Afstudeerprijs Villamedia 2019

— woensdag 14 september 2011, 09:29 | 10 reacties, praat mee

Alle opleidingen in één MediAcademie

Toeval of niet, begin september bevestigden drie publicaties de deplorabele toestand van onze journalistieke hbo opleidingen. In NRC/Handelsblad schrijft Ton Lankreijer dat in 2005 de journalistieke opleidingen van de Christelijke Hogeschool Windesheim in Zwolle, de Hogeschool Utrecht, Fontys Hogeschool Tilburg en de Christelijke Hogeschool Ede 1.540 eerstejaars studenten verwelkomden. Vier jaar later leverden ze 415 afgestudeerden af, een schamele 27%. De vraag is waar die overige 1.125 studenten zijn gebleven en wat die op de eerste plaats op deze instituten te zoeken hadden.

In Villamedia Magazine, het vakblad voor journalistiek, klaagt Frans Oremus over zijn stagiairs: ,,Ze werken vreugdeloos de hen toebedeelde klusjes af en kijken vanaf ongeveer half vijf met vragende ogen beurtelings naar hun horloge en naar mij – in steeds dwingender tempo.’’ Hetzelfde blad bevat een reportage hoe het één klas afgestudeerden is vergaan – twintig jongelui die Stefan Verwer, directeur Stichting Lokaalmondiaal, het etiket ‘beste klas ooit’ gaf. Die hebben wat in hun mars, zou je denken. Een paar jaar later heeft een handvol een betaalde baan in de journalistiek. Letterlijk: vijf. De rest heeft gedesillusioneerd een andere studie opgepakt, is gaan reizen, of bij banken, makelaars of supermarkten beland.

Alle drie artikelen maken opnieuw duidelijk dat deze scholen een enorme overproductie afscheiden en niet die kwaliteit leveren waar media in een steeds complexere samenleving behoefte aan hebben. Dat is al jaren zo. In juni 2005 meende ik als deelnemer aan een discussiemiddag dat het motto De scholen voor de journalistiek deugen (niet) verkeerd gekozen was. Die haakjes hoorden daar niet.

Na oprichting van de School voor de Journalistiek in Utrecht op algemene grondslag midden jaren zestig van de vorige eeuw volgde een van de laatste stuiptrekkingen van de verzuiling. Zwolle kreeg een SvdJ op protestants-christelijke basis en Tilburg een katholiek exemplaar. Gedrieën konden ze geruime tijd gedijen. Het ging Nederlandse media voor de wind. Kranten en tijdschriften groeiden. Het aantal radio- en televisiezenders, en programma’s, nam toe. Deze ontwikkelingen zorgden voor werkgelegenheid voor afgestudeerden van de SvdJ’s.

Inmiddels leidt krimp al jaren tot een kentering. Titels verdwenen of fuseerden. Ontslagrondes, vacaturestops en vertrekregelingen zorgen voor kleinere redacties en minder werkgelegenheid in plaats van meer. Nieuwe media bieden onvoldoende compensatie, alleen al omdat bij veel gevestigde mediabedrijven zoals dagbladredacties journalisten websites en smartphones naast hun werkzaamheden voor gedrukte producten er bij doen. Al jarenlang negeren de scholen signalen uit het beroepsveld en blijven een krimpende arbeidsmarkt overspoelen met honderden afgestudeerden.

De school in Utrecht, aldus directeur Peter de Vries in Villamedia, speelt op de ontwikkeling in door het aanbieden van ‘lessen wat komt kijken bij een bestaan als zzp’er’, een bedenkelijke werk- en denkwijze. Alsof de freelancermarkt wél ruimte biedt aan een jaarlijkse horde jonge en onervaren afgestudeerden. Met havo- en SvdJ-diploma’s op zak maakt een 22-jarig groentje geen schijn van kans op het marktplein van de freelance journalistiek, bomvol ervaren allrounders en specialisten. De jeugdige SvdJ zzp’ers zijn zwoegers zonder perspectief.

