— woensdag 13 oktober 2021, 11:00 | 0 reacties, praat mee

De journalistiek is af. Einde bericht. Waarom de journalistiek moeizaam diverser wordt

In technische vernieuwing is de journalistiek bedreven geraakt. Nu de inhoudelijke veranderingen nog. - © Foto: ANP

De journalistieke cultuur is doortrokken van het idee dat de journalistiek af is. Dan wordt veranderen wel erg moeilijk. Dat is het dus ook. Hoe lastig? Daar schreven Zoë Papaikonomou en Annebregt Dijkman dit essay over voor stichting KIM, het forum voor reflectie en journalistiek. Innovatie is meer dan een ander verdienmodel of technisch snufje introduceren. Spoiler alert: het kan wel.

In de studio van RTL Late Night aan het Amsterdamse Rembrandtplein verlichten felle lampen de tafel met vier gasten: Jan Meeus, misdaadverslaggever van NRC Handelsblad, Anna van den Breemer, journaliste van de Volkskrant en wijzelf: auteurs van het boek ‘Heb je een boze moslim voor mij?’ De productieleider warmt alvast het publiek op. Er wordt geklapt en presentator Humberto Tan schuift soepel aan. ‘Drie. Twee. Eén… en we zijn live’ Het is maandagavond Tweede Paasdag 2 april 2018.

We hebben nog geen woord gerept over de inhoud van ons boek als Tan ‘spontaan’ een extra gast aan tafel nodigt: Özcan Akyol, ook bekend als Eus. Hij zit in het publiek als de Man-Van Volkskrant-journaliste Van den Breemer, die komt vertellen over haar biografie van Ivanka Trump. Eus, al voorzien van een draadloze microfoon en een poedertje - zoals iedereen aan tafel -, schuift gretig aan om mee te praten over ons boek. Iets wat de redactie ons vooraf niet vertelt, ondanks de afspraken. Wat volgt, daarover straks meer.

Als mediamakers publiekelijk kritiek leveren op de staat van de journalistiek, is dat op zijn best een vorm van zelfkastijding en op zijn slechtst een vorm van professionele zelfmoord.

Als mediamakers publiekelijk kritiek leveren op de staat van de journalistiek, is dat op zijn best een vorm van zelfkastijding en op zijn slechtst een vorm van professionele zelfmoord. En voor wie dat overdreven vindt, bedenk dan dat mediamakers hun eigen podium moeten gebruiken als ze publiekelijk iets willen zeggen over hun eigen vak. Noem het gerust een 360 graden functioneringsgesprek voor het oog en oor van heel Nederland, plus die van collega’s en eventuele chefs.

Is het dan verwonderlijk dat journalistieke reflectie en de vraag naar de eigen macht zo gevoelig ligt? Toch wel. Zeker als je het bekijkt vanuit de kern van het vak: het bevragen van de macht. Niet voor niets is het dominante nieuwsonderwerp van de laatste maanden het verbannen van ‘achterkamertjespolitiek’ en de roep om ‘Nieuw Politiek Leiderschap’.

Dankbaar gevoed door het foute handelen bij de Belastingdienst, de ministeries, de onuitvoerbare wetten van de Tweede Kamer, de puinzooi in Afghanistan en een slepend formatieproces. Maar het geluid van kritisch bevragen van mediamacht klinkt een stuk zachter. Zo zacht, dat je bijna zou denken dat het niet hoeft. Nee, blootgeven en veranderen, dat moet vooral de ander.

Die ‘anderen’ zijn in ons boek ‘Heb je een boze moslim voor mij?’ juist de norm. Het zijn bi-culturele journalisten en mediamakers, met een al dan niet persoonlijke migratie- of vluchtgeschiedenis, eventueel religieus van aard, of inhoudelijke expert op het gebied van diversiteit en inclusie. Ze vallen op tussen overwegend witte, atheïstische redacties van hoogopgeleide mensen, met name uit de Randstad, en in veel gevallen met een mannelijke hoofdredacteur als eindbaas.

Samen met onze eigen kennis en ervaring, vertalen we die van hen naar een constructief kritische analyse over representatie, nieuwsproductie en de werkcultuur op redacties. Regelmatig worden we gevraagd naar de reacties op ons boek en of er al wat veranderd is. Het makkelijke antwoord? Lees het boek. Maar mensen vanuit ironie in verwarring achterlaten, willen we niet. Daarover gesproken, wat gebeurt er ondertussen in de studio?

