— maandag 9 december 2013, 16:43

De onsterfelijkheid van Donald Duck

Acht studenten van de School voor Journalistiek in Utrecht maakten de afgelopen maanden een schaduw-Villamedia. Een selectie van hun artikelen verschijnt de komende weken op villamedia.nl Sommige magazines overleven alle stormen. Zelfs in een tijd waarin er steeds meer tijdschriften ten onder gaan, door de crisis en digitalisering. Een van deze magazines is Donald Duck. Dit blad heeft sinds 25 oktober 1952 een prominente plek in het Nederlandse tijdschriftenlandschap.

Nieuwere tijdschriften doen het goed, toch steekt de oplage van Donald Duck nog steeds met kop en snavel boven de andere titels uit. Donald Duck heeft een verspreide oplage van 260 duizend exemplaren per editie, volgens het HOI-instituut. Hoewel het goed gaat, is niet alles meer hetzelfde als zestig jaar geleden. De redactie oogt druk, tientallen medewerkers zitten in rijen achter de computers en tekentafels.

De drukte komt niet alleen door de ijverige medewerkers van Donald Duck. Dit komt voornamelijk omdat alle jeugdtijdschriften tegenwoordig zijn samengevoegd bij Sanoma. Hierdoor betekent bij Donald Duck werken, soms ook dat je voor een ander Sanoma jeugdmagazine aan de slag moet. Dit zijn tijdschriften zoals Zo Zit Dat of Tina. Frans Hasselaar, chef van de tekenredactie, geeft een rondleiding over de redactie en vertelt met trots, dat hij hier ondanks alle veranderingen al 28 jaar rondloopt.

Hasselaar: ‘In 1985 ben ik bij Donald Duck terecht gekomen en dat maakt mij lid van de harde kern. Veel medewerkers blijven hier namelijk lang hangen. Voor echte stripliefhebbers zijn er ook weinig andere tijdschriften waar ze terecht kunnen. Donald Duck werd mij al vanaf mijn derde jaar voorgelezen en ik ben het sindsdien altijd blijven lezen, dus ik kan me ook geen betere werkplek bedenken. Ik ben begonnen als tekstredacteur, maar ik vond het tekenen altijd al erg interessant. Na een aantal jaren ben ik daarom chef van de tekenredactie geworden.’

Hoewel 28 jaar misschien lang klinkt, valt dit wel mee omdat het tijdschrift Donald Duck in Nederland al zestig jaar bestaat. Het idee om Donald Duck uit te brengen ontstond in verschillende buurlanden. Denemarken, Noorwegen, Zweden en Finland waren Nederland voor en verspreidden het blad met veel succes. De bezorgers van Margriet wisten waar gezinnen met kinderen woonden en bezorgden bij ieder gezin de eerste editie van Donald Duck gratis. In deze tijd, vlak na de oorlog, werd het blad ontvangen als een cadeautje en veel kinderen vroegen hun ouders direct om een abonnement. Het tijdschrift kostte slechts vijftien cent per nummer.

In de eerste jaren werden de strips vertaald vanuit Amerikaanse uitgaven. Inmiddels heeft Nederland een eigen team van striptekenaars. Eén van hen is Viktor Venema. Venema zit ijverig achter zijn MacBook. ‘Ik werk aan de brievenbus’, vertelt hij. ‘Dit is de rubriek die wekelijks gemaakt moet worden en ondanks dat dit om een kleine strip gaat, ben ik hier toch een hele dag mee bezig. Ik schets een aantal poppetjes tot ik tevreden ben, vervolgens trek ik die over met mijn tekentablet. Inkten doe ik nog met de hand en het inkleuren gaat vervolgens weer digitaal. Zo ben je dus wel een dagje zoet.’

‘We werken in een groot team van tekenaars. Drie tekenaars op de redactie en verder zijn er tientallen freelancers waarmee wordt samengewerkt. Wij tekenen hier op de redactie in Hoofddorp de coverillustraties en alle tekeningen bij de rubrieken. De freelance tekenaars werken aan de strips, sommigen zelfstandig en anderen in studioverband, onder supervisie van de redactie’, vertelt Venema.

De strips worden door de freelance schrijvers bedacht en door de redactie gekeurd en aangekocht. Deze verhalen worden verzameld in een database en de adjunct-hoofdredacteur stelt daar de edities uit samen. Voor lezers lijkt iedere getekende Donald altijd dezelfde eend, maar dat is volgens de chef tekenredactie niet zo. ‘Iedere tekenaar heeft zijn eigen tekenstijl en voor de echte kenner is die ook herkenbaar. Wij op de redactie kunnen we altijd wel zien door wie de strip is gemaakt.’

