— donderdag 11 december 2014, 11:14 | 1 reactie, praat mee

De journalist: van mijnheer tot vriend

Over vijf jaar zijn er in Nederland geen dagelijkse kranten meer. Journalisten moeten meer moeite steken in vernieuwing. Het publiek is bereid te betalen voor hun werk en anders de overheid wel. Want de maatschappij kan niet zonder de nutsfunctie van de journalistiek. Het zijn uitspraken van Jeroen Smit, hoogleraar Journalistiek te Groningen. Hij sprak tijdens een feestelijk diner ter gelegenheid van het 80-jarig bestaan van het ANP, 10 december in Den Haag. Smit tegen de journalisten in de zaal: 'Ga naar het gebied waarvan u niet wist dat u het niet wist. Daar liggen de grote vragen en de beste antwoorden.'

De rede van Jeroen Smit

Dames en heren,

Het is mij een eer en genoegen hier wat te mogen spreken over de toekomst van de journalistiek.

Maar eerst de felicitaties. Van harte, van harte.

Met 80 jaar is het ANP de gemiddelde levensverwachting bij geboorte van Nederlandse mannen (79,1 jaar) voorbij.

Een knappe prestatie wie zich bedenkt dat terwijl mensen steeds ouder worden, de meeste bedrijven nauwelijks nog volwassen worden. In grofweg 50 jaar is de gemiddelde levensduur van bedrijven van 61 naar zo’n 17 jaar gezakt.

80 jaar is dus echt wat. Daar hoort een bekroning bij. Ik voel opwinding bij dit woordje: bekroning.Ik heb het even voor jullie nagekeken, je moeten eigenlijk 100 jaar zijn, maar een organisatie van landelijke betekenis mag het predikaat Koninklijke al eerder aanvragen.

Landelijke betekenis: daar kan toch geen twijfel over zijn. Hoeveel nieuws zouden burgers niet meekrijgen, hoeveel media zouden omvallen zonder de beschikking te hebben over de 160.000 verhalen en 100.000 foto’s die het ANP jaarlijks over het land uitstort. Onafhankelijke nieuwsverhalen die door de versnelling van het nieuws steeds meer een op een worden doorgeplaatst.

Die landelijke betekenis lijkt me duidelijk: fantaseer even met me mee: Koninklijke ANP.  Dat biedt toch perspectief op nog 80 jaar?

Dank directeur Guido van Nispen natuurlijk, die mij opdroeg hier vooral mijn verhaal te houden, en geen beschouwing over hoe nou verder moet met het ANP,  dank ook de onvolprezen hoofdredacteur van het ANP Marcel van Lingen, tegen wording ook mediadirecteur!

Maar vooral ook Rijkman Groenink.  Bijzonder om ook van jou deze uitnodiging te krijgen. Bijzonder zoals onze paden zich hier weer kruisen. 

Het zal toch met gedeelde fascinaties over en weer te maken hebben. 

Een tijdje terug spraken we elkaar vooral over jouw handel toen: het bankwezen. Het ging daar niet helemaal lekker.

Twee maanden geleden spraken we elkaar uitgebreid over de toekomst van mijn handel: de journalistiek. Waar het ook niet helemaal lekker gaat.

Gefascineerd door het slijk der aarde of juist helemaal niet: bankiers en journalisten lijken vooral tegenover elkaar te staan, maar ook jij weet inmiddels als president-commissaris bij het ANP dat ze behoorlijk op elkaar lijken.


Journalisten en bankiers
Dames en heren,  u moet het mij maar niet kwalijk nemen dat ik juist hier in dit gezelschap mijn twee grootste fascinaties van de afgelopen jaren, bankiers en journalisten, even op onderzoekende toon naast elkaar leg.

Ik denk dat journalisten en bankiers van elkaar kunnen leren, omdat ze dezelfde problemen hebben.

De overeenkomsten zijn indrukwekkend. Beide zijn constant met nieuws bezig. Met wat on top of mind is. Wie het beste op de hoogte is, kan zijn werk het meest succesvol doen.
Beide handelen in vertrouwen.  Als dat vertrouwen verdwijnt, houden ze op te bestaan.