Het probleem van de overcapaciteit is breder. Het wemelt van de journalistieke opleidingen. De ‘Opleidingenkaart’ op de website van Villamedia vermeldt:
Cursussen journalistiek op hbo niveau 6
Cursussen journalistiek particulier 38
Cursussen journalistiek universitair 3
Opleidingen mbo 2
Opleidingen hbo 7
Opleidingen wo 9

Dit rijtje is niet eens volledig. De Katholieke Universiteit Brabant heeft een masteropleiding Datajournalistiek. Deze ontbreekt in het Villamedia overzicht. Los van alle particuliere cursussen lijkt elke zichzelf respecterende hogeschool en universiteit wel ‘iets’ met journalistiek te (willen) doen. Dat leidt tot wildgroei en gebrek aan samenhang.

De kwaliteit van elke journalist hangt af van zijn (of haar) kennis, vaardigheden en attitude. De gemiddelde afgestudeerde van de SvdJ’s schiet op alle drie terreinen tekort. Let op het woord gemiddelde, er zijn uitzonderingen – inderdaad, een handjevol.

Aan de juiste beroepshouding schort het de meesten. Tijdens de laatste Elfstedentocht in 1986 had een stagiair geen trek om deel uit te maken van onze verslaggeverploeg, want, redeneerde hij, dat ging ten koste van zijn nachtrust. Ik heb hem teruggestuurd naar school. Dit incident is niet louter een oude koe uit de sloot. De publicaties in NRC/H en Villamedia bewijzen dat sedertdien weinig is verbeterd. Frans Oremus schetst een onthutsend gebrek aan motivatie bij zijn stagiairs. En die ‘beste klas ooit’ meldt dat van hun lichting eerstejaars ‘ongeveer de helft binnen een jaar alweer van de opleiding was geknikkerd, want te dom of te lui of allebei’. Duidelijker bewijs voor de noodzaak van een strenger voordeurbeleid bij de SvdJ’s is nauwelijks voorhanden. De Utrechtse school zelf houdt het op 33% afhakers na het eerste jaar, het dubbele van het HBO gemiddelde van 16%.

Het is niet verwonderlijk dat veel redacties een voorkeur hebben voor universitair geschoolden. Academici beschikken over specialistische kennis, zijn beter geschoold in analytisch denken en zijn in staat mee te helpen bij strategische ontwikkelingen.

Het initiatief om deze negatieve status quo te doorbreken zal niet van de opleidingen komen. Daar prevaleert het eigenbelang, het in stand houden van de organisatie met haar verworvenheden. Uit die hoek verwacht ik geen enthousiasme voor mijn oplossing.

Ingrijpen van de overheid moet leiden tot de stichting van één MediAcademie waar alle bestaande, door de overheid mede bekostigde opleidingen in moeten opgaan, zowel van mbo, hbo als wo niveau. Deze nieuwe Academie biedt journalistieke opleidingen op verschillende niveaus, met onderlinge afstemming en doorgroeimogelijkheden. De huidige versnippering van kennis, kunde en kapitaal wordt tegengegaan. Concentratie leidt tot kwaliteitsverbetering van onderwijs én van wetenschappelijk onderzoek. De doelstelling van deze Academie wordt niet zelfinstandhouding, maar afleveren van journalisten van een kwaliteitsniveau en in aantallen waar de mediawereld behoefte aan heeft.

Leo Enthoven is oud-hoofdredacteur van het Deventer Dagblad. Binnen Koninklijke Wegener NV, uitgever van regionale dagbladen, was hij tien jaar lang verantwoordelijk voor journalistieke opleidingen.

