— maandag 7 april 2014, 14:33 | 0 reacties, praat mee

‘Als je niet in kansen denkt, word je een verdrietig type’

© TRIK

Ze wordt beschouwd als de Grande Dame van bladenland. Franska Stuy, al vijftien jaar hoofdredacteur van Libelle. Ze maakte van het oudste vrouwenweekblad van Nederland een merk, en loodst het nu door een ingrijpende reorganisatie.

Het is feest. Het grootste weekblad van Nederland, de Libelle, bestaat tachtig jaar. Of, zoals de makers zelf graag zeggen: Libelle is al tachtig jaar veertig. Afgelopen maand verscheen exclusief voor abonnees, de jubileumuitgave ‘van moodboard tot magazine’ waarin de redactie uitlegt hoe Libelle wordt gemaakt. Maar achter de schermen, achter die pagina’s waarop – naar goed Libelle-gebruik – altijd de zon schijnt, is het even niet zo’n feest. De reorganisatie die bij Sanoma bedrijfsbreed wordt doorgevoerd en in totaal vijfhonderd banen kost, treft ook het vlaggenschip. Eind oktober werd bekend dat Libelle verder moet met een rompredactie, half februari werd duidelijk wat daar de gevolgen van zijn, namelijk dat de redactie 11,62 inlevert, een derde van het totaal. Alle redacteuren, stylisten en vormgevers zijn ontslagen – een aantal kan wellicht terugkeren in enkele nieuw te creëren coördinerende functies. Die boodschap overbrengen was vreselijk, vertelt hoofdredacteur Franska Stuy (59). ‘Ik zat de hele dag individuele gesprekken met iedereen te voeren. Toen ik terugkwam, zat de hele redactie aan de wijn. En ik moest er ook bij komen zitten. Ik zei nog: “Ik ben de boeman, jullie moeten mij er niet bij hebben.” Maar nee, ik moest er ook bij. Samen het verdriet verwerken, als een familie waar net iets ergs gebeurd was. Dat vind ik echt Libelle. Je gaat ervan huilen als je het vertelt, maar het was lief en goed.’

In welke fase ben jij bij deze plannen betrokken?
‘Op 31 oktober vorig jaar kregen we met z’n allen beneden in het atrium te horen wat er met het bedrijf ging gebeuren. Dat wist ik toen ook nog niet. Ik weet nog dat ik van tevoren heb gevraagd of al mijn mensen echt al hun afspraken moesten afzeggen. Ja, dat moest. Toen dacht ik: oei, dit gaat veel impact hebben. Twee of drie weken daarna heb ik de opdracht gekregen een redactieplaatje te tekenen op basis van een stuk minder fte dan we hadden.’

Je hebt een plaatje getekend met alleen coördinerende functies. Waarom heb je daarvoor gekozen?
‘Al het handwerk, het echte vakmanschap zoals schrijven en stylen, gaan we freelance inhuren. Het bij elkaar harken, verzamelen, invalshoeken bedenken, lijnen uitzetten – alles wat een beetje organisatorisch klinkt – houden we hier. Je moet op zo’n moment nu eenmaal keuze’s maken. Inclusief al onze specials produceren we op jaarbasis 8000 pagina’s. Dat komt neer op praktisch twee weekbladen. Daar moet heel veel voor worden bedacht en uitgezet. Met de hoeveelheid fte die we overhouden hebben we daar de handen vol aan.’

Er moet ook veel worden gemaakt. Heb je daar als weekblad niet ook een basis voor nodig op je redactie?
‘Er moet zeker ook een hele hoop gemaakt worden. Er komt ook absoluut niet minder werk, eerder meer. Maar dat wordt straks door freelancers gedaan. Alle mensen die hun baan kwijt zijn, mogen als freelancer blijven als ze willen. Ze zijn ooit uitgekozen, dus ze horen bij ons. De meesten willen dat wel. En gelukkig loopt heel Nederland vol met freelancers die bij Libelle zijn opgeleid en er nog altijd een band mee hebben. Je voelt het ook meteen als je hier binnenkomt. Het heeft iets. Iets van een thuis; rommelig en gezellig. Dat is het leuke van Libelle. (stilte) Ja, het zou natuurlijk het leukst zijn als we hier met twee keer zoveel mensen zouden zitten dan we in eerste instantie hadden, maar zo werkt het niet meer.’

