— donderdag 9 juli 2020 09:00 | 0 reacties , praat mee

Elif Isitman gaat naar De Telegraaf: ‘de beste krant van Nederland’

Elif Isitman gaat naar De Telegraaf: ‘de beste krant van Nederland’
Elif Isitman op het Binnenhof in Den Haag. Ze gaat eind augustus aan de slag als parlementair verslaggever voor De Telegraaf - © Bart Maat

Politiek verslaggever Elif Isitman zit niet stil. Van Elsevier Weekblad ging ze naar Het Financieele Dagblad en meteen daarna door naar WNL. Nu is het alweer tijd voor de volgende stap. ‘Gevreesd worden; dat is iets wat bij mij past.’ Laatste wijziging: 10 juli 2020, 09:06

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Nick Kivits. Ook lid worden?

Het stroperige en hiërarchische van de ambtenarij, dat trok Elif Isitman (32) niet. En dus verruilde de criminologe haar onderzoekswerk en consultancy-klussen bij het Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Openbaar Ministerie voor de journalistiek. Na vier jaar op de webredactie bij Elsevier Weekblad en een jaar bij Het Financieele Dagblad landde ze in de zomer van 2019 bij de politieke redactie van omroep WNL. Maar nog voordat dit interview goed en wel onderweg is, kondigt ze haar vertrek daar aan. ‘Eind augustus stap ik over naar de parlementaire redactie van De Telegraaf. Nog steeds politieke journalistiek dus, maar dan fulltime in Den Haag. Dicht bij het vuur.’

Da’s rap! Een jaartje FD, een jaartje WNL…
‘Het is qua timing een beetje ongelukkig. Ik zag mezelf echt nog wel een paar jaar bij WNL zitten. Het is een jong bedrijf met een redactie waar echt superveel energie in zit. Tijdens de coronacrisis kregen we er bijvoorbeeld heel veel zendtijd bij, die we met dezelfde redactie moesten vullen. We hebben echt lopen knallen. Daar houd ik van. Maar toen ik werd gevraagd door De Telegraaf moest ik die kans wel grijpen. Mijn hart ligt bij de politiek. En meer hardcore politiek dan parlementaire verslaggeving wordt het niet. De Telegraaf is ook nog eens een krant waar ik heel graag zou werken.’

Wat trekt je zo aan De Telegraaf?
‘Het is de beste krant van Nederland. Vooral als je het hebt over scoops en nieuwsgaring. Ik vind het stigma dat aan De Telegraaf kleeft heel onterecht. De krant heeft een duidelijke signatuur en de koppen zijn soms schreeuwerig. Maar als je puur kijkt naar wie de meeste primeurs heeft, dan is dat De Telegraaf. Vooral op het politieke vlak. Dat vind ik spannend, want er wordt wel echt wat van je verwacht als je daar gaat werken. De parlementaire redactie wordt geloof ik ook nog best wel gevreesd in Den Haag. Gevreesd worden; dat is iets wat bij mij past.’

Over gevreesd worden gesproken: in je eerste artikel voor een landelijk medium onthulde je samen met Theresia Schouten dat de veroordeelde pedofiel Benno L. in Leiden was komen wonen. Dat leidde zelfs tot protesten bij het huis van de voormalig zwemleraar.
‘We horen nog vaak dat mensen denken dat wij zijn adres hebben gepubliceerd in dat artikel in NRC. Maar we schreven alleen dat hij in Leiden was geplaatst, in een seniorenflat. Dan heb je vijftig tot zestig plekken waar het zou kunnen zijn. Uiteindelijk heeft iemand op internet het adres weten te achterhalen en op Facebook gezet. Die informatie heeft GeenStijl gepubliceerd. Toch kregen wij het gezeik. Mensen vroegen aan ons of we vonden dat die protesten onze schuld waren. Eh nee. Wij hebben alleen iets ontrafeld. Hoe is zo’n protest in godsnaam mijn schuld?’

Het gevoel heerste dat NRC de jacht op Benno L. had geopend. Schrok je van de heftigheid waarmee er vanuit de journalistiek op het verhaal werd gereageerd?
‘Ik ging er eigenlijk wel lekker op. Dit is wat je doet als journalist: je brengt nieuwsfeiten. Ons verhaal was tot stand gekomen met medewerking van alle partijen: van de advocaat van L. tot reclassering en de burgemeester van Leiden. Maar met name NRC en de Volkskrant – waar we het verhaal eerder hadden aangeboden – belandden in een soort morele machtsstrijd. De Volkskrant vond dat de woonplaats niet gepubliceerd had mogen worden en NRC krabbelde na publicatie terug en noemde het publiceren van de woonplaats van L. een blunder, waar wij de schuld van kregen. Ik dacht vooral: wat ís dit voor sector? Je betaalt iemand 130 euro voor een stuk waar een week werk in zit en dan durf je iemand ook nog voor de bus te gooien?’