Bekijk meer van

Praat mee

10 reacties

Paul Disco, 14 september 2011, 12:08

Interessante betoog om te komen tot 1 media-academie. Ik kan het goed volgen, maar evenzogoed kun je beweren dat juist 1 zo’n opleiding leidt tot verschraling van het onderwijs. In alle opzichten. Bovendien weet niemand wat de behoefte is in de mediawereld over 4 jaar. De mediawereld is groot, hoor. De suggestie dat het alleen nog maar minder wordt vind ik discutabel, want de toekomst is in het algemeen niet in te schatten door het verleden te extrapoleren. De stellig dat het wetenschappelijk onderzoek beter wordt van een opleiding zie ik niet. Waarom?
En het onderbouwen van het betoog met de suggestie dat het de meesten (dat zijn er veel, he) schort aan een juiste werkhouding aan de hand van een handvol stagiairs is nonsens. Een paar ludieke voorbeelden aanhalen om een betoog te onderbouwen vind ik zelf journalistiek gezien een tikkie onder de maat. Het ‘sociale’ brein van een 20-jarige is nog lang niet volgroeid. Lijkt mij belangrijke informatie als je nadenkt over de opleidingsmogelijkheden voor jonge mensen.

Arnold Vonk, 14 september 2011, 18:00

‘Concentratie leidt tot kwaliteitsverbetering van onderwijs én van wetenschappelijk onderzoek’: wat een ouderwetse visie op kwaliteitsverbetering.

Van beroeps- tot wetenschappelijk onderwijs klinken stemmen om klassen juist te verkleinen. Ook is er een grote vraag naar kleinschalige en op maat gemaakte bijspijker- of incompanycursussen. Dat alles is duur, maar levert ook veel op. In elk beroep gaat het om kennis, vaardigheden en attitude. Die kun je het beste opdoen en verbeteren in kleine groepen. En dan helemaal in groepen waarin iedereen even gemotiveerd is.

In de journalistiek is minder werk dan vroeger. Toch spreekt ons vak nog steeds heel veel middelbare scholieren aan. Dat is een kans! Zonder de prijs op te drijven of duur te fuseren kunnen bestaande opleidingen hun kwaliteit verbeteren door de besten eruit pikken, in samenspraak met werkgevers, die weten waar behoefte aan is.

Dan krijg je bijna vanzelf de topjournalisten van de toekomst. Dat zullen en kunnen er inderdaad niet veel zijn. Dus dan krijg je ook bijna vanzelf kleine klassen aan de bestaande scholen. En als daar dan toch ‘het eigenbelang prevaleert’, dan moet de overheid dáár iets tegen doen.

Die moet het voor de scholen aantrekkelijk maken om scholieren af te raden ‘iets met media’ te gaan doen. De sector wil zoals alle sectoren alleen echt gemotiveerde werknemers. Die bovendien beschikken over veel kennis, veel vaardigheden en een uitstekende attitude. Laat de scholen dus inderdaad ook niet langer hun studenten op één kenmerk (een diploma) selecteren, en al helemaal niet aan één poort, maar haal hen binnen op basis van zowel hun kennis als hun vaardigheden en attitude. Doe dit desnoods na het propedeusejaar, maar altijd door diverse docenten, met heldere maatstaven, ingefluisterd door de sector.

Bevredig vervolgens de motivatie van de studenten in die kleine klassen. Blijf streng, houd de lijntjes kort op de faculteit en stuur hen vaker en langer op stage. En als het talent dan toch verveeld naar de klok kijkt op de redactie, kijk dan ook eens naar de begeleiding op die redactie. Het toptalent vindt namelijk gerust werk elders.

Rianne, 15 september 2011, 11:43

Ik voldoe exact aan de omschrijving van “22 jarig-groentje met Havo en SvdJ-diploma op zak”. Ik denk echter wel dat het hele probleem in dit artikel nogal eenzijdig belicht wordt. Aan de kwaliteit van journalistieke opleidingen moet zeker wat gedaan worden. Aan de huidige vastgeroestheid in medialand echter ook.
Leo Enthoven vindt het jammer dat hij maar heel weinig talent ziet in de huidige afgestudeerde generatie. Zoals hij het brengt vind ik het bijzonder ongeloofwaardig. Als je in je artikel praat over 22-jarigen en een voorbeeld gebruikt in 1986 laat een simpele rekensom zien dat de huidige generatie nog niet eens geboren was in 1986. Leo Enthoven maakt een punt over de kwaliteit van veel net afgestudeerde journalisten, maar vergeet dat er ook zeker talenten afstuderen. Het mes snijdt aan twee kanten: als je geen plaatsen creëert voor aanstormend talent moet je ook niet verwachten dat ze zich ontwikkelen in jouw blikveld.