Beide beroepen worden deze jaren intensief geconfronteerd met disruptive innovation. Zijn de prooi van nieuwe technologie. Ontwrichtende vernieuwing. Ze vinden een groeiend aantal Google, Apple en Facebook-achtigen op hun online weg als uitdagers, als vernietigers van het bestaande business model.

Hoe meer deze nieuwe spelers erin slagen via algoritmes het vertrouwen en de aandacht van hun publiek te winnen, hoe sneller ze zorgen voor de afkalving van de bestaande spelers.

Waarom straks nog naar ING of ABN AMRO? Apple Pay en Facebook banking rukken op. Ze gaan vraag en aanbod op de kapitaalmarkt organiseren. Google zou in heel veel landen al een bankvergunning klaar hebben liggen.

Ook als het gaat om het journalistieke primaire proces zitten ze steeds vaker aan de knoppen. Volgens Wired hebben social media bedrijven inmiddels zo’n 100.000 schoonmakers in dienst, veelal Filipijnen, die het internet schoon houden van porno, geweld, racisme en andere onwelgevalligheden op z’n Amerikaans. Het was Twitter-baas Dick Costolo die besloot dat de accounts van verzenders van het filmpje waarop James Foley wordt onthoofd en iedereen die dat filmpje retweet: worden gesloten. Hier komt geen journalist meer aan te pas.

Bankiers en journalisten reageren op eenzelfde eigenwijze afhoudende wijze op deze nieuwe uitdagers. Ze vinden zichzelf onmisbaar, kunnen het zich simpelweg niet voorstellen dat ze straks geen werk meer hebben.

Ik heb met ze te doen: Het valt ook niet mee: Over systemen die worden ontwricht stelde Peter Drucker al: culture eats strategy for breakfast. En hij zei daarbij: alleen als je helemaal begrijpt wat die vernieuwing werkelijk betekent kan je op succesvolle wijze een bedrijf leiden.

Ik stel in ieder geval een angstige, afhoudende houding vast, gericht op het zo goed mogelijk overeind houden van het bestaande. En die is niet bevorderlijk als het belangrijk is om werkelijk open te staan voor vernieuwing. En angst is een slechte raadgever.

Een houding die weinig perspectief biedt: ook dat is afgelopen weken weer duidelijk geworden. De berichten waarbij duizenden bankiers en honderden journalisten hun baan verliezen buitelden over elkaar heen. De ontwrichting doet in veel huishoudens echt pijn.

Een laatste angstaanjagende parallel: beide vervullen een nutsfunctie, zijn in zekere zin onmisbaar (journalisten nog iets meer dan bankiers). Ze weten, deep down, dat ze met belasting geld zullen worden gered al de nood echt aan de man is. Simpelweg omdat een samenleving, in ieder geval voorlopig, niet zonder ze kan.

Bij banken hebben we die pijn gevoeld. RTV- journalistiek wordt natuurlijk al decennia lang met belastinggeld betaald!

Het animo in Den Haag om ook breder te kijken groeit. Ik citeer uit een twee weken geleden verschenen rapport van de Raad Maatschappelijke Ontwikkeling aan de staatssecretaris: ‘De uitholling van bestaande verdienmodellen vermindert de (kwaliteit van) journalistieke productie. De overheid zou hier een rol kunnen spelen door middelen ter beschikking te stellen voor onafhankelijke onderzoeksjournalistiek daar waar zich lacunes voordoen.’

Ah, ik voel een rilling door de zaal gaan…. overheidssteun…. beïnvloeding, etc. Het goede nieuws is natuurlijk dat het overeind houden van onafhankelijke journalistiek slechts een fractie zal kosten van wat het overeind houden van banken aanvankelijk heeft gekost. Ik ga er straks nog iets over zeggen.

Nutsfunctie klinkt veilig, maar van het grote publieke hoeven ze allebei niet veel steun te verwachten. Zowel bankiers als journalisten kampen met een serieuze vertrouwenscrisis als het om hun vak gaat. Ik heb de Edelman Vertrouwensbarometer er even bij gepakt.

