— woensdag 27 mei 2015, 13:15 | 1 reactie, praat mee

Blendle 8,4

Een steil oplopende klantencurve, drie miljoen euro investeringsgeld van The New York Times en het Duitse Axel Springer, lovende artikelen in de internationale pers: Blendle gaat jaloersmakend hard. Maar er is inmiddels ook gemopper hoorbaar. ‘Geels deelt uit’ over het wonderbaarlijke project van Marten Blankesteijn en Alexander Klöpping.

Marten ­Blankesteijn ontving in zijn etagewoning in het centrum van Utrecht. Het was een gezellig oud huisje met veel hoekjes en nisjes. Gekleed in spijkerbroek en sweater zat de oprichter van Blendle op de bank, met een opgewekte kom-maar-op!-uitstraling.

27 jaar nog maar, en nu al hotter dan Philippe Remarque, Peter Vandermeersch en Rob Wijnberg bij elkaar, dacht de interviewer (44) enigszins jaloers.

Een steil oplopende klantencurve, drie miljoen euro investeringsgeld van The New York Times en het Duitse Axel Springer, lovende artikelen in de internationale pers; zouden daar zouteloos-blije, typische ondernemersantwoorden van komen? Mijn openingsvraag: zeg ter compensatie nou eens iets lekker gemeens over je, door Sylvia Witteman treffend als ‘het overdreven schattige hertenjong’ omschreven kompaan Alexander Klöpping. Blankesteijn, grijnzend: ‘Alexander is in staat zijn eigen leeftijd te vergeten.’

Zuchtend ramde hij aanvankelijk steeds zelf alle salarissen in de computer. ‘Kwam dat er óók nog bij. Maar als je zoiets aan Alexander vraagt, heeft iedereen elke maand een ander bedrag op zijn bankrekening.’

Kijk, daar kon ik iets mee: een van de twee ‘eindbazen’ van Blendle – degene met de VS in portefeuille – is levensgevaarlijk met cijfers. Toen Klöpping lucht kreeg van het interview, twitterde hij: ‘IK MAAK JE KAPOT BLANKESTEIJN!’

Ik besloot dat ik de Blendle-directie wel mocht. Niks weeïge blijheid, maar nog altijd onbevangen jongens met zelfspot.

En wat is dat Blendle gebruiksvriendelijk. Behept met een ernstig gebruiksaanwijzingenfobie vroeg ik me begin vorig jaar af of ik na twee, tien of pas na dertig seconden zou vastlopen. Maar nee, alles werkte volkomen logisch. Nog een signaal dat het Blendle goed gaat: het bedrijf is als een razende personeel aan het werven.

Toch blijft het voor een geboren scepticus moeilijk te geloven dat twee Hollandse twintigers een wereldwijde mediarevolutie kunnen veroorzaken. Stukken uit NRC Handelsblad en De Groene Amsterdammer verpatsen voor een paar dubbeltjes, allá. Maar vaste voet aan de grond krijgen in de VS en Duitsland?

Drie miljoen euro van The New York Times en Springer: ik ken qua oplage niet héél grote Nederlandse printmedia waar zo’n bedragje in een paar jaar achteloos door de schoorsteen ging. Maar je kunt er wel degelijk een brug over de Atlantische Oceaan mee bouwen, verzekeren marktvorsers me. Blendle heeft nu immers ook toegang tot de expertise en de ontwikkelkracht van de Amerikanen en de Duitsers. Zo bezit Springer in Berlijn een gebouw waar hipsters uit de hele wereld nieuwe dingen bedenken.

Nederlandse uitgevers hoor ik brommen dat het jammer is dat Blendle zich nu al zo op het buitenland richt. Ze hebben nog veel meer lezers nodig, níeuwe lezers. Maar dit taalgebied is nu eenmaal klein. Misschien wel té klein.

