foj 2019

— dinsdag 18 augustus 2015, 14:48 | 1 reactie, praat mee

Een graat in mijn keel

© Maaike Putman

Een primeur in handen hebben maar hem tussen je vingers voelen wegglippen. Niet omdat het verhaal te mager is, maar omdat het te groot is voor een freelancer en de media dol zijn op de hoofdpersoon van je scoop. Het overkwam freelance journalist Han van de wiel. Zijn verhaal.

Jaren geleden kreeg ik een dik dossier in handen over de organisatie Ibiss en zijn directeur Nanko van Buuren. In de favela’s van Rio de Janeiro haalde deze Nederlandse welzijnswerker jongeren uit de drugswereld en hielp ze met het opbouwen van een veilig bestaan.

Maar Van Buuren beschikte volgens de informatie uit dat dossier over een grote duim. Hij verrichte medische en psychiatrische onderzoeken zonder over een artsenbul te beschikken. Hij haalde miljoenen euro’s aan donaties binnen voor projecten die niet meer bestonden of veel minder resultaat boekten dan hij deed voorkomen. Het dossier behandelt ook vermoedens van kindermisbruik, maar kan ze niet bewijzen.

Wat de informatie pikant maakte, was dat Van Buuren voor veel Nederlandse media een belangrijke – en vaak enige - bron was over het leven in de favela’s. Journalisten lieten zich door hem rondleiden op plekken waar doorgaans geen buitenstaander welkom is, huiverden bij de bloedige details (die Van Buuren deels verzon), en schreven bewonderend over zijn gedrag en goede daden. Zonder zijn beweringen te checken. Overal was Van Buuren: op Radio 1, in de Volkskrant, NRC Handelsblad, De Telegraaf, Trouw, Het Parool en het AD en bij de EO, RTL, Pauw & Witteman, enzovoort.

Het dossier deed mijn journalistenhart sneller kloppen. Maar één bron is geen bron. Bovendien was niet alle informatie actueel. Om de feiten en beweringen te checken zou ik naar Rio moeten, met Brazilianen moeten praten, rapporten doorspitten, Van Buuren met mijn bevindingen confronteren. Hoe kon ik dat als arm­lastige freelancer voor elkaar krijgen zonder de taal voldoende machtig te zijn, zonder contacten in de favela’s, zonder mijn veiligheid in het geding te brengen? Ik ging niet.

Van Buuren blijft door mijn hoofd spoken. Elke keer als hij in de media opduikt, voelt het alsof ik mijn plicht verzaak. Vooral het vermeende kindermisbruik steekt als een graat in mijn keel: stel dát, dan heb ik niks ondernomen het te stoppen. In plaats van mijn journalistenhart te laten spreken, doe ik wat ik mijn burgerplicht vind: in 2008 leg ik via een kennis contact tussen mijn bron en een team van het toenmalige Korps Landelijke Politiediensten. Daar wordt de informatie in dank aanvaard.

In de aanloop naar het Wereldkampioenschap voetbal in Brazilië (2014) richt ik me tot het radioprogramma Argos. Dat brengt me in contact met Katy Sherriff, die zich een dik jaar eerder in Brazilië heeft gevestigd. Voorzichtig pols ik haar, we skypen en ik stuur informatie. Ze heeft Van Buuren bewust nooit gebruikt als personage in haar verhalen. ‘Voor mijn vertrek naar Brazilië was ik tot de conclusie gekomen dat heel veel journalisten en correspondenten met hem op pad gingen in Rio. Ik wilde andere geluiden laten horen.’

Na wikken en wegen ziet ze ervan af iets met het onderwerp te doen. Ze woont in São Paulo en ziet het niet zitten om telefonisch bij haar contacten in de favela’s zulke gevoelige informatie te checken die van één bron komt. Een bron die ik beloofd heb te beschermen, omdat ze journalisten in het algemeen niet erg vertrouwen – zo veel Van Buuren-bewonderaars zitten ertussen. Bovendien is hun informatie inmiddels echt verouderd.

Begin dit jaar hebben we opnieuw contact: ook Sherriff kan Van ­Buuren maar moeilijk uit haar hoofd zetten. Moeten we toch niet…? Dat hoeft niet meer. Vijf dagen na ons laatste contact meldt NRC Handelsblad zijn overlijden, net nu de krant bezig is met onderzoek naar zijn handel en wandel. Het plaatst de krant voor een dilemma: is een artikel over Van Buuren nog opportuun? Maar omdat Ibiss een grote, deels Nederlandse NGO is, waaraan prominente Nederlanders hun naam hebben verbonden, zet NRC het onderzoek door. Weken later ontleden Floor Boon en Hugo Logtenberg in ‘Fabels uit de favela’s’ feiten en fictie over Van Buuren. Veel komt me bekend voor. De auteurs hebben alle informatie geverifieerd en veel nieuwe feiten opgespit. Dat heeft maanden werk gekost, zegt Boon desgevraagd. Verdenkingen van seksueel misbruik kunnen ook zij niet hard maken.

Nu het stof is neergedaald, ben ik benieuwd hoe Nederlandse journalisten in Brazilië terugkijken. Wat wisten zij van de geruchten? Wat hebben ze ermee gedaan?

Voor Marjon van Royen heeft het NRC-artikel niks veranderd in haar kijk op Van Buuren. ‘Hij was echt heel bijzonder. Hij heeft voor honderden mensen het verschil betekend. Daar neem ik geen woord van terug.’ Van Royen, achtereenvolgens correspondent voor NRC en NOS, raakte na een aantal jaren bevriend met Van Buuren en voerde hem sindsdien niet meer op als bron. ‘Dat doe je niet als journalist.’ Van Royen kende het gerucht over vermeend kindermisbruik. ‘Oeps, dacht ik toen, het zal toch niet wáár zijn! Ik heb het onderzocht en kwam alleen mensen tegen die het raar vonden hoe hij omging met klanten.’ Het gerucht komt volgens haar van een bron die ‘echt geen idee heeft van de mores in dit land. Nanko was als een vader voor een kind.’ Wel ging ze onwillekeurig beter op hem letten. ‘Ik wil niet met pedo’s omgaan. Maar ik heb nooit iets kunnen ontdekken dat verdacht was. In de krottenwijken van Brazilië word je vermoord als ze je alleen al verdenken van pedofilie of homofilie. Denk je dat hij dertig jaar in de favela’s had overleefd als hij pedofiel was geweest?’ Dat Van Buuren lichtzinnig omsprong met de feiten, is volgens Van Royen een gevolg van zijn humor. ‘Nanko deed aan grootspraak, maar je moest zijn ogen erbij zien, niet alles serieus nemen. Het stuk is zo humorloos neergekwakt. Boon en Logtenberg hebben als een stelletje boekhouders zijn beweringen lopen checken.’

Jaren geleden maakte Nina Jurna, sinds kort NRC-correspondent, vanuit haar toenmalige standplaats Paramaribo gebruik van Van Buurens diensten. Jurna: ‘Iedereen kwam bij hem uit. Via de reguliere weg met drugsdealers en -bazen praten, lukt niet. Hij was goud voor journalisten: via hem kwam je aan mooi materiaal.’ In de loop der tijd ging ze afstand tot hem bewaren, omdat niet al zijn projecten bleken te bestaan en hij de gewekte verwachtingen niet kon waarmaken.

Stijntje Blankendaal, freelancer voor onder meer Trouw, voerde Van Buuren aan het begin van haar correspondentschap enkele keren op. ‘Naast Brazilianen’, zegt ze er nadrukkelijk bij. ‘Ik spreek de taal. Ik heb dan ook niet het gevoel journalistiek misleid te zijn.’ Blankendaal kende de geruchten over Van Buurens ‘slordige manier van boekhouden en het verplaatsen van geld. Ook onder NGO’s was dat verhaal bekend. Maar in Brazilië heb je soms geen andere keus als je mensen op tijd wilt betalen, dus dat snapte ik wel. Ook dat dat niet conform de Nederlandse aanpak is.’ Dat ze er niks mee heeft gedaan, verklaart ze vanuit het onzekere bestaan van een freelancer: de beperkte financiële middelen, de veiligheid, het risico dat een krant of blad je verhaal in een bepaalde hoek drukt. Van het vermeende kindermisbruik had Blankendaal ‘nog nooit gehoord’. Op dat punt heeft het NRC-artikel haar absoluut niet overtuigd. ‘Dat was een slag onder de gordel, om iemand zo zwart te maken zonder het goed te onderbouwen. Er hadden meer harde feiten in het stuk moeten staan.’

Voor mij was het verhaal te groot. Dat ook collega’s met twijfels over de man en zijn zaak er niet bovenop doken, is te begrijpen en te billijken. Het voelt dan ook als een opluchting dat NRC Handelsblad wel (bijna) alles tot op de bodem uitzocht – die graat is uit mijn keel. Maar wat blijft knagen, is dat Nederlandse media Van Buuren zo lang, zo kritiekloos en zo bewonderend de ruimte gaven, waardoor ze actief bijdroegen aan zijn façade. Als wij niet kritisch en afstandelijk blijven, wie dan wel?

Han van de Wiel (1957) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde. Hij werkte als freelancer voor radio en Milieudefensie (eind- en hoofdredactie blad). Sinds vier jaar zit hij in maatschap Impact­reporters, een communicatie­bureau over water, voedsel en energie. Hij schrijft voor MilieuMagazine, De Correspondent, OneWorld, P+, Down to ­Earth, Afvalforum en Vice Versa over milieu, energie, klimaat, ontwikkelingszaken en afval.

Bekijk meer van

Persoonlijk

Praat mee

1 reactie

Peter Louwerse, 31 augustus 2015, 12:36

Ben ik toch benieuwd wie NRC op het spoor heeft gezet

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.