Alleen, maar toch samen
Dankzij reorganisaties worden redacties steeds kleiner en komen er steeds meer freelancers bij. Een deel van die eenpitters trekt naar elkaar toe. Ze vormen journalistieke collectieven: ze werken alleen, maar toch samen. En dat levert aardig wat voordelen op.
Een beetje studentikoos ziet het er wel uit: een keukentje met vieze vaat, wat lege bierkratten naast de koelkast en een tafel in het midden van het kantoor die eruit ziet alsof hij gemaakt is van afvalhout. In een hoek liggen nog een Fatboy en een skippybal te wachten om gebruikt te worden. Verder lijkt het kantoor van freelancerscollectief Mediaridders in alles op een gewone redactie, maar met één belangrijk verschil: de acht bureaus zijn niet bezet door vaste redacteuren die samen één product maken, maar door freelancers die incidenteel samenwerken, maar toch hun eigen toko bestieren.
Het in Amsterdam gevestigde Mediaridders is een zogenaamd freelancerscollectief: een groep zelfstandigen dat samen kantoor houdt, in dit geval in een voormalig schoolgebouw. Het in 2007 opgerichte collectief bestaat uit acht leden die opdrachten vervullen voor radio, televisie, kranten en tijdschriften. Ze schrijven onder andere voor nrc.next, de Volkskrant, De Avonden, VPRO Gids, Labyrint, Esta en de Vara. Zoals een freelancer betaamt doet iedere Mediaridder zijn eigen ding, verzekert Tjitske Mussche, een van de leden van het collectief. ‘Je moet niet in een collectief gaan zitten om aan opdrachten te komen. Iedereen hier verdient zijn eigen brood. Maar we kijken wel waar we elkaar kunnen versterken.’
Meer dan eenpitters
Alleen, maar toch samen. Dat is het hele idee van een collectief. Dat daar behoefte aan is onder freelancers blijkt wel uit het aantal collectieven dat de laatste jaren is opgericht. De bureaus Mevrouw van Dale, Rondje van Pavlov, Unit-2, The Social Reporters, Bureau Westeinde en ZINNIG (om er een paar te noemen) ontstonden allemaal in de afgelopen vijf jaar.
Hetzelfde geldt voor Bureau Boven, dat ongeveer een jaar geleden het daglicht zag. ‘In eerste instantie hadden we niet het plan om intensief samen te gaan werken’, aldus Roos Menkhorst van het vijfkoppige collectief dat gevestigd is in het voormalige Shell-bedrijfsrestaurant Tolhuistuin in Amsterdam. ‘We wilden een kantoor delen en met elkaar kunnen sparren over onderwerpen. Maar het is ook goed om vooruit te kijken. Redacties worden kleiner en er komen steeds meer freelancers bij. Met een collectief kun je iets anders bieden dan die enorme hoeveelheid eenpitters, omdat je samen meer kennis in huis hebt.’
Gaandeweg zijn de vijf individuele freelancers van Bureau Boven steeds meer gaan collaboreren. Dat is ook het geval bij Mediaridders, waar een groep van vier freelancers zich verenigd heeft in Fast Facts, een bedrijf dat wetenschapsvideo’s maakt voor kennisinstellingen. Maar zelfs zonder zulke grote gezamenlijke projecten heeft een collectief zo zijn voordelen volgens Mediaridders, dat ook een eigen broodfonds en subsidiepotje voor nieuwe projecten heeft. De leden van het collectief geven elkaar waar mogelijk feedback op elkaars producten. Dat lijkt een kleinigheidje, maar het kan een artikel of radioproductie net wat beter maken.
De journalistieke collectieven die de laatste jaren zijn ontstaan variëren in grootte van twee tot tientallen leden. Een van de grotere is Bureau Wibaut, dat opereert vanuit het oude Volkskrantgebouw aan de Wibautstraat in Amsterdam. Sinds 2010 houdt de groep journalisten (momenteel zeventien man sterk) kantoor op de eerste verdieping van het gebouw, daar waar eens de administratie zat. De ‘Wibauters’ schrijven voor media als De Groene Amsterdammer, NRC Handelsblad, KIJK, Viva en Nu.nl. En daarbij wordt ook zo nu en dan gecoöpereerd.
‘We zijn absoluut niet bezig met elkaar klussen te verstrekken’, legt medeoprichter Jop de Vrieze uit, al komt het wel eens voor dat ze elkaar binnen brengen bij klanten. ‘En wanneer we geen tijd hebben spelen we opdrachten aan elkaar door. Daar help je niet alleen elkaar mee, maar het is ook handig voor jezelf. Kun je bijvoorbeeld een vaste rubriek om wat voor reden dan ook een tijdje niet doen, dan neemt een ander lid het over met de afspraak je de rubriek uiteindelijk terug te geven. Doe je hetzelfde bij een redactie, dan ben je die rubriek gewoon kwijt. Wat ook meespeelt is dat de mens natuurlijk een sociaal wezen is. Door je bij een collectief aan te sluiten krijg je sneller het gevoel ergens bij te horen. En door de mensen om je heen kun je ook op journalistiek vlak blijven groeien. Dat is als echte eenpitter toch lastiger.’
Grote projecten aanpakken
Nog zo’n voordeel van een collectief: je kunt gezamenlijk grotere klussen aanpakken. Vooral als je met mensen uit verschillende vakgebieden collaboreert. Bij het collectief Unit-2 gebeurt dat volop. Daar ontstaan geregeld ‘gelegenheidscoalities’ tussen een aantal van de 37 communicatiespecialisten die samen een kantoor delen in een voormalig fabriekspand in Leiden. Onder hen bevinden zich voornamelijk journalisten, maar ook tekstschrijvers, vormgevers en fotografen. Unit-2-oprichter Eric Went: ‘Doordat we zoveel verschillende mensen in huis hebben kunnen we als individuen grote projecten aanpakken. Daardoor hoeven we eigenlijk nooit nee te verkopen.’
‘Het mooie is dat je ook nog eens minder kwetsbaar bent in tijden dat het wat minder gaat. Anderen halen ook opdrachten binnen waar je je misschien bij kan aansluiten’, vervolgt Went. De leden van zijn collectief werken samen aan journalistieke projecten zoals bedrijfsbladen en wonnen in 2012 de prijs voor beste business-to-business blad bij de Grand Prix voor bedrijfsbladen. Ook bedenken ze gezamenlijk concepten. ‘Bedenk je een blad of concept in je eentje dan kan het nooit zo goed worden als wanneer je het met anderen samen doet. Als freelancer worden je producten er beter van. En jij zelf ook. Door samen te werken met anderen krijg je van alles mee van andere vakgebieden. Je leert van elkaar. En het is nog helemaal gratis ook.’


Praat mee