foj 2019

— vrijdag 11 oktober 2013, 09:06 | 1 reactie, praat mee

Gewoon doorgegaan met waar we altijd mee bezig waren

De extra bezuiniging van 100 miljoen op de publieke omroep is desastreus vindt Chris Kijne. En dat terwijl er nog nooit een discussie heeft plaatsgevonden over de vraag wat nu eigenlijk, gebaseerd op de publieke uitgangspunten van informatie en cultuur, de structuur en de inhoud zou moeten zijn van een publieke omroep in een commercieel landschap.

Het is 2 oktober 1989. De televisie staat aan in een willekeurige Nederlandse huiskamer. Om half zes klinkt, over een stevig bed van gierende gitaren, de stem van Jos Bergenhenegouwen – voorheen Veronica. ‘Dit is de eerste officiële uitzenddag van RTL-Veronique’, schalt het op de bekende kijk-of-ik-schiet-toon. Waarna de kijkers welkom worden geheten door de onnavolgbaar in avondjurk gehulde gastvrouw Catherine Keyl – voorheen NCRV – en gastheer Wessel van Diepen – voorheen Vara en Veronica.

Het is het begin van een, hoe zal ik het zeggen, gevarieerde avond. Omdat de zender, vanwege wetstechnische overwegingen, moet benadrukken dat het geen Nederlands, maar een Luxemburgs station betreft, betuigen gastheer en gastvrouw al in de openingszinnen omstandig hun liefde voor de vriendelijke boeren- en bankenenclave tussen België, Duitsland en Frankrijk.

Vervolgens worden de uitsluitend Nederlandse kijkers getrakteerd op de meest curieuze actualiteitenrubriek die hier vermoedelijk ooit is uitgezonden: ‘Hei elei kuck elei’. Ingeleid met het Luxemburgse volkslied in hardrockversie, geheel in het Luxemburgs gemodereerd en zonder ondertitels.

Of er daarna nog veel kijkers over waren die om tien uur ’s avonds de krullen van Jeroen Pauw het Nederlands­talige nieuws zagen presenteren, is niet meer te achterhalen. Maar eigenlijk was dat het beslissende moment. Er was eerder commerciële televisie geweest in Nederland, vanaf een eiland in de Noordzee, met sprekende paarden en al. En officieel ging het hier dus ook nog om een buitenlands station, anders mocht het niet van minister Brinkman. Maar er was nog nooit een serieuze nieuwsrubriek geweest die de concurrentie aanging met het NOS Journaal.

De volgende ochtend kwam de Raad van Bestuur van de NOS onder voorzitterschap van Joop van der Reijden bij elkaar. Nog diezelfde middag werd een vergadering uitgeschreven voor alle omroepvoorzitters.

‘Heren’, zei de oud-staatssecretaris niet zonder pathos, ‘wij leven in historische tijden’. Waarna hij losbarstte in een analyse van de ontstane situatie die in het kort hier op neer kwam: het jarenlange gevecht van de publieke omroepen om, via hun politieke vrienden in met name de PvdA en het CDA, commerciële televisie buiten de deur te houden, was definitief verloren. Er was commerciële televisie, er zou commerciële televisie blijven en er zou nog meer commerciële televisie komen. En daar moest de publieke omroep zich op bezinnen.

‘Hei elei kuck elei’, probeerde Avro-voorzitter Wallis de Vries de zaak nog ballerig te bagatelliseren, maar de middenstandszoon - Van der Reijden - en de Utrechtse straatvechter - Vara-voorzitter Marcel van Dam - ­gaven hem geen kans. Zij wisten wanneer ze een verlies moesten nemen om er uiteindelijk beter uit te komen. Nog dezelfde middag werd een taskforce in het leven geroepen die moest bedenken hoe de gezamenlijke omroepen vanaf dat moment zouden inspelen op de nieuwe ontwikkeling. Hoe ze, eendrachtig, een nieuwe organisatie zouden ontwerpen die gebaseerd was op de publieke uitgangspunten van informatie en cultuur en waar de krachten gebundeld en niet versnipperd zouden worden. Zodat men niet langer het gevecht met elkaar zou voeren, maar met de nieuwe concurrentie.

En bijna had ik hier geschreven: ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. Want het tweede deel van het bovenstaande is inderdaad een sprookje. Aan de eerste alinea’s is niets gelogen. Kijkt u maar op YouTube naar de avondjurk van Catherine en de intro van ‘Hei elei kuck elei’. Maar de bijeenkomst bij de NOS heeft nooit plaatsgevonden. Integendeel. Vanaf het moment dat zich in het Nederlandse medialandschap een nieuwe concurrent aandiende heeft men zich in Hilversum dieper ingegraven in de loopgraaf van de eigen organisatie. Is men van daaruit elkaar en de commerciële concurrentie blijven bevechten zonder ooit na te denken over een groter belang dan dat van die eigen organisatie. Heeft er nooit een discussie plaatsgevonden over de vraag wat nu eigenlijk, gebaseerd op die publieke uitgangspunten van informatie en cultuur, de structuur en de inhoud zou moeten zijn van een publieke omroep in een commercieel landschap.

