website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

‘De gemiddelde journalist is een medisch analfabeet’

Frits van Dam — Geplaatst in medische journalistiek op Thursday 26 June 2008, 11:26

Opinie

De afgelopen weken was ik betrokken bij twee televisieprogramma’s over alternatieve behandelwijzen: een Netwerk-uitzending over Simoncini, de bedenker van de natriumbicarbonaat behandeling tegen kanker en de serie Uitgedokterd?!. Het is me niet goed bevallen. In beide programma’s was het de intentie van de (NCRV) programmamakers om het hoor/wederhoor principe toe te passen. Mijn ervaring met dit soort programma’s leert dat het een illusie is te denken dat er over alternatieve behandelwijzen een zinnige hoor/wederhoor discussie gevoerd kan worden. Hoe komt dat?

Er zijn een aantal redenen voor. In de eerste plaats is bij hoor/wederhoor discussie over alternatieve behandelwijzen of kwakzalverij het vrijwel altijd onduidelijk wat de focus is van de discussie. Alternatieve behandelaars redeneren vanuit het patiëntenperspectief en reguliere artsen vanuit een medisch-biologisch perspectief. De alternatieve behandelaars hebben het dan meestal over het effect van de behandeling zoals die door de patiënt wordt ervaren, terwijl voor de reguliere artsen vooral het effect op het ziekteproces van belang is, gaat de tumor in regressie?


Maar stel dat de hoor/wederhoor publieksdiscussie wel gefocust is, bijvoorbeeld over de vraag of schimmels kanker veroorzaken zoals in het Simoncini programma. Dan doemt het probleem op dat de gemiddelde kijker, volstrekt onvoldoende kennis heeft om uit te kunnen maken wie er gelijk heeft. De gemiddelde kijker is een medisch analfabeet, over zulke ingewikkelde medische kwesties kan hij helemaal geen inhoudelijk oordeel hebben.


Hetzelfde geldt voor journalisten. Over het gebrek aan elementaire kennis van journalisten moet je overigens niet gering denken. Ik heb bijvoorbeeld afgeleerd om het woord ‘metastase’ te gebruiken in een gesprek met journalisten. Meestal krijg je alleen maar glazige blikken. Maar er komt nog iets bij. Hoor/wederhoor discussie hebben alleen zin indien de discussianten van dezelfde basisprincipes uitgaan, dezelfde wetenschapsprincipes aanhangen en over hetzelfde kennisniveau beschikken. Het is zinloos om met een chiropactor in discussie te gaan. Immers het centrale dogma in de chiropraxie is ‘dat de lichamelijke oorzaak van de ziekte in eerste instantie gezocht dient te worden in de werking van het zenuwstelsel tengevolge van veranderingen in gewrichten’. Dit staat op gespannen voet met de huidige kennis over de neurofysiologie. Hetzelfde geldt voor de onzin die een ooracupuncturist uitslaat over het feit dat in een oorschelp de organen gerepresenteerd zijn.  Iemand met dergelijke opvattingen plaats zich buiten het wetenschappelijk debat en een zinnige hoor/wederhoor discussie met chiropractoren is bij daardoor voorbaat een verloren zaak. 


Toch neemt de gemiddelde journalist,  alternatieve behandelaars met dit soort opvattingen serieus. In het programma Uitgedokterd?! werd een ooracupuncturist getoond die met een stalen gezicht spelden in iemands oor zette tegen migraine. Er werd geen enkele kritische opmerking gehoord, noch van de presentatrice Ghiselaine Plag die al dit kermisvertoon prachtig vond, noch van de zogenaamde deskundige die de NCRV hierbij adviseerde, de zich professor noemenden acupuncturist Dr. Jan Keppel Hesselink. Overigens moest de patiënte die met ooracupunctuur behandeld was, in het laatste programma onderdeel toegeven dat ze recent nog een aanval had gehad. Daar werd uiteraard snel overheen gepraat.  Kanker kan volgens Simoncini behandeld worden,  met zout,  migraine kan genezen door een bepaalde plek in het oor aan te prikken,  darmproblemen kunnen gediagnosticeerd worden door de pols te voelen. De tijd is niet ver dat er een programma komt met iemand die voorstelt om geboortebeperking te bevorderen door ooievaars af te schieten.


Voor de gemiddelde programmamaker is niets te gek en leent alles zich voor een hoor/wederhoor discussie. Als er dan ook nog patiënten opgevoerd worden die bij hoog en bij laag beweren door de aanblazingen van de ‘alterneut’ genezen te zijn dan wordt het wel heel erg moeilijk discussiëren.