Jij bent de roerganger van het grootste merk dat Sanoma heeft, dan heb je daar toch wel iets over te zeggen?
‘Libelle is onderdeel van een groot bedrijf, dan moet je mee. Ik kan wel op mijn handen door het atrium gaan lopen, maar dit is de opdracht, punt. Dan moet je maar ergens gaan werken waar je geen onderdeel bent van een groot bedrijf. Bovendien is dit een ontwikkeling die je overal ziet. Niet alleen bij Sanoma, niet alleen in Nederland. Wat we hier doen, gebeurt overal. Dan kun je net doen of je gek bent, maar dit is hoe de uitgeefwereld er nu uitziet. Het is niet anders. Ik heb het ook nog nooit zo gedaan, maar ik weet zeker dat het gaat lukken want we moeten. En we gaan het doen.’

Heb je gezegd dat je het er niet mee eens was?
‘Moet je alles weten? (harde lach) Nou ja, natuurlijk. Ik zeg altijd alles wat ik vind. Maar dat wil nog niet zeggen dat je dan alles voor elkaar krijgt.’

Heb je gespeeld met de gedachte om zelf ook weg te gaan?
‘Ja. Maar dat is niet iets waar ik nu ineens over na ging denken. Ik ben regelmatig bezig met de vraag of ik hier nog iets toevoeg, of er nog iets gebeurt, of ik niet zit in te kakken. Maar ik hou van de mensen die hier werken en ik hou van het product, dus ik ben gewoon gebleven. Ik zou het ook ongelofelijk onsportief vinden om nu te vertrekken. Ja, als je denkt dat het doffe ellende wordt, moet je gaan. Maar ik ben een optimist die vindt dat alles kan. Als je niet in kansen denkt, word je een verdrietig type.’

Wat zal de grootste verandering zijn straks?
‘Dat klinkt misschien heel raar, maar ik denk dat in de dagelijkse praktijk de grootste verandering is dat mensen een rekening gaan sturen in plaats van dat de salarissen worden uitbetaald. Als je nu om je heen kijkt, zie je ook heel veel freelancers aan de bureaus zitten. En veel mensen in vaste dienst zie je niet, want die zijn buiten de deur aan het stylen, interviewen of thuis aan het schrijven. Helemaal sinds hier Het Nieuwe Werken is ingevoerd.’

Is er niet een verschil tussen iemand die fulltime met Libelle bezig is, of maar een gedeelte van de tijd?
‘Voor die mensen wel.’

En voor Libelle?
‘Dat denk ik niet. Misschien brengt het ook wel iets. Het kan iets toevoegen aan je kennis en creativiteit als je ook ergens anders ervaring opdoet.’

Dat klinkt allemaal optimistisch. Lig je er ook wel eens wakker van?
‘Natúúrlijk lig ik er wakker van. Iedereen ligt er wakker van. Omdat ik het erg vind voor de mensen die weggaan. Omdat ik ze allemaal hartstikke leuk vind. Het is nogal een klap als je je baan kwijt bent terwijl je al die tijd gewoon in dienst bent geweest. Moet je ineens werk zoeken, rekeningen schrijven, dat lijkt me gedoe. Daarnaast ben ik natuurlijk bezig met wie er op welke functie moet, en of we dat allemaal goed geregeld krijgen. We zijn bezig met geld. Ja daar lig ik wel wakker van.’

Maak je je zorgen of Libelle straks nog wel goed in elkaar zit?
‘Nee. Die komt sowieso goed. Dat geloof ik echt.’

Vijftien jaar maakt ze Libelle inmiddels. Dat had ze niet voorzien toen ze, fris van de kunstacademie, per toeval bij Sanoma’s voorloper VNU binnen rolde. Via iemand die haar eindexamenshow had gezien, ging ze aan de slag als stylist en ontwerper voor handwerkblad Ariadne. Voor een jaartje, dacht ze. ‘Bij bladen werken, pfff zeg, dat ging ik echt niet doen.’ Naar Japan of Italië om het te gaan maken in de mode-industrie, dat was het grote plan. Maar ze werd verliefd, en bleef in Brabant. Naar verloop van tijd werd ze hoofdredacteur van Ariadne, dat ze wegens crisis in de wolindustrie omtoverde van handwerk- tot woonblad. Daar liet ze voor het eerst zien dat ze lef had. ‘Iedereen is altijd maar bang voor alles, en durft geen risico’s te nemen. Maar ze komen je toch niet schieten?’

