te zijn. Maar het zijn ook de verhalen die we zo typisch FD vinden dat we ze nog een keer in print prominent neerzetten. Het wordt iets meer in de richting van paper of record. Met name omdat de printlezer hecht aan overzicht.
Wat je ziet als mensen meer online gaan lezen, is dat ze bevreesd zijn voor het verliezen van het overzicht. Er is dus een groep lezers - en hoe groot die groep over een aantal jaar is weet ik niet - die per se de gedrukte krant wil. Om twee redenen. Vanwege het superieure overzicht dat print biedt en vanwege het feit dat een krant ook een keertje uit is. Het is een afgeronde leeservaring, een samenvatting van de dag. Online is toch uitbundig en oneindig. En we zien dat de ochtendkrant vaker ook nog ’s avonds wordt gelezen. Het is toch laid back en online is wel heel erg de werkstand. Het is een mix van hoe lezers onze producten gebruiken en dat zal het blijven. Onze taak is ze daarin te volgen.’

Ga je het anders aanpakken op het web dan in print?
‘Digitaal heeft een eigen aanpak en voor een deel moeten we dat nog ontdekken. Op onze redactie is een aantal redacteuren bijvoorbeeld begonnen met bloggen. Marcel de Boer is een van de eersten en heeft een vaste groep volgers nu. Hij weet vrij precies met welke onderwerpen en welke aanpak hij zijn lezers kan boeien. Bert van Dijk is een eigen nieuwsbrief begonnen, De Boortoren. Je ziet dus experimenten ontstaan op de  redactie.
Het is vooral de lezer die steeds meer verwacht. We moeten meer en sneller dingen doen met dezelfde kwaliteit. Niet alleen het nieuws, ook de duiding moet snel en vooral goed online staan. Daar zit spanning op. De vraag is altijd: als ik mijn analyse af heb en online zet, hoeveel beter wordt die als ik er een uur langer aan door werk? Dat zijn de checks and balances die ons altijd zullen bezighouden.
Wat de hamer is voor de timmerman, is tijd voor de journalist. Meer dan ooit. Als FD-redacteur moet je tegenwoordig én meer weten, over de oude én de nieuwe economie én er wordt van je verwacht dat je online veel vaker en gevarieerder publiceert over onderwerpen die relevant zijn voor jouw lezers en volgers.
Snel en diep dus. Het kan niet en toch moet het. Door een en dezelfde redacteur. Dat maakt deze operatie ook heel journalistiek. We zoeken een nieuw evenwicht. Wij hechten zeer aan de feiten en willen snel zijn. Als De Financiële Telegraaf een primeur heeft, dan zou je zeggen die moeten wij snel aan onze lezers doorgeven. Met keurige bronvermelding. Hebben we ook een paar keer gedaan. Maar onze lezers verwachten wat anders, namelijk dat we het helemaal hebben uitgezocht.
We mogen het eigenlijk pas brengen als wij het helemaal hebben gecheckt. Dus als wij een paar uur na een primeur nog geen bericht hebben, dan zijn wij aan het werk. Want wij brengen het pas als we het helemaal gecheckt  hebben. Ten opzichte van andere media moeten we het beter doen, vindt de lezer. Tegelijk zit die lezer wel te duwen dat het snel moet. Daarover zijn we voortdurend in dialoog met de lezer en met elkaar.’

Hoe gedraagt de lezer zich?
‘Die leest steeds meer digitaal. We werken er hard aan om de printoplage door de week stabiel te houden en met succes. Wat we zien is dat we digitaal abonnees binnenhalen en die ook aan de krant weten te binden. Digitalisering doet het printbereik in het weekeinde groeien. Op zaterdag drukken we volgens de NOM-cijfers 70.000 kranten, maar feitelijk gaan we door de 80.000 printoplage heen. Door-de-week hebben we een betaalde print oplage van 46.781 en een verspreide print oplage van 49.239.’

Kan FD zonder print bestaan?
‘Nee dat punt hebben we nog niet bereikt. Het doel is het FD toekomstbestendig te maken door er een multimediaal merk van te maken en onafhankelijk te worden van print door de week. Daar werken we in allerlei stappen naar toe. Waarom willen we dat, onafhankelijk worden van print door de week? Omdat de advertentiemarkt instabiel is. Dus wat zie je in dagbladgeschiedenis? Reorganisaties als de advertentiemarkt laag is. Daar willen we niet langer van afhankelijk zijn. En dat betekent dat wij naar 100.000 betalende lezers willen doorgroeien. Dat is de rekensom. We komen van 50.000, zijn nu bij 75.000 en we moeten naar 100.000. Dat betekent niet dat we ophouden met print. Dat is een veelgehoord misverstand. We blijven de krant brengen zolang als de mensen hem willen hebben. Wij werken heel strategisch toe naar een lezersverdienmodel. Een redactie die afhankelijk is van lezersinkomsten, dat vind ik een hele gezonde situatie.’

