— maandag 16 maart 2009, 08:45 | 1 reactie, praat mee

Denken over het journalistieke ecosysteem

SXSW Het zijn gouden tijden voor taxichauffeurs in Austin, Texas. Vanaf half maart wordt de stad overspoeld met bezoekers voor een van de grootste mediafestivals in de wereld: South by Southwest (SXSW). Wat begon als een evenement voor de muziek- en filmindustrie kent inmiddels ook een indrukwekkende afsplitsing voor nieuwe media. Duizenden ‘Interactive People’ discussiëren met honderden toppers uit de wereld van internet, mobiel en games. De journalistiek laat zich er aarzelend zien. De New York Times bespreekt haar overlevingsstrategie voor de toekomst, de Amerikaanse Publieke omroep PBS flirt met bloggers. Laatste wijziging: 16 maart 2009, 10:46

De lezingen waar men kan binnenlopen variëren van “Help, mijn baas begrijpt niet wat Web 2.0 is!” tot en met “Hoe verdien ik geld met mobiel?”. De overvolle zalen zuigen het allemaal op: van trendgevoelige onzin (“Hoe is mijn online karma?”) tot en met essentiële vragen voor de toekomst van de media (“Wat moeten kranten met het web?”).

Maar wie eens door de onderwerpenlijst grasduint, valt al snel één ding op: zeker de helft gaat over User Generated Content. Journalisten die denken dat dat gedoe met community’s en publiek wel zal voorbijdrijven, zullen de komende jaren een veilig heenkomen moeten zoeken.

Want als publiek en panelleden het ergens over eens zijn, dan is het dat interactie nog slechts aan het begin staat van wat het vermag. Sites als Facebook en Twitter worden oppermachtig, Google is het al, en als de traditionele journalistiek daarop geen antwoord formuleert gaat het de aansluiting met het publiek missen. Natuurlijk, anno 2009 is ook het realisme ingedaald, niet elke community levert iets van waarde of geld op. Er zijn ook eindeloze hoeveelheden met rommel. Daarom worden ook lange sessies gevuld met tips en trucs: hoe komt echte kwaliteit boven drijven? Met name Derek Powazek (Blogger, Technorati) geeft een aantal nuttige designtips. Geen methode wordt onbesproken gelaten.

Het is lastig om kwaliteit te bieden, maar enorme kracht van de beweging zelf staat niet meer ter discussie. Wat overblijft is de poging van Steven Johnson in ‘The Ecosystem of News’ om de plaats van de journalistiek opnieuw te definiëren. Het klassieke maar goed vertelde antwoord: journalisten zijn er om die grote hopen met informatie te filteren en een podium te geven, en om dat te doen wat individuele bloggers meestal niet kunnen: uitgebreid onderzoek doen. Punt. Gewoon doen.

Één van de centrale vragen voor de journalistiek echoot door de zalen: welke rol gaat de journalistiek spelen in de ordening van de informatiemaatschappij? Een term om te onthouden is de ‘API’. Het principe is simpel: de databases van de toekomst zijn er niet alleen om informatie op te slaan, ze gaan onderling steeds meer informatie uitwisselen met simpele technische protocollen. Zo wordt het steeds eenvoudiger om een site te maken die zowel de filmtrailers van de New York Times bevat, plus de filmtitels van je lokale videotheek en de laatste artikelen van de bloggers in je buurt: naar welke films gingen zij en hoe goed waren die volgens de krant?

De communitysite Facebook gebruikt de praatsite Twitter om te laten zien waar je vrienden mee bezig zijn, en Twitter gaat de foto’s uit je Flickr account naar hen toeduwen. Alles hangt met alles samen. In de wereld van de informatie houdt niemand meer de kaarten voor de borst, niet meedoen is sterven. En dat geldt niet alleen voor bibliotheken, Google, gemeenten en musea, maar ook voor ons, journalisten. De New York Times en de Amerikaanse publieke omroep hebben dat - gezien hun workshop ‘Get Me Rewrite! Developing APIs and the Changing Face of News’ al gezien.

