Afstudeerprijs Villamedia 2019

— woensdag 3 juli 2019, 09:00 | 0 reacties, praat mee

Bert Huisjes: ‘We proberen vrolijk rechts te zijn, niet verbeten rechts’

© TRIK

Bert Huisjes is sinds 2011 directeur-hoofdredacteur van WNL. Volgens de regeringspartijen verdient zijn liberaal-conservatieve aspirant-omroep een permanente plek in het publieke bestel. Huisjes over koers houden en schipperen tegelijk.

‘Dit zijn’, zegt Bert Huisjes tijdens de rondleiding, ‘de duurste vierkante meters van Nederland’. Links in het gebouw, tegenover station Amsterdam Amstel, onttrekt trustbedrijf Intertrust enorme bedragen aan het oog van de Nederlandse fiscus. Rechts maakt Huisjes met zijn WNL belastingcentjes op. Negen miljoen euro om precies te zijn.

Maar de directeur-hoofdredacteur van de ‘brede liberaal-conservatieve’ omroep doet er wel iets voor terug.

Wie inzicht wil krijgen in de belevingswereld van de gewone man of vrouw in de provincie, schakele Goedemorgen Nederland in. Gewone onderwerpen - files, huizenprijzen, verkiezingen, het weer – in begrijpelijke taal uitgeserveerd, zonder al te veel gewapper met moraliserende vingertjes.

Zelfs Thierry Baudet en Geert Wilders lijken nergens zo gewoon als in de studio van Goedemorgen Nederland. En dat zijn dan nog spannende politici. Er komen ook heel gewone, en zelfs een beetje saaie. CDA’ers bijvoorbeeld. Want, zegt Huisjes’ oude studievriend Mark Koster (chef online bij Quote en optredend als ‘mediadeskundige’ bij WNL): ‘Bert vindt dat centrumrechts in Hilversum te weinig aan het woord komt.’

Huisjes bevestigt dat. ‘Baudet en Wilders krijgen overal heel veel aandacht. Slechts weinig mensen beseffen dat de politici die verantwoordelijkheid nemen - daar horen dus ook compromissen bij - best wat meer in het zonnetje mogen worden gezet. Ik zie dat bijna alle journalistieke programma’s weinig ophebben met Kamerleden, omdat zij grijze muizen zouden zijn. Onzin. Het zijn mensen die de handen uit de mouwen steken.’

Het zijn ook degenen die beslissen over je toekomst. Bekenden van je noemen je een geweldige lobbyist.
‘Ik zeg nooit “lobby”. Ik vertel alleen maar waar wij voor staan. Als liberaal-conservatieve omroep moet je duidelijk laten zien dat je die liberaal-conservatieve waarden ook echt begrijpt, en daarmee snapt waar zo’n politieke partij zijn onderwerpen op baseert.’

‘Wel aan ons blijven denken hè?’, zeg je vaak als een Kamerlid na de uitzending vertrekt. 
´Dat zal ik inderdaad nooit nalaten. Maar ik vind dat geen lobbyen. Ik zeg alleen: let op jongens, de publieke omroep is belangrijk, anders zijn we straks overgeleverd aan de Facebooks en de Netflixen. De publieke omroep is van ons allemaal, maar vanaf de rechterkant van het midden - en dat begint al bij het CDA - herkennen kijkers zich er slecht in. Dus dan moet je zeggen: het is ook in jullie belang dat de publieke omroep weer in het lood komt te staan. Eigenlijk is dat meer domineeswerk dan lobbyisme. Het klinkt ook erg CDA-achtig, vind je niet?’

Zekers.
‘De VVD voelt die noodzaak ook. Forum voor Democratie zegt: als je weet dat de publieke omroep de rechterkant zo slecht vertegenwoordigt, waarom steken we er dan zoveel geld in? Dat is natuurlijk een terecht punt. Dus dan zou ik als Den Haag maar zorgen dat ook die geluiden worden gehoord en zonder vooroordeel worden becommentarieerd.’

En dat doen jullie?
‘Als iemand van CDA of VVD, en op zekere hoogte ook wel iemand van Forum of PVV, niet begrijpt dat wij anders zijn dan de Vara, zijn we mislukt. Wel proberen we vrolijk rechts te zijn, niet verbeten rechts. De PVV- en Forum-aanhang kijkt graag naar Goedemorgen Nederland, en ik zie CDA en VVD heel sterk terugkomen in de statistieken van ons programma WNL op Zondag.’