Lef hebben, risico’s nemen; het zou de rode draad in haar carrière worden. Niet lang daarna werd ze gevraagd om het kookblad Tip flink door de molen te halen. Dat deed ze. Ze veranderde de naam in Tip Culinair, bouwde het merk uit met onder meer een eigen tv-programma en richtte de redactie zo in dat haar functie van hoofdredacteur steeds meer op die van een manager ging lijken. ‘Lekker veel touwtjes om aan te trekken.’ Daar beviel het haar prima, behalve dat de dynamiek van een maandblad haar te saai was. Dus toen haar uitgever vroeg wat weekblad Libelle volgens haar nodig had; een journalist of een stylist aan het roer, zei Stuy: ‘Wat dacht je van een manager?’

Was je zelf een Libelle lezer?
‘Nee, nee. Toen ik het ging doen dacht ik: hmmm, Libelle, Libelle. Nu is het 2014 in Libelle, het klopt met de tijd. Maar in 1999 was het 1984 in het blad. Het was ouderwets en het werd elk jaar een jaar ouder, samen met de lezeres. Ik wilde het toen doen omdat het groot was, en ik dat een uitdaging vond. Ik dacht dat ik nog nooit een Libelle had gekocht, maar toen ik thuis nog even ging kijken, bleek dat ik stiekem toch best een stapeltje had liggen.’

Kom je uit een Libelle-gezin?
‘Mijn moeder nam om de haverklap een abonnement op een ander blad, we hebben ook Libelle wel gehad. Maar het was niet een typisch Libelle-gezin uit die tijd want mijn moeder werkte. Ze gaf les in handenarbeid en naaien en ze had helemaal niet zoveel tijd voor bladen. Ik vond moeders die thuis zaten maar stom. Die bemoeiden zich altijd overal mee. Bij mijn vriendinnen zaten ze elke middag klaar met een mok thee, dat vond ik zo’n getut allemaal. Ik moest thuis zorgen dat de koffie klaar stond als mijn moeder uit haar werk kwam. Niet echt Libelle. Ik bladerde wel altijd door die tijdschriften van mijn moeder. Zag ik op een pagina dezelfde schoenen staan als die ik eerder in het blad al had gezien. Dan dacht ik: dat is ook stom zeg, kunnen ze niet een beetje opletten? Die mensen zitten toch bij elkaar op één redactie? Misschien was ik toen al een manager aan het worden joh (weer die aanstekelijke lach).’

Waarom had Libelle een manager nodig?
‘Libelle moest een merk worden, dat werd ook mijn opdracht. Met de Libelle Zomerweek die net was begonnen, met de website die in de kinderschoenen stond, met alle specials eromheen – dat waren er toen drie en inmiddels dertien. Later kwam daar ook de Libelle Academy bij, en de Nieuwcafé Krant met events eromheen, 700 pagina’s die we op jaarbasis samen met adverteerders maken, Libelle Radio, Twitter, Facebook, Pinterest, you name it.’

Hoe heb je dat aangepakt?
‘Allereerst moest de redactie worden gereorganiseerd. Die was ingericht op het maken van een weekblad. Toen de Libelle Zomerweek erbij kwam, bracht dat stress. Het werkritme, de flow klopte niet meer. Iedereen die ik aannam, en die er al zat, vertelde ik dat ze voor een merk werkten en niet meer voor een blad. Als we iets nieuws zouden verzinnen, kon het zijn dat je daar zou worden ingezet. De foodredacteur maakte niet alleen meer een pagina in het weekblad, ze moest er ook op de Zomerweek live over vertellen.’

Die extensies worden steeds belangrijker in de tijdschriftenbranche, nu alle oplages dalen. Ook die van Libelle het laatste kwartaal van 2013 weer 16.000 exemplaren volgens de HOI cijfers. Is het kantelpunt al in zicht?
‘Het gaat best goed met Libelle hoor. Die extensies komen er gewoon bij.’

Hoeveel winst komt er nog uit het blad, en hoeveel uit de rest?
‘Ik zeg niks over geld. Maar het gaat echt goed.’

Even over een nieuwe extensie dan: televisie. Laatst was in het nieuws dat NU.nl en Beau Monde concrete plannen hebben met SBS. Ook al lang een grote wens van jou.
‘Ja, dat wil ik hartstikke graag. Er liggen formats, maar ook daar zeg ik niets over. Het moet eerst gebeuren, en dan bel ik.’