Volgens onderzoek onder 31.000 mensen in 26 landen zitten bankiers en journalisten in 2013 vlak bij elkaar als het om het vertrouwen van het grote publiek gaat. Media worden door 53 procent van de mensen vertrouwd, banken door 50 procent.

Wat bovenaan deze lijst staat, wat uitblinkt als het gaat om vertrouwen? Erg interessant: de technologie sector. 77 procent vertrouwt de Apples, Facebooks, Googles, etc.!

Dit verklaart natuurlijk waarom die ontwrichting zo snel gaat, zo compleet is: het grote publiek heeft er een heilig vertrouwen in.

Volgens onderzoeker Vincent Evers pakken we gemiddeld 150 keer per dag onze mobiele telefoon. Ook als we er maar 30 seconden mee bezig zijn, gaan we toch richting 1,5 uur.

De verslaving is compleet. Zonder voelen we ons geamputeerd. En de boodschap is duidelijk: online is de belangrijkste poort om aandacht te krijgen.

Die enorme collectieve verliefdheid/verslaving, dat vertrouwen in technologie dames en heren is de basis voor de ontwrichting en de vernieuwing in de journalistiek en bij banken.

Genoeg over de parallellen tussen journalisten en bankiers, wat ik vooral wilde zeggen: er zullen een paar jaar terug wat wenkbrauwen omhoog zijn gegaan toen Rijkman Groenink hier president-commissaris werd. Maar het klopt, hij zit hier op zijn plaats!

Journalistiek en technologie
Dames en heren, het gaat nu hard.  Een recent rapportje van ABN AMRO-sector analisten (u begrijpt mijn favoriete bank) een maand geleden (visie op sectoren): ’ De digitale infrastructuur nadert voltooiing en de benodigde hardware-acceptatie bij consumenten is groot genoeg voor de digitale omslag. De meeste uitgevers kunnen dan ook nog niet anders dan zich richten op efficiencyverbeteringen (en het verhogen van prijzen bedacht ik mij, want de huidige lezers/kijkers en luisteraars blijven wel tot hun dood) . Toch is op de langere termijn voor veel dagbladen en tijdschriften een volledig digitale distributie de enige levensvatbare optie.’

Ik ben het daar mee eens: Het publiek is er klaar voor, vertrouwt op technologie.  Een gezonde toekomst van de journalistiek is een op een gekoppeld en afhankelijk van online communicatietechnologie.

Begrijpt u me alstublieft niet verkeerd: ik verlang hier niet naar. Ik hou van kranten, papier en inkt. Al 40 jaar. Zal ze enorm missen. Heb een jaar lang de Volkskrant op de iPad gelezen, maar nu toch weer lekker van papier. Zo lang het nog kan! En het is gevaarlijk niet vooruit te kijken. Er is echt nog maar weinig tijd om online plannen te maken: Over 5 jaar zijn er geen dagelijkse papieren kranten meer, denk ik.

Het gaat heel hard. Amerikanen consumeren volgens Pew Research 30 procent van hun nieuws via Facebook! And growing.

Het aanbod van ‘nieuws tussen aanhalingstekens’ zonder journalistieke bemoeienis groeit razendsnel. Facebook, Twitter, Google, LinkedIn, YouTube, ze hebben inmiddels 5-20 procent van de wereldbevolking als bereik. We willen ze graag zien als onafhankelijke platformen die de uitwisseling van journalistiek faciliteren. Dat lijkt me gevaarlijk.

En wat dacht u van alle overheden, bedrijven en andere organisaties, maar ook particulieren/bloggers/twitteraars die steeds handiger en professioneler worden om hun ‘nieuws tussen aanhalingstekens’: zichtbaar op onze mobieltjes te krijgen.

Al die tijd die wij aan dat soort nieuws besteden, gaat in ieder geval niet naar onze zo belangrijke onafhankelijke kwaliteitsjournalistiek.

Dus wat is hierop ons, uw antwoord?