Het klinkt technisch en futuristisch, maar de gevolgen zullen de komende jaren voor iedereen zichtbaar worden. De ontsluiting van kwaliteitsinformatie uit alle hoeken en gaten gaat ervoor zorgen dat er heel krachtige combinaties gemaakt kunnen worden, die zelfs journalistiek gaan aanvoelen. Geen nood als je dat niet helemaal begrijpt, dat doen wij ook niet. Maar stof tot nadenken: wat gebeurt er als bijvoorbeeld Misdaadkaart.nl kan linken naar elke internetter die artikelen of foto’s plaatst van de gebeurtenis? Biedt de lokale journalistiek daarbovenop echt meerwaarde? En welke?

Toegegeven, de klassieke valkuil loert hier ook in elke hoek van dit enorme congrescentrum: nemen wij, goeroes en nerds, niet onterecht ons eigen mediagedrag als leidraad voor de toekomst? Is het ‘algemene publiek’ (je weet wel, die mensen zonder iPhone) hier wel voldoende vertegenwoordigd om ons de les te lezen over wat zij willen? Een punt van aandacht voor de rondetafelgesprekken, hier op SXSW.

Erik van Heeswijk is hoofd van VPRO Digitaal

Dit was aflevering 1 in een drieluik over SXSW en de toekomst van de media. Morgen op Villamedia: 2009 wordt ongetwijfeld de definitieve doorbraak van mobiele media. Maar wat gaat er gebeuren? Meer uitgebreide en live evenementverslaggeving door Nederlandse aanwezigen vind je op http://sxswnl.posterous.com/

Bekijk meer van

Tip de redactie

Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

1 reactie

Miriam van der Have, 16 maart 2009, 20:41

___De communitysite Facebook gebruikt de praatsite Twitter om te laten zien waar je vrienden mee bezig zijn, en Twitter gaat de foto’s uit je Flickr account naar hen toeduwen. Alles hangt met alles samen.___

Alles hangt met alles samen. Jawel, maar je zit wel vast aan de leverancier die je ooit hebt gekozen - overstappen naar een andere leverancier is feitelijk onmogelijk.

Mensen die veel werk hebben verricht om hun foto’s bij Flickr.com van allerlei metadata te voorzien, gaan dat niet nog een keer doen bij Picasa Webalbums. Dit is natuurlijk de meest krachtige manier van klantenbinding :(

De koppeling via zo’n API is leuk, maar is vooral bedoeld om er voor te zorgen dat je geen eigenaar meer bent van je eigen data. De eigenaar van de API bepaalt op welke wijze gegevens uit de database gebruikt mogen worden en een programmeur bepaalt hoe de koppeling aan de webgebruiker gepresenteerd wordt. Leuk als Flickr en Twitter worden gecombineerd, maar pech als jij toevallig Picasa gebruikt.

Het zou veel eenvoudiger moeten zijn om de gegevens in een database op via een ‘dummy hypertext server’ toegankelijk te maken.  In de eerste beschrijving van het web, nu twintig jaar geleden heeft Tim Berners-Lee (TBL) dat al geschetst:

___We should work toward a universal linked information system, in which generality and portability are more important than fancy graphics techniques and complex extra facilities.
The aim would be to allow a place to be found for any information or reference which one felt was important, and a way of finding it afterwards. The result should be sufficiently attractive to use that it the information contained would grow past a critical threshold, so that the usefulness the scheme would in turn encourage its increased use.
The passing of this threshold accelerated by allowing large existing databases to be linked together and with new ones.___

Om die reden is hij ook een groot voorstander van wat we nu het semantic web noemen. In het kort komt dat er op neer dat data van de ene website kan worden gecombineerd met de data van een andere website. Daarvoor is metadata nodig op een veel gedetailleerder niveau dan we nu gebruiken. Maar de huidige sociale netwerken zijn er helemaal niet bij gebaat dat anderen hun data gebruiken.

Hoewel TBL zich sterk maakt voor het semantic web, ziet hij tegelijk ook problemen. De privacy loopt gevaar als bedrijven de uitgebreide metadata gebruiken om via zoekrobots gedetailleerde profielen van internetgebruikers samen te stellen.

TBL heeft daarom ook gezegd dat bij de verdere uitwerking van het semantic web veel aandacht moet worden besteed aan het beschermen van de privacy.

Lees ook dit eens: http://www.w3.org/2009/Talks/0115-Amsterdam-IH/Slides.pdf

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Rutger de Quay, redacteur

Nick Kivits, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Emiel Smit

Loes Smit

Webbeheer

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

vacatures@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.