— dinsdag 4 juli 2023 09:30 | 1 reactie , praat mee

Boudewijn Geels terug in de tijd met oud-huisgenoten Robert van Gijssel en Amanda Kuyper

Boudewijn Geels terug in de tijd met oud-huisgenoten Robert van Gijssel en Amanda Kuyper
Amanda Kuyper, Robert van Gijssel en Boudewijn Geels nu - © privé-foto

Drie studenten journalistiek woonden midden jaren 90 samen in een aftands studentenhuis in Utrecht. Hun gezamenlijke passie: muziek. Ruim een kwart eeuw later zijn er twee chef pop bij een kwaliteitskrant en staat de derde op het podium van Rotown. Reünie-interview over de pitbull Saskia, moordende werkdruk en de arrogantie van Maceo Parker. Laatste wijziging: 5 juli 2023, 09:10

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Marjolein Slats. Ook lid worden?

Zij kan zich maar één moment herinneren dat hij kwaad was. Dat was toen ze het had gewaagd de keuken grondig te reinigen, inclusief het werkblad waarop hij zijn champignons sneed. Ze gebruikte allesreiniger. ‘Je was woedend! Vond het ecologisch onverantwoord.’

Hij: ‘Tja, ik was van de linkse kerk hè. Terwijl ik heel rustig bleef toen jij binnenkwam op een voor mij en mijn vriendin nogal onhandig moment.’

Ze slaat haar handen voor haar ogen. ‘Een kuiken was ik! Ik kwam een toren geleende cd’s terugbrengen, dus kloppen ging niet. Ik woonde toen net bij jullie in huis en dacht dat ik het totaal verziekt had.’

Hij: ‘Grappig dat ik daar dan weer níet boos over werd.’

Natuurlijk is er heus wel enig verschil: een significant verminderd aantal haarwortels, huid die iets minder strak om de jukbeenderen is gespannen. Maar verder zijn dit precies dezelfde Robert van Gijssel en Amanda Kuyper die ik midden jaren 90 dagelijks tegenkwam in ons chronisch kleverige studentenhuis aan de Utrechtse Croeselaan.

Het studentenhuis aan de Croeselaan in Utrecht, met de motor van Boudewijn voor de deur. Tekst loopt door onder de foto.

Voortekenen waren er toen al. Robert sleepte me vaak mee naar Tivoli, waar bands speelden die volgens hem the next big thing waren, zoals Tool. Ook gaf hij onderweg naar Moskou en Praag – we bezaten met vijf vrienden een oude Ford Transit-camper – colleges over Frank Zappa en Brian Eno. Want Robert wíst dat soort dingen gewoon. En niet van internet, want dat bestond toen nog niet.

Robert van Gijssel en Boudewijn Geels bij hun oude Ford Transit camper. Tekst loopt door onder de foto.

Amanda was de dochter van AD-muziekjournalist en jazzpianist Ruud Kuyper. Ze schreef voor het tijdschrift Jazz Nu. Soms belde de beroemde Amerikaanse jazzsaxofonist Steve Coleman naar onze gezamenlijke tikker-telefoon op de gang: ‘Hi, this is Steve, is Amanda home?

Maar dat ze op een dag zo machtige functies in de Nederlandse popjournalistiek zouden gaan bekleden? No way!

En ik? Ik was hun langharige medestudent journalistiek, die als bassist in kroegen speelde en in de zomer door Luxemburg toerde met zijn coverbandje, dromend van de grote podia.

FLAUWVALLEN IN DE PERSTENT
Nu, zo’n 28 jaar later, zitten we voor het eerst weer gedrieën rond een tafel, in het hoofdstedelijke café De Ysbreker. Ik (52) als journalist en eindredacteur van Het Financieele Dagblad en freelance interviewer voor Villamedia, Robert (54) als chef popmuziek van de Volkskrant en Amanda (47) als chef pop en jazz bij de NRC. Inderdaad, mijn ex-huisgenoten zijn al jaren elkaars grootste concurrent. Doel: een gesprek over toen en nu, over ambitie en stress, en over popjournalistiek tijdens en na corona.

Vrij ver na corona zelfs, want Robert moest de sessie driekwart jaar uitstellen. Uit zijn mail van 23 mei 2022: ‘Ik loop tegen een burn-out aan. Dat wordt alleen maar erger omdat ik het knetterdruk heb met de festivals, en twee uitvallers heb in mijn club waardoor ik gewoon niet meer weet hoe ik het allemaal moet gaan rooien.’
Ziehier een ook volgens collega Amanda representatief kijkje in het leven van een cheffende popjournalist.

