Jodal

— maandag 12 juni 2017, 11:12 | 0 reacties, praat mee

360 video, een wens uitgekomen, maar nu?

Na een eerste kennismaking met ‘virtual reality’ in 2014 ziet Hans Jaap Melissen gelijk de mogelijkheden voor zijn specialisme, de oorlogsverslaggeving. Na drie jaar experimenteren maakt hij de balans op. ‘In tijden van nepnieuws is 360 video een uitkomst. Je geeft het publiek het gevoel dat het de touwtjes in handen heeft.’

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Lars Pasveer. Ook lid worden?

Had ik maar een ­camera die zowel naar voren filmt als tegelijkertijd laat zien wat er om mij heen gebeurt. Het was januari 2010, ­Haïti, en ik wenste iets dat toen nog niet bestond. Ik wilde de berichtgeving rond de aardbeving in Haïti nuanceren. Ik had onderzocht dat er geen honderdduizenden doden waren gevallen, maar tienduizenden. Ik wist ook dat ik niet alleen een strijd zou moeten voeren tegen die ‘alternative facts’. Ik had ook te maken met de perceptie van de feiten. Het publiek had immers alleen maar beelden gezien van verwoesting. Vaak met een voice-over die dat nog eens benadrukte door termen als ‘met de grond gelijk gemaakt’ of ‘totaal weggevaagd’. Een kijker ziet vooral ook wat die kijker wordt verteld te moeten zien.

Eind 2014 kwam mijn wens uit. Ik werd benaderd door een bedrijf dat Virtual Reality (VR) maakte. Een term die mij meteen op het verkeerde been zette. Ik dacht aan een digitale game-omgeving of zoiets. Maar met een VR-bril op, en daarin een smartphone geklikt, kon ik rondkijken bovenop een echte berg en er vervolgens in een wingsuit vanaf vallen. Tijdens de val keek ik om mij heen en kreeg pijn in mijn buik alsof ik het was die daar viel. Ik zag meteen de mogelijkheden voor mijn tak van sport: de oorlogsjournalistiek. Ik kon mensen nu dus bijna letterlijk ‘meenemen’ naar een plek waar ze zelf niet gauw zouden komen en hen een eerlijkere beeld voorschotelen, zonder de zoom van de maker. 

Enthousiast probeerde ik omroepen te interesseren voor de nieuwe mogelijkheden. De VPRO had weliswaar wel al iets artistiekerigs gedaan met VR, maar (oorlogs-)journalistiek werk in ‘360’ kwam ik nog nauwelijks tegen.

De omroep die wel meteen enthousiast was om er iets journalistieks mee te doen was KRO-NCRV. Dus zette ik de eerste stappen met de 360 camera op het Griekse eiland Lesbos, toen daar de ene na de andere rubberboot met vluchtelingen aankwam. De video’s die we maakten waren prachtig. Maar wat een hel was het om de camera te bedienen: een houder met zes GoPro camera’s die allemaal één voor één (binnen 20 seconden, in verband met synchronisatie) aan moesten worden gezet. Daarna moesten de beelden van de zes camera’s nog in een speciaal edit-programma aan elkaar worden gemonteerd, voordat je er verder mee aan de slag kon.

Inhoudelijk stonden we voor dilemma’s. In eerste instantie dacht ik dat ik zelf niet in beeld moest zijn, bij deze allesziende camera. Die gedachte duurde precies één vluchtelingenboot lang. Vanaf de Turkse overkant naderde een bootje, ik zette de camera neer op het strand, holde weg en dook achter een muurtje. Het vreemde gevaarte met knipperende rode lichtjes stond de vluchtelingen op te wachten als een soort ‘bermbom op statief’, met de dader verderop weggedoken.

Ik bleef dus voortaan maar in de buurt van de camera. Of er pal naast als ik iemand wilde interviewen. Het was bijzonder om de reportage te kunnen beginnen met een stand-up die bij gewone, ‘platte’ tv nergens op zou slaan: ‘Als jullie nu naar mij kijken, dan moeten jullie eigenlijk je hoofd 180 graden draaien en dan zie je de Turkse kust…’

In de montage leerde ik dat de scenes langer moeten zijn dan bij gewone televisie. Je wilt niet dat de kijker nog rondkijkt als de volgende scene zich aandient.

Fast forward naar 2017. Zoals het met nieuwe techniek gaat, zijn er inmiddels betere en handigere camera’s. Onbetaalbare exemplaren voor de filmindustrie en verdraaid goeie camera’s voor de consument, waar de beelden zo uit rollen. Mijn favoriet: de Samsung Gear 360. Dit witte bolletje, formaat mandarijn, gebruik ik bijvoorbeeld in Mosul (http://tek.st/a2), ook weer voor KRO-NCRV. Het apparaat is razendsnel aan te zetten, merkte ik toen ik bij een vuurgevecht tussen Iraakse troepen en IS was.

Intussen zie ik dat het op sommige plekken snel gaat met 360 video in de journalistiek, maar anderen zitten vast in hun koudwatervrees. The New York Times komt geregeld met producties, en ook de Huffington Post, en persbureaus als AP en Reuters bieden 360 content.