En jawel, de coalitie heeft besloten dat voortaan niet 150.000 maar 50.000 leden genoeg is om als omroep te blijven bestaan. Jullie hebben er 53.000, en zijn daarmee dus gered. Maar dat wist jij vast al.
‘Ik had inderdaad signalen opvangen, ja.’

Ik heb gehoord dat je ’s avonds altijd in het draaiboek voor de volgende ochtend kijkt. En dan soms zegt: ‘Laten we deze vraag aan dit CDA- of VVD-Kamerlid maar niet stellen, want hij is een vriend van de show.’
Huisjes is drie seconden stil, wat lang is voor zo’n snelle prater. ‘Eh, ik kijk inderdaad altijd in de draaiboeken, maar op journalistieke wijze. Zo van: als je die vraag stelt kun je vervolgens niet meer naar dat onderwerp. Maar ik zit er niet in om mensen te beschermen.’

Rick Nieman, presentator van WNL op Zondag, kreeg in april een karrevracht aan kritiek over zich heen nadat hij Baudet had laten wegkomen met diens constatering dat het fascisme een linkse uitvinding is.
‘Stond niet in het draaiboek, en we zeiden ook niet in Ricks oortje: “Niet op doorgaan!” Rick had een enorme boom met Baudet kunnen opzetten over waar het fascisme vandaan komt, maar dan zou je met de winnaar van de Provinciale Staten-verkiezingen twaalf minuten over het fascisme praten. Die afslag moet je niet nemen, want je wilt van hem weten: ga je bestuursverantwoordelijkheid nemen? Of blijf je liever roepen vanaf de zijlijn dat niemand er wat van kan en doe je zelf niks? Want daar hebben we niks aan.’

Zeg je dit ook om Nieman in bescherming te nemen?
‘Nou, ja, nee. Het punt is: als je met Wilders of Baudet praat, krijg je altíjd ladingen kritiek over je heen. Nieman werd een andere keer juist verweten dat hij Baudet steeds onderbrak. We moeten soeverein zijn. Ik heb de buitenwereld niet nodig om vast te stellen of wij gesprekken goed voeren. Als het je niet bevalt doe je het toch lekker zelf? Als wij stabiel zijn in ons likeable zijn, dus mensen interviewen op een vriendelijke manier, en daar heel veel nieuws uithalen dan doen wij het goed.
Niemand hoeft mij aan te leunen: dit moet WNL zijn. Want dat bepalen we zelf.’

Identificeert de achterban van De Telegraaf, waar jullie uit voortkomen, zich voldoende met Nieman?
‘Ik denk het wel. Het Telegraaf-publiek is een vrij breed publiek. Daar zit een flink contingent van onder onze kijkers, net als onder het AD- en Elsevier-publiek.’

Hij heeft qua uitstraling iets corporaal-elitairs.
‘Ja, maar dat is toch niet erg? Ik vind hem trouwens niet corporaal. Sowieso: iedereen die bekend is wordt gezien als “elite”. Maar ik vind Rick totaal niet elitair.’

Robert Jensen, wiens talkshow in april wegens tegenvallende belangstelling door RTL5 werd beëindigd, is het in ieder gevál niet.
‘Jensen is heel erg beïnvloed door de Amerikaanse cultuur. Hij maakte een programma dat in Amerika gemeengoed is. Een soort talkradio op televisie. Dat kan bijna scheldradio zijn. Ik heb een paar amusante afleveringen gezien. Alleen dat is niet hoe wij als WNL naar het publieke bestel kijken. Wij schelden niet. Zijn constructief. Maar ik begrijp wel dat Jensen iets nieuws heeft willen doen, om zich te onderscheiden.’

Door Amerikaanse bril bezien was het eigenlijk best goed gemaakt?
‘Ja, want een Amerikaan begrijpt dit precies. Dat er een juichend publiek is dat om vette grappen lacht en tegen wie de presentator roept: “Wij vinden toch ook dat….” Dat zie je in de VS op links, en met name op rechts. Die programma’s adresseren hun eigen groep. Dus republikeinen maken televisie voor republikeinen en democraten voor democraten. Dat landschap kennen wij hier niet. Wij hebben veel meer kleine en grote stromingen, en het conservatisme zit hier bij wel vier politieke partijen. De Amerikaanse leest is daarom niet geschikt voor Nederland. Wij zijn een coalitieland. In Amerika praten de partijen niet eens met elkaar.’