Eus neemt plaats naast ons en steekt meteen van wal over wat hij van ons boek vindt. Nee, hij heeft het niet gelezen. En ja, hij is zelf een Turkse-Nederlander, maar de meeste bi-culturele journalisten kiezen niet voor een studie journalistiek. Dat we aan tafel zitten om te praten over een boek waar we ruim vijftig van zijn collega’s voor hebben gesproken, deert niet. Als we onze kans schoon zien, nemen we zelf weer het woord en schakelen snel over naar de kernzinnen die we belangrijk vinden. Onze spreektijd in tv-minuten is inmiddels gehalveerd.

Aan tafel voltrekt zich precies dat, wat we optekenden in ons boek: ten eerste de journalistieke neiging om diversiteit en inclusie te willen problematiseren. In dit geval door de inbreng van een niet aangekondigde gast, die bovendien van Turks-Nederlandse afkomst, gevraagd wordt even ‘de andere kant’ van de zaak te belichten, waarmee we ons opeens in een voor- of tegen arena bevinden. En dat is dan meteen ook een ten tweede en ten derde ineen, want als een andere ‘ander’ het tegenovergestelde beweert, hoef je het ook niet meer over het onderwerp te hebben. Immers, ‘ze’ zijn er niet en ‘ze’ willen niet en zie, ‘ze’ zeggen het zelf ook.’

Ten vierde, zonder kennis van zaken kun je prima je mening geven, want als het over diversiteit en inclusie gaat, wordt vaker gevraagd naar opvattingen dan naar feiten. Ten vijfde, wij worden onderbroken in de opbouw van ons verhaal, de andere tafelgasten - Van den Breemer en Meeus – niet. Hun inbreng wordt als ‘waar’ aangenomen en zij hoeven zich niet te verdedigen in hun spreektijd, die daardoor langer is.

Ten zesde, in de reclamezendtijd wordt ons item als volgt aangekondigd: ‘Auteurs werpen mediaredacties de zwarte piet toe.’ Presentatrice Diana Matroos sprak al in 2015 publiekelijk over de pepernoten die ze op haar RTL bureau kreeg met de mededeling: ‘Voor de enige zwarte piet op de redactie.’ Voor de duidelijkheid: dat was dus géén kantoorhumor, deze aankondiging wél een platte leercurve.

‘Jort wilde liever een ‘oude witte’ man. Dank en jammer, wij waren wel voor jullie.’

Natuurlijk heeft RTL geen monopolie op de mechanismen die we in ons boek beschrijven. Bovendien is deze ervaring verre van het enige waar we mee geconfronteerd worden na (en voor) publicatie. Zo worden we bijvoorbeeld afgebeld voor een uitzending van Nieuwsweekend op NPO Radio 1 met het argument: ‘We hebben al een boek over de islam.’ We worden last minute ook geskipt als studiogast bij Kelder & Co. De redactie laat nog half grappend weten: ‘Het gaat helaas niet door. Jort wilde liever een ‘oude witte’ man. Dank en jammer, wij waren wel voor jullie.’ Of een lunchpraatje bij de NOS; ‘Het moet wel een beetje luchtig zijn, kunnen jullie dat?’

Interviews waarin onze woorden verdraaid worden of aan de verkeerde persoon toegeschreven. Koppen die getikt zijn voor sensatie in plaats van inhoud; Parool: ‘Ze zaten huilend aan tafel’. Papaikonomou, waar tongen over gebroken worden en neergezet als de ‘ervaringsdeskundige’ in plaats van (ook) ‘deskundige’. Dijkman, als frappant fenomeen: een Friese moslim? Enzovoorts. Maar hé, there is no such thing as bad publicity, toch? Ja, toch wel.

Wij hebben op basis van vertrouwen en ons netwerk mediamakers bereid gevonden om met naam en toenaam te vertellen wat er mis is en hoe het beter kan. Dat vertrouwen hebben wij in onze optredens te beschermen. Bovendien, onderdeel zijn van de mechanismen die we beschrijven, blijft ongemakkelijk en kost verkapte energie waar niemand voor betaalt. ‘Toch leuk voor je exposure, netwerk, maatschappelijke verantwoordelijkheid?’ Nee, gewoon niet.

Maar is er dan niks ten goede veranderd sinds we in die studio zaten?