Neem Eurosonic Noorderslag in Groningen, Europa’s grootste showcasefestival.

Robert: ‘Je begint ‘s ochtends met seminars en panels, van 10.00 tot 15.00 uur. Daarna heb je in principe pauze tot 20.00 uur, als de bands beginnen, maar in de tussentijd zijn de netwerk-events van de platenmaatschappijen. Tussen 20.00 en 04.00 uur zijn de concerten. Je moet ook nog je stukje tikken, dus de wekker gaat om 08.00 uur. Twee uur later beginnen de seminars weer. En dat drie dagen achter elkaar. Op Lowlands ben ik zelfs een keer flauwgevallen in de snikhete perstent.’

Amanda: ‘Een uitputtingsslag is het. Sowieso sta je altijd “aan”. Ook tijdens het scrollen op Instagram zie je telkens nieuwtjes voorbij komen en denk je: moeten we hier iets mee?’

Robert, zoals bijna altijd gekleed in een T-shirt van een deathmetalband (de naam is conform de regels van het genre totaal onleesbaar): ‘Je kunt wel een dag vrij nemen, maar als een platenmaatschappij belt neem je vaak toch maar op. Je weet nooit wat ze voor je hebben. Mijn hele weekend gaat op aan platen luisteren. Dat is gewoon mijn werk.’

GEHOORSCHADE
Robert, die als student buitenlandjournalist wilde worden, kreeg in 2001 een vaste baan bij de Volkskrant, waar hij stage had gelopen. Hij begon als samensteller van de ‘pretpagina’ Dag In Dag Uit. In 2007 ging hij pop ging doen. Amanda begon in 1997 op de kunst- en entertainmentredactie van het AD. Van 2001 tot 2012 was ze freelance muziekjournalist voor HP/De Tijd en NRC Handelsblad. Die krant bood haar in 2012 een vaste betrekking aan. Ze werd meteen ‘popkapitein’.

En ik? Na een tijd te hebben gefreelancet – soms ook als muziekjournalist – werd ik in 2003 redacteur bij HP/De Tijd. Roberts artikelen las ik sowieso altijd, want hij schreef over lawaaibands, en daar speelde ik zelf ook in. Onder meer in de band van acteur/comedian/zanger Jeroen van Koningsbrugge. Na een half jaar kieperden ze me eruit, omdat ik te veel fouten maakte. Dat had iets te maken met gemakzucht tijdens het oefenen: ongevéér goed vond ik destijds goed genoeg. Maar mijn levensstijl hielp ook niet mee. Met mijn vrienden, in de roaring nineties ook met Robert, ging ik behoorlijk hard in het weekend. Het verschil: mijn vrienden hoefden geen ingewikkelde baspartijen te onthouden.

Ook ongezond, en bovenal oliekoekendom: zonder oordoppen in een heavymetalband spelen en zo jezelf tinnitus bezorgen. Robert en Amanda hebben allebei nog geen last van oorsuizingen. In Roberts geval een klein wonder, want hij draagt als enige nog altijd geen doppen. En hoewel hij wel een setje heeft besteld (‘Dure, van 160 euro’), lijkt hij niet voornemens ze vaak te gaan dragen. Resoluut: ‘Mijn muziek is “harde” muziek. En die klinkt voor mij niet als-ie zacht klinkt.’

Dat was vroeger aan de Croeselaan al zo, merk ik op. Amanda valt me bij. ‘Dat herinner ik me, ja. Wij woonden boven je…’

Robert kijkt nors. ‘Je kunt een band als Sunn O))) (Amerikaanse doommetal, BG) niet zacht zetten. Het gaat in hun muziek om feedback, om sublagen. Net als bij dance. Je gaat toch ook niet met een zonnebril op het Van Gogh Museum in en er dan iets over schrijven? Wel kun je je oren telkens even rust geven: na twintig minuten even naar de catacomben, en dan weer terug. Dat heeft volgens mij wel mijn ass gesaved.’ Amanda en ik wensen hem wijsheid.

Nog meer herinneringen: Roberts semi-pitbull Saskia. Een lief beest, maar ze knaagde graag aan vuilniszakken - waar de tuin altijd vol van lag. De inhoud verspreidde ze vervolgens door de hele woning.

Tekst loopt verder onder de foto.

Amanda: ‘Hoe kon het dat je hond zo onopgevoed was?’

Robert: ‘Saskia was vroeger mishandeld, en daarom heel gestrest. Op een gegeven moment was het niet meer houdbaar en kreeg ze een ander baasje, met een grote boerderij. Ik kon wel janken. Ze sliep naast me in bed.’

Ik: ‘Waarom heb je haar eigenlijk Saskia genoemd?’

Hij kijkt me getroffen aan. ‘Zo heette ze al toen ik haar uit het asiel haalde! Zelf ga ik mijn hond natuurlijk niet Saskia noemen.’

Terug naar de muziek: in hoeverre bespreken de concurrenten of iets tof is of niet?

In koor: ‘Niet!’

Amanda: ‘Het is best wel een recensentendingetje om je mening voor jezelf te houden.’

Robert: ‘Behalve één keer, bij U2 in de Ziggo Dome in 2015. Dat concert was zó sensationeel goed. Links van me zat Peter van Brummelen van Het Parool, ook zo verbluft. Ik stak mijn hand naar hem op: vijf sterren, toch? Peter knikte. Dat was effe zo’n momentje.’

Amanda: ‘Dat was duidelijk een overrompelende ervaring, maar er zijn best veel concerten waarbij je het niet meteen weet. Er waren dingen goed aan, andere best wel oké, maar je werd niet per se opgetild. Zeg maar de zesenhalfs à zevenenhalfs. Op weg naar huis denk je daar dan over na. Ik wil zéker de artiesten niet spreken afloop, niet beïnvloed worden.’

Robert: ‘Ja, een nachtje erover slapen is heel goed. Dat staat wel onder druk door online. Het AD is heel eager om de eerste te zijn met een recensie.’

Amanda: ‘Ja, die tikken soms al mee tijdens het concert.’

Robert: ‘Soms maken ze het einde niet eens mee.’

Amanda: ‘Dat vind ik eerlijk gezegd vrij onvergeeflijk. Tijdens de toegift sta ik wel bij de deur, want ik wil de meute voor zijn, maar je kunt niet weggaan.’

Robert: ‘Ik ben als de dood om de toegift te missen. Dat een zanger zegt: “Dit is mijn laatste concert ooit.”’

Amanda: ‘Of dat iemand op het podium een hartaanval krijgt, waar ik bij de meeste oude artiesten altijd bang voor ben.’

Robert van Gijssel en Amanda Kuyper nu. Tekst loopt door onder de foto.

Zelf maakte ik ook wel eens recensies. Stond ik in mijn eentje tegen een paal geleund met mijn opschrijfboekje. Saai, dus haalde ik een biertje. En daarna nog een. Later zag ik pas dat in al mijn recensies had gestaan dat het concert halverwege beter werd. Herkenbaar?

Robert knikt. ‘Ik probeer het niet te doen, maar als ik tussen de beukende metalheads sta bij Slayer en niet meteen een artikel hoef te schrijven, ga ik gewoon bier drinken. Een concert is ook bedoeld voor iemand die los is. Meegaan in die flow mag dus best. Al moet je niet dronken worden.’

Amanda: ‘Ik drink nooit als ik werk. En wat die flow betreft: ik neem mijn dochter wel eens mee, naar Harry Styles of Dua Lipa of zo – ja, die extra kaart kunnen regelen is een voordeel van het vak. Mijn kind vindt me dan supersaai. Gaat zij uit haar dak bij haar held, sta ik op te schrijven dat ik de decorwisseling toch wat minder vind. Het is trouwens goed om een concert ook door de ogen van onze kinderen te bekijken. Want als je niet oppast word je blasé. Bands die het publiek het lichtje van hun telefoon laten aandoen bijvoorbeeld: al zo vaak gezien. Maar als ik dan mijn dochters extase zie, denk ik: shit, voor heel veel mensen is dit gewoon hun eerste concert!’

Robert: ‘Dat herken ik van mijn zoon, bij hiphopconcerten. Kijk, als een concert wordt afgeraffeld, moet je dat vooral opschrijven. Als je maar nooit vergeet wat voor inspiratie en levenskracht mensen eruit halen.’

Amanda: ‘Een verschil met vroeger is dat onze generatie is opgegroeid met albums, met een “verhaal” dat wordt verteld. Nu schrijven we voor een generatie die van losse liedjes houdt.’

Robert: ‘Wij zijn geneigd dat oppervlakkig te vinden, maar ik ken niemand die zo geobsedeerd is door muziek als mijn zoon, die nu een playlist heeft van 6000 tracks of zo, die hij iedere dag aan het bij tunen is. Een soort database van de hele muziekhistorie. Het tegendeel van oppervlakkig dus. Spotify is gigantisch leuk.’

Ik wil eindelijk wel eens weten: hoe zat het nou precies met saxofonist Steve Coleman?

Amanda , glimlacht zonder te blozen: ‘Ik had hem ontmoet op North Sea Jazz. Hij had wel interesse in mij, maar ook weer niet zoveel dat hij er echt werk van maakte. Het werd een soort rare vriendschap. Ging hij me om half drie ’s nachts bellen: “I’m in Paris, would you like to come over?” Begreep-ie niks van dat ik dan niet kwam, want vijf uur rijden is voor Amerikanen zoiets als even op en neer naar de supermarkt. Steve en ik praatten veel over muziek, maar hij vond ook dat ik niets van zijn mathematische manier van componeren begreep. Dat had met astrologie te maken: de stand van de maan en het huis moesten terugkomen in zijn noten. Of zoiets.’

Ook nooit gezoend dus?

Amanda: ‘Nooit. Maar mijn vader was wat bezorgd en zei: “Pas wel op, want voor Amerikaanse jazzmuzikanten was het vroeger een soort statussymbool om vriendinnen in Europa te hebben.”’

Amanda Kuyper op de School voor journalistiek, jaren 90. Tekst loopt door onder de foto

Robert: ‘Je kunt toch ook gewoon vrienden worden?’

Amanda: ‘Dat is wel een onderwerp, in hoeverre dat kan. Want het gaat best snel. Jij en de artiest zijn allebei gepassioneerd over muziek. Dat maakt dat je snel een klik krijgt. Je kunt echt verliefd uit een interview komen, zonder dat het om fysieke aantrekkingskracht gaat.’

Robert: ‘Ik kan dat ook bij mannen hebben. Paul Simon pakte afloop mijn hand en zei: “I really liked this!” Ik zweefde naar huis. Dat gaat dan niet over liefde of seks, maar over verbinding.’

Amanda: ‘Maar je kunt je ook vergissen in dat gevoel. Ik heb wel eens gehad dat ik een artiest na vier maanden weer tegenkwam, en me dan bij wijze van spreken opnieuw moest voorstellen. Had hij in New York en Rio nog meer van dat soort gesprekken gehad. Tsja.’

Welke artiesten vielen erg tegen?

Amanda: ‘Ik had een heel nare ervaring met Maceo Parker, een van de blazers van James Brown. Hij wilde gewoon niet met me praten. Ik was te jong, te wit, te vrouw, te onervaren. Hij zei alleen maar “ja” en “nee” en ging zitten tekenen, totaal ongeïnteresseerd. Ook vreselijk: Elvis Costello. Ik was nerveus, want ik keek tegen hem op. Daardoor haperde mijn Engels. Dat ging hij steeds corrigeren.’

Robert: ‘Killing! Ik heb veel moeizame interviews gedaan met dance-jongens. Te snel te groot en te rijk geworden. Geen inhoud. Dus wisten ze niet wat ze moesten vertellen. Het ging alleen maar over geld en hun manager en zo. Met grote sterren heb ik nooit een horrorinterview gehad. Gelukkig maar, want daar had ik slecht mee kunnen omgaan. Mijn Volkskrant-collega Alex Burghoorn kreeg een kwartier lang alleen het achterhoofd van Lou Reed te zien. Lou zei alleen maar “yes” en “no”. Heel vernederend.’

Tijdens corona viel alles stil. Herinneren ze zich dat als een rustige periode?

Robert: ‘Helemaal niet. Maar in plaats van over leuke dingen schreven we opeens over klotedingen. Concertzalen die struggelden…’

Amanda: ‘En artiesten die in de put zaten. Wel mooi vond ik de interviews via Zoom. Zat ik opeens in de huiskamer van Tom Jones. Hij ging zelfs voor me zingen. En Dua Lipa werd steeds afgeleid doordat haar vriendje aan haar zat, haha.’

De vraag moet gesteld: kun je op een gegeven moment te oud zijn voor dit werk? Te out of touch met al het nieuwe?

Robert: ‘Terechte vraag. Ik sta nog steeds elk weekend luchtgitaar te spelen, ben nog net zo’n jochie als vroeger. Maar ja, dat kun je zelf wel vinden, als je tegenover zanger/rapper Antoon zit, wiens opa je bijna kunt zijn… Toch gaat het vaak heel goed.’

