— maandag 24 februari 2020, 09:47 | 0 reacties, praat mee

De revolutie van Rachel Franse, eindredacteur bij OP1

© TRIK

Rachel Franse ­werkte vijftien jaar als nieuwsredacteur voor talkshows en vindt nu het wiel opnieuw uit als eindredacteur van de NPO talkshow Op1. Met Villamedia praat ze over de talkshow­oorlog, manipuleren, workaholics en Eva ­Jinek: ‘Misschien wint ze het wel, maar dan hebben wij wel iets te geks neergezet.’

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Linda Nab. Ook lid worden?

Een afspraak maken met Rachel Franse (50) is geen sinecure, maar het is gelukt. Gehaast stapt ze op een maandag aan het einde van de middag het Amsterdamse café Krom binnen. Als nieuwsredacteur van Sonja Barend, Paul Witteman, Jeroen Pauw en Eva Jinek dacht Franse de afgelopen vijftien jaar wel zo’n beetje alles te hebben gezien. Maar sinds ze een van de eindredacteuren is geworden van de veelbesproken talkshow Op1, waar vijf presentatieduo’s van verschillende omroepen elkaar dagelijks afwisselen, heeft het begrip hectiek een nieuwe dimensie gekregen.

Franse neemt plaats in een hoekje bij het raam en legt snel haar iPhone aan de lader. Die licht tijdens het gesprek voortdurend op door de constante stroom berichtjes die vanaf de redactie, op steenworp afstand van het café, haar kant op komt. De komende anderhalf uur zal ze het interview meermaals onderbreken om de meest dringende vragen te beantwoorden. ‘Met deze baan heb ik er twaalf WhatsApp-groepen bijgekregen’, vertelt ze. Ze is er druk mee vanaf het moment dat ze ’s ochtends haar ogen open doet tot ze die – na de uitzending en vaak ook diens nazit met de bobo’s van de verschillende omroepen – om een uur of 02.00 weer sluit. De ‘permanente jetlag’ die daarbij hoort mag de pret niet drukken. Op1 is dé verrassing van het seizoen en scoort tegen alle verwachtingen in prima cijfers.

Hoe is de sfeer op de redactie?
‘Ik val iedere dag van verbazing van mijn stoel. Het is bizar hoe snel nieuwe mensen meedraaien en we een geoliede machine zijn geworden, hoeveel lol we hebben. Toen we hier op 10 december met drie man begonnen, was er nog niks. Geen plan, geen redactie, geen presentatoren, niets. Nu vullen we dat programma gewoon iedere dag. Iedere dag! Het is work in progress, natuurlijk, maar het gaat belachelijk goed.’

In de mediawereld werd een talkshow met wisselende presentatieduo’s vrijwel kansloos geacht. Wat waren jouw eerste gedachten bij dit plan?
‘Elke avond andere gezichten: ik durfde mijn hand er aanvankelijk ook niet voor in het vuur te steken. Voordat we begonnen heb ik er wel wakker van gelegen. Dan dacht ik: wat ben je aan het doen Franse? Je bent freelancer, straks heb je geen werk meer. Maar ik vond het tegelijkertijd ook vernieuwend en anders. Misschien zouden we onderuit gaan, maar hoe lekker is het om vanaf het allereerste begin iets mee op te bouwen? Ik had met Eva mee kunnen gaan – ik heb daar gesprekken over gevoerd – maar dan was ik op dezelfde rijdende trein gebleven. Dat was ook prima geweest, maar ik vond dit nog veel leuker en spannender. Nu werk ik mee aan een revolutie. Zo noem ik het maar steeds, want dat is het, als je NPO-breed een talkshow maakt op tv. Hoeveel is er wel niet over Op1 gesproken?’

Veel. Media doen verslag van de ‘talkshowoorlog’.
‘De concurrentie is waanzinnig. Er wordt nu zelfs gepraat over wie het eerste start en nog net een extra minuut doorgaat. En op het moment dat wij het reclameblok voor de uitzending weer moesten invoeren, hielden we ons hart opnieuw vast. Natuurlijk willen we winnen van Jinek. Net zoals Ajax wil winnen van Feyenoord. Je bent geen knip voor de neus waard als je dat niet zou willen. Het is een competitie. Concurrentie is fijn, het houdt je scherp.’ Afkeurend: ‘Ik heb op een gegeven moment wel getwitterd dat ik wel klaar was met het woord “talkshowoorlog”. Oorlog, dat is echt van de zotte. Daar kun je bij heel veel mensen niet mee aankomen, vind ik.’