We mogen en kunnen er niet op vertrouwen dat die door technologie en beurskoers gedreven bedrijven uit Silicon Valley zich net zo over de kwaliteit en bereikbaarheid van onafhankelijke waarheidsvinding ontfermen zoals de ons bekende journalistieke organisaties dat doen! Zoals u dat decennia heeft gedaan, min of meer.

Ze spelen een compleet ander spel. Ik denk dat ze het woord nutsfunctie niet eens kennen. Journalistieke waarheidsvinding, journalistieke vragen die voor checks and balances in de samenleving zorgen: dat is voor hen hooguit bijvangst.

Journalistieke organisaties zullen zich dus vol overgave op het huwelijk tussen journalistiek en techniek moeten gaan storten om hier iets tegenover te kunnen stellen.

We moeten onszelf daarbij vooral de vraag stellen: welke behoeften van lezers-kijkers kunnen we met de inzet van technologie optimaal vervullen?

In een prachtig interview in Humo afgelopen week legt de Belgische futuroloog, adviseur van de Europese Commissie, Jean-Claude Burgelman uit: ‘Wat ik interessant vind aan die grote spelers van nu is dat ze gegroeid zijn vanuit functionele behoeften. Facebook lenigt onze nood aan netwerken communityvorming. Skype brengt ons letterlijk bij elkaar.

Om van ontwrichting naar vernieuwing te komen, gaat het er dus om vragen te stellen waarvan de antwoorden, met de inzet van creativiteit en technologie, in concrete behoeften van ons publiek voorzien.

Soms zijn het trouwens hele kleine, bijna grappige gedachtesprongen. Sinds een paar maanden krijgen online abonnees van de Britse Times en de Sunday Times een gratis abonnement van Spotify. Waarom? Omdat de lezers van die kranten het prettig vinden om op de achtergrond naar goede muziek te luisteren. Er zit vast iets van hun keuze bij de 20 miljoen nummers die Spotify ze aan kan bieden.

Als we dit pad niet op gaan, weten we dat anderen het gaan doen. Anderen die die vragen wel stellen. Met ontwrichtende vernieuwing als gevolg. We kennen de voorbeelden van Spotify, Uber en AirBnB. Ze voorzien in een logische behoefte op een manier die tot voor kort niet mogelijk was.

In het boek Innovators DNA legt Hal Gregersen uit dat je alleen maar bij nieuwe oplossingen komt als je compleet nieuwe vragen durft te stellen. En dat je alleen maar compleet nieuwe vragen kan stellen, vooral op het terrein waarvan je niet wist dat je het niet wist: moet je naar buiten en je omringen met compleet nieuwe andere mensen.

Kijk daarom even om u heen dames en heren. Niks mis mee hoor, maar gelooft u werkelijk dat in dit toch zeer homogene gezelschap in staat zal zijn tot het bedenken van het nieuwe?

Als u het niet doet? Dan doet die echte vernieuwer het!

Iemand die zo’n essentiële vraag 4 jaar geleden stelde was de toen 22 jarige Marten Blankesteijn, inderdaad een van de oprichters van Blendle.  Twee jaar geleden al vertelde hij me hoe hij voor de schappen bij de Albert Heijn stond en allemaal prachtige verhalen zag. Maar zich ook realiseerde: als ik het allemaal wil lezen, moet ik 100 euro uitgeven en een steekkar hebben om de stapel papier te kunnen vervoeren. Wat een waanzin, dat hoeft toch helemaal niet. Dat kan toch anders. Ik ga een digitale kiosk bouwen….22 jaar, geen cent te makken.

Ik weet dat een enkeling van u dit indertijd ook al had bedacht. Dat weet ik: ik heb een voorstel gezien, ik zal niet zeggen welke uitgever, om tot een soortgelijk model te komen. Maar daar wreekt de bestaande cultuur zich: hoe krijg je de 5 grootste uitgevers op dat moment aan tafel om samen zoiets op te zetten. De legacy frustreert. Het wantrouwen regeert, het gebeurt niet en dus doen die jonge jongens het.

Ik zei het valt niet mee vanuit bestaande systemen en organisaties tot echte vernieuwing te komen. Culture eats strategy for breakfast. Het is een soort ondergangsgeilheid die me niet bevalt.