Waar sta je in dat proces?

‘We zijn halverwege. We zijn er absoluut niet. Ik ervaar het als spannend. In de dagbladwereld als geheel zijn we begonnen met digitale spielerei en ik zie nog steeds wel wat digitale windowdressing. Maar ik ervaar het als een wezenlijke verandering van onze manier van werken en leven. Wij zijn er serieus mee bezig en omarmen het echt. Al vier jaar. Echt heel serieus. Maar het is geen kat in het bakkie. We doen het heel geleidelijk en gericht en we kunnen het ook financieren. Dus we gaan goed en de goede kant op, maar we zijn nog niet in veilige haven. Daar hebben we nog drie jaar voor nodig, denk ik. En het is hard werken voor iedereen. Ik zie nog zoveel digitale groeikansen voor het FD. Die heeft ieder dagblad trouwens. Je moet ze wel volledig omarmen. Je moet er zelf mee bezig zijn. Niet een labje en een paar mensen die best goed aan de slag zijn. Dan werkt het niet. Dat vind ik digitale windowdressing. Er is maar één manier. Omarmen. En omarm die lezer.

Is het FD-model te kopiëren naar een andere krant?
‘Ik vind dat we het goed doen en ben daar ook trots op maar wil tegelijk onze bijzondere positie markeren ten opzichte van andere media. Onze lieve lezers kopen met gemak de nieuwste iPhone en een dure tablet. Dat maakt het iets eenvoudiger voor ons. En tegelijk moet je nooit iets zomaar kopiëren. We moeten elkaar als media juist inspireren. Kijken hoe het past bij je eigen organisatie en hoe het feitelijke gedrag van je lezers is. En eigenlijk is er niets veranderd in digitaal, ten opzichte van print. Het is meer de mate waarin we de lezers centraal stellen en niet onze eigen wensen of ons productieproces.’

Waar zie je die digitale groeikansen?
‘Het mooie is, toen ik hier kwam vond ik ons vrij bescheiden. Ik vond het FD het best bewaarde geheim van Nederland. Dat komt omdat wij in een niche zitten. Door de digitalisering opent die niche zich voor nieuwe groepen. Dat is eigenlijk de grootste beweging. Wij worden dus gevonden door mensen buiten de niche. Wij zoeken die nieuwe groepen op. Die stellen ook weer wat andere eisen. Vinden artikelen interessant maar in een bepaalde  digitale vorm. We gaan in 2017 met een aantal nieuwe digitale uitgaven komen. Ook onder andere namen.
En binnen ons lezersbestand heb je heel vaak mensen die meer weten dan de redacteur. Dus op enig moment zal onze gespecialiseerde redacteur een soort practice leader worden van een deel van de FD community die ook bijdraagt op het platform. De tijden van civic journalism gaan weer een beetje herleven. Dus die schrijvende redacteur wordt digitaal veel bereikbaarder.
Ook zijn we heel actief met de ‘niche binnen de niche’. Wij schrijven bijvoorbeeld in het FD meer en dieper over pensioenen dan andere dagbladen, maar voor iemand die in de pensioenwereld zit is het niet diep genoeg. Daarom zijn we samen met een partner Pensioen Pro begonnen. Op die manier bouwen we aan meer satellietjes. Soms kopen we daarvoor bestaande uitgaven zoals ESB en Energeia (over respectievelijk macro-economie en energie) en soms beginnen we zelf een site. De super specialisten kun je vinden op deze redacties. En ze spelen haasje over met de redacteuren van het FD. Ze versterken elkaar. Sinds een jaar begint dat ook financieel te werken. De satellieten dragen bij aan de FD-bv.’

Hoe digitaal ben je zelf?
‘Ik zit er een beetje tussenin denk ik. Ik lees 90 procent van wat ik lees digitaal en 90 procent daarvan op mijn smartphone. Ik heb mijn iPhone 6 sinds november. Daarvoor had ik altijd mijn iPad bij me. Die laat ik nu thuis liggen. Overdag doe ik alles met de smartphone. Ik kijk goed naar onze eigen krant als vakman, maar ik volg andere media nog uitsluitend digitaal. Het magazine FD Persoonlijk wil ik wel in mijn handen hebben. En ik kan praten met de technici. Ik kan geen website bouwen, maar ik kan ze wel uitleggen wat ik wil.’