Hoe is het met de claimcultuur?
‘Die was aanvankelijk scherper. Zeker in de eerste weken. Je wilt tenslotte altijd de gast van de dag in je uitzending. Dat jagen op gasten wordt niet altijd even liefdevol omarmd, maar collega’s van verschillende talkshows begrijpen dat wel. Ik houd er ook echt van. Het hoort bij het spel van een talkshow maken dat je wilt scoren. Dat is wat het werk van een redacteur leuk maakt. Inmiddels durven we de jacht op de nieuwsgast wel wat los te laten. We hebben te maken met twee ijzersterke redacties op de late avond. Dan kun je ook denken: misschien heb ik niet de nieuwsgast van de dag, maar wel het gesprek van de dag.’

Er staan nu twee inhoudelijk vergelijkbare talkshows tegenover elkaar geprogrammeerd. Wat is de kijker hiermee opgeschoten?
‘Wat je ziet is dat de NPO-kijker gewoon bij ons is gebleven en af en toe heen en weer zapt omdat hij nieuwsgierig is naar Jinek. De RTL-kijker heeft er een talkshow bijgekregen die fijner en beter is dan wat het was. Gemiddeld kijken er nu 1,4 miljoen mensen elke avond naar een talkshow. Daarvoor waren dat er misschien één miljoen. Per saldo zijn er dus meer mensen televisie gaan kijken en dat betekent dat we de kijker een onwijs plezier doen met z’n allen.

Ik geloof ook niet dat we helemaal hetzelfde doen. Ja, de formats komen overeen maar ik denk dat we met Op1 toch wat meer aan de inhoudelijke, journalistieke kant zitten. Ik weet niet of ze het daar aan de overkant mee eens zijn, maar dan heb ik het toch maar gezegd.’

Wat leert het ons, dat Op1 een succes blijkt?
‘Dat het eigenlijk niet uitmaakt wie een talkshow presenteert. Natuurlijk: niet iedere spelletjespresentator kan een talkshow presenteren – ik zou het zelf ook niet kunnen. Maar het idee dat kijkers hechten aan één gezicht dat ze ’s avonds toespreekt, dat ze enorm hangen aan Jeroen of aan Eva, klopt dus niet. Al in de eerste week hoorde ik mensen zeggen dat ze het eigenlijk wel verfrissend vinden. Dat ze nu meer inschakelen om de onderwerpen dan om wie er op de presentatiestoel zit. Daar ben ik zelf ook redelijk verbaasd over.’

Als het niet de presentator is, wat is dan het meest van belang als je een goede talkshow wilt maken?
‘De redactie. Die draagt alles, en dat wordt weleens vergeten. Onze presentatoren zitten er redelijk op hun gemak bij omdat er een stevige basis onder hun gesprekken ligt. Ze krijgen een gespreksopzet, er ligt research klaar, er is een uitgetikt verslag van een telefoongesprek, er is een boek gelezen, er is van te voren bedacht wat we wel en niet doen, en of het onderwerp goed genoeg is om er een gesprek van te maken. Gasten worden eindeloos gescreend of ze in staat zijn om in 8 tot 10 minuten hun verhaal te doen. Er valt heel veel af. Zonder goede redactie kun je zo’n talkshow helemaal niet maken.’

Waar heb jij het vak geleerd?
‘Ik werkte al een hele tijd bij weekblad Viva toen een vriend van me zei dat ik heel goed bij tv zou passen. Er was helemaal geen vacature maar ik solliciteerde bij Barend & Witteman en mocht op gesprek komen. Bij dat gesprek zaten eindredacteur Ger Ackermans en, tot mijn grote schrik, Sonja Barend zelf. Sonja was mijn grote voorbeeld – nog steeds. Mijn leven is ingericht zoals het is door háár. Als kind mocht ik nooit naar haar kijken. Sonja op Zaterdag ging op zwart. Te progressief. Ik kom uit Koudekerke, Zeeland, en mijn vader vond de programma’s van Sonja taboedoorbrekend gedoe. Dus was het voor mij duidelijk: óf ik ga ooit bij Sonja aan tafel zitten met een boek dat ik heb geschreven, óf ik ga voor haar werken.

