foj 2019

— woensdag 28 augustus 2019, 10:47 | 1 reactie, praat mee

Bart Nijpels reageert op essay Bette Dam: ‘Waarom heb je de feiten niet gecontroleerd en aan me voorgelegd?’

Kamp Tarin Kowt in Uruzgan. - © Foto: ANP/ Rick Nederstigt

Bette Dam publiceerde in juli op Villamedia een essay over media en terreurverslaggeving. Onderzoeksjournalist en programmamaker Bart ­Nijpels kan zich niet vinden in de door haar geschetste werkelijkheid over zijn werk in Afghanistan. Hij belt haar in het kader van wederhoor en vraagt haar waarom zij hem niet heeft benaderd vóór publicatie van haar bevindingen. Zijn repliek.

Bette Dam, auteur, journalist, terreur -én Afghanistandeskundige schreef haar essay voor Villamedia met als centrale boodschap: ‘Beeldbepalende media verzuimen hun taak om wederhoor te plegen in de strijd tegen terreur en jagen zo een oorlog aan.’ Het is ook de kop boven haar stuk dat ze baseert op het onderzoek dat ze deed voor haar boek ‘Op zoek naar de vijand’.

In artikel en boek fungeert een uitzending die ik in 2006 maakte, als onderbouwing van de stelling:
‘Een dieptepunt was hoe een embedded Zembla-­verslaggever, zonder dat hij wederhoor had gepleegd op een veiligheidsanalyse van het Nederlandse leger, een geïnterviewde man corrigeerde die vertelde dat er geen taliban in de buurt was door te zeggen dat dat wel zo was omdat het Nederlandse leger hem dat had verteld.’

Ik bel haar en vraag:
‘Waarom heb je de feiten niet gecontroleerd en aan me voorgelegd?’

‘Ik hoef ze niet te controleren. Ik baseer me op een uitzending die jij hebt gemaakt. Ik hoef dat niet aan je voor te leggen’, zegt Dam stellig. ‘En ik kijk ernaar zoals een analist kijkt naar dat beeld van toen. Wat je niet snapt is dat jij een productie maakt waar je verantwoordelijkheid voor moet nemen en dit is verantwoordelijkheid nemen’, antwoordt ze.

Journalisten nemen mensen geregeld de maat. Ik ben geen uitzondering. Nu overkomt het me. Een onaangename wisseling van positie. Maar Dam geeft de feiten onjuist en onvolledig weer. Ik was niet voor Zembla (VARA) in Afghanistan maar voor Reporter van de KRO, de omroep waar ik op dat moment al zeventien jaar werk. Dams beschrijving van het fragment klopt evenmin. Na het gesprekje tussen een Nederlandse soldaat en een ­Afghaanse man luidt de commentaartekst waar ze op doelt:
‘Geen taliban gezien. Overal hetzelfde antwoord. Maar dat ze vlak in de buurt zitten, staat vast. Want uit afgeluisterde gesprekken blijkt dat talibanstrijders letterlijk alle voertuigen die het Nederlandse kamp verlaten in de gaten hebben en houden.’ (1)

Dams bewering dat ‘het Nederlandse leger’ me dat had verteld klopt ook niet. Het Nederlandse leger is geen homogeen geheel maar een verzameling mensen met uiteenlopende opvattingen en soms een kritische houding tegenover de eigen organisatie en de missie in Afghanistan. De reeks documentaires die we in de periode 2006- 2016 gemaakt hebben, illustreert dat.(2) Op Kamp Holland waren destijds bovendien ook ‘niet- militairen’ werkzaam.

De ‘afgeluisterde gesprekken’ waar ik in het commentaar naar verwijs, hebben betrekking op onderlinge taliban-conversaties die ‘live’ werden afgeluisterd. We hebben die opnames gehoord, vastgelegd, laten vertalen en duiden. Bij dat proces zijn meerdere bronnen betrokken geweest. Onafhankelijk van elkaar. De feiten zijn gecheckt en gedubbelcheckt.

Embedded
In het najaar van 2006 reizen we voor het eerst naar Afghanistan om verslag te doen van de Nederlandse ISAF-missie. Cameraman Ton Vanderplas, geluidsman Mike Dam en ik werkten eerder in conflictgebieden maar nog nooit embedded. Deze keer wel. Defensie draagt zorg voor reis en verblijf. Ter plekke zijn we, wat onze bewegingsvrijheid betreft, afhankelijk van ‘onze’ militairen. Een serieuze beperking. Op de redactie van Reporter is stevig gediscussieerd met als hamvraag: kunnen we zo ons werk wel doen? Het eerlijke antwoord is dat we twijfelen, het niet weten.