Ik kende Blendle dus als gebruiker, maar hoe soepel werkt het als aanbieder van artikelen? Eind april nam ik de proef op de som met mijn interview met Blankesteijn, dat was gemaakt voor het blad van Audi. De kortste weg naar het doel leek me freelancersplatform TPO Magazine van uitgever Jan-Jaap Heij. ‘Ja hoor, dat fiks ik wel’, zei Heij. ‘Stuur maar op.’

‘Ik heb het stuk vorige week ook gratis weggeven op mijn site’, waarschuwde ik. ‘Blankesteijn en Klöpping hebben mijn tweet daarover geretweet, en dat zag je aan de bezoekcijfers. Ik heb dus al veel gras voor mijn eigen voeten weggemaaid.’ Heij bevestigde dat zoiets tamelijk onzakelijk is, maar wilde het toch proberen. Hij ging Facebooken en twitteren, Blendle was zo vriendelijk het stuk – prijs: 69 cent, waarvan standaard 30 procent voor Blankesteijn c.s.– aan te bevelen in de eigen nieuwsbrief.

En zo belandde er ruim 400 euro ‘gratis geld’ op mijn bankrekening – and counting.

Dat is ook Klöppings verweer nu Peter Vandermeersch, wiens NRC Blendle als eerste krant omarmde, en plein public mokt dat de digitale kiosk hem vooralsnog slechts 50.000 euro op jaarbasis oplevert. ‘Daar kan ik niet één journalist van betalen bij ons.’ Blendle is dan ook ‘een extra inkomstenbron voor uitgevers, van een nieuwe groep gebruikers’, riposteerde Klöpping op de site denieuwereporter.nl.

Niet 100 procent nieuw; er zal sprake zijn van kannibalisatie. Maar Blendle is dan ook allereerst ontwikkeld voor de gebruikers.

Er is nog wel een los eindje: de vergoeding die freelancers krijgen als opdrachtgevers hun werk doorplaatsen op Blendle. Of beter gezegd: vaak níet krijgen. Het handigst lijkt mij dat ze georganiseerd afspraken maken met de uitgevers. ‘Wij hebben gewoon die 30 procent nodig,’ zei Blankesteijn op ernstige toon tijdens het interview. Ik ben geneigd dat te geloven, maar als meneer straks in Mark Zuckerberg-achtige weelde baadt, kom ik daar vast op terug.

Ik vertelde Jan-Jaap Heij over de arbeidsvoorwaarden bij Blendle. Blankesteijn – hij denkt in 2017 break-even te draaien – laat zijn personeel kiezen: een relatief hoog salaris en geen aandelen in Blendle, het omgekeerde of iets ertussenin. Heij keek diep geschokt. ‘Ik zou maar voor dat lage salaris gaan!’

Doorzettingsvermogen 10 (‘Nee!’ zeiden uitgevers jarenlang)
Gebruiksgemak: 9 (sense & simplicity)
Marketing: 9 (Klöpping wóónt praktisch in de DWDD-studio)
Oplossing-voor-alles-gehalte: 5,5 (zoden/dijk)

Praat mee

1 reactie

J.C. Roodenburg, 28 mei 2015, 14:37

Aardig verhaal. Blendle is gewoon een zeer innovatief idee van media in de wereld. Maar zodra Blendle belangrijker wordt dan de eigen kranten enz. dan is er voor de laatste geen voortbestaan meer. Grappig ook dat de auteur er iets aan over heeft gehouden aan zijn verhaal op Blendle. En als het net zo groot succes wordt als Facebook dan houd ik de auteur eraan dat hij poogt hogere freelance tarieven te krijgen.  Een voorbeeld uit mijn praktijk toen ik nog bij het Rotterdams Dagblad werkte in 2005: een deskundige freelance journalist kreeg toen voor een artikel van 700 woorden nog 175 euro bij een oplage van circa 80.000. Bij het AD Rotterdams Dagblad nu hooguit 75 euro. Het tekent het verval van freelance tarieven, zeker in de sectoren die niet zo specialistisch zijn.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.