Ze namen me aan met de woorden: “Zie je maar te bewijzen”. Ik had helemaal geen televisie-ervaring. Dat was afschuwelijk. De eerste week voelde ik me verloren. En toen was daar Marieke Rietkerk. Een redacteur met een enorme drive. Zo overtuigend in haar toon, in hoe ze belde, in alles. Ik ben er gewoon drie maanden lang naast gaan zitten. Nog steeds hoor ik mezelf af en toe een “Marieke Rietkerk” doen.’

Tekst loopt verder onder het beeld.

Uit welk hout moet een talkshow-redacteur gesneden zijn?
Lachend: ‘Dat zijn niet de beste karaktereigenschappen, ben ik bang. Toen mijn boek “De Slag om de gast” verscheen (over het werk achter de schermen van een talkshow, red.) vroeg de Belgische psychiater Damiaan Denys me of hij eens een paar gesprekken met me mocht voeren. Hij had mijn boek gelezen en was benieuwd hoe mijn brein precies werkte, omdat ik de hele dag niets anders deed dan manipuleren. Nou, dat vond ik wel heftig om te horen. Onaangenaam ook. Zo had ik het zelf nooit bekeken. Maar als je erover nadenkt, is dat natuurlijk wel wat je als gastenredacteur doet. Je gaat iemand bellen, en net zo lang bewerken tot hij ’s avonds in de uitzending wil komen. Ik heb onwijs veel gêne op allerlei gebied, maar niet als het gaat om mensen binnenhalen voor een programma.

Achteraf denk ik wel eens: zijn we daar soms niet te makkelijk mee omgegaan? Als iemand onder vuur lag bijvoorbeeld, had ik altijd zo’n standaard zinnetje: “In plaats van je verstoppen, kun je maar beter je verhaal doen”. Aanvankelijk geloofde ik dat ook oprecht en in veel gevallen is dat natuurlijk ook zo. Maar in sommige gevallen ook niet. Karl Noten is zo’n geval. Hij presenteerde Nederland in Beweging tot hij werd veroordeeld voor het bezit van kinderporno. Hij kwam erover praten bij Pauw & Witteman maar kwam er in zijn ogen bekaaid vanaf. Had ik niet wat langer moeten nadenken over wat het voor hem zou betekenen als hij zijn verhaal zou vertellen? Dat vind ik een lastige vraag.

Dat gesprek met Denys is er overigens nooit van gekomen. Misschien heb ik me eruit gemanipuleerd, haha.’

Herken jij de ultieme gastenredacteur direct als die een redactie op komt?
‘Ja, die lullen de hele dag en staan altijd “aan”. Er is een enorm tekort aan goede tv-redacteuren. De allerbeste redactie die er was – die van Pauw en Jinek – is opgedeeld in tweeën. Ongeveer de helft is met Jinek meegegaan naar RTL, de andere helft maakt Op1. Dus beide redacties moeten worden aangevuld. Daar zijn we hard mee bezig, maar het is moeilijk. De vijver is echt te klein. Dus dit is meteen een oproep aan jonge mensen. Ga journalistiek studeren!’

De scholen leveren elk jaar karrenvrachten journalisten af.
‘Ik heb het idee dat de mentaliteit van jonge mensen is veranderd. Ze kiezen meer voor zichzelf en hun privé-leven dan mijn generatie deed. Toen ik begon bij Barend & Witteman raakte ik vrij snel daarna zwanger. Het was een tweeling en ik weet nog dat toen ik ongeveer zes maanden zwanger was, de arts tegen me zei dat ik eigenlijk halve dagen moest gaan werken. Toen ik dat mijn eindredacteur vertelde zei hij: “Oh, dan kun je voortaan om 18.00 uur naar huis.” Dat was een halve dag. En ik deed dat ook, want dat programma moest af, de uitzending moest rond. Dan zeg je niet om 12.00 uur in de middag: “zoek het lekker uit jongens”.’

Je moet, kortom, een workaholic zijn.
‘Ja, je moet ehh…mag ik even één ding doen?’ Franse pakt haar telefoon, moppert wat en begint driftig een bericht te tikken. ‘Redacteur zijn bij een talkshow is een waanzinnig zware baan’, vervolgt ze later. ‘Ik wil millennials niet verwijten dat ze lui zijn. Maar als je op dit niveau wilt werken, moet je willen leren. Moet je willen zwoegen en ploeteren. Luctor et emergo.’

In 2017 werd je ziek, je kreeg kanker. In een eerder interview vertelde je dat je een week na de operatie weer aan het werk ging. Gaat dat niet een beetje ver?
‘Nee. Werk gaf me afleiding van de narigheid. Bovendien ben ik zelfstandige en niet verzekerd. Maar ik wil geen andere mensen die ziek zijn pijn doen door te zeggen dat het allemaal makkelijk kan. Ja, mijn grens om thuis te blijven ligt vrij hoog, maar het is niet zo dat ik ten koste van alles naar mijn werk wil. Als ik niet had kunnen werken, dan had ik het niet gedaan. Ik heb mazzel gehad. Ik had een simpele, heel goed te behandelen kanker. Van de griep ben je fysiek zieker, in mijn geval.

Mensen vragen vaak of ik niet bang was. Maar dat was ik niet. Sterker nog: ik ben nog minder bang geworden in het leven. Ik relativeer de dingen nog meer dan ik voorheen al deed. We maken ons druk om een talkshow, om kijkcijfers. Dat is allemaal prima en het mag ook. Die talkshow is het wezen van mijn bestaan. Maar hoe leuk is het dat je je daar druk om mag maken? Het is maar tv!’

Je bent nu voor het eerst eindredacteur. Dat lijkt me een logistieke nachtmerrie bij Op1. Je moet het met vijf omroepen zien te klaren.
‘Dat lijkt misschien zo maar het template is eigenlijk nog steeds hetzelfde. We hebben een kernredactie die is samengesteld door TVBV, de producent. En daarnaast draaien een paar redacteuren van de verschillende omroepen mee in het rooster. Zie jij, los van de presentatoren, verschil in een EO-uitzending of een WNL-uitzending?’

Niet per se, maar ik kan me voorstellen dat die omroepen hun stempel willen drukken met een hoop polderen tot gevolg.
‘Dat valt allemaal reuze mee. Wij vertellen de omroepen wat wij ongeveer willen. Zij doen suggesties en daar heb je het met elkaar over. Het enige wat we merken is dat we de hoofdredacties van de verschillende omroepen soms wat moeten afremmen. Zoveel omroepen, zoveel ideeën. We hebben de capaciteit niet om alles na te bellen wat wordt aangedragen. Soms zitten we al vol, of past het niet in de mix. Daar hebben we nu nog veel overleg over, maar dat wordt natuurlijk steeds meer gestroomlijnd. Op een gegeven moment moet je op elkaar durven rekenen, elkaar vertrouwen.’

Na twaalf weken uitzenden wordt er geëvalueerd en bijgeschaafd, las ik. Voorzie je nieuwe duo’s? En komt Jeroen Pauw nog terug in het spel, zoals eerder werd gesuggereerd?
‘Dat is allemaal omroeppolitiek. Ik ga er niet over, ik weet er ook niets van.’ Werpt een blik op haar telefoon: ‘Ik moet nu ook echt gaan’.

Laatste vraag: kijken jullie uit naar de dag dat Jinek onderbroken gaat worden door een reclameblok?
‘Ik ben daar serieus niet meer zo mee bezig. Ik denk ook dat het niet zoveel meer uitmaakt. De kaarten zijn inmiddels wel geschud. Misschien wint Eva het wel, over het hele seizoen bekeken. Maar dan hebben we wel iets te geks neergezet en iedereen verrast. Het feit dat we niet in de eerste week zijn weggevaagd vind ik echt een applaus voor de hele redactie waard.’

Rachel Franse (Koudekerke, 1969) is free­lance eind­redacteur voor de talkshow Op1. Daarvoor werkte ze vijftien jaar als nieuwsredacteur voor Sonja Barend, Pauw & Witteman, Pauw en Jinek. Ze schreef de boeken ‘De slag om de gast’ (2014) over het werken achter de schermen van een talkshow, en ‘100 dagen kanker’ (2018). Momenteel werkt ze ook aan een documentaire over Casper van Eijck, hoog­leraar chirurgie aan het Erasmus MC en specialist op het gebied van alvleesklierkanker. Voordat Franse in de televisiewereld terecht kwam, werkte ze een aantal jaar voor Viva. Ze studeerde journalistiek in Utrecht.

 

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.