Amanda: ‘Veel jonge artiesten zijn omhoog gekomen via sociale media. Als je zoals ik niet op TikTok zit, mis je een groot deel van hun magie.’

Robert: ‘Ik heb een groot verhaal over TikTok gemaakt. Met heel veel mensen gepraat: hoe werkt dat, hoe gaat de marketing?’

Amanda: ‘Dat is gewoon journalistiek bedrijven.’

Robert: ‘Ja, maar dat kan toch? Je hoeft geen TikTokker te zijn om over TikTok te schrijven. Ik zit zelf helemaal niet op sociale media. Dat vind ik het ergste wat er is: je eigen verhaal in de aanbieding doen op Twitter en dan het hele weekend gaan zitten kijken hoeveel complimentjes je krijgt.’

Amanda, die wel Facebook, Instagram en Twitter gebruikt: ‘Je hoeft niet te zeggen: “Ik heb een mooi stuk geschreven”, maar je kunt wel laten zien dat het er ís.’

Robert schudt beslist het hoofd. ‘Dat kan de Volkskrant prima zelf. En er zijn popjournalisten die soms al na drie minuten twitteren dat een act enorm slecht is. In 2017 bijvoorbeeld Justin Bieber op Pinkpop. Zoiets gaat dan heel snel rond, waarna er een soort group think-mening ontstaat. Nou, ik schreef gewoon op dat Bieber wél goed was. Mijn werkgever betaalt me ook om zelf na te denken.’

Amanda tegen mij: ‘Bieber was behoorlijk slecht, hoor.’

Nog een verschil: waar Robert het voor zijn beroepsuitoefening essentieel vindt om drie dagen achter elkaar tot 04.00 uur ’s nachts concerten te kunnen aflopen, is juist dat voor Amanda een uitdaging. ‘Ik heb een auto-immuunziekte die me beperkt. Dus moet ik taken verdelen met mijn collega Peter van der Ploeg.’

Voor het interview vroeg ik de twee om na te denken over de vraag: wat is hét nummer waar je nog steeds kippenvel van krijgt? Het antwoord zegt veel over hun achtergrond.

Amanda: California Soul van Marlena Shaw, uit 1969. ‘De hemel barst open als je het hoort. Je ziet de perfecte surfgolf aan de Amerikaanse Westkust voor je. Marlena Shaw was de eerste vrouwelijke artiest die tekende bij het vermaarde jazzlabel Blue Note.’ 

Van Robert kregen we een filmpje toegestuurd over de Britse zanger Peter Hammill, medeoprichter van de sixtiesband Van der Graaf Generator. We zien Hammill zijn melancholische, Bowie-achtige Four Pails (1986) spelen op de piano.

Robert vertelt ons iets dat ook ik niet wist. ‘Op mijn zeventiende ging ik het huis uit. Ik belandde in de punkscene van Gorinchem. Veel vrienden van me raakten zwaar aan de alcohol en de harddrugs. Er zijn er ook een paar overleden toen. Om dat achter me te laten ging ik Utrecht wonen. Jarenlang werkte ik in het distributiecentrum van Albert Heijn. Ook daar ging het er heftig aan toe: bevolkingsgroepen die elkaar te lijf gingen met soepblikken en zo. Ik raakte bevriend met een Nederlandse jongen van tien jaar ouder, die liet doorschemeren dat hij een drugsverleden had. Volgens mij ging het niet zo goed met hem. Hij ging wel eens met me mee naar huis, om platen te draaien. Op een dag in 1991 stond hij voor mijn deur met een plastic tas. Daarin zaten al zijn platen van Peter Hammill, van wie hij een groot fan was. Hij zei: “Ik ben aan het opruimen. Dit is wel iets voor jou.” En daarna…’

Het is even stil.

‘Daarna heb ik hem nooit meer gezien. Ik had geen adres, geen telefoonnummer, niks. Ik wist zijn achternaam niet eens, dus ik kan hem ook niet googelen. Four Pails is een van Hammills mooiste songs. Die tekst raak me zó diep. Het gaat erover dat mensen niks zijn: vier emmers water en een zak zout. Dead is dead, gone is gone. Je snapt: ik kan het nauwelijks draaien.’

Amanda en ik snappen het. 