Ook omdat de consequenties tamelijk dramatisch zullen zijn. Dat zou voor ons betekenen dat straks de jongens en meisjes van Silicon Valley gaan bepalen wat we voor informatie tot ons gaan nemen.

We moeten dus veel harder aan de slag om echt journalistiek werk online onontkoombaar, onmisbaar, succesvol te maken.

Er zijn veel meer vragen dan antwoorden, maar ik geloof dat het daarbij draait om twee begrippen journalistiek aanraken en relevant verrassen.


Journalistiek aanraken en relevant verrassen
In mijn journalistieke carrière heeft steeds de behoefte centraal gestaan om mijn publiek aan te raken. Aanraken betekent voor mij dat ze de informatie die ik ze voorschotel onthouden, er iets mee doen. Reproduceren.

Ga maar na: op het moment dat je een verhaal dat je ergens hebt gelezen navertelt, thuis, op het werk in de kantine, denk je onwillekeurig aan de bron: fijn dat je me dit verhaal, dit nieuws hebt gegeven, ik doe er nu mijn voordeel mee, ik kom dus bij jou terug.

Toen ik hoofdredacteur/uitgever van FEM/DeWeek was, hield ik dat de redactie regelmatig voor: als onze lezers per week 1 keer worden aangeraakt, vullen ze lachend de acceptgiro voor verlenging van het abonnement in!

Aanraken was het domein van redacties. De magie van de redactie. Zij kenden hun lezers. Bij De Telegraaf weten ze dat het meer over Ajax, en criminaliteit moet gaan. Bij NRC weten ze dat het buitenland en boekbesprekingen belangrijk worden gevonden. Magie!

Een goede redactie zet in op serendipiteit. U kent het wel: al bladerend bent op zoek naar informatie over beurskoers of Ajax en komt u een verhaal tegen waarvan u niet wist dat u het wilde weten, laat staan dat u wist dat het u zou aanraken.

Zo ontstaat de liefde voor een krant. De relatie lezer-krant; it is not a business deal but a love affair, stelde Leon de Wolff drie jaar geleden in zijn promotie onderzoek.

Redacties zijn die liefde aan het verliezen. Online vertellen onze vrienden en collega’s via Twitter en Facebook wat we moeten lezen. En als vrienden ons iets aanbevelen. Dan gaat het hard.

Hoe krijgen ze die liefde weer terug? 

Een deel van het antwoord ligt natuurlijk juist bij die nieuwe spelers. Die doen het voor! Hoe hebben zij dat vertrouwen van het grote publiek gewonnen. Die liefde naar zich toe getrokken..

Door hun publiek ‘relevant te verrassen’. Zo noemen ze dat bij Google: relevant verrassen. Iets geven waarvan de lezer/kijker niet wist dat hij dat wilde weten/lezen. Dat lukt alleen maar als je je publiek werkelijk goed kent. En met die kennis slimme dingen doet.

Kent u Prismatic, Trove? Slimme systemen die de lezers leren kennen en het aanbod van verhalen daar steeds preciezer op aanpassen. U heeft iets met schoenen, milieu en Syrië. Dan is dit verhaal over de vrouw van Assad die maandelijks naar Parijs vliegt om schoenen te kopen iets voor u.

Het vergt naast grote investeringen in technologie om een cultuurverandering. Het vraagt van redacties ook veel meer dat ze naast hun lezers gaan staan, ze serieus nemen. Ze zich er veel meer mee verbinden dan ze nu doen! Aanraken dus!
Vastgesteld moet worden dat redacties een echt huwelijk aan moeten gaan om in deze tijd te leren hoe ze online hun publiek relevant kunnen verrassen!

De krant op papier was misschien een mijnheer, de online versie is een betrouwbare en waardevolle vriend!

Begrijp me niet verkeerd. Ik pleit er dus niet voor om ons nu allemaal op de grote getallen te gaan richten, de kijkcijfers centraal te stellen en ons op Onno Hoes-achtige zaken te storten, omdat die nieuwsgierigheid online naar het seksleven van de burgemeester van Maastricht in ieder geval voor headlines zorgt.

