— maandag 4 mei 2015, 11:59 | 0 reacties, praat mee

Alles voor de muziek

Het muziekfestivalseizoen breekt aan. Andreas Terlaak is er klaar voor. Wachten op de artiest die zijn foto binnenloopt. ‘Noem het een verslaving, maar man wat een heerlijke verslaving!’

De eerste keer dat ­Andreas Terlaak (39) een popconcert bezocht en er in volle bewustzijn van genoot was twintig jaar geleden. Hij was 19 jaar oud en doodongelukkig. Wereldvreemd in eigen land, na lange jeugdjaren in Indonesië en West-Afrika. In een bus vol blowende Limburgers reed hij vanuit zijn nieuwe woonplaats Maastricht naar de Kuip voor een concert van The Rolling Stones. Terlaak had een plaatsje hoog achterin, tweede ring. Hij was erbij. Zonder fotocamera. ‘Niet eerder had ik zoiets ervaren’, vertelt hij. ‘Ik was in één ruimte met Mick Jagger en mijn andere helden. Het leven kon ineens niet mooier zijn.’

Het was zijn eerste popconcert en vrijwel het laatste zonder camera. Op dat moment besefte hij dat muziek een onlosmakelijk onderdeel was van zijn lijf en brein. Dat ook fotografie haar plaats ging opeisen wist hij nog niet. Dat gebeurde een paar jaar later bij een editie van een bevrijdingsfestival in Haarlem. Terlaak werd gevraagd een paar foto’s te maken van een bandje, waarin de zoon van een collega speelde. Het werd weer zo’n openbarende ervaring: ‘Het begon al toen ik de poort door ging en een pasje kreeg om overal mijn gang te gaan. Daar stond ik, ik keek door de zoeker van mijn camera en zag de lampen, de muzikanten, de emotie. Zo gaaf, dit was mijn roeping!’

Muziek en fotografie gaan sindsdien samen. Terlaak leeft ervoor en leeft ervan. Zijn Rotterdamse woon­kamer weerspiegelt zijn passies. Op een richel staan een prijswinnende foto van Amy Winehouse, een foto van hem met Bono in de ArenA en een portretfoto van zijn vriendin. Aan de andere kant staat een kast vol fotoboeken en oude camera’s. Een kastdeur bij de eettafel biedt een mozaïek van privéfotootjes en kindertekeningen, het werk van zijn 6-jarige dochtertje.
Terlaak werkt vrijwel continu, ook als hij thuis is. Vandaag foto’s bewerken voor een reportage van Racoon, in opdracht van Nieuwe Revu. In lege uren factureren en plannen. Zonder strakke organisatie wordt werken gekte. Hij temt zijn stress. Er zijn weken dat hij vier of vijf muziekconcerten bezoekt. Dat doet hij ’s avonds en ’s nachts. Overdag staan wel twee, drie of meer portretopdrachten in zijn agenda. Hij maalt er niet om. ‘Ik voel het niet als werken’, zegt hij, ‘Het is leven. Noem het een verslaving, maar man wat een heerlijke verslaving!’ Vorige week was er zo’n dag om door een ringetje te halen. In de ochtend Boudewijn de Groot, ’s middags Jan Cremer en ’s avonds door naar een concert van The Prodigy. ‘Gewoon een hele dag gelukkig.’

Muziek omringt hem overal. CD’s heeft hij de deur uit gegooid, Terlaak luistert het liefst naar langspeelplaten. Op de draaitafel in zijn woonkamer ligt vandaag Donald Fagan, voorman van de jazzy studioband Steely Dan uit de jaren 70. De muzieksmaak is hem ingegoten door zijn vader, groot liefhebber van jazz en Frank Sinatra. Zijn moeder was van de klassieke muziek. In Jakarta ontstond met U2, The Stones, The Pixies en Lou Reed een cocktail die zijn brede muzieksmaak verklaart. ‘Mijn persoonlijke voorkeur is behoorlijk mainstream’,  zegt hij. ‘Maar voor mijn werk ga ik naar alles. Ook naar obscure bands, grunge of hip hop, waar ik weinig mee heb. Ook dan probeer ik de beleving vast te leggen.’

Zelf is Terlaak al lang geen fan meer. Genieten leidt hem af. ‘Ik heb dat bewust uitgeschakeld’, zegt hij. Zijn hand ligt het hele gesprek rond een mok met de Sticky Fingers-tong van de Stones. Vorig jaar had hij het moeilijk, toen zijn jeugdhelden Pinkpop glans gaven. Terlaak stond op tachtig meter afstand van het podium, waar Jagger optrad. In de eerste twee nummers moest het gebeuren, zo was de afspraak met het management. ‘Ik was zo geconcentreerd dat ik vrijwel niets gehoord heb. Na het maken van de foto’s moest ik alle beelden bewerken en versturen. Zo gefocust! Dan vergeet je het hele concert. Vrienden vragen vaak: en hoe was het? Weet ik niet, moet ik dan zeggen, ik was er wel, maar de muziek komt niet binnen. Het enige wat telt: heb ik goede foto’s?’ De beelden zijn bestemd voor de krant, NRC Handelsblad en nrc.next, en voor muziekbladen. Maar Terlaak maakt ze ook in opdracht van concert­bedrijf Mojo. Dat verlangt van hem na ieder concert een serie foto’s, die de bezoeker al op een mobieltje kan zien zodra de artiest zijn laatste nummer heeft gespeeld.