Want een verdere belemmering om tot een evenwichtige meningsvorming te komen, is dat hoor/wederhoor programma’s altijd gelardeerd worden met getuigenissen van halleluja patiënten die zeggen dat ze dankzij de alternatieve behandeling eindelijk pijnvrij zijn, geen jeuk meer hebben of weer kunnen lopen als een kievit. Voor een eerlijke hoor/wederhoor discussie moet je minstens evenveel patiënten in beeld krijgen bij wie de alternatieve behandeling niet of geheel averechts gewerkt heeft. In de Netwerk-uitzending over Simoncini werd mijn bijdrage uiteindelijk niet opgenomen omdat de programmamaker op het laatste moment nog een extra patiënt op wilde nemen en het programma met mij erbij te lang zou worden. Het hoeft geen betoog dat dit weer een ‘halleluja patiënt’ was. Voor een evenwichtig hoor/wederhoor programma moet er ook een balans zijn in patiënten die baat en die geen baat hebben gehad bij de behandeling.


Een publieksdiscussie hoor/wederhoor tussen reguliere en alternatieve behandelaars over de waarde van hun behandeling is ook lastig omdat je niet alleen met de alternatieve behandelaars argumenten moet wisselen, maar dat je er ook voor moet zorgen dat de discussie voor het algemene publiek te volgen is. En zoals we al eerder zagen, van het algemene publiek hoeven we qua medische kennis niet al te veel te verwachten. Een alternatieve behandelaar als Simoncini heeft het in zekere zin makkelijk: ‘kanker is een schimmelinfectie’, punt uit. Ga daar maar eens tegen in als reguliere wetenschapper. Je verliest de aandacht van je lekenpubliek als je moet uitleggen dat het toch echt ingewikkelder in elkaar zit.


Tenslotte doet zich nog een ethisch probleem voor. Patiënten die aan een debat deelnemen over alternatieve behandelwijzen vormen altijd een selectie. Het zijn zonder uitzondering degenen die veel baat hebben gehad bij de behandeling door de alternatieve behandelaar die zij dan ook met veel passie verdedigen. Het is aannemelijk dat kijkers naar een televisieprogramma vooral over de streep getrokken door patiënten die zeggen veel baat te hebben gehad bij de alternatieve genezer.  De impact van ‘halleluja patiënten’ is groot en eigenlijk zouden deze patiënten toch met kracht moeten worden tegengesproken. Maar om tegen een dergelijke patiënt te zeggen: ‘mevrouw hebt u wel eens gehoord van een placebo effect’ of ‘uw verbetering heeft vooral te maken met het natuurlijk verloop van uw ziekte’ of ‘u bent toch door de reguliere arts behandeld, hoe weet u zozeker dat de verbetering komt door de homeopaat’ is niet echt prettig. Je ontneemt nu eenmaal niet graag patiënten een illusie.


Wat nu? Journalisten moeten zich realiseren dat er niet zo iets is als alternatieve geneeswijze. Er is maar één medische wetenschap, waar inderdaad veel op aan te merken is, maar beter hebben we niet. Om de gemiddelde journalist alsnog de benodigde wetenschappelijke en medische kennis bij te brengen zodat hij zelfstandig een medisch programma kan maken dat lukt dat lukt toch niet. De uitzendingen van Netwerk en Uitgedokterd zijn daar treurige voorbeelden van. De redacties van dit soort programma’s zouden er verstandig aandoen om een pool op te bouwen van gerenommeerde medici waar ze een beroep op kunnen doen. Ik weet zeker dat alle universiteiten hier deskundigen voor willen leveren die gratis en voor niets deel van uit willen maken van zo’n deskundigen panel.


Zo’n pool van deskundigen kan de NCRV dan ook behoeden voor pijnlijke uitglijders met de deskundige die zij ingehuurd hadden bij het programma Uitgedokterd. De zich ‘professor’ noemende Dr. Jan Keppel Hesselink die zich te pas en te onpas manifesteert als hoogleraar in de (moleculaire) farmacologie is niet bekend bij de Nederlandse Vereniging voor Farmacologie. Hij is naar Nederlandse maatstaven helemaal geen professor. Als hij iets is, dan is hij een actief propagandist van alternatieve behandelwijzen, vermomd in een toga. Hij is uiteraard net zo vrij om zich ‘professor’ te noemen als die Afrikaanse wonderdokters die briefjes bij mij in de bus gooien met de belofte ziektes te genezen en geliefdes terug te brengen. 


Overigens heeft de Vereniging tegen de Kwakzalverij een klacht ingediend tegen de NCRV bij de Raad voor de Journalistiek over het programma Uitgedokterd?! wegens ernstige misleiding van het publiek.


Frits van Dam,
secretaris Vereniging tegen de Kwakzalverij

—De discussie naar aanleiding van dit verhaal is gesloten.

Smart octo banner