In tegendeel. Los van het feit dat ik een schande vind dat er bij de publieke omroep mensen met belastinggeld worden betaald voor deze vorm van ranzigheid, geloof ik dat die nu zo dominante behoefte aan oplages/kijkcijfers etc., dat dat marktdenken, juist moeten worden gerelativeerd.

Dat is hard nodig om die zo belangrijke nutsfunctie van de journalistiek zo goed mogelijk in te vullen. Onderzoek van de Stichting Economisch Onderzoek wees vorig jaar al uit: voor een deel van de journalistiek ontbreken de private middelen, wil de markt onvoldoende betalen, daarvoor is dus overheidssteun nodig.

Een nutsfunctie de twee gezichten heeft:

Ik ben ervan overtuigd dat, naarmate de wereld transparanter en bereikbaarder wordt we steeds beter begrijpen dat een samenleving zichzelf niet goed kan organiseren, deelnemers van die samenleving zichzelf niet kunnen organiseren, als ze niet over informatie beschikken die ze helpt een keuze te maken.

Een flinke portie onafhankelijke, betrouwbare, degelijke journalistiek is werkelijk onmisbaar. Waarheidsvinding dus. Nieuws, duiding, achtergrond, interview, onderzoek, opinie, etc., etc. De groeiende transparantie zal om een groeiende behoefte aan onafhankelijke journalistiek zorgen.

Er is nog een tweede zeer belangrijk effect, dat eigenlijk maar zelden wordt benoemd in een wereld die wordt bepaald door meten is weten, door oplage, kijk, luister en pageviews. En dat is het effect dat je automatisch genereert als je, als journalist, bijvoorbeeld 15 wethouders of bestuurders van zorginstellingen of van grote bedrijven belt.  En ze 10 minuten lang een serie kritische vragen stelt.

Wat krijg je dan: dat de andere kant van de lijn dan denkt ‘Oh oh, er wordt op mij gelet, ze houden me in de gaten’. Laat ik maar binnen de lijntjes kleuren. Het op deze wijze tot stand brengen van checks and balances is een zeer belangrijke taak van journalistiek. Ik noem dit het maatschappelijk rendement van journalistiek.

Ook al komt er na veel onderzoek helemaal geen verhaal uit, levert al die brutale nieuwsgierigheid in die zin niets concreets op, na deze inspanning staan die eigenwijze bestuurders weer even met beide benen op de grond.

Het zal u niet verbazen dat deze onderzoeksjournalist ervoor pleit om juist voor deze vorm van journalistiek, een vorm waar private middelen tekort schieten, meer gemeenschapsgeld in te zetten. 

Niet per se meer trouwens: met die 600 miljoen euro die nu naar de publieke omroep gaat (naar cakes bakken en nieuws over Onno Hoes), en slechts gedeeltelijk naar journalistiek kan je al heel veel doen.

Waar moet dan in worden geïnvesteerd?


Aanraken en storytelling
Online aanraken vraagt meer. Veel meer. We hebben alleen nog maar over de onderwerpkeuze gehad.

Waar ik vooral in Groningen met master-studenten over fantaseer is ook: hoe vertel je journalistieke verhalen op een manier die bij online past. Het is trouwens erg prettig om zo af en toe tussen master-studenten te verkeren: dat zijn namelijk mensen die niet bang zijn voor morgen. Helemaal niet. Online is voor hen helemaal geen keuze. Ze zijn online.

Alle gekrakeel over het ontbreken van banen, doet ze weinig. Ze hebben zin om journalist van de 21-ste eeuw te worden. En dus zijn ze bezig na te denken over de wijze van storytelling. Stelt u zich voor: iedereen kan altijd, overal bij. Ieder gepubliceerd stuk zit in miljarden broekzakken te wachten om gevonden te worden.  Wat een potentie. Een opwindende gedachte.