Joram, 15 september 2011, 14:51

Inderdaad een eenzijdig verhaal. Misschien spelen de magere kwaliteit van de opleidingen een rol? En krijgen de opleidingen het talent dat ze verdienen. Is bekostiging naar kwantiteit een factor? Of het conservatisme in het lerarencorps? En waar halen websites hun personeel?

De tijden zijn veranderd. Ook de ‘d’ uit SvdJ is al een paar decennia geleden geschrapt.

Hans de Brouwer, 15 september 2011, 14:55

Volgens Enthoven bevinden de opleidingen journalistiek zich in een ‘deplorabele toestand’. Als voormalig stagebegeleider bij het Algemeen Dagblad en vanuit mijn huidige baan als docent in het hbo (niet aan een journalistenopleiding!) reageer ik daarop.

Enthoven meent zich gesteund door drie artikelen, maar geen enkel daarvan onderbouwt zijn stelling. Dat veel studenten tijdens het eerste jaar van hun studie ontdekken dat ze verkeerd gekozen hebben, kan ook betekenen dat de lat te hoog ligt. Je kunt opleidingen moeilijk verwijten dat ze een gebrek aan talent en motivatie blootleggen. En ja, veel afgestudeerden zoeken hun heil buiten de journalistiek. Dat heeft uiteraard alles te maken met de beroerde werkgelegenheid en niets met het niveau van de hbo-opleidingen.

Volgens Enthoven ontbreekt het de gemiddelde afgestudeerde aan de scholen voor journalistiek aan kennis, vaardigheden en de juiste attitude. Waarop baseert hij zich? Zijn daar objectieve gegevens van? Als stagebegeleider heb ik vanzelfsprekend stagiairs meegemaakt van wie ik me afvroeg hoe ze ooit zo ver konden komen. Maar met hetzelfde gemak noem ik een aantal namen van talenten die we maar wat graag een contract aanboden.

Enthoven spreekt zichzelf tegen. Enerzijds beklaagt hij zich over het te grote aantal afgestudeerden aan de scholen voor journalistiek, anderzijds verwijt hij de scholen dat ze te veel studenten naar huis sturen. Dat zijn oplossing – de MediAcademie – een probaat middel zou zijn om de overcapaciteit aan afstudeers tegen te gaan, onderbouwt hij nergens.

Ik ben het met Enthoven eens dat afgestudeerden aan universitaire opleidingen journalistiek vaak prima journalisten zijn. Zouden ze dat niet geweest zijn als ze een hbo-opleiding hadden gevolgd? Wil je vraag en aanbod op de arbeidsmarkt in evenwicht brengen, snij dan in de wildgroei aan journalistenopleidingen. En omdat beroepsopleidingen niet aan de universiteit thuishoren, ligt het voor de hand daar te beginnen.

Menno van den Bos, 16 september 2011, 12:37

Waar al die studenten blijven? Het antwoord op die vraag is simpel. De auteur gaat uit van een afstuderen binnen vier jaar, maar de meeste studenten lopen 1 of 2 jaar vertraging op en studeren alsnog gewoon af. Dit zal in ieder geval een groot deel van de ‘missing’ 1100 studenten verklaren.