Is Jensen echt zo extreem als hij zich presenteerde?
‘Ik heb twee keer met hem gepraat. Dat was op verzoek van de NPO. Zo gaat dat wel vaker. De meeste programmamakers in Hilversum zijn natuurlijk heel erg links, en dat was Jensen duidelijk niet. Maar ik had vooraf geen idee wat hij wilde maken.’

Toen je dat hoorde, dacht je: laat maar zitten?
‘Ik vond Jensens entertainmentprogramma’s altijd erg leuk, dus ik zei tegen de NPO dat dat misschien een idee was, met ook wat politiek erin. Maar de NPO antwoordde: “We hebben bij nader inzien toch geen belangstelling.” Ik zei: “Maar je stuurt hem zelf bij me langs!”’ De NPO ging toch liever voor jong talent, kreeg ik te horen. Het was voor NPO 3, dus daar kon ik me wel iets bij voorstellen.’

Is dat geen rare manier van werken?
‘Zo zit de publieke omroep tegenwoordig in elkaar. Ik zeg altijd: ik heb recht op weinig en kans op alles.’

Had je op de School voor Journalistiek in Zwolle al de ambitie om later hoofdredacteur te worden?
‘Welnee. Ik was gewoon bezig het ambacht te leren. In de vroege ochtend deed ik de buitenlandpagina’s bij het Deventer Dagblad. En ik schreef voor blaadjes. Wat er maar langs kwam. Meters maken.’

Hoe was jouw blik op de wereld toen?
‘Vrij ontvankelijk. Ik wilde een goede journalist worden. Daar zat geen links of rechts perceptie in, als je dat bedoelt. Dat had ik toen nog niet.’

Mark Koster, met wie je het Zwols Algemeen Studentenblad maakte, vertelde me dat jullie spottend zaten te glimlachen bij de partijvergaderingen van de PvdA. Spottend, vanwege al dat linkse moralisme.
‘Ehh, Mark heeft een grote verbeeldingskracht. Ik weet niet of ik dat zo zelf ervaren heb. Maar links was ik in elk geval niet. Ik kom uit een CDA-nest. Met de blik van nu zou ik zeggen dat ik toen al vrij conservatief was. Later heb ik mij de liberale blik toegeëigend, omdat dat heel belangrijke waarden zijn.’

Het CDA, daar hoort een godsbeeld bij?
‘Ja. Nederlands Hervormd. Ik kom uit Hollandscheveld, een dorpje bij Hoogeveen. Ik was de jongste van vijf kinderen. Ik zat op een christelijke basisschool, net als nu mijn eigen kinderen. Ik vond die verhalen uit de Bijbel ook een soort televisie.’

Begrijp jij door jouw eigen afkomst des te beter wat jouw achterban wil zien en horen?
‘Dat denk ik wel. We hebben in Nederland een heel grote en brede conservatieve stroming. Het zijn mensen die houden van tradities. Van zorgen dat je je eigen broek ophoudt, hard werken voor de kost, zuinig zijn omdat je dan later een huis kan kopen. Het zijn, kortom, heel constructieve mensen. En iemand met een kleurtje is heus niet minder, hè. Als iemand als Eus (Özcan Akyol) omhoog komt uit een Turkse wijk in Deventer en gewaardeerd schrijver, columnist en televisiemaker wordt, genieten we daar net zo van. Er zit dus een hoge mate van waardering van de meritocratie in.’

Zelfverheffing.
‘Juist. Het verschil met links is dat mensen inderdaad zichzélf moeten verheffen. Op links vinden ze de groep belangrijker dan het individu. Wij zien de groep als een verzameling individuen.’

Jullie willen dus vooral centrumrechts zijn. Vind je dat jullie genoeg ruimte bieden aan Wilders en Baudet? 
‘Ja. PVV en Forum voor Democratie kunnen onmogelijk zeggen dat zij bij ons niet welkom zijn.’