Tegelijkertijd zien we op dat moment geen andere mogelijkheid om te laten zien of er in de provincie Uruzgan daadwerkelijk iets terecht komt van die zogenoemde wederopbouwmissie. Ook weten we dat we in Uruzgan een portret kunnen maken van kolonel-chirurg Ger Kremer. Een arts in wie de oorlog woedt. Wat hij in 1995 in Srebrenica meemaakte heeft hem voor het leven getekend. Hij is in Afghanistan voor z’n laatste klus. Nog één keer de confrontatie met het effect van bommen en kogels op het menselijk lichaam terwijl hij de slachtoffers van het geweld op zijn operatietafel in leven probeert te houden. Hij filmt wat hij meemaakt en zal voor onze camera de balans opmaken. (3) We zullen daarom hoe dan ook niet met lege handen terugkomen, dus gaan we.

Dat betekent, legt hij uit, dat we manoeuvres zullen maken die u ‘als onprettig zult ervaren’

29 september 2006. Op vliegbasis Eindhoven maken we kennis met collega Bette Dam. Tijdens het laatste deel van de reis, vanaf Kandahar, zit ze naast me in de laadruimte van een Hercules. De Canadese loadmaster instrueert kort en helder: ‘Helmen op, scherfvesten aan’. We zullen deels boven vijandelijk gebied vliegen. Daarom zal de piloot ‘tactisch’ vliegen. Dat betekent, legt hij uit, dat we manoeuvres zullen maken die u ‘als onprettig zult ervaren’, bedoeld om mogelijke beschietingen te ontwijken. Hij overdrijft niet. Het braken staat ons soms nader dan het lachen. Toch weet Dam me tijdens de vlucht te vertellen dat het Reformatorisch Dagblad, de Wereldomroep en Libelle haar opdrachtgevers zijn.

Kamp Holland is in aanbouw. We worden ondergebracht in tenten. Onplezierig want met regelmaat schieten de Opposing Militant Forces (OMF) zoals de militairen ze noemen, raketten op de basis af. Dan gaat er, legt een officier uit, een sirene af en dienen we ons naar een gepantserde ruimte – zoals de eetzaal – te begeven. Ter geruststelling voegt hij eraan toe dat de projectielen tot nu toe niet binnen de omheining zijn geland maar steeds op flinke afstand in het woestijnzand ploffen.

Dam krijgt een prefab onderkomen toegewezen. Ze verblijft, net als de commandant en zijn staf, onder een metalen dak. Ze sluit zich op en wil niet naar buiten. En zeker het kamp niet af. Ook niet onder bescherming van een militaire patrouille. In haar boek noteert ze over die periode:
‘Ik maakte inderdaad een incident mee, toen een raket op het Nederlandse kamp in Uruzgan neerkwam en ik naar de grond dook met tranen van angst in mijn ogen.’ (4)

Een raket op het kamp? Zonder resultaat raadpleeg ik dagboeknotities, een blog en een fotoalbum met begeleidende teksten dat ik van de reis samenstelde. Misschien heb ik het incident gemist. Ik grasduin door herinneringsboeken van militairen en krantenberichten uit de periode 30 september tot 12 oktober 2006. Niets. Ook Dam zelf maakt in haar artikelen uit die tijd geen melding van een raketbeschieting. Als ik haar nu vraag naar welke beschieting ze verwijst, reageert ze geërgerd:
‘Ja, weet ik veel, een beschieting. Daar was je bij. Maar goed ik ga verder niet meer antwoorden.’

De paar schietincidenten die ik in oorlogsgebieden meemaakte staan me nog helder voor de geest. Deze zou ik vergeten zijn. Voor de zekerheid doe ik toch nog navraag bij Defensie dat ze allemaal boekstaafde. Een woordvoerder laat weten: ‘In de genoemde periode is er geen raket op Kamp Holland neergekomen. Op 8 oktober 2006 zijn twee projectielen op de basis afgevuurd. Die zijn niet binnen de muren terecht gekomen. Ook niet tussen de zogenoemde eerste en de tweede ring. Ze landen ruim buiten de basis. Slechts één van de twee projectielen is daarbij ontploft.’ (5)
Nog één keer informeer ik bij Dam. Ze appt: ‘Tja de raket, Nijpels. Grappig dat je dat niet meer weet.’

De pot verwijt de ketel
Dam stelt in haar essay dat de media de taliban destijds hadden moeten benaderen voor wederhoor. Je kunt je afvragen hoe. De beweging leek niet genegen om vragen van de pers te beantwoorden. Uit de al genoemde afgeluisterde gesprekken én uit ter plekke verspreide pamfletten die we onder ogen kregen, bleek dat de taliban een prijs op het hoofd van journalisten had gezet.

Stel dat we desondanks in staat waren geweest contact te leggen dan hadden we, in de visie van Dam, de vraag moeten stellen of het juist was dat de taliban zich in de nabijheid van het Nederlandse kamp ophield. Het had geleid tot een dialoog die prima had gepast in de satire van Monty Python of Jiskefet. Niet in Reporter.

