— maandag 16 juni 2008, 17:02 | 3 reacties, praat mee

Conclusiejournalistiek is halve journalistiek

Bij het vertalen van wetenschappelijk nieuws naar een breed publiek spelen steeds twee belangrijke vragen: wat zijn de bevindingen van de onderzoekers, en hoe zijn ze tot die bevindingen gekomen? Opmerkelijk genoeg komt juist de beantwoording van die hoe-vraag – de gewone verslaggeverij – nogal eens in de knel in de wetenschapsjournalistiek. Ik wil daarom een pleidooi houden voor een soort ‘terug naar de verslaggeverij’, naar meer aandacht voor de toedracht: vertellen wat er gebeurd is, waarom, en hoe. Dat schiet er nog wel eens bij in.

Een paar voorbeelden. In juni 2007 oordeelde het Gerechtshof in Amsterdam over een slepende ruzie tussen de Vereniging tegen de Kwakzalverij en Maria Sickesz. De vereniging had orthomanueel therapeut Sickesz een van de grootste kwakzalvers van de eeuw genoemd, en dat pikte ze niet. Aanvankelijk werd de vereniging door de rechter in het gelijk gesteld, maar zij verloor, tot haar verbijstering, het hoger beroep.

De dag na de uitspraak bracht de Volkskrant op de voorpagina een tweekolommer met het nieuws en, omdat de motivering van het hof er nog niet was, een eerste reactie van de vereniging. De Telegraaf interviewde Sickesz: zij kon onder de kop ‘Eindelijk gerechtigheid’ haar kant van het verhaal vertellen. Zowel Trouw als NRC Handelsblad deden er het zwijgen toe.

Toch was de uitspraak in veel opzichten opmerkelijk, en je zou vervolgens een journalistiek verslag verwachten met de achtergronden: hoe is het hof tot zijn uitspraak gekomen, wat waren zijn overwegingen? Aangevuld met commentaar van deskundigen en reacties van omstanders. Dan kun je immers als lezer je ook enig idee vormen van wat er zich heeft afgespeeld, en kun je je eigen conclusies trekken.

Niets van dat al. De redactie van de Volkskrant volstond met het genoemde bericht, NRC Handelsblad plaatste een week na het vonnis een stuk van Piet Borst, een mooi verhaal, maar wel een verhaal voor de opiniepagina. Het hof had een ‘misslag’ gemaakt, vond Borst. Ik heb mezelf overigens ook nog over de kwestie opgewonden in de Volkskrant, maar dat was eveneens een opiniërend stuk.

Misschien vonden de krantenredacties het onderwerp niet interessant genoeg voor een follow-up. Daarom een tweede voorbeeld. Op 1 april 2008 adviseerde een commissie van de Gezondheidsraad inenting tegen baarmoederhalskanker op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma. Dezelfde dag stond een voorpaginabericht in de NRC, de volgende dag ook een bericht op de binnenlandpagina van de Volkskrant. Wat overal weer ontbrak, was de motivering van de commissie. De helft van de Nederlandse bevolking krijgt ermee te maken, het vaccin is niet onomstreden – maar waarom de raad er ondanks alle twijfels toch positief over oordeelde, komt de lezer niet te weten. Wederom wordt de lezer dus niet in staat gesteld argumenten voor en tegen te wegen. Terwijl juist het mooiste van de wetenschapsjournalistiek is: uitpluizen, analyseren, opnieuw op een rijtje zetten, eens iemand anders raadplegen – kortom het complete plaatje schetsen.

Het is natuurlijk niet altijd armoe troef, en af en toe verschijnen er prachtige stukken of is er een keurige radio-uitzending, maar het is opvallend hoe vaak de wetenschapsjournalistiek van incident naar incident rent zonder bij de toedracht stil te staan. Misschien is dit ook de oorzaak van de chaos in het klimaatdebat. De wetenschappelijke rapporten en conclusies buitelen over elkaar heen, maar een journalistieke, betrouwbare integratie wordt niet geboden. Terwijl er ons nog heel wat debatten staan te wachten. Biobrandstoffen, nanotechnologie, genetisch gemanipuleerd voedsel, voorspellen van erfelijke aandoeningen… Als die ontaarden in welles-nietes discussies zonder gefundeerde meningen, is dat ook een beetje omdat wij niet het gereedschap voor meningsvorming hebben aangeleverd.

