AD-journalist over verdwijningszaak van oud-topman Philips in Kenia
In het AD schrijft journalist Caspar Naber over de verdwijningszaak van Tob Cohen, de Nederlandse oud-topman van Philips, in Kenia. Want hoe pak je zo’n drama aan en wat doet het met je?
Het lichaam van Cohen werd op 13 september in een oude afgedekte watertank achter zijn huis aangetroffen. Hij lag al geruime tijd in een vechtscheiding. Zijn vrouw wordt gezien als hoofdverdachte.
Het begon begin augustus met een telefoontje van de zus van Tob Cohen. “Ik geloof mijn oren niet. Negen van de tien keer kost het me grote moeite om familieleden van in het buitenland verdwenen Nederlanders te vinden en hen zover te krijgen dat ze informatie delen, nu krijg ik het op een presenteerblaadje.”
Omdat bepaalde informatie vraagt om nader onderzoek ter plaatse vertrekt Naber naar Kenia. Maar hij is wel voorzichtig. De persvrijheid in het land wordt langzaam uitgehold en op het douane- en visumformulier geeft hij daarom aan geen ‘journalist’ te zijn, maar als beroep ‘werknemer’ te hebben. “De verdwijning van Cohen - een golfmagnaat die deel uitmaakte van de jetset - is slechte reclame voor het land en de regering Kenyatta zal niet blij zijn met aandacht van buitenlandse media voor de zaak, redeneer ik.”
Naber komt in contact met een onderzoeksjournalist van The Daily Nation, de grootste en een van de meest betrouwbare kranten in Kenia. “We besluiten onze informatie over de zaak te delen en elkaar de gegevens van contactpersonen door te spelen. Daarbij ben ik te goed van vertrouwen, blijkt al snel. In ruil voor het telefoonnummer van Cohens zus zou ik het nummer krijgen van een boezemvriend van haar broer maar dat gebeurt niet.”
De AD-journalist geeft in het artikel aan met allerlei hoofdrolspelers te hebben gesproken en het is duidelijk dat alle partijen hun eigen, tegenstrijdig, belang hebben bij het geven van bepaalde informatie, maar dat je als journalist moeilijk een kant kan negeren.


Praat mee