Syrische journalisten in Nederland: ‘Ik kan weer schrijven onder mijn eigen naam’
Hoe ervaren Syrische journalisten in Nederland de omwenteling in hun geboorteland? Besan Zarzar, Somer al Abdallah en Diana al Mouhamad vertellen hoe ze hun emoties verwerken, welke media ze volgen, welke verhalen ze willen maken en hoe ze de toekomst zien. In deel 1 van deze reeks: Besan Zarzar (35), trainee bij Trouw. De eerste week na de val van het Assad-regime kon de Syrisch-Palestijns-Nederlandse journalist nauwelijks slapen van de emoties. Met journalisten ter plekke wil ze werken aan onderzoeksverhalen.
‘Voor het eerst in tien jaar kan ik weer onder mijn eigen naam schrijven in het Arabisch. Bij kanalen zoals Al Jazeera gebruikte ik pseudoniemen omdat het anders te gevaarlijk was. Maar ik ben niet meer bang, al voel ik me een gespleten persoonlijkheid. Op internet vind je Besan Zarzar in het Nederlands, maar in het Arabisch besta ik niet onder die naam.
De eerste week na de val van het regime was ik van slag. Van mijn chef mocht ik thuisblijven, maar na een paar dagen belde een collega dat ik beter naar kantoor kon komen. Ze stond erop me eten aan te bieden, omdat ik alleen thuis niets door mijn keel kreeg. Bij vergaderingen zat ik te huilen van alle emoties. Het hielp dat ik knuffels kreeg, en een luisterend oor. Toevallig had ik een week later vakantie. Ik ben toen naar mijn Syrische man in Saoedi-Arabië gegaan. Mijn moeder en zus wonen in Turkije en mijn vader is drie jaar geleden in Syrië overleden. Dat ik hem niet meer heb kunnen bezoeken, is een van mijn grootste trauma’s.
Alleen daarom zal het al emotioneel zijn terug te gaan naar Damascus, waar ik journalistiek heb gestudeerd. Tien jaar geleden was ik een nieuwkomer in Nederland. In het Haarlems Dagblad schreef ik daar columns over. Terug in mijn geboorteland zal ik me weer een nieuwkomer voelen. Met Trouw heb ik al besproken dat ik daarover kan bloggen. Ik zal een begeleider nodig hebben, want ik heb er weinig contacten en het is er niet stabiel.
Het Syrische nieuws volg ik vooral via tv-kanalen in Turkije Syrische platforms en freelance-journalisten die in de regio werken. Na de val van Assad heb ik journalistieke blunders gezien, bijvoorbeeld bij CNN. Verslaggeefster Clarissa Ward liep een Syrische gevangenis uit met een man die een luitenant van het regeringsleger bleek te zijn. Het was net of zij hem had bevrijd. CNN heeft de identiteit van die man pas na kritiek op de live-beelden achterhaald.
‘Dat sterkt me in de gedachte dat onderzoeksjournalistiek van levensbelang is. Ook Syrië heeft organisaties als Investico en Follow The Money nodig. Ik hoop dat er financiële steun komt voor onderzoeksverhalen, liefst in samenwerking met Syrische journalisten per plekke. Wat ik daarover geleerd heb tijdens mijn traineeship, wil ik er graag voor inzetten.’
De fotograaf van deze serie portretten is Fouad Hallak (1989). Hij is student aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Hij vluchtte in 2016 uit de Syrische stad Aleppo.


Praat mee