De jeugd biedt sowieso veel meer perspectief dan de credits die we nu geven.  Ze leven niet meer? De Y-generatie (geboren na 1980) spendeert, volgens een Brits onderzoek, nu al 38 procent meer tijd aan het lezen van kranten (offline en online natuurlijk) dan de X-generatie (geboren rond 1960). Wow, als kranten goede kwaliteit leveren, nieuwe innovatieve manieren bedenken om lezers erbij te houden.

Waar we nog nauwelijks kijk op hebben, is de impact van technologie op de wijze waarop we onze journalistieke verhalen vertellen. We staan nog maar aan het begin. Vergelijk het maar met de eerste jaren van de radio, toen besloten werd daar maar boeken op voor te lezen. Dat is wat we nu nog doen: de bekende vormen online brengen. Een krant als PDF op de tablet.

We moeten nog leren wat online-mobiel-interactief en de integratie van bewegend beeld, geluid en tekst nou precies voor het hoe van de journalistiek betekenen. Voor mij staat vast dat de mogelijkheden om je publiek aan te raken alleen maar toenemen.  Hoe raak ik ze op een nieuwe manier aan?!

Waardoor ik voor het laatste echt ben aangeraakt?  Het ‘Refugee-game’. De Guardian bouwde een journalistiek spel. Als lezer-speler wordt je gevraagd je te verplaatsen in een Syrische vrouw in Aleppo in Syrië. Jouw man is net gedood, je hebt twee kleine kinderen.

Vraag 1: waar wil je naartoe, Turkije of Europa. Vraag 2. Hoe wil je daarnaartoe? (vliegtuig natuurlijk maar dat lukt je niet, je hebt geen visa. Dus over land. Wie betaal je wat?) Het is ongelooflijk wat je allemaal voor ellende tegenkomt, mensen die geld aan je willen verdienen, vluchtelingenkampen, ziektes etc., etc.. Allemaal echte informatie, feitelijk juist. En zo opgediend, in de vorm van een spel, dat je er mee doorgaat en zo heel veel leert over wat daar aan de hand is.

Of minstens zo geweldig, dicht bij huis, dit weekeind in de lucht: de productie van de Volkskrant: Refugee Republic. Je wandelt door een getekend vluchtelingenkamp Domiz (60.000 vluchtelingen, 60 km van de grens, 2 jaar oud). Mensen vertellen hun verhaal, filmpjes, etc. De geld-route, de leven-route, de smart-route en de bouw-route.

Als journalisten, redacties nu toch eens en masse dit pad op gingen, een ondernemende houding aannemen, gaan zoeken naar nieuwe manieren van storytelling. Zich gaan ontfermen over hun (potentiële) publiek. Er over na gaan denken hoe ze dat publiek iets kunnen geven waar ze echt behoefte aan hebben.

Dat vraagt om een ondernemende houding en daar wil als laatste nog even bij stil staan.


Journalistiek en ondernemerschap
Het belang van ondernemerschap. We hebben het vak dit jaar in Groningen geïntroduceerd: Ondernemerschap en Journalistiek.

Internet kills the middlemen is mijn diepe overtuiging. Hierin verschillen bankiers van journalisten. Bankiers staan tussen vraag en aanbod in, zijn echte middle men. Journalisten vormen het aanbod, zij zijn makers. En dat biedt perspectief.

Het zijn vooral de uitgevers die het zwaar zullen krijgen. Om te kunnen overleven zullen juist zij zich nu op redacties moeten richten, op redacteuren. Ze aan moeten sporen om, in combinatie met slimme technologie, op zoek te gaan naar manieren om hun publiek relevant te verrassen, aan te raken. Als dat lukt komen de nieuwe verdienmodellen vanzelf.

Maar voor mij staat vast dat een belangrijk stuk van het ondernemerschap, dat in het oude model logischerwijs bij uitgevers zat, bij journalisten terecht komt. Eerder zagen uitgevers een behoefte, organiseerden een aanbod, zorgden voor kapitaal en organisatie en verdienden een mooie boterham. Dat is nu ook de rol van de makers.