Inmiddels heeft iedereen in bladenland het over het ‘360-graden-model’; op alle mogelijke platforms aanwezig zijn. Libelle is een voorloper. Heeft dat met budgetten te maken of…
‘Met een hoofdredacteur die ongeduldig is. Als ik iets voor me zie, wil ik het meteen doen. Ik wil er niet eerst over praten, ik wil een datum voor het lanceringsfeest plannen. Als je dat niet doet, duurt het te lang. Dan denk je: hartstikke leuk idee maar ik ben nu een beetje druk dus misschien volgende week of de week erop. En dan is er altijd iets anders te doen. Je moet het feestje bedenken, en daar naartoe werken. Zo hebben we dat hier met alles gedaan.’

Het vernieuwen gaat zo ver dat Libelle tegenwoordig elke week een andere vormgeving heeft. Volgt de lezer dat nog?
‘We merkten dat we continu werden gekopieerd, en daar was ik zó klaar mee. Dus maakt onze vormgeving elke week een nieuw stijlboek met kleuren, typografie, beeld en decoratie-ideeën. Anne-Wil, Jan Jans en de Kinderen, de lezersbrieven; alle rubrieken staan er natuurlijk gewoon in, maar hij ziet er elke week helemaal anders uit. Voor we gekopieerd kunnen worden, doen we wat nieuws. Dat is hartstikke leuk en ook echt van nu. De wereld verandert zo snel, er gebeurt zo veel. Als we net allemaal Facebook hebben, gaat iedereen er weer vanaf omdat het iets van oude mensen is geworden. Alles verandert continu. Dus ja, natuurlijk vinden onze lezeressen dat ook leuk.’

En je redactie?
‘Daar vinden ze het ook leuk. Of heb jij iets anders gehoord?’

Nee, maar het is nogal een klus.
‘Ik heb zelf op een gegeven moment gevraagd of ze er wel mee door wilden gaan want ik zie die mensen altijd maar werken, ook in het weekend. Maar ze wilden het graag, want ze kunnen er al hun creativiteit in kwijt. We maken Libelle elke week als een start-up, elke week beginnen we opnieuw. Dan ontstaan er dingen om je heen. Dan kan het altijd leuker en groter. De ideeën buitelen over elkaar heen in mijn hoofd en in dat van anderen. Zo hebben we altijd wat te kiezen.’

Auke Visser noemde je in Villamedia ondernemend, maar ook een lastpak. Dat vond hij overigens een goede combinatie.
‘Een hoofdredacteur moet ook een lastpak zijn. Als een hoofdredacteur meegaand is, dan krijg je een meegaand product, daar heb je niks aan. Een hoofdredacteur moet vernieuwen, dingen bedenken en laten ontstaan. Ik krijg wel vaker te horen dat ik niet zo makkelijk ben. Dan denk ik: wat heb je ook aan een makkelijk iemand? Ik ben iemand die op de kwaliteit zit. Natuurlijk is het niet leuk om iets af te keuren, maar uiteindelijk is iedereen blijer met een goede Libelle, dan met een halfbakken Libelle.
Maar ik ben ook iemand die zijn best doet voor een goede sfeer op de redactie. Ik ben van hard werken, maar ook van er voor elkaar zijn. Elkaar de ruimte te geven. En tijd en aandacht. Zo mag ik graag een spontane borrel geven.’

Ben je ook hard voor jezelf?
‘Ja heel erg. Ik werk veel te veel. 55 tot 65 uur. Dat vind ik leuk hoor, want Libelle voelt als mijn eigen bedrijf. En ik ben sowieso geen negen-tot-vijf figuur; als ik iets doe, doe ik het met hart en ziel. Dat was al zo toen ik nog op de Academie zat. Ik ben afgestudeerd op mode, maar mijn eindexamenshow was een heel concept met muziek, posters, pr, film en fotografie. Ik kan nooit één ding tegelijk.’

Franska Stuy (1954) is vijftien jaar hoofdredacteur van Libelle. Het weekblad viert dit jaar het 80-jarig bestaan. Daarvoor was Stuy hoofdredacteur van Tip Culinair en Ariadne. Bij die laatste titel begon ze haar carrière in de bladenwereld als stylist en ontwerper. Ze won in 2009 de Mercur voor Hoofdredacteur van het Jaar en kreeg in 2011 de Mercur d’Or, de oeuvreprijs. Stuy studeerde aan de kunstacademie St. Joost in Breda en studeerde af op modevormgeving en typografie. Ze won er de St Joostpenning van de gemeente Breda mee. Stuy woont samen met haar man op een boerderij in Brabant.

cop 2019

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.