Ik hoor hier en daar wel kritiek dat het allemaal wat halfbakken is. Jullie oud-‘opiniemaker’ Jan Dijkgraaf schreef jou in februari zelfs een woedend ‘Briefje van Jan’, waarin hij je betichtte van “kontkruiperij bij de politieke elite”.’
‘Ja, omdat Wilders een keer niet bij ons aan tafel zat. Nou, een week later zat hij er wel. Tja, het zij zo. Misschien zit er ook oud zeer. Ik heb Jan teleurgesteld toen ik zei dat ik niet geloofde in zijn politieke partij GeenPeil.’

PVV’ers en FvD’ers zijn ook voor andere omroepen al lang geen melaatsen meer.
‘Nee, maar daar wordt wel altijd flinke tegenstand gearrangeerd. Ik denk dat ze zich bij ons meer welkom voelen.’

Ook uit kringen van het NOS Journaal hoor ik dat daar goed wordt opgelet: zetten we niet weer te veel de linkse bril op?
‘Ik wil onze rol niet groter maken dan hij is, maar omdat WNL in het bestel zit en ik het telkens benoem, kan het best zijn dat anderen er ook beter over nadenken.’

WNL kent wel een erg groot verloop. Eva Jinek, Merel Westrik, Vivienne van den Assem, Roos Moggré: een hele stoet aan presentatoren is vertrokken.
‘Zo gaat dat als je met jonge, ambitieuze mensen werkt en zich elders kansen op een toppositie aandienen. Het is ook de makke van aspirant-omroep zijn. Dan heb je een beperkte horizon, en moet je vooral met jaar- en flexcontracten werken.’

Dat probleem heb je nu niet meer, want je kan door.
‘Inderdaad. Misschien kunnen we nu zelf ook die topposities creëren.’

Ik heb ook Sjuul Paradijs gebeld. Hij was in 2009 als hoofdredacteur van De Telegraaf de initiator van WNL. Welk rapportcijfer geeft hij je, denk je?
‘Zijn verwachtingen van wat WNL zou kunnen zijn waren natuurlijk heel groot. Ik denk dat hij wel begrijpt hoe wij de zaken benaderen. Ik denk… een zeventje.’

Een 7,5 tot een 8.
‘Nou, daar ben ik dan super trots op, haha. Ik was destijds niet betrokken bij de oprichting van WNL, maar het beleidsplan heeft me wel overgehaald het te gaan doen. Er staan verschrikkelijk veel rake dingen in over hoe Nederland in elkaar zit. En het leuke is: iedereen verslijt De Telegraaf voor een boze krant, maar dat positivisme staat al in dat plan van toen.’

Paradijs zei ook tegen me: ‘WNL moet geen Wilders- en Baudet-zender worden. Geen Fox-achtige omroep. Anders krijg je weer verzuiling’.
‘Mooi. Dan zijn we het helemaal eens!’

Maar Paradijs ook zei ook: ‘Bert danst wel naar de pijpen van de netmanagers en de politiek.’
‘Ehh, ja, maar dat komt doordat Sjuul gewend is een volstrekt autonome rol te bekleden. De Telegraaf was destijds de grootste, en de marktleider heeft een geweldige macht. Wij zijn maar een klein onderdeeltje van de NPO en moeten het maximale halen uit de mogelijkheden die we hebben.’

Paradijs zei vervolgens: ‘Bert kán ook moeilijk anders dan naar hun pijpen dansen.’
‘O. Haha. Nou ja, dat is ook zo.’

Bert Huisjes (Hollandscheveld, 1968). Na het VHBO ging hij naar de School voor Journalistiek in Zwolle. Vervolgens studeerde hij twee jaar politicologie. Zijn scriptie schreef hij nooit, want hij was al druk aan het werk voor een onderzoeksprogramma van Feike Salverda, voor Veronica. In 1996 trad Huisjes in dienst bij het Algemeen Dagblad. Hij reisde veel en versloeg onder meer de ­Ko­sovo-crisis. Hij eindigde er als redactiechef. In 2004 werd hij misdaadjournalist bij De Telegraaf. In 2011 vroeg zijn oud-Telegraaf-collega Dominique Weesie hem om hoofdredacteur te worden van PowNed. Een half jaar later verkaste Huisjes naar WNL.

Praat mee

VVOJ banner congres

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.