Het zijn twee woorden die elkaar lijken te compromitteren: ondernemerschap en journalistiek. Ik ben juist journalist geworden om niet met geld verdienen bezig te hoeven zijn. Zo blijf ik onafhankelijk. Onzin natuurlijk. Vooral ook omdat journalisten uitgevers de opdracht geven voor dat geld te zorgen. En dat lukt ze steeds minder.

Onafhankelijk blijf je juist als dat wat je doet genoeg geld oplevert om het onafhankelijk van andere invloeden te kunnen blijven doen.

Zo hebben we het in Groningen ook georganiseerd. Breng onder woorden wat jouw journalistieke talent is, onderzoek waar de behoefte aan dat talent zit, hoe groot die behoefte is.Organiseer het bij elkaar brengen van aanbod en behoefte en monitize their happiness. Stuur daar een rekening voor.

De basis voor dit journalistieke ondernemerschap is een bijzondere specialisatie, onafhankelijke (betrouwbare) waarheidsvinding, inspirerende wijze van storytelling etc.

De bereidheid om voor journalistiek te betalen is er. Nu maken Nederlandse huishoudens jaarlijks een kleine miljard euro over aan kranten. Online zal dat veel minder zijn, maar De Correspondent laat zien dat zo’n 25.000 mensen 60 euro willen over maken voor online journalistiek..

Kevin Kelly, de oprichter van Wired, zei het 10 jaar geleden al: als je 1000 mensen bereid vindt om 1 dag salaris aan jou over te maken, 60 euro (De Correspondent), dan heb je een business.

Dat model komt steeds dichterbij: Blendle-achtige spelers zullen duidelijk maken wat wel niet gelezen wordt, waar wel/niet voor betaald wordt. En wie veel gelezen wordt, zal zich gaan afvragen waarom moeten heel veel andere mensen (uitgevers, marketeers) hieraan verdienen. Ik doe het zelf wel.

Dames en heren, ik ben ervan overtuigd. Dit is het pad dat veel journalisten zullen gaan. Op zoek naar nieuwe manieren om hun publiek, hun klanten aan te raken, zullen de professionals een belangrijk deel van het ondernemerschap dat bij uitgevers zat overpakken.

Vanuit passie en overtuiging zullen ze ervoor zorgen dat de journalistiek in de 21-ste eeuw onze samenleving nog beter zal informeren, om haar zo te helpen zichzelf nog beter te organiseren. 

O ja over ondernemerschap gesproken. Natuurlijk krijg ik betaalt voor deze lezing. Nou ja dat hoop ik: en dat geld gaat natuurlijk in mijn hooglerarenpotje, een potje waaruit ik freelancers betaal die onze studenten verrijken met hun verhalen.

Ik krijg dus betaald, maar heb alleen geen idee hoeveel. Daar heb ik vanavond bewust voor gekozen. Juist ook om me met u te verbinden.


Zo af en toe moet je investeren in het nieuwe, echte risico’s lopen, zonder te weten of het wat oplevert. Je doet het omdat je de diepe overtuiging hebt, dat het echt nodig is om iets belangrijks overeind te houden en beter te maken. Daar roep ik u vanavond toe op!

Huur daarbij vooral veel jonge master-studenten journalistiek in.

Ga naar het gebied waarvan u niet wist dat u het niet wist. Daar liggen de grote vragen en de beste antwoorden.

Zodat we over 20 jaar hier weer een feestje kunnen vieren: met elkaar bespreken welke rol het Koninklijke ANP hierbij heeft gespeeld.

Praat mee

1 reactie

Leon Krijnen, 11 december 2014, 12:36

Wat ik me afvraag: of Jeroen nog weet dat ie me tamelijk cynisch benaderde toen ik bij hem op bezoek mocht komen nadat ik in BN De Stem in mei 2005 voorspeld had dat papieren kranten binnen jaar verdwenen zouden zijn. Toen hij me introduceerde in het programma mediazken begon hij met het opsommen van de oplages in het voorjaar van 2005, en was de eerste vraag: ‘en die zijn over tien jaar allemaal verdwenen?’
Nog niet helemaal, maar hooguit een paar jaar langer, zoals hij u zelf ook inziet.

http://krijnen.com/archives/000353.shtml

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.