website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

De kunst om als lezer te denken

Raymond Krul — Geplaatst in Journalistiek op maandag 6 augustus 2012, 14:09

Denken & doen In de serie Denken & Doen pogen we door te dringen tot de theoretische (denken) en praktische (doen) kern van een journalistieke discipline. Van reportage en kop tot researchen en restyling. In de vijfde aflevering nemen we het portretterend interview onder de loep.

DENKEN Een geslaagd portretterend interview is géén Ivo Niehe-verhaal, vindt Antoinnette Scheulderman. ‘Bij mij kom je niet weg met het standaard riedeltje dat we kennen van de knipselmap. De bekende anekdotes en verhalen wil ik juist niet horen, dat is mijn eer te na. Een interview is geslaagd als alles erin zit en als het emoties oproept. Dat kan trouwens ook ergernis zijn. Het moet de lezer raken.’

‘In essentie wil je weten waarom iemand doet wat-ie doet’, zegt Coen Verbraak. ‘Wezenlijke interesse in mensen is de crux van alles. Maar daarbij wil ik wel iets toevoegen aan eerdere interviews, dat is voor mij de sport. Mensen hebben de neiging dezelfde paadjes te bewandelen. Ischa Meijer was daar meesterlijk in, die kapte een verhaal gewoon af en zei: “Ja, dat verhaal kennen we nou wel.” Natuurlijk lukt het niet altijd. Dan lever ik meestal toch een smakelijk verhaal af, want ik versta mijn vak, maar ik ben dan toch niet helemaal tevreden.’

Ook Sara Berkeljon houdt er niet van om een interview te maken dat al eens geschreven is. ‘Daarom is het belangrijk om de hele knipselmap te kennen, want dan weet je wat iemands standaard verhaal is. Vervolgens is het de kunst een nieuwe, eigen invalshoek te vinden. Mijn eerste lange interview maakte ik met rapper Willie Wartaal. Hij vertelde over zijn heftige jeugd, met een afwezige vader en een verslaafde moeder. Na dat gesprek had ik meteen het gevoel dat het interview gelukt was. Maar niet zo lang geleden sprak ik Nick en Simon en daar had ik niet zo’n goed gevoel over. Ik kreeg er niet meer uit dan ik al wist: hun leven loopt op rolletjes en de vervelende dingen die ze hebben meegemaakt, hebben ze al “een plekje weten te geven”.’

Soms zijn geïnterviewden boos over het beeld dat Scheulderman van ze heeft geschetst. ‘Het klinkt misschien arrogant, maar dan heb ik de neiging om te zeggen: kijk eens goed in de spiegel. Ik heb beter door hoe je in elkaar steekt dan jij. Een mooi compliment kreeg ik van Freek de Jonge, die ik had geïnterviewd voor LINDA. Hij kwam naar voren als een nogal egoïstische en eenzame man. Hij zei: “Ik ben er niet blij mee, maar dit is wel hoe ik ben.”’

Volgens Verbraak speelt je eigen levenservaring een belangrijke rol. ‘Toen ik begin twintig was en met interviewen begon, had ik zelf nog niet zo veel meegemaakt. Nu breng ik veel meer persoonlijke bagage mee. Vijf jaar geleden ben ik bijvoorbeeld vader geworden, dat is een ervaring die resoneert in je verhalen.’

Berkeljon, met 30 jaar zelf relatief jong, is het niet helemaal eens met Verbraak. ‘Het gaat erom dat je wilt weten hoe het zit. Ik ben net bij Rob de Nijs geweest, dan wil ik alles weten over de baby die hij heeft gekregen, ondanks het feit dat ik zelf geen kinderen heb. Maar ik weet nu natuurlijk niet hoe ik hierover denk als ik 50 ben.’

DOEN Coen Verbraak komt het liefst bij de geïnterviewden thuis: ‘De manier waarop mensen wonen, zegt veel.

Een jaar na de dood van Jos Brink kwam ik bij Frank Sanders. Ik zag daar dat de boekenkast vol stond met boeken over de Tweede Wereldoorlog. Die had Brink zijn leven lang verzameld. Hij bleek totaal gefascineerd te zijn door “wie is fout geweest en wie niet?” Als ik in het café had afgesproken, zou ik dat niet geweten hebben. Tijdens het interview kan het soms geen kwaad je een slagje onnozeler voor te doen dan je bent. “Echt waar?”, zeg je dan met licht gespeelde verbazing. Qua interviewstijl ben ik wat non-descripter dan een vlammende persoonlijkheid als Antoinnette. Mensen weten niet zo goed wat ze aan me hebben en dat bevalt me eigenlijk wel.’

Voor het uitwerken van zijn interviews hanteert Verbraak ‘een methode uit 1843. Ik neem mijn interviews op en werk ze vervolgens met de hand uit. Dat betekent dat ik twee dagen lang zit te schrijven en dan een blocnote vol heb. Dat is echt corvee voor me, maar het levert me veel op. Ik zit erbovenop, heb bijna fysiek contact met de woorden. Ik schrijf de band niet letterlijk uit, maar maak er meteen vlekkeloos Nederlands van. Tijdens dat proces vormt het verhaal en de structuur zich in mijn hoofd. Daarna ga ik het verhaal schrijven. Ik gebruik zelden de ik-vorm, alleen als het relevant is. Als interviewer moet je toch op een bepaalde manier dienend zijn.