Journalisten passen wederhoor toe wanneer ze bevindingen willen publiceren met een kritisch of belastend karakter. Daar was in deze context geen sprake van.

Journalistiek onderzoek volstond en dat hebben we gedaan. Natuurlijk had ik Dam graag uitgelegd hoe we te werk zijn gegaan. Helaas heeft ze me niet benaderd voor een reactie. Opmerkelijk want ‘geen wederhoor toepassen’ is nou net het belangrijkste verwijt dat ze de ‘beeldbepalende media’ en mij in het bijzonder, maakt.

Ook Dam zelf heeft, volgens haar eigen stelling, dus een oorlog ‘aangejaagd’

In haar artikelen voor het Reformatorisch Dagblad beschuldigen Dam en bronnen die ze aan het woord laat, de taliban van: het voorbereiden van aanslagen, marteling, moord, gijzeling en doodsbedreigingen. (6 en 7) Maar gelegenheid om op de aantijgingen te reageren biedt ze de beweging niet. Ook Dam zelf heeft, volgens haar eigen stelling, dus een oorlog ‘aangejaagd’.

‘Het hele begin van m’n boek gaat erover dat ik het ook niet zag’, legt Dam telefonisch uit. Maar in haar boek staat nergens dat ze destijds geen wederhoor pleegde en ook in haar Villamedia-essay rept ze er met geen woord over.

In de online versie van Dams essay heeft ze de onjuiste bronvermelding gecorrigeerd en één bewering afgezwakt. De rest van haar betoog houdt ze overeind. De uitgeverij, die op de achterflap van haar boek noteert dat ze ‘met klinische precisie’ te werk is gegaan, heeft toegezegd de bronvermelding eveneens aan te passen maar stelt zich verder – bij monde van Bezige Bij directeur Mark Beumer – op het standpunt dat de beweringen van Dam onder ‘de vrijheid van meningsuiting’ vallen.

Noten:
1. De documentaire van Reporter: Vanaf circa 6.20 tot 7.10 het fragment waar Bette Dam naar verwijst.
2. Overzicht documentaires in en/of over Afghanistan
3. ‘Arts in een oorlog, de oorlog in een arts’
4. ‘Op zoek naar de vijand’, pagina 14.
5. Op 6 april 2009 belandt een raket op Kamp Holland en doodt sergeant Azdin Chadli.
6. ‘Nederland traint Afghaanse hulppolitie’. Reformatorisch Dagblad 4 oktober 2006:    - ‘De brandwonden op zijn armen bewijzen dat hij in het verleden met de taliban in aanraking is geweest. Ze hebben de sultan-commandant herhaaldelijk te pakken gehad.’                                                                                                                  - ‘Een goede kennis van hem werd opgehangen in de buurt van Deh Rawod. ,,Dat gebeurt daar wel vaker. Deze jongen was een jaar of 18 en echt getalenteerd. Hij zat volgens de taliban aan de verkeerde kant.”
- ‘Het is opmerkelijk dat juist Achmed Jan ervoor kiest met de coalitietroepen te werken. Vorige week zat hij namelijk nog vast. Op een checkpoint van de taliban, ergens in de bergen, geboeid, twee weken lang. Ze hadden hem in Tarin Kowt van straat gehaald omdat hij volgens de taliban met de lokale politie had gewerkt. Uiteindelijk lieten ze hem vrij, met een duidelijke waarschuwing. De dood zou onherroepelijk volgen wanneer ze hem weer in de buurt van de lokale politie of de coalitietroepen zouden treffen.’
7. ‘Amerikanen gaan hun eigen gang in Uruzgan’.  Reformatorisch Dagblad 7 oktober 2006: ‘De Amerikanen zorgen er in ieder geval voor dat de voorbereidingen die de taliban treffen om aanslagen te plegen ingedamd worden.”

Onderzoeksjournalist en programmamaker Bart Nijpels (1960) werkt voor diverse omroepen. Hij begeleidt jonge onderzoeksjournalisten en verslaggevers. Geeft cursussen en doceert onderzoeksjournalistiek. Tot medio 2015 gaf hij leiding aan de documentaire rubriek Reporter (KRO). Voordien werkte hij jarenlang als verslaggever voor Netwerk, Brandpunt, Profiel en Reporter.

Bekijk meer van

Zembla VARA KRO Reporter Bette Dam
vvoj 2019

Praat mee

1 reactie

K. Meerman, 29 augustus 2019, 13:47

“Het braken staat ons soms nader dan het lachen. Toch weet Dam me tijdens de vlucht te vertellen dat het Reformatorisch Dagblad, de Wereldomroep en Libelle haar opdrachtgevers zijn.”

Ik blijf met een raar gevoel zitten na het lezen van deze twee zinnen. Wat wil Nijpels hier eigenlijk zeggen?

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.