— vrijdag 7 mei 2010, 10:00 | 0 reacties, praat mee

Winnaar: de Omega Pharma Lotto-renner

Vroeger repten media over de ploeg Post, nu over de Raboploeg. Kortom, het noemen van sponsornamen mag. ‘Zonder sponsor geen topsport, zo eenvoudig is het.’

Wie het wedstrijdverslag van de Amstel Gold Race op de website van de NOS tot zich neemt denkt beland te zijn in de reclamekaravaan van het rondje Zuid-Limburg. De Belg Philip Gilbert won. ‘Achter de Omega Pharma Lotto-renner’, aldus de NOS, ‘werd de Canadees Ryder Hesjedal (Garmin) tweede. Enrico Gasparotto (Astana) claimde de laatste plek op het podium.’ Ook genoemd: alle sponsors van de zeven renners die vroeg in de race een mislukte ontsnapping op touw zetten, plus die van een grote groep kansloze sprinters.

In contrast daarmee het verslag in de Volkskrant enkele weken later van de klassieker Luik-Bastenaken-Luik. Journalist Bart Jungmann noemt alleen Astana, de ploeg van winnaar Aleksander Vinoekorev. Het kan nog kariger. L1, de Limburgse televisie- en radiozender, vermeldt online in het verslag van de Amstel Gold Race geen enkele sponsornaam.

Niet dat publieke omroepen dat niet mogen van het Commissariaat voor de Media. Woordvoerster Wanda Bade: ‘Ploegen en clubs heten nu eenmaal zo. Het is informatie naar de kijker en luisteraar toe. Als publieke omroepen daar normaal mee omgaan, is er niets aan de hand.’

Hoe ze dat in de praktijk doen? Allemaal verschillend, zo blijkt, ook de kranten trouwens. Eerst Maurice de Heus, chef sport bij L1. ‘Onze richtlijn is dat we de sponsornaam één keer noemen. De herkenbaarheid voor de luisteraar en kijker wordt er door de toenemende commercie niet beter op, vooral bij sporten als basketball, ijshockey en tafeltennis. Ploegnamen veranderen telkens weer. Upstairs speelt bijvoorbeeld tegen Gas Terra Flames, voorheen Hanzevast Capitals. Dan heb ik het over basketball, Weert tegen Groningen.’

Maarten Nooter, hoofd sport bij de NOS, over zijn journalistieke afweging: ‘Wielrennen is vaak een ploegenspel, dan is het relevant om te weten wat de samenstelling is van een kopploeg. Renners werken samen, of werken elkaar juist tegen. De Amstel Gold Race was om die reden spannend, de Ronde van Vlaanderen echter niet. Cancellara ging er op 35 kilometer van de meet al vandoor. De strijd was gestreden. Ploegen noemen had verder geen zin.’

Collega De Heus heeft daar een andere kijk op. ‘Wij houden berichten op internet bewust kort. Ploegnamen zijn alleen maar ballast.’ RTV Rijnmond zit op dezelfde lijn als L1 wat betreft de uitzendingen: de eerste keer de sponsor noemen, daarna alleen nog de club. Sportverslaggever Dennis van Eersel: ‘Anders krijg je van die ellenlange namen in de uitzending. Challenge Sports/Rotterdam Binnenland bijvoorbeeld; een basketballploeg uit Barendrecht.’

De grenzen zijn de afgelopen jaren duidelijk opgeschoven, signaleren Bart Jungmann van de Volkskrant en chef sport Christiaan Rusink van het Algemeen Dagblad. ‘In de jaren ’80 was de televisie daar heel strikt in. De ploeg Raleigh was de ploeg Post en de ploeg Buckler de ploeg Raes’, weet Jungmann. ‘Destijds waren ploegen opgebouwd rondom een persoon, nu rondom een merk. Bijvoorbeeld de Raboploeg, daar kun je als journalist niet omheen.’ Rusink: ‘Trouw schreef vroeger nooit over de Amstel Gold Race. Daar werd Meerssen-Meerssen van gemaakt, of zoiets. Die tijden zijn voorbij.’

Toch blijven er verschillen. De Volkskrant is minder scheutig in het opschrijven van sponsornamen dan het AD. Rusink: ‘Wij doen daar niet moeilijk over. Het gaat erom hoe de lezer een club of sportevenement kent. Vandaar ook Amstel Gold Race. En het is niet de ploeg Dekker, maar de Raboploeg. Zonder sponsors geen topsport, zo eenvoudig is het.’

In krantenkoppen zal de lezer echter geen merknaam aantreffen, zo luidt de stelregel in Rotterdam. ‘En ook niet 45 keer in een artikel de naam van een sponsor. Je moet er met gevoel mee omgaan. Van de andere kant; Essent is een belangrijke adverteerder bij ons. Daar is de afspraak mee gemaakt dat het AD bericht over de Essent ISU World Cup (schaatsen, red.).’ Haaks daarop Jungmann: ‘In een reportage over de Raboploeg ontkom je er niet aan om de Rabobank te noemen. Maar ik zou me wel bekocht voelen wanneer op dezelfde pagina een advertentie zou staan van die bank.’

Krijgen sponsors nog meer grip op de media? Anders gesteld: is het straks zo dat kranten en omroepen keurig melden dat Coca Cola (Ajax) voetbalt tegen Nuts (Feyenoord) en TVM (Heracles) tegen Ariel (Utrecht) in de Shoetime League? Praktijkvoorbeeld, van iets verder weg: Huub Stevens is trainer van de Oostenrijkse voetbalclub Salzburg, Red Bull Salzburg wel te verstaan.

Rusink van het AD maakt zich geen zorgen. ‘Ik zie juist een omgekeerde trend. De PTT Telecompetitie heet weer gewoon Eredivisie. Dat is een sterke merknaam. Dat geldt voor alle topclubs. FC Barcelona zal nooit een andere naam kiezen. Dat is zo’n sterk merk; kijk maar eens hoe groot de merchandising is van die voetbalclub. Alleen kleinere ploegen en kleinere sporten veranderen van naam. Neem de Jupiler League, dat is over een paar jaar misschien wel de AKAI League.’


——-

Praat mee

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.