In Nederland is de NOS er serieus mee aan de slag gegaan, in veel verschillende situaties: het Thialf­stadion, een speech van Obama, Lowlands, een indrukwekkende video in Aleppo van Sander van Hoorn, tot en met een video over de eigen nieuwe studio (Ook een van mijn Mosul-video’s verscheen op de NOS site).

Ik denk dat 360 video een interessant medium is, als uitbreiding van bestaande outlets. Zoals een goede foto een geschreven artikel kan versterken, zo kan een 360 video dat ook doen bij zowel een geschreven artikel als bij een televisiereportage, waarbij je doorverwijst naar de 360 content.  Daarmee raken we meteen aan de problemen die er nog zijn met de distributiemogelijkheden. YouTube en Facebook ondersteunen 360 video, maar sommige webbrowsers kunnen er nog niets mee. Dat zal ongetwijfeld snel veranderen.

Verder denk ik dat de VR-bril nooit de meest gebruikte manier zal worden om journalistieke 360 producties te bekijken. De VR-bril (het model van nu, wellicht verandert die nog sterk in de toekomst) sluit teveel af, maakt het te veel tot een individuele beleving. De bril leent zich wel goed voor een VR-bioscoop of een museum. De VR-bioscoop in Amsterdam toont ook journalistieke video’s.

De alternatieve manier van kijken, à la Google Streetview, door je vinger, de hele telefoon, of je muis te bewegen is nog steeds een bijzondere ervaring. Je ziet ook dat de kijkcijfers van veel journalistieke 360 video’s behoorlijk goed zijn en die zijn echt niet allemaal met een VR-bril bekeken. Video’s die ik voor KRO-NCRV maakte, hebben tienduizenden tot een paar honderdduizend views.

Belangrijk is wel dat er een meerwaarde zit aan het rondkijken. Een 360 video met een bankdirecteur in een saai kantoor is weinig zinvol. Maar het beeld van een kapotgeschoten stad wordt een stuk helderder wanneer je meer perspectief krijgt. 

Zeker in tijden van nepnieuws en verwijten aan de media van vooringenomenheid of het manipuleren van beelden, is 360 video een uitkomst. Je geeft het publiek het gevoel dat het de touwtjes in handen heeft. Al bepaalt de maker uiteraard nog steeds waar de camera staat, het is een eerlijkere en meer transparante manier om beelden te laten zien dan we voorheen deden. Het is indringender: een beleving onthoud je beter, dan wanneer je er zoals bij ‘platte’ video minder tussenin zit.

En we komen misschien eindelijk af van die clichés als ‘compleet verwoest’ en ‘het is met geen pen te beschrijven’. Die kunnen plaatsmaken voor een doorverwijzing naar een 360 graden video waarin de kijker zelf mag beoordelen of dat zo is of niet.

Virtual Reality bij de NOS
Giselle van Cann, adjunct­-hoofd­redacteur van de NOS: ‘Wij hebben onderzocht of we VR in kunnen zetten als element bij verslaggeving en dat is best ingewikkeld. Het is moeilijk om in 360 graden een item te maken. De video (http://tek.st/a1) in Aleppo van Sander van Hoorn was erg nuttig om de kijker Aleppo te kunnen laten beleven, maar dat is anders dan pure verslaggeving. Het had daar toegevoegde waarde: je bent er en je kunt om je heen kijken, het beleven. Maar beleven is niet hetzelfde als informatieoverdracht. Dat kan soms wel gebeuren door het te beleven, maar vaak gaat dat beter als het je wordt verteld. Als er veel rondom de (360) camera gebeurt, leidt dat af, moet de kijker zoeken. In traditionele televisie zeggen we gewoon: daar is het nieuws. Toch zullen we 360 video incidenteel in blijven zetten, zeker als we willen laten voelen hoe dingen zijn. Het kan vooral een toevoeging zijn in je berichtgeving, nadat je het nieuws al hebt gebracht via de gewone vormen.’

Hans Jaap Melissen (1968) is een van de meest ervaren oorlogsjournalisten van Nederland. Hij werkt onder meer voor de publieke omroep en reist de hele wereld over, vooral naar het Midden-Oosten. Melissen is een journalistieke multi-instrumentalist: hij maakt televisie- en radioreportages, schrijft, waaronder boeken, en is een van de pioniers op het gebied van 360 graden video. In 2012 werd Melissen door Villamedia verkozen tot Journalist van het Jaar.

Bekijk meer van

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Uitgever

Dolf Rogmans

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Factuurgegevens

Villamedia Uitgeverij BV
Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl

Redactie (tips?)

Chris Helt, hoofdredacteur

Marjolein Slats, adjunct-hoofdredacteur

Linda Nab, redacteur

Lars Pasveer, redacteur

Trudy Brandenburg-Van de Ven, redacteur

Sales

Sofia van Wijk

Jenny Fritschy

Webontwikkeling

Marc Willemsen

Vacatures & advertenties

redactie@villamedia.nl

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.