Het gebrek aan aandacht voor de toedracht valt mij niet alleen op bij grote kwesties, maar ook in de gewone berichtgeving over wetenschappelijke bevindingen zoals die in de wetenschappelijke tijdschriften staan.
Men hoort te mopperen dat wetenschapskaternen alleen maar melden wat er in Nature en Science staat, maar ik zou willen dat ze dat juist meer zouden doen. Het zijn immers de grote wetenschappelijke bladen die de doorbraken en vindingen melden. Dergelijke berichten gaan nu meestal naar de kortjesrubrieken, waar er geen touw meer aan vast te knopen is. Een voorpagina naar aanleiding van een belangwekkend Nature-stuk is zeldzaam, met als gevolg dat de lezer ernstig achterop raakt.

Er zit nog een kant aan de kwestie. Ik geef met veel plezier les in wetenschapsjournalistiek, en om studenten de eerste kneepjes van het journalistiek schrijven bij te brengen, maak ik veel gebruik van artikelen uit Nature of Science. Dat zijn vaak vrij ingewikkelde verhalen, over isotopen en feromonen en poikilothermie, en de studenten worstelen er flink mee. Ze zijn na enig aandringen wel bereid het nieuws in de eerste zin te zetten, en begrijpen ook wel dat je isotopen niet moet uitleggen door er atoomkernen en protonen en neutronen bij te halen, maar wat eigenlijk altijd ontbreekt, is een gewone beschrijving van de gang van zaken – hoe zijn de onderzoekers tot hun conclusie gekomen?

Het gaat in de wetenschap niet om feiten, maar om argumenten. Niet om de verschijnselen, maar om de beschrijving en de interpretatie ervan. Galilei betwistte niet de observaties van Ptolemeus, maar diens theorie om de observaties te verklaren. Dus: welke argumenten gebruiken de onderzoekers? Stap voor stap uitgelegd, zodat de lezer mee kan denken en overtuigd raken? Alleen als wordt verteld hoe zij tot hun conclusie zijn gekomen, hoe ze gewikt en gewogen hebben en hoe ze met een mooie beeldspraak hun collega’s proberen te overtuigen, kan de lezer het ook begrijpen. De aankomst van de onderzoekers is interessant, maar hun reis is vaak interessanter. Conclusiejournalistiek is gehalveerde journalistiek.

Voor een volledige uitleg moet je als journalist natuurlijk het hele verhaal begrijpen. Je moet het hele wetenschappelijke artikel uitpluizen en verteren, met journalistiek maagzuur en zwarte gal vermengen, en dan pas kun je het aan je lezers presenteren. Dan pas kun je er gegronde kritiek op leveren. En dat kun je dan weer aan je lezer vertellen. We moeten niet alles wat de wetenschap ons aanbiedt voor zoete koek slikken – meer dan ooit is er behoefte aan kritische wetenschapsjournalistiek.

Dit is een verkorte versie van de lezing die Hans van Maanen uitsprak op 26 mei 2008, bij de uitreiking van de Eurekaprijzen tijdens Bessensap. Zelf kreeg Van Maanen de Eureka Oeuvreprijs in 2007. Download hier de volledige versie (doc).
Zie ook www.vanmaanen.org

Bekijk meer van

Praat mee

3 reacties

marcel hulspas, 20 juni 2008, 09:49

Ach ja, zo valt er op vele terreinen veel tussen wal en schip op grote redacties. Niks nieuws. Maar zeg eens Hans, hoe kom je toch op het idee dat kranten de lezer vreselijk tekort doen als ze niet braaf rapporteren wat in Nature en Science staat? Dacht je werkelijk dat daar de ontdekkingen in staan die er toe doen? Ooit stilgestaan bij de inhoudelijke keuzes en tactieken van deze twee vette varkens? Als het om uitleggen gaat hoe wetenschap werkt, moet je bij die twee vooral iedere keer uitleggen welke spelletjes edacties en wetenschappers met elkaar spelen. Nee, de echte doorbraken waar de samenleving later hoofdpijn van krijgt staan in gespecialiseerde vakbladen. En nog iets: waarom moeten kranten de ‘harde wetenschappen’ zo slaafs violgen, terwijl de ‘moeilijke’ vakbladen van andere vakgebieden volstrekt genegeerd worden?

Suzanne Bremmers, 20 juni 2008, 12:38

Daarentegen zijn er ook voorbeelden te vinden waar er wel wordt bericht over de ‘hoe’, zie bijvoorbeeld het artikel in NRC Handelsblad van 17 juni, waar de ‘hoe’ zelfs op de voorpagina (waar meestal minder ruimte is voor berichten) staat. Interessanter is het om niet alle kranten over één kam te scheren en te kijken waar en wanneer er wel over de ‘hoe’ bericht wordt.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.