Leo Enthoven, 18 september 2011, 12:14

Sedert eind jaren zeventig heb ik te maken gehad met stagiairs en afgestudeerden en met opleidingen (op alle niveaus). Ik baseer mij dus niet op enkele losse voorbeelden. Ik pleit voor concentratie omdat een bundeling van kennis, kunde en kapitaal, nu versnipperd over vele opleidingen, tot de kwaliteitsimpuls moet leiden waar media, en in het verlengde daarvan onze democratische samenleving, behoefte aan hebben. Een pleidooi voor grote(re) klassen bevat mijn stuk niet. Bovendien zal één instituut sneller en flexibeler op arbeidsmarktbehoeften kunnen inspelen dan al die losse opleidingen nu. De Utrechtse journalistenschool laat in NRC/H optekenen dat ’slechts eenderde van de eerstejaars echt voor het beroep van journalist komt’. Tweederde dus niet. Dat resulteert in verspilling van tijd, energie en geld. Veel strengere toelating dus!

Paul Disco, 19 september 2011, 18:48

@Leo Enthoven
1.
Met exact dezelfde argumenten kun je zo pleiten voor maar 1 nieuwsmedium. In het algemeen wordt concurrentie gezien als een kwaliteitsimpuls. Er is dan wat te kiezen. Monopolisten zijn helemaal niet snel en flexibel.
2.
Ik ga hier niet betogen dat alle stagiairs geweldig zijn. Maar er zijn meer partijen betrokken bij een stage: het stagebedrijf, de stagebegeleider en de school. In het algemeen worden stagiairs niet van overheidswege toegewezen, dus er kan ook heel goed wat schorten aan de -uit meer volwassenen bestaande- partijen. Laat ik zeggen, ik vind het vooralsnog geen heldendaad om een 20- jarige terug te sturen naar school.
3.
Mooi dat NRC/H zulke fraaie feiten boven tafel weet te halen. Maar, geldt het niet in het algemeen dat het voor een jongere moeilijk is om te kiezen? En is dat niet van alle tijden?
4.
Het advies voor een strengere toelating is dus geen enkele garantie voor verbetering van de kwaliteit. De sector mist dan bijvoorbeeld de laatbloeiers, zij die zich willen focussen op de journalistiek zijn niet per se de besten. Ik zeg: slecht idee.

Niek, 20 september 2011, 09:51

Frapant dat ex-Hoofd opleidingen van Wegener zegt dat redacties de voorkeur geven aan academisch geschoolden. In de praktijk willen Wegener-kranten juist HBO’ers, want zij kunnen tenminste ‘stukjes schrijven’.

Mathias de Graag, 20 september 2011, 10:19

Vijfdejaars en hard op weg om af te studeren aan de Fontys Hogeschool in Tilburg. Waarom vijfdejaars?
Omdat ik vanaf maart niet bij Vrij Nederland stage kon lopen. Het kon wel, maar ik was in de running samen met een andere student journalistiek. Later bleek mijn concurrent van de mastervariant in Leiden te komen.

Dikke pech. Of oneerlijke concurrentie? Zo’n HBO’er is natuurlijk altijd minder dan een academisch geschoolde journalist.

Graag zou ik even op de stelling hierboven in willen gaan. Zelf ben ik namelijk van mening dat werkgevers talent op de HBO-journalistiekopleidingen laten liggen.

Een jaar lang mocht ik studentenvoorzitter zijn van de instituutsmedezeggenschapsraad (IMR) op de FHJ (Journalistiek in Tilburg). In dit jaar heb ik veel van onze studenten gesproken en leren kennen. Wat blijkt? De opleiding barst van de leergierige studenten. En dan heb ik het nog niet eens over het talent dat er rondloopt.

Als critici en werkgevers in de media nu echt eens hun best doen om de opleidingen te doorgronden en proberen de talenten eruit te pikken, dan zouden redacties niet meer zoveel moeite hoeven doen om het buiten de HBO-opleidingen te zoeken.

Wat ik nu doe? Stagelopen in Brussel en daarna afstuderen. Dit is geen poging om mezelf te verkopen. Het is alleen maar een signaal dat er wel degelijk studenten zijn die goed genoeg zijn voor het vak.

En dat voor het HBO.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.