De opgelegde beperkingen in tijd en plaats zijn strikt. Een heel concert bijwonen is uitzonderlijk. Vooral in grotere zalen, zoals het Ziggo Dome, krijgt hij van de artiest of het management hooguit drie nummers de kans. Voor de fotografen is een fotopit ingericht in de veilig­heids­zone tussen publiek en podium Hoe bekender de artiest des te kleiner de bewegingsvrijheid. Beoncé gunde de fotografen welgeteld veertig seconden. Terlaak zit er niet mee: ‘Het is jammer dat ik nooit het zweet van de muzikant op de foto heb. Je moet het in een paar minuten doen. Maar ik denk dat mijn foto’s niet beter worden, als ik een heel concert lang de tijd krijg.’

De fotograaf zweert bij een goede voorbereiding. Die begint al op de ochtend van het concert of festival. Hij bekijkt foto’s van voorgaande concerten en denkt na over positie die hij ’s avonds zal innemen. Hij kiest zijn kleding: zwart, zo onopvallend mogelijk. De artiest mag niet worden afgeleid. Zelfs de plek van zijn auto in de parkeergarage staat vast: zo dicht mogelijk bij de ingang van de zaal. Zodra hij aankomt, natuurlijk ruim op tijd, loopt hij als eerste naar de plek met het beste uitzicht op het podium. Alles voor die ene foto. ‘Het is voor een deel bijgeloof, zoals de plaats van de auto. Als ik hem verderop moet zetten, word ik onrustig.’

Terlaak staat van tafel op om een muziektijdschrift te pakken. Terwijl hij terugloopt: ‘Het is allemaal erg gestructureerd, wat ik doe. Nooit zo over nagedacht…Klink ik als een perfectionistische autist?’

Zijn foto’s staan model voor zijn werkzame leven. Ze zijn een kader, een raamwerk waarin de activiteit zich moet voltrekken. Als Terlaak voor het podium staat, ziet hij door zijn zoeker het podium, rijen lichten erboven – de randen van het beeld. Die foto moet al mooi zijn, in balans. De muzikanten hoeven alleen nog maar de foto in te lopen en op vooraf bedachte plaatsen te gaan staan en bewegen. Op het ritme van de muziek volgt hij hun handelingen en poses.
Zo is ook zijn leven, een ingevuld kader. Op zijn 25ste had Terlaak een doel: ‘Ik wist dat dit mijn leven zou worden. Ik had een gewone baan bij de Leidse Onderwijsinstellingen en ben ernaast gaan fotograferen. Overdag naar kantoor en ’s avonds vier, vijf keer per week naar concertzalen. Ervaring opdoen, stijl ontwikkelen en een netwerk opbouwen. Binnen tien jaar moest ik een succesvol fulltime muziekfotograaf zijn. Dat ben ik nu.’

De tien jaar waren gevuld met adrenaline. Hij kan niet meer zonder. Laatst kwam zijn vriendin hem na een concert ophalen. Ze dacht rustig met hem naar de parkeergarage te kunnen lopen. Om zes over elf ’s avonds had hij zijn foto’s geüpload, een minuut later zijn tas ingepakt, klaar. Drie minuten later zou het concert eindigen. In zijn tempo liepen ze naar de auto. ‘Jezus, Andreas wat loop je hard, is er iets?’, had ze geroepen. Ik wist het niet van mezelf.’

Midden in het drukke festivalseizoen, hoopt Terlaak één weekeinde gas terug te kunnen nemen. Na afloop van het interview, bij het afscheid aan de voordeur, kondigt hij terloops aan voor de lol naar het Zwarte Cross Festival in de Achterhoek te willen gaan. Met vriendin, zonder camera. Het eerste bewust te beleven muziek­festival in twintig jaar. ‘Ik ben het van plan’, zegt hij zonder overtuiging. ‘Het moet lukken.’

Andreas Terlaak, 1976, Rotterdam
Opdrachtgevers onder meer: NRC Handelsblad, NRC Next, Mojo Concerts, Nieuwe Revu, Telegraaf, Hitkrant, Soundz, Prince, Neil Diamond, Blaudzun, The Kik
Prijzen: 1ste prijs Zilveren Camera 2007 (Kunst Cultuur enkel), 2de Prijs Zilveren Camera 2013 (Kunst Cultuur serie), Nominatie Pop Media prijs 2014

Bekijk meer van

Andreas Terlaak

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab
Redacteur

Lars Pasveer
Redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur

Anneke de Bruin
Vormgever

Marc Willemsen
Webontwikkelaar

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.