website over journalistiek

De media in tijden van terreur

Lars Pasveer — Geplaatst in discussie op maandag 11 september 2017, 14:56

Voorbeeld van een 'sanitaire' stille getuige: de op 9/11 vernielde Ladder 3 van de Newyorkse brandweer

Voorbeeld van een 'sanitaire' stille getuige: de op 9/11 vernielde Ladder 3 van de Newyorkse brandweer - © Lex van Lieshout / ANP

Nieuws

In discussiecentrum De Balie vindt op deze infame datum het - uitverkochte - debat Terreur, angst & media plaats. Voor dit debat schuiven onder meer hoofdredacteuren Marcel Gelauff (NOS), Pieter Klein (RTL Nieuws), Arendo Joustra (Elsevier) en Inge Vrancken (hoofdredacteur Het Journaal bij VRT Nieuws) aan.

Sinds die zonnige dinsdag zestien jaar geleden heeft de datum 11 september voor mensen die de dag bewust meemaakten een diepere betekenis gekregen. Na New York is de lijst van steden die terreur hebben gezien gestaag gegroeid. Bij elke gruweldaad klinkt steeds opnieuw de vraag hoe gedetailleerd media over die aanslagen moeten berichten.

Het debat is voor thuisblijvers vanavond te volgen via een live-stream op de site van De Balie.

Een van de zaken waarmee media na elk incident worstelen is het volume van aandacht voor de daders en het bepalen van de grens van de gruwel. Zo doken via sociale media na de aanslag in Barcelona al snel beelden op van gemangelde lichamen op de Ramblas. Een van de foto’s van een slachtoffertje had een niet te ontkennen symbolische band met het iconische beeld van het verdronken Syrische jongetje Alan Kurdi: beiden jong, in korte broek en buiten hun schuld uit het leven gerukt.

Toch haalde het beeld van het slachtoffer in Barcelona de media veelal niet. Dat kwam hen dan ook op beschuldigingen van hypocrisie te staan. De foto van de tragische verdrinkingsdood van een Syrische peuter wordt breed uitgemeten tegen de achtergrond van het vluchtelingendebat, maar een jong Westers slachtoffer van islamitische terreur wordt bewust uit beeld gehouden, vonden critici.

Juist deze zelfgekozen terughoudendheid stond centraal in een kritisch stuk van Arthur van Amerongen, dat Villamedia vorige maand publiceerde. Zo sloten de media in Frankrijk een pact om niet langer foto’s van daders te tonen. De Belgische publicist David Van Reybrouck stelde op De Correspondent dat de media summier en afstandelijk over aanslagen moeten berichten en wat betreft aanslagplegers dezelfde terughoudendheid moeten etaleren die nu voor berichtgeving over zelfdoding worden gehanteerd.

Struisvogelpolitiek, schreef Van Amerongen. “Het zijn niet de media die de islamitische terrorist de heldenstatus bezorgen, maar zijn sympathisanten in Molenbeek, de Parijse banlieue, Amsterdam-West, de Haagse Schilderswijk of waar dan ook. Die lezen geen kranten maar vinden alles over hun martelaar op Twitter, Facebook en wat dies meer zij.”

De zelfopgelegde terughoudendheid is niet nieuw: vandaag 16 jaar geleden worstelden redacties ook met gruwelijke beelden uit New York. De BBC-documentaire The Falling Man onderzocht de geschiedenis van een al even iconische foto van een man die naar zijn dood sprong uit de brandende Twin Towers. Toen de foto op 12 september in kranten verscheen, was de kritiek niet mis: exploitatie van een individuele tragedie, klonk het.

Associated Press-fotograaf Richard Drew maakte de foto en zegt dat nooit te hebben betreurd. “Het is een heel verstilde foto, niet als veel andere foto’s van rampen. Geen bloed, geen ingewanden, niemand wordt neergeschoten. Maar mensen voelen dankzij de foto een band met de man - dat zij in deze situatie misschien dezelfde keuze zouden hebben gemaakt”, vertelde Drew vorig jaar aan TIME.

De documentaire die de BBC over de foto maakte staat op YouTube in relatief acceptabele kwaliteit. De worsteling van Amerikaanse media met het beeld van Twin Tower-springers komt daarin aan bod.

Waar de volgende aanslag zich aandient wijst de tijd uit: zachte doelen genoeg voor de vermeend vromen met doodswens. Maar ook dan zullen de sociale media volstromen met gruwelijke beelden uit eerste hand. Ook dan blijft het wenselijk te weten wiens radicalisering en pad naar de aanslag is gemist door naasten en veiligheidsdiensten.

Of het brengen van gruwelijke details of het uitpluizen van de achtergrond van daders nu “te veel eer is” (Van Reybrouck) of “weerzin opwekt” (Van Amerongen) is een van de grootste uitdagingen van de media bij terreur. Het definitieve antwoord zal vermoedelijk niet in één De Balie-sessie zijn gevonden.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.