Joost Pollmann is stripjournalist bij de Volkskrant en artistiek directeur van het grootste stripfestival van noordelijk Europa. Hij weet precies waar het magazine staat in het Nederlandse striplandschap. ‘Kwantitatief is Donald Duck de grootste stripheld, maar als je kijkt naar naamsbekendheid zijn Kuifje, de Smurfen en Asterix en Obelix net zo bekend. Dat Donald een figuur is van twaalf ambachten en dertien ongelukken maakt hem prettig om je mee te identificeren. Niemand is volmaakt en hij belichaamt dat met verve. Ik denk dat de enige echte concurrenten van Donald Duck videogames en internet zijn. Zolang er op papier gelezen wordt, zullen er Donald Duck lezers blijven. Geleidelijk zullen de digitale dragers het van het papier gaan winnen, maar het is nog onduidelijk of stripliefhebbers de iPad daarvoor geschikt vinden. Er verschijnen steeds meer striptitels voor e-readers, dus we zullen het zien’, zegt Pollmann.

Hoe dan ook, alle tijdschriften verliezen lezers, zo ook Donald Duck. Zo was de oplage in 2010 nog 309 duizend exemplaren per editie. Toch maakt Hasselaar zich nog geen zorgen. Hoewel ze het afgelopen jaar meer abonnees hebben verloren dan voorheen, zijn er ook meer abonnementen afgesloten dan ooit tevoren. Dit houdt de verkoop in balans. ‘Ik geloof dat Donald Duck altijd op een bepaalde manier zal blijven bestaan. Zolang meerdere generaties het blad lezen, kan het magazine heel lang doorgaan. Of dit altijd in hetzelfde format zal zijn, durf ik niet te zeggen. Misschien is Donald Duck over twintig jaar alleen nog digitaal te verkrijgen. We zijn nu al een paar jaar bezig met het maken van digitale edities.’

Terwijl bij Sanoma nu diverse titels gaan verdwijnen behoudt Donald Duck zijn plek in het schap. Hasselaar: ‘Onze kracht is dat we wekelijks verschijnen en dat onze personages voor vrijwel elke Nederlander herkenbaar zijn. Donald is de eeuwige centjespoetser van zijn oom Dagobert en hij zal nooit een echte relatie krijgen met Katrien. Daar hoef je weinig meer over te leggen. Hij is voor de lezers een eend van vlees en bloed geworden. Hoewel Donald Duck een commercieel blad is, zien veel mensen dit niet zo. We hoeven ook nooit veel moeite te doen om medewerking te krijgen van verschillende mensen. Wij maken als redactie een blad voor het kind dat we zelf waren.’
Rudi de Vries is een stripkenner. Hij promoveerde vorig jaar op het onderwerp strips en stripfiguren en werkt als docent op de Universiteit van Groningen. De Vries heeft een goed overzicht van de strips binnen Nederland. ‘Ik denk niet dat Donald Duck onsterfelijk is, geleidelijk aan zal de oplage verder afnemen. Gezien de bezuinigingen die Sanoma doorvoert, zou het wel eens afgelopen kunnen zijn met het papieren tijdschrift Donald Duck als de oplage onder de 50.000 terecht komt. Dat is nu gelukkig bij lange na niet het geval, maar ik sluit niet uit dat het over vijf of tien jaar wel gebeurt’, vertelt de Vries.

De Vries: ‘Het succes van Donald Duck heeft te maken met de continuïteit, de marketingstrategieën en de goede distributie. De marketingstrategie maakt het blad ook aantrekkelijk voor volwassenen die zelf ooit Donald Duck als kind hebben gelezen. Bijvoorbeeld verschillende spin-offs van het blad, albums en pockets, themanummers, samenwerking met steden, provincies en andere instellingen. Dit levert allemaal een bijdrage aan de blijvende populariteit van het blad. De continuïteit komt vooral door de hoofdredacteur Thom Roep, die veertig jaar op deze plek zat. Sinds kort heeft hij plaats gemaakt voor een nieuwe hoofdredacteur.’ Volgens de stripkenner blijft van bevlogen redacteurschap en goede marketing, misschien alleen nog marketing over nu de vertrouwde hoofdredacteur gestopt is. ‘Ik weet niet of dat op lange termijn voldoende is’, zegt Rudi de Vries sceptisch.

Afbeelding: © Disney

In deze serie verschenen eerder:
-Versterk je merk met een app  door Renske Derkx
-“we kweken een gevoel” door Gideon Poelman
-‘We zijn vergeten dat kwaliteitsverhalen belangrijk zijn’ door Jonathan Verhagen
-’Het nieuwe lezen van uitgeverij Fosfor’ door Gideon Poelman
-Kraamkamer voor journalistieke ondernemingen door Pepijn de Groot
-De lezer als leider in het verhaal door Bas Joosse

Bekijk meer van

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.