Lekkere binnenkomer, wel. En toch bleef je hangen in de journalistiek. Waarom?
‘Bij journalistiek word je beoordeeld op wie je bent en wat je maakt. Waar ik daarvoor werkte, bij de overheid, daar heb je dat niet. Dat is een hele doodse omgeving. Er zitten genoeg ambtenaren die hun werk met passie doen, maar over het algemeen heerst er een hele lethargische cultuur. Ik heb een prikkelender omgeving nodig.’

Wat de webredactie van Elsevier Weekblad wel prikkelend genoeg?
‘Als het dat niet was, was ik niet vier jaar gebleven. Maar na die vier jaar wilde ik er wel een stap omhoog maken. Ze vonden me een hele goede webredacteur, en dat was ik ook. Ik schrijf snel en begrijp goed wat het Elsevier-publiek wil. Maar ik wilde eigenlijk op pad. Echt met mensen praten, in plaats van ze in het beste geval alleen even bellen. Stukjes tikken voor de website ging op een gegeven moment op de automatische piloot. Toen ik hoorde dat het FD zocht naar verslaggevers, ben ik gaan solliciteren.’

Tekst loopt verder onder de afbeelding. Credit: Bart Maat

En toen werd je verslaggever zakelijke dienstverlening…
‘Een superspannend en sexy onderwerp! Nee, dat was een beetje een mismatch. Met de sectoren die onder die portefeuille vallen – accountancy, advocatuur en consultancy – kun je journalistiek gezien veel. Maar bij het FD moet overal een financiële kant aan zitten. Daar had ik uiteindelijk niet genoeg mee. Maar het was op zijn minst verslaggeving en dat wilde ik graag. Ik wilde het ook gewoon proberen omdat ik vond dat het goed voor me was om te leren schrijven over onderwerpen waar ik niet meteen opgewonden van raak. En ik heb aan dat jaar bij het FD mijn wekelijkse column overgehouden. Al moet ik met die column nu ook gaan stoppen, nu ik naar De Telegraaf ga.’

In je column ben je regelmatig kritisch op de journalistiek. Zoals half mei, toen bekend werd dat de NOS een ‘Divibokaal’ uitreikte aan de productie met de meeste diversiteit.
‘Sommige dingen zijn verwerpelijk. Dat vond ik van de Divibokaal en de diversiteitsdatabase van de NOS echt. In mijn column schreef ik dat het racism of low expectations ervan afdroop. De NOS gebruikt dan als argument dat de omroep alleen maar zijn best doet en het goed bedoelt. Maar mensen uitzoeken op hun nationaliteit is betuttelracisme. Door dat soort dingen op te schrijven in mijn column gooi ik geloof ik regelmatig mijn eigen glazen in, haha.’

Vind je het erg dat je door je columns wellicht bruggen verbrandt voor de toekomst?
‘Nee. Ik vind het heel raar als mensen hun mening voor zich houden of afdruipen omdat ze in de toekomst misschien ergens nog willen werken. De journalistiek zou bij uitstek de plek moeten zijn waar je kritiek moet kunnen leveren. Niet alleen in het openbaar, maar vooral ook intern. Helaas heerst er op veel redacties een angstcultuur. Dat moet echt weg. Die cultuur is echt killing voor goede journalistiek.’

Waarom is dat killing? Veel mensen vinden een beetje diplomatie wel prettig.
‘Mensen gedragen zich voor mijn gevoel vaak heel diplomatiek terwijl dat niet eens van ze wordt gevraagd. Dat is lekker veilig, maar hoe minder mensen hun bek open doen, hoe meer je zal worden verguisd als je het wel doet. Je loopt daardoor het risico dat kritische collega’s op een gegeven moment vertrekken en je alleen ja-knikkers over houdt. Een gebrek aan discussie op een redactie is echt funest voor de journalistiek in het algemeen. Je bek opentrekken vind ik een van de belangrijkste eigenschappen die je moet hebben.’

Elif Isitman (1987) werkt als politiek redacteur bij omroep WNL. Vanaf eind augustus werkt ze op de parlementaire redactie van De Telegraaf. Van 2014 tot 2018 was ze webredacteur bij Elsevier Weekblad, waarna ze verslaggever zakelijke dienstverlening werd bij Het Financieele Dagblad. Het afgelopen jaar schreef ze een wekelijkse column in de vrijdageditie van diezelfde krant.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee