— vrijdag 4 september 2009 16:31 | 2 reacties , praat mee

Discussie tussen doven

Media vervullen – onbewust en ongewild – steeds minder hun functie als tegenwicht tegen overheid en markt. Dat komt niet alleen omdat de bezuinigingen hard hebben toegeslagen, waardoor diepgravende en onthullende onderzoeksjournalistiek nauwelijks meer financierbaar lijkt. Maar ook omdat wetenschappelijke organisaties en kennisinstituten er onvoldoende in slagen onjuiste of gemanipuleerde informatie in de media recht te zetten, vindt communicatieadviseur Robbert Coops.

Laatste wijziging: 4 september 2009, 18:33

Het lijkt alsof overheids- of wetenschapsvoorlichters in dat opzicht te weinig kritische tegendruk ondervinden, waardoor de onafhankelijke rol van de media wordt ingeperkt. Daardoor worden media als splijtzwam in het maatschappelijk debat over overheidsbeleid gezien. 

Ruzies over de prognoses van rentabiliteit en milieueffecten van de Betuweroute, conflicten over de berekening van vliegtuiglawaai rond Schiphol, verwijten over statistische incompetenties en beschuldigingen van corruptie aan het adres van onderzoekbureaus. Media staan er dagelijks bol van, zoals zeer recent nog de discussie over de Westerschelde. Het zijn allemaal voorbeelden van spanningen tussen politiek en wetenschap, waarbij (ook) de kwaliteit en onafhankelijkheid van wetenschappelijke kennis ter discussie staat. De media kloppen deze spanningen vaak nog verder op.

Zelfs kwaliteitskranten – die zowel een opinievormende als een forumfunctie in de democratie zouden moeten vervullen nemen daarbij echter – vaak ook noodgedwongen door de bezuinigingen - steeds vaker wetenschappelijke informatie klakkeloos over.
De Raad voor Ruimtelijk, Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO) heeft alweer tien jaar geleden onderzoek gedaan naar het gebruik en misbruik van wetenschappelijke kennis over milieu en natuur in de besluitvorming, waarbij ook de (vermeende) rol van de journalistiek aan bod komt. Grote en maatschappelijk en politiek omstreden projecten als de aanleg van de Betuweroute, Vijfde baan van Schiphol, Vinex-locatie Leidsche Rijn en het mestbeleid kwamen daarbij uitvoerig en kritisch aan bod. Dat onderzoek bleek indertijd nodig omdat de problematiek rond kenniscreatie en kennisbenutting bij beleidsvorming langdurig onderwerp van aandacht in kleine kring vormt. Sommige politici, veel hoge ambtenaren en een flink aantal wetenschappers maken zich er druk, aldus, voorzitter Roel in t Veld van de in de publicatie ‘Willens en Wetens’. Die aandacht vindt vooral plaats wanneer onwelgevallige onderzoeksresultaten op een beslismoment onverwacht – en in ieder geval niet geregisseerd of getimed – naar buiten komen. De verhitte discussies over onderzoek van het RIVM gevolgd door de vermeende corruptie door enkele milieuadviesbureaus geven wel aan dat er nog veel te verbeteren valt in de complexe relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer van wetenschappelijk onderzoek.

Die situatie is sindsdien nauwelijks veranderd. . Weliswaar blijft een grote behoefte aan productie van voor overheidsbeleid bruikbare kennis urgent, maar daardoor ontstaan ook steeds weer knelpunten rond kennis die beleidsmakers op dat moment niet goed uitkomt. Omdat de kennis onvoldoende spoort met de bestuurlijke voornemens of uitgangspunten ontstaan allerlei competentieproblemen. En de relatie met de media – als die al bestaat – wordt er periodiek fors door verstoord. 

Veel beleidsmakers en wetenschappers blijven tegen beter weten in vermoeden dat er een lineaire relatie bestaat tussen beleid en kennis. Alle beschikbare kennis zou gebruikt moeten kunnen worden en al die objectieve kennis vormt uitgangspunt voor beleid. Dat is uiteraard een fictie, maar wel een met opvallend veel gelovigen. Binnen zo’n naïef rationeel model is het denken over hulpmiddelen een verdere stap in de perfectionering van de wetenschappelijke onderbouwing van het beleid. Vanuit de bestuurskunde en wetenschapsfilosofie is echter allang bekend dat dit model niet adequaat is. “Kennis wordt in recent ontwikkelde opvattingen als een sociale constructie beschouwd. De manier waarop met kennis wordt omgegaan bij complexe vraagstukken is eerder te duiden in termen van politieke strijd, of toch tenminste van verschillen in probleempercepties, het voeren van onderhandelingen of het vormen van coalities”, aldus de RMNO die binnenkort helaas ophoudt te bestaan vanwege de consequenties van de vernieuwing van de rijksdienst.

Het debat rond allerlei milieu- of bouwprojecten lijkt inmiddels standaard te verzanden in een discussie tussen doven. Het gepolariseerde debat is ongenuanceerd. In zo’n welles-nietes discussie wordt kennis vooral gebruikt om de eigen standpunten te onderbouwen en om anderen te overtuigen van het eigen gelijk. De media blijken voor tegenstanders van zo’n project steeds vaker het belangrijkste gespreksplatform. Dat komt omdat andere stakeholders of besluitvormers niet of slechts mondjesmaat voor hen (en hun argumentaties) toegankelijk zijn. Via de pers wordt geprobeerd de publieke opinie en politiek te beïnvloeden. Dit leidt tot publieke conflicten die de afstand tot de beleidsmakers nog meer lijken te vergroten, zo was de conclusie op het onlangs gehouden congres ‘Towards Knowledge Democracy’ in Leiden.

Dat is ongetwijfeld waar, maar hoe en vooral wie gaat een nieuwe kritische massa bij de media organiseren, zodat ook de berichtgeving onafhankelijk en relevant blijft.

Bekijk meer van

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

2 reacties

mrs c, 4 september 2009, 18:56

Maar wat hebben doven ermee te maken?

Chantal Overgaauw, 10 september 2009, 21:53

Dit is een uitdrukking waarbij wordt voorbij gegaan aan gebarentaal en men ervan uitgaat dat de discussiërende partijen elkaar niet verstaan. Deze vergelijking gaat hier op, omdat - zoals hier ook wordt gezegd - ‘welles-nietes discussie wordt kennis vooral gebruikt om de eigen standpunten te onderbouwen en om anderen te overtuigen van het eigen gelijk.‘Kortom: er wordt niet naar elkaar geluisterd!

Ik maak me veel zorgen over deze ontwikkeling. Zou zelf graag onderzoeksjournalistiek bedrijven, maar heb geen plek om mijn artikelen redelijk betaald te publiceren. Er valt geen droog brood te verdienen met onderzoeksjournalistiek. De armoedige jaren ben ik ontgroeid, dus ik ga verder als webredacteur.