‘Bedankt voor jullie boek, ik voel me daardoor enorm gesteund.’ ‘Ik heb nu eindelijk woorden voor wat ik ervaar.’ ‘Het helpt echt om met deze kennis op de redactie te werken.’ Het is een fractie van de talloze reacties die we kregen. ‘Heb je een boze moslim voor mij?’ is een tijdsopname van ons onderzoek in de periode 2015- 2017. We hebben in het boek onze bedenkingen geuit over het feit dat diversiteit en inclusie zowel golven van aandacht kennen, als tijden van stilte. Maar sinds de publicatie zien we dat een nieuwe, grote golf van aandacht met de dag groeit en zich verbreedt.

Eerst was er al de wereldwijde #MeToo beweging die seksisme en seksueel misbruik van vrouwen door mannen aan de kaak stelde. En na de gruwelijke moord op de Zwarte burger George Floyd door een witte politieagent kreeg de #BlackLivesMatter beweging een grote impuls die iedere dag nog doorklinkt. In de Nederlandse media werd dat bijvoorbeeld opgevolgd door de ondertekening van het manifest ‘Stop racisme en discriminatie in de media #Follow-up’, door honderden journalisten. 

Maar waarom is verandering zo moeilijk in de journalistiek?

Mark Deuze, mediawetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam, legt de vinger op de zere plek: de journalistieke cultuur is doortrokken van het idee dat de journalistiek af is. In een bijeenkomst vat hij met die woorden een onderzoek van Farin Ramdjan samen.  Innovatie is vooral voorbehouden aan het werken met nieuwe digitale vormen en sociale media, of de zoektocht naar nieuwe verdienmodellen.

Maar de inhoud van het vak zelf? Nee, dat behoeft geen aanpassingen. Maar wie spoort de journalistiek dan aan om het beter te doen? En in het kader van inclusieve journalistiek: hoe weet je dat het anders of beter moet als je zelf tot de norm behoort?

Reflecteren op de journalistiek kan ook zonder het persoonlijk te maken of zonder dat de altijd gehaaste en op korte termijngerichte journalist erbij in slaap valt. Door anekdotes te plaatsen in het grotere geheel van werkwijzen binnen de journalistieke cultuur en werkvloer. Om te laten zien dat we daarin met z’n allen dagelijks functioneren en dat we die cultuur ook bouwen op onze (onbewuste) overtuigingen.

Het streven naar inclusie is identiteitspolitiek en daarom journalistiek te wantrouwen.

Zoals: de journalistiek is af. De beste stukjes schrijf je met een kater. Een perfecte pitch presenteer je met een grote mond. Diversiteit heeft gewoon tijd nodig. Kwaliteit gaat voor quota. ‘Boze moslims’ maken de beste tv. Het streven naar inclusie is identiteitspolitiek en daarom journalistiek te wantrouwen. Een goede redacteur is ook een goede leidinggevende. Journalisten verslaan alleen feiten. Enzovoorts.

Maar een cultuur wordt ook gebouwd op structuren. Zoals: (te weinig) media kritische programma’s. (Het skippen van) een ombudsfunctie. (Nul structurele) bijscholingsmogelijkheden voor journalisten. (Nauwelijks) ethische vorming in de opleiding journalistiek. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de karige pegels voor werk waar een democratische samenleving op draait. Ondertussen wil iedereen wel vooruit. Stilstaan is achteruitgang. Zelfs (ja sorry) de Publieke Omroep wil innoveren. Gaan we daar dan eindelijk ook financiële, personele en inhoudelijke consequenties aan verbinden als beroepsgroep zelf?

In ruim drie jaar tijd is Humberto Tan van de buis gehaald maar er zelf weer opgeklommen. (Wie het laatst lacht). In ruim drie jaar tijd heeft Eus talloze goed gelezen columns geschreven en TV gemaakt. De afgelopen jaren is er op sommige redacties voor- en achter de schermen wél gewerkt aan inclusie en veiligheid op de journalistieke werkvloer. Hulde daarvoor. Hulde aan de volhouders, de doeners, de criticasters, de nieuwsgierigen, de denkers, de pioniers, de Nieuwe Mediamakers. Zíj belichamen de verandering naar een inclusieve journalistiek.

De andere afleveringen in deze serie

Over de auteurs:
Annebregt Dijkman is auteur en organisatieantropoloog

Zoë Papaikonomou is auteur, onderzoeksjournaliste en podcastmaker

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.