50 jaar correspondent in Brussel: Wat ik van Europa opstak
Jan Werts (71) is al vijftig jaar correspondent in Brussel en blikt voor Villamedia terug op de veranderingen binnen de EU en zijn vakgebied.
Het begon in de zomer van 1976 met ruwweg 250 collega’s van over de hele wereld en vandaag zijn dat er zo’n 1250. Destijds twaalf EU-landen, vandaag op weg naar driemaal zoveel. Destijds de dagelijkse persconferentie samengeklemd in een rokerig zaaltje, wél met een bar vol goedkope alcoholische dranken (en enkele Nederlandse plakkers). Vandaag een perszaal als een kerk. Maar hol en leeg, omdat het dagelijkse nieuws zich online uitrolt.
Dat Europa van de ene crisis naar de volgende sukkelt is wel bekend. Dat Europa in nachtelijk beraad toch áltijd weer een oplossing vindt, veel minder. Gek genoeg is Europa daarom gebaat bij gehannes en crises.
Door de komst van de Europese Raad, dus de Europese toppen, is de besluitvorming verschoven van het aanvankelijk sterk Brusselse communautaire niveau naar dat van de nationale leiders tezamen. Dat was al een idee van president de Gaulle (1959-1969). Uit vrees voor Frans-Duitse overheersing heeft Den Haag jarenlang geprobeerd die verschuiving tegen te houden. Dat is niet gelukt. Zijn opvolger Macron lanceert in 2017 tevergeefs Europese strategische autonomie en krijgt nu eveneens volgers.
Geen perfectie
Europa komt in een crisis pas tot handelen zodra de nationale leiders in nachtelijk beraad met de rug tegen de muur staan. Ze moeten dan allemaal wat toegeven. Want de belangen, tradities, prioriteiten en politieke visies van de 27 EU-landen lopen nu eenmaal ver uiteen. Dat het niettemin toch (bijna) altijd weer lukt is de Schoonheid van het Compromis, zegt de Belgische historicus Hendrik De Vos. Dat Europese compromis is nooit de perfecte oplossing, dat kan met 27 verschillende belangen niet.
We komen uit een traditie waarin brute macht en bloedige oorlogen regeerden. Grootvader Jan Werts (1867) zag ze zelfs drie keer in de gordijnen klimmen. Na de Frans-Duitse oorlog, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Na 1945 kozen we voor de vergadertafels.
Omdat de belangrijke besluiten pas na slopende marathonvergaderingen vallen, heb ik in de spelonken van het Brusselse Raadsgebouw menige nacht half slapend doorgebracht. Wachtend tot de top in de vroege ochtend eindelijk eindigde. Het is daar al gebeurd dat een regeringsleider die niet wilde tegenstemmen even ’n plasje ging doen, opdat de 26 overblijvers “unaniem” konden instemmen!
Vroeger ging alles meer informeel. Na de top elders in Europa dronken we een glaasje met de premier. En dit nadat we met hun echtgenoten [Liesbeth den Uyl en later Ria Lubbers] in een kroeg in de omgeving op hem hadden gewacht. Vandaag staan de leiders ons korter dan destijds te woord achter een scheidslijn, het ‘Brusselse touwtje’.
Tegen de EU
Veel mensen zijn tegen Europa. “Waar bemoeien ze zich mee”, is hun klacht. Dat begrijp ik. Want de Europese Unie bemoeit zich met werkelijk álles. Veel problemen kunnen pas in wijder verband aangepakt worden. Van onze defensie tot de woningbouw, van de aanbestedingen tot de vrijheid van meningsuiting, van het online gebeuren tot de relatie met Washington DC, Moskou en Peking.
De samenleving is vandaag met Brussel verknoopt. Je kunt nog wel verschillen van mening over de aanpak van een en ander. Daar draait het beraad hier dan ook om. Tegelijk is mijn ervaring waken de hoofdsteden er voor hun zelfstandigheid zoveel mogelijk overeind te houden.
Het ingewikkelde Europese overleg is uiteindelijk in slechts drie woorden samen te vatten: nationaal belang en het compromis als de oplossing. Ieder besluit draait daarom. Bij het daarnaar zoeken worden de uiteenlopende nationale belangen tegen elkaar afgewogen. En moet iedereen wat toegeven. Neem het coronaherstelfonds gefinancierd uit enorme Europese schulden. Duitsland en Nederland waren vierkant tegen. Totdat bondskanselier Merkel onder druk van Frankrijk draaide en Nederland om de meubelen te redden wel mee moest.
‘Heb je het over democratie in de EU dan is dat haar grootste zwakte. Dat blijkt uit het gebrekkige politieke debat. Europa, dat interesseert de Nederlandse politici maar matig en het voor de EU onverschillige publiek hier nog minder, zo is al jaren mijn ervaring. Dit is overigens niet typisch Nederlands maar raakt de hele EU. De vraag is ook wel wat bijvoorbeeld een verpleegster in Bulgarije, een betonvlechter in Zweden, een leraar in Spanje of een manager in Ierland eigenlijk met het verre “Brussel” hebben. Dat is hét zwakke punt van de EU’, zo noteerde ik recentelijk.
Geen Verenigd Europa
Ooit leerde ik op school dat we op weg waren naar de federale ‘Amerikaanse‘ Verenigde Staten van Europa. Daar hoor ik vandaag niemand meer over. Het is dan ook, grappig genoeg, precies andersom gegaan. De nationale staten gebruiken naar mijn ervaring Europa om in een economisch gemondialiseerde wereld toch hun politiek en cultureel voortbestaan te verzekeren. Het voortbestaan van de natiestaten is een belangrijk resultaat van de Europese Unie. Die conclusie lees je overigens nooit.
Het blijft fascinerend Europa te volgen. Als aanvulling op het Europa van de kathedralen, de schilders en beeldhouwers. Van de eeuwenoude dorpen en steden waar de mensen elkaar voortaan willen verstaan in plaats van elkaars koppen in te slaan.
Jan Werts promoveerde in 1991 op de Europese besluitvorming. Hij is voor het Montesquieu Instituut en de Clingendael Spectator de vaste correspondent in Brussel.


Praat mee