Alsof het niet bestond. Gewoon doorgegaan met waar we altijd mee bezig waren. Tot de dag van vandaag, nu het water de loopgraaf voor het grootste deel al heeft gevuld en aan onze lippen staat. Dat laatste kan ik illustreren met een klein voorbeeldje uit mijn eigen praktijk. Sinds enige tijd werk ik mee aan een interviewprogramma voor een digitaal kanaal: gesprekken met buitenlandse wetenschappers. Een niche-programma op een niche-kanaal. Bij het produceren van de eerste reeks stuitten we op het feit dat een andere redactie, van een andere omroep, achter dezelfde gasten aanzat. Die gesprekken werden niet uitgezonden op een digitaal kanaal, maar uitsluitend op internet. Een niche-niche-programma.

Gedurende enige tijd hebben we geprobeerd de krachten te bundelen. Immers, twee niche-programma’s die hun toch al vrijwel niet-bestaande budgetten gebruiken om twee redacties te laten draaien die achter dezelfde gasten aanzitten en elkaar daarmee voortdurend in de wielen rijden: dat moest beter kunnen. Samenwerken, bijvoorbeeld. Na een paar maanden overleg, moest mijn eindredacteur melden dat het er helaas niet van ging komen. Onze collega’s wilden alleen maar samengaan wanneer het eindresultaat het onvervreemdbare stempel van hun omroep zou dragen. Het is, in zijn absurde irrationaliteit, exemplarisch voor de werkwijze die in Hilversum gebruikelijk is: vanaf het moment dat het belangrijk is geworden om de rijen te sluiten en te zorgen dat er naast het commerciële aanbod een levensvatbare publieke omroep overeind blijft, zijn we elkaar harder gaan bevechten dan ooit. Tot op het microniveau.

Begrijp me goed. Ook in tijden waarin - vooruit, laat ik dat nu maar even niet betwisten - er bezuinigd moet worden op de overheidsuitgaven, was de korting van 200 miljoen die het vorige kabinet de omroep oplegde, buitensporig. Gevolg van neoliberale dwaallichterij gecombineerd met reactionair revanchisme en christendemocratisch opportunisme. Goed beschouwd, in het licht van de democratie, een schande. In het licht van de begroting peanuts en in vergelijking met soortgelijke Europese landen belachelijk: Denemarken geeft acht keer zoveel uit aan zijn publieke omroep, IJsland – u weet wel, van de bankencrisis – ongeveer 100 keer.

En kon die bezuiniging nog deels worden opgevangen zonder dat het alle programma’s heel direct zou schaden – bedenkt u bij dat ‘deels’ even dat het bij de VPRO-radio, waar ik ook werkzaam ben, heeft geleid tot het ontslag van bijna de helft van het personeel -, de 100 miljoen die dit kabinet er op een achternamiddagje uitruilen nog eens van af heeft gehaald, is desastreus. Ja, desastreus. In verband met, ik zeg het gewoon nog maar even, het functioneren van onze democratie.

Maar ik weet ook waarom er buiten Hilversum eigenlijk niemand is die zich daar druk om maakt. Omdat niemand ons meer serieus neemt wanneer we zeggen dat we voor dat belang staan en niet voor ons eigen kleine omroepbelangetje. Omdat we dat nooit hebben kunnen opbrengen.

Dus ik was erbij, op 9 oktober, op het Malieveld, waar we onder aanvoering van Jan Slagter hebben gedemonstreerd. Ik heb de meewarigheid waarmee ik eerder altijd verslag deed van goedbedoelde demonstraties op het Binnenhof, waar mensen in pyjama met reuzenwekkers de politiek wakker kwamen schudden, op mezelf gericht en stond er. En ik riep dat we het niet pikken.

Maar, beste Henk Hagoort, ik stond er onder één voorwaarde. Dat jij nu, onmiddellijk, je omroepcollega’s bij elkaar roept op het Mediapark om alsnog dat gesprek te hebben dat al op 3 oktober 1989 gevoerd had moeten worden. Het kan nog net.

Bekijk meer van

Praat mee

1 reactie

Paul Disco, 14 oktober 2013, 21:53

Whow, wij gaven tot voor kort 1 miljard uit aan de Publieke Omroep. En, ik citeer, ‘IJsland, u weet wel van de bankencrisis, 100x zoveel.’ Ik vind 100 miljard best veel voor een publieke omroep. Dat is 274 miljoen per dag. Of is hier sprake van een vorm van journalistieke dyscalculie?

Dit staat overigens los van het betoog dat het raar is dat de PO visie noch strategie heeft, anders dan dat bezuinigen ‘niet kan’. En het is de sector waarvoor zo’n beetje de Balkenendenorm is uitgevonden. Ik gun ieder zijn protest, maar laten we wel wezen: circus Renz pleegt een grotere aanslag op het Malieveld dan de PO. Denk dat veel mensen liever een extra nachtzuster hebben dan een vakantiehuisje van een presentator of directeur financieren.

Ik denk eerlijk gezegd dat de PO en de NVJ geen idee hebben hoe het verder moet. En dat is jammer, want de PO speelt zeker een rol in de democratie waar het gaat om informatievoorziening. Er is niets op tegen als burgers gezamenlijk geld in de pot leggen om zichzelf te informeren. Dat systeem gebruiken we ook bijvoorbeeld voor het onderwijs, zorg en onze infrastructuur. De vraag alleen is: wat betalen we uit de pot? Als ik kan kiezen tussen nieuws (50 miljoen euro per jaar) en de rest zou ik het wel weten.

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.