Even over je Twitter-bio. Daar staat: ‘Omdat complexe veranderingen complete inzet vergen, omdat co-creatie common sense wordt, omdat community meer dan ooit samen werken betekent, wissel daarom uit.’ Wat bedoel je daarmee?
‘De kern is samenwerking. De wereld verandert op dat punt. Er is een trend gaande om je meer open te stellen. Ook als ondernemer. Het draait niet meer om alles voor jezelf houden. Ik ben er helemaal van overtuigd dat je op de inhoud, je organisatiewijze je ongelofelijk moet open stellen. Omdat in de zakenwereld en de media alles wat ooit waar was, niet meer waar is. Of niet per se meer waar is. Daarom zijn concurrenten hier ook welkom om te komen kijken en te sparren. Ik ga ze natuurlijk niet precies vertellen welke nieuwe uitgaven we gaan brengen. Dat zou een beetje naïef zijn. Wees welkom, maar dus wel met mate.’

Moet dat ook doorklinken in het FD, die veranderende wereld?
‘De financiële wereld heeft er een behoorlijke rotzooi van gemaakt en ze zijn voor een deel nog bezig die rotzooi op te ruimen. Dat duurt lang, te lang. Maar we moeten wel door met waar we staan over vijf tot tien jaar. Daarom zijn we begonnen met de FD Circle om over themas als kunstmatige intelligentie te praten. Wij moeten ervoor zorgen dat beslissers beter geïnformeerd raken. Dat is, als je het even plat slaat, de missie van het FD. En dat was zo in het zakendomein maar we worden tegenwoordig ook gelezen in het publieke domein, in de wereld van onderzoek en start-ups. Daar willen we die rol ook vervullen’.

Werken jullie ook samen met andere redacties?
‘We hebben met Trouw de Panama-papers gedaan en dat doen we nog. We hebben veel geleerd van die samenwerking. Ook kwam er met de Bahama-leaks al vrij snel een vervolg op hetzelfde thema, maar met ander bronnenmateriaal. We doen dat samen met de Süddeutsche Zeitung en voeren eigen onderzoek uit op de Bahama’s.
Waar ik trots op ben, is dat onze journalisten nu wereldwijd degenen zijn die het snelst bepaalde onderwerpen in de bestanden te pakken hebben. Ze kunnen heel goed door heel veel data spitten. We zitten ook samen met De Groene Amsterdammer en Trouw in Investico, het nieuwe journalistieke onderzoeksplatform. Met steun van het particuliere fonds Adessium kunnen we het platform verder uitbouwen. Ook dat is nieuw. Ik had mezelf een aantal jaar geleden niet als fondswerver gezien. Maar we hebben wel externe financiers nodig om gas te kunnen geven. Dit soort dingen kun je overigens niet doen met directe concurrenten. Je moet elkaar in zo’n samenwerking alles kunnen laten zien.’

Kan het FD alle plannen realiseren als zelfstandig bedrijf?
‘Ja, juist. Want ik heb daar wel erg over nagedacht. Ik denk dat onze schaal nu wel een voordeel is. Omdat de lijnen kort zijn is onze wendbaarheid groot. Grote concerns hebben grote budgetten maar daar kunnen ook grotere fouten worden gemaakt. Waar je ook heel veel last van kunt hebben. En we hebben een hele stabiele aandeelhoudersstructuur. Dat is ook zeer prettig.’

Want Christian Van Thillo wil het FD wel kopen.
‘Wij zijn goed in staat onze eigen broek op te houden. Van Thillo doet het fantastisch met de Persgroep. En wij doen het fantastisch zelfstandig’.

Jan Bonjer (59) richtte in 1977 mede de Stichting Wakker Dier op, in het jaar dat hij begon als freelance regio­verslaggever van het Leidsch Dagblad. Hij was daarna onder meer verslaggever bij de Winschoter Courant, ­Nieuwe Revu, freelance wetenschapsjournalist, redacteur NRC Handelsblad, directeur Vogel­bescherming, hoofd communicatie Natuurmonumenten, hoofdredacteur Drentse Courant/Groninger Dagblad, hoofdredacteur AD, partner Bransoncompany en hoofdredacteur van het Financieele Dagblad. Bonjer woont met zijn partner door de week in Amsterdam en in het weekend in Zeeland.

2 reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

  1. 1. Miro Lucassen, 29 september 2016, 12:56

    Dan nu graag ook de optie om die online artikelen per stuk af te rekenen. FD ontbreekt vooralsnog in Blendle en de eigen betaalmuur laat alleen abonnementhouders door.

  2. 2. Flip Schultz, 29 september 2016, 16:52

    Inderdaad, Miro, als Bonjer zegt “Het draait niet meer om alles voor jezelf houden. Ik ben er helemaal van overtuigd dat je op de inhoud, je organisatiewijze je ongelofelijk moet open stellen. “, dan wordt het tijd om de daad bij het woord te voegen: FD nu ook in Blendle!

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.