De vraag-antwoordvorm is tegenwoordig populair, maar ik vind het een overschatte vorm. Niet zelden lees je een zinloze slagenwisseling, een doods potje tennis. Vragen als “hoe?”, “o ja?” of “noem ’ns een voorbeeld” behoren tot het normale handwerk van het interview. Het is nogal armoedig als je die allemaal gaat uitschrijven. Ik prefereer de mengvorm van vraag-antwoord, parafrase en quotes.’

Antoinette Scheulderman wil alles van iemand weten voordat ze aan het interview begint. ‘De voorbereiding van mijn interview met Herman Koch duurde bijvoorbeeld drie weken. Ja, ik ben daar behoorlijk fanatiek in. Ik moet gewoon al zijn boeken en columns gelezen hebben. Gek genoeg had ik me voor mijn gesprek met Peter Jan Rens – waarmee ze in 2010 De Luis won – nauwelijks voorbereid. Ik nam dat verhaal over van een collega en had er eigenlijk niet zo’n zin in.’

Tijdens het interview is het volgens Scheulderman de kunst om als een lezer te gaan denken. ‘Jij weet alles al, maar de lezer niet. Dus je moet al die voorkennis ook weer kunnen loslaten. Verder ben ik tijdens het gesprek best direct. Ik kan behoorlijk doordrammen als ik geen antwoord krijg.’

Scheulderman interviewt liever geen actrices en zangeressen onder de dertig jaar. ‘Die hebben al drie managers die zich ermee willen bemoeien. Als ik het al doe, eindigt het altijd in een drama omdat ze de tekst willen aanpassen.’

Sara Berkeljon interviewt het liefst mannen. ‘Waar het aan ligt, weet ik niet, maar het loopt vaak lekkerder met mannen. Ik ben gemiddeld vier dagen met een interview bezig. Een dag voor de voorbereiding, een dag voor het interview, een dag voor het uitwerken van de band en een dag voor het schrijven. Omdat ik in dienst ben bij de krant en ook nog andere dingen doe, moet ik daar pragmatisch mee omgaan. Voorbereiden gaat vaak tussen de bedrijven door, maar die afwisseling bevalt me wel.’

Als het even kan, houdt Berkeljon haar vragenlijst in de tas. ‘Dan leg ik mijn iPhone, waarmee ik het gesprek opneem, op tafel en meer niet. Dat zorgt toch voor meer ontspanning dan wanneer je met pen en papier gaat zitten. De onderwerpen die ik wil bespreken, heb ik toch wel in mijn hoofd zitten.

Het komt wel eens voor dat geïnterviewden me na afloop uitnodigen om nog wat te gaan eten of drinken. Ik ga daar altijd op in, want je weet nooit wat er gebeurt. Maar als ik na een uurtje denk dat het meer van hetzelfde is, dan ben ik vertrokken.’

Berkeljon is geen groot fan van te uitgebreide sfeerbeschrijvingen. ‘Ik vind het al snel potsierlijk als je gaat schrijven over dat stuk appeltaart op tafel. Ik heb een nogal kale stijl en kom snel to the point. Wel vind ik dat er best iets te lachen mag zijn. Wim T. Schippers begon tegen mijn telefoon te praten toen ik naar de wc was. Dat vind ik dan leuk om in het verhaal te verwerken.’

Met dank aan
Sara Berkeljon, redacteur van de Volkskrant. Berkeljon maakt sinds 2010 grote, persoonlijke interviews voor het V-katern en Volkskrant Magazine. Was genomineerd voor De Tegel 2011 in de categorie Talent.
Antoinnette Scheulderman, maakt portretterende interviews voor onder meer LINDA., Voetbal International, Volkskrant Magazine en (binnenkort) Vrij Nederland. Won in 2010 De Luis voor het interview dat ze voor Nieuwe Revu maakte met Peter Jan Rens.
Coen Verbraak, interviewer voor onder meer NRC Handelsblad en Vrij Nederland. Verbraak maakt daarnaast voor de NTR het interviewprogramma Kijken in de Ziel, waarvan op 30 juli een nieuwe serie start. Won in 2008 De Luis voor zijn VN-interview met psychiater Louis Tas en in 2010 de Zilveren Nipkowschijf voor Kijken in de Ziel.

Alle geïnterviewden voelen zich schatplichtig aan Bibeb, oermoeder van het genre, Ischa Meijer en Sonja Barend.
Daarnaast laat Scheulderman zich inspireren door Coen Verbraak en Steffie Kouters (‘Al is ze zachter dan ik’).
Verbraak is een bewonderaar van Ben Haveman (‘Mooi hoe hij in een paar rake zinnen mensen kon neerzetten).
Berkeljon bewondert Antoinnette Scheulderman (‘Ze durft alles te vragen en kan geweldig schrijven’).
Arjan Visser, onder andere bekend van de serie ‘De Tien Geboden’ in Trouw, schreef het boekje ‘Interviewen’, uitgeverij Augustus.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.