EX-HUISGENOOT ON STAGE
En ik? Ik speel nog steeds in bands. In 2019 kwam Robert kijken toen ik optrad met progrockband Milky Way Gas Station, in de Duycker in Hoofddorp. We speelden lange, ingewikkelde nummers vol rare maatsoorten. Ik had me sufgeoefend, want het was mijn debuut, en tot mijn medebandleden behoorde Jan-Peter Bast, conservatoriumdocent en ex-toetsenist van The Scene. Ik voelde extra druk omdat ik wist dat de chef-muziek van de Volkskrant in de zaal stond. De gig ging niet slecht - ik kreeg zelfs een eervolle vermelding in de recensie van progsite Background Magazine - maar een ontspannen performance, mwah. Na afloop trakteerde Robert op bier en complimenten. Maar hij schreef er geen letter over, want hij was off duty.

Boudewijn Geels met zijn band The Arthurs. Tekst loopt door onder de foto.

Nu vraag ik hem ‘officieel’ om naar de cd Glass te luisteren van The Arthurs, een van mijn huidige bands. We spelen indie-rock: een beetje The Pixies meets The Doors meets Nirvana. Muziekbloggers schreven al erg lovende dingen, maar het oor van de Volkskrant krijgen valt niet mee. ‘Als je het niks vindt, moet je dat gewoon zeggen,’ benadruk ik. En ik meen het.

Na een paar dagen stuurt Robert me een mailtje. ‘Ik heb een paar keer naar Glass geluisterd. Mooie kalm rockende indie met jubelend soleerwerk. Fijne gelaagde vocalen ook, die me toch ook naar de vroege Pink Floyd transporteren. Volgens mij zit daar ook wel een haakje, mede gezien de gitaarsolo’s die een beetje naar David Gilmour hinten.’

Ik doe het er graag voor, en nodig hem en Amanda uit voor ons optreden kort daarna in poptempel Rotown in Rotterdam, als support act van de Britse band The Subways. En jawel, vanaf het podium zie ik de grijnzende hoofden van niet een, maar twéé popjournalistieke top dogs. Toch wel even een momentje, realiseer ik me. Dit had ik in 1995 nooit kunnen denken.

Deze keer schrijft Robert wel een stukkie voor de krant. Over The Subways. Logisch, wij waren slechts het voorprogramma hè.

STEEN DOOR DE RUIT
Robert laat zich door niets of niemand onder druk zetten, maar Amanda vindt het recenseren van Nederlandse artiesten nog wel eens ingewikkeld. ‘Ik moet opeens denken aan iets waar ik als jong kind zeer van onder de indruk was: een steen door de ruit van onze huiskamer. Een artiest was niet blij met een recensie van mijn vader.’

Robert, geschrokken: ‘Jezus! Bedreigingen op sociale media avant la lettre!’

Amanda: ‘Daarom heb ik geen naambordje bij de deur, en een geheim telefoonnummer. De nieuwe plaat van Bruce Springsteen afkraken is makkelijk, want die ligt daar niet wakker van. Bovendien woont hij in Amerika. Maar als ik over een Nederlandse artiest schrijf…’

Robert: ‘Hou je je dan in?’

Amanda: ‘Nee, maar ik wil het wel goed onderbouwen. Ik merk dat ik daar dan extra mijn best op doe. Ook willen artiesten na een slechte recensie vaak met je in debat.’

Robert: ‘De theaterredactie heeft het fokking moeilijk wat dat betreft. Dat is een veel kleiner wereldje. Iedereen kent elkaar, en jij moet die ene ster gaan geven. Die mensen gaan je haten. En ze lopen zes jaar achter je aan.’

Nog één keer hebben Robert, Amanda en ik het over ons oude huis aan de Croeselaan 198. Over de muizen. Over het toilet op de eerste verdieping dat de gang in lekte – had je mooi pech als je net de keuken uit kwam met je prak boerenkool. En over de buurman, die pas over te harde muziek ging klagen nadat hij had gezien dat Robert en Saskia waren verhuisd. Robert: ‘Volgens mij had de buurman meer last van jouw akoestische gitaar als je in de tuin zat te spelen.’

Op de website Huispedia.nl ontdekken we wat ‘ons’ huis inmiddels waard is: tussen de 640.000 en 708.000 euro. Amanda, droogjes: ‘Met ons erin zou dat een heel stuk minder zijn.’

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee

1 reactie

Peter Pos, 4 juli 2023, 16:20

Mooi verhaal, Boudewijn. Eigenlijk jammer dat we in de tijd dat je werkzaam was of stage liep bij de Amersfoortse Courant eigenlijk veel te weinig gekletst hebben met elkaar.