website over journalistiek

x

Download de Villamedia-app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

‘Elke echte journalist lid van de club’

Victor Lebesque — Geplaatst op vrijdag 26 april 2013, 09:48

© Truus van Gog

‘We moeten de Raad voor de Journalistiek in ere houden en de uitgangspunten van de Leidraad koesteren’, aldus Egbert Myjer, oud-rechter bij het Europees Hof. ‘Persoonlijk vind ik dat om een beroep op persvrijheid te kunnen honoreren, je tenminste duidelijkheid nodig hebt over wie tot de beroepsgroep behoort.’

Het opbeurend advies van Myjer komt op een moment dat de Raad voor de Journalistiek voor ingrijpende vernieuwingen staat in een poging de kritiek vanuit de eigen beroepsgroep te smoren. Een van de voornemens is om de Leidraad, waarin nogal gedetailleerd de journalistiek-ethische gedragsregels staan beschreven, naar de achtergrond te schuiven. De beoordelingsmaatstaf voor behoorlijke journalistiek bestaat dan uit drie criteria: waarheidsgetrouw en accuraat; onpartijdig en fair; controleerbaar en integer. Myjer noemt dit in zijn lezing de kern-kwaliteiten waaraan de pers zich dient te houden.

Dat in Nederland de zelfregulering in de journalistiek onder druk staat, is volgens Myjer een ongelukkige ontwikkeling. ‘Ik vind dat de beroepsgroep, voordat het te laat is, moet leren van wat zich in Engeland heeft afgespeeld bij News of the World. Daar hebben we gezien wat er kan gebeuren als de pers zich op grote schaal niet aan zijn eigen verantwoordelijkheden houdt.

Niet dat ik hier meteen een dergelijk schandaal verwacht, maar ik constateer uit persoonlijke waarneming, niet uit rechterlijke ervaring, een snelle verschuiving van serieuze informerende journalistiek naar infotainment. Ik zie het gevecht binnen de media om klanten en dat dit gepaard gaat met berichtgeving die zo snel mogelijk en zo spannend mogelijk moet zijn. Door de grote tijdsdruk waaronder gewerkt moet worden, lijkt het erop dat nieuws – altijd al bederfelijke waar – nauwelijks nog een houdbaarheid heeft van een halve dag.’

‘De basiswaarden die vastzitten aan het beroep, zijn glashelder verwoord in de door de Raad voor de Journalistiek geformuleerde criteria. Journalisten moeten accuraat en te goeder trouw berichten en onafhankelijk zijn. Zij moeten zonder onnodige beschadiging van mensen berichten over zaken die van belang zijn. Die waarden zouden in gevaar kunnen komen als de journalistieke beroepsgroep niet waakzaam blijft.’

‘Via de nieuwe media wordt nieuws of quasi nieuws razend snel verspreid, ook door mensen die zich totaal niet gehouden hoeven te weten aan de ethische normen van de journalist. Dat is een probleem, je krijgt er geen greep op.

Het Hof in Straatsburg heeft meermalen benadrukt dat een vrije pers van fundamenteel belang is voor een democratie. Het Hof noemt de “vitale rol” van de pers als “publieke waakhond”. Maar laten we niet uit het oog verliezen dat persvrijheid geen onvoorwaardelijk recht is. Er kan inbreuk worden gemaakt op de persvrijheid, maar alleen onder strikte voorwaarden. Bedenk: in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) staat uitsluitend bij de bepaling over de vrijheid van meningsuiting dat er plichten en verantwoordelijkheden tegenover staan.’

‘Persoonlijk vind ik dat om in rechte een beroep op persvrijheid te kunnen honoreren, je tenminste duidelijkheid nodig hebt over wie tot de beroepsgroep behoort. Het kan toch niet zo zijn dat een willekeurige blogger die een AIVD-rapport te pakken krijgt en het openbaar maakt, waarna de AIVD vervolgens zijn telefoon gaat tappen omdat er een verdenking is van een lek, dat die kan aanvoeren “ja maar ik ben journalist” en zich kan beroepen op het Telegraaf-arrest van het Hof in Straatsburg’. 

‘Ik vind dat degenen die zich willen inzetten om serieuze journalistiek te bedrijven zich niet alleen behoren te binden aan de uitgangspunten van de Leidraad, maar ook bereid moeten zijn zich te onderwerpen aan het systeem van collegiale toetsing door de Raad voor de Journalistiek. En nu ga ik nog een stap verder: iedereen die werkelijk journalistieke arbeid verricht, zou ook lid moeten zijn van de club van journalisten. Dankzij dat boterbriefje zou men dan een beroep kunnen doen op rechten die aan persvrijheid zijn verbonden, zoals verschoningsrecht en bronbescherming. Als je de lusten wilt van journalistieke privileges, moet je ook de aan het lidmaatschap verbonden lasten op je nemen.’

‘Misschien dat sommigen dit zien als een beknotting van de vrijheid van meningsuiting, maar laten we nou reëel blijven. Een politieperskaart of een bepaalde toegangsaccreditatie, die kan toch ook niet iedereen zomaar krijgen. Nou met bronbescherming en verschoningsrecht is dat net zo. Iedereen, journalist of niet, mag zeggen en schrijven wat hij wil, maar om op die rechten een beroep te kunnen doen, moet je aan zekere voorwaarden voldoen. Onbelemmerde toegang tot de rechter is ook een mensenrecht, maar je moet wel griffiekosten betalen om die toegang te krijgen.’

‘Gooi de zelfregulering die jullie hebben, niet overboord. Dat is mijn boodschap aan journalisten. Het biedt je uiteindelijk alleen maar voordelen. Je laat aan de buitenwereld zien dat je je verantwoordelijk voelt voor de beroepskwaliteit en dat je daarin zelf grenzen durft te stellen. Je houdt je onafhankelijkheid en toont dat je reële klachten serieus neemt. Maar als de beroepsgroep het niet zelf kan of wil regelen, zal er op enig moment een van staatswege opgelegd orgaan komen. De overheid zou op basis van een grootste gemene deler van de inmiddels ongeveer vierhonderd in de wereld bestaande journalistieke codes een compilatie kunnen maken. Dat zijn dan de regels waaraan een journalist zich te houden heeft. Aan de hand van die regels gaat de Raad voor de Journalistiek – of hoe dat college ook mag gaan heten – klachten beoordelen tegen personen die officieel als journalist te boek staan. Zo’n orgaan mag wat mij betreft ook de bevoegdheid krijgen om financiële sancties op te leggen.’

‘Ik kan me een belangrijke uitbreiding van de 
bevoegd­heid van de voorzitter van zo’n Raad voor de Journalistiek voorstellen. Net zoals de deken van de Orde van Advocaten erbij aanwezig is als huiszoeking wordt gedaan bij een advocaat om te kijken of dat past binnen de bescherming van het beroepsgeheim, zou de voorzitter van een goed functionerende Raad voor de Journalistiek erbij gehaald moeten worden als de rechter-commissaris justitiële actie beveelt bij een krant, om te kijken of dat past binnen de bron­bescherming.’


——-

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Masterclass EU