balie persvrijheid

— donderdag 8 januari 2009, 11:32 | 28 reacties, praat mee

Weg met de autorisatie!

Thijs Niemantsverdriet, redacteur van Vrij Nederland, stuurde vlak voor de kerstvakantie een politicus de tekst van een interview met hem. De politicus had, zoals gebruikelijk, vriendelijk geïnformeerd of hij ‘het verhaal van tevoren nog even mocht zien’. Niemantsverdriet had, zoals gebruikelijk, geantwoord: ‘Dat kan, maar uitsluitend voor feitelijke onjuistheden.’ Het document dat hij retour kreeg, sloeg werkelijk alles. Niemantsverdriet: ‘Het had in de verste verte niets te maken met feitelijke onjuistheden. Met behulp van de Word-functie Track Changes had de politicus mijn stuk vrijwel geheel herschreven. Hij had zinnen geschrapt en hele alinea’s toegevoegd. Hij had tussenkopjes veranderd, en hier en daar zelfs stilistische suggesties gedaan (geen ‘je’ maar ‘jij’, ‘Engels spreken’ in plaats van ‘Engels praten’). Al met al waren er 129 wijzigingen aangebracht. In een tekst van 3000 woorden betekent dat: iedere 23 woorden een correctie.’ Hier zijn pleidooi voor een ‘weg met de autorisatie-initiatief’.

Helaas is bovenstaand verhaal niet uitzonderlijk voor Nederlandse begrippen. De praktijk van het ‘autoriseren’ van artikelen is in ons land, en met name in politiek Den Haag, volledig uit de hand gelopen. Wat ooit begon als een gunst aan de geïnterviewde, en een handige check op onjuistheden voor de verslaggever, is verworden tot een machtsspel waarin de verhouding journalist-politicus volkomen is zoekgeraakt. En dat moet veranderen.


Toegegeven: er zijn best redelijke argumenten te bedenken voor autorisatie. De journalist kan bepaalde zaken niet helemaal goed begrepen hebben, zeker als het om technische onderwerpen gaat. Dan is het prettig als de geïnterviewde hem op potentiële uitglijders kan wijzen. (Nederlandse krantenredacties hebben nu eenmaal niet de beschikking over een leger hardwerkende fact checkers, zoals in de Verenigde Staten.) Een geïnterviewde praat wellicht iets vrijer als hij weet dat hij naderhand nog even naar de tekst kan kijken. En het is een rustgevend idee voor een journalist om het stempel ‘geautoriseerd’ op zijn tekst te hebben, mocht een politicus ineens spijt krijgen van zijn uitspraken en woorden als ‘verkeerde context’ en ‘verdraaien’ in de mond nemen.


Als de autorisatie hiertoe beperkt zou blijven, zou ik er misschien vrede mee kunnen hebben. Maar de praktijk is helaas anders, zoals ook Frits Bloemendaal in zijn boek ‘De communicatieoorlog’ laat zien.


Politici en voorlichters zijn het autoriseren gaan zien als een gelegenheid om bij nader inzien onwelgevallige uitspraken af te zwakken zelfs helemaal terug te nemen. Hun commentaar betreft meestal niet alleen hun eigen citaten: ze willen ook dingen veranderd zien in de rest van het artikel. Al met al is het niet uitzonderlijk om anderhalf uur met een voorlichter aan de telefoon te zitten die je verhaal alinea voor alinea aan een soort bijbelse exegese onderwerpt. Krijgt hij zijn zin niet, dan wordt de hele trukendoos van psychologische oorlogsvoering opengetrokken: ‘dat valt ons nou van jou tegen’, ‘je weet toch dat hij het niet zo heeft bedoeld’, enzovoort. Steeds vaker willen woordvoerders na de autorisatie ook nog eens de aangepaste tekst zien – om te controleren of alle afspraken wel precies zijn nagekomen. En tot overmaat van ramp is dit alles niet alleen gebruikelijk bij de top dogs aan Binnenhof. Zelfs de meest obscure deelraadswethouder wil tegenwoordig volledige controle over zijn of haar woorden.


Zo’n proces kost veel ergernis en veel tijd: bij een groot artikel hou ik standaard een heel dagdeel vrij voor autorisatie, zeker als ik meerdere mensen heb gesproken. Maar bovenal perverteert het de journalist. Je weet bij voorbaat dat de geïnterviewde over van alles en nog wat moeilijk gaat doen. Dus formuleer je de quotes soms tikje scherper, om wat onderhandelingsruimte te hebben. Of je bepaalt van te voren wat je er absoluut in wil houden, en wat eventueel mag sneuvelen. ‘Wisselgeld,’ is de cynische term die journalisten daarvoor hebben. Autorisatie vormt een schimmig en oncontroleerbaar proces met de koppigste onderhandelaar als winnaar. Hoe noemen we zoiets ook alweer? Koehandel.


Maar het kan ook anders. In het najaar van 2007 liep ik stage bij het Amerikaanse weekblad Newsweek in New York en Washington DC. En geloof me: daar bestaat het fenomeen autorisatie in het geheel niet. Toen ik een Amerikaanse collega vertelde over de Nederlandse praktijk van ‘copy approval’, keek hij me verbijsterd aan en stamelde: ‘But… that’s like Albania!’


Hoe gaat het dan wel in Amerika? Van tevoren wordt duidelijk afgesproken of een gesprek off the record is dan wel on the record. Daarna is aan de politicus om louter dingen te zeggen waar hij geen spijt van krijgt, en aan de journalist om diens woorden consciëntieus weer te geven. En deze procedure geldt voor iedereen, of je nou een grassroots activist uit New Hampshire interviewt of een minister. Niemand, ook Hillary Clinton niet, zal ooit vragen de tekst van tevoren ‘even’ te mogen zien.’


In dit systeem gaat eigenlijk zelden iets mis. Sterker nog, er heerst een veel aangenamer klimaat dan in Nederland. Juist omdat de journalist de persoonlijke verantwoordelijkheid heeft om het gesprek waarheidsgetrouw weer te geven, zal hij geen seconde in de verleiding komen om de antwoorden een beetje op te leuken. In Amerika is je reputatie alles wat je hebt, en als het één of twee keer misgaat kom je nergens meer binnen (om nog maar te zwijgen van eventuele rechtszaken). Zo kon het gebeuren dat ik op een middag de adjunct van Newsweeks politieke redactie in zak en as aantrof. De reden? Er zat die week een foutje in zijn stuk – voor het eerst in zijn zestienjarige carrière.


Wat zou het mooi zijn als in Nederland ook zo’n klimaat van wederzijds vertrouwen zou kunnen ontstaan. Maar is het ook mogelijk? Alleen als zo veel mogelijk media meewerken. Dat dat niet gemakkelijk is, wijst de commissie Paradijs wel uit. In 2000 werd een proef gehouden waarbij een jaar lang niet geautoriseerd werd. Betrokken partijen zagen er na een jaar van af om er een bindende afspraak van te maken. 


Nu kunnen wij bij Vrij Nederland wel eenzijdig iedere vorm van autorisatie opzeggen, maar dan krijgen we binnen no time niemand meer te spreken. Het ‘weg met de autorisatie’-initiatief zal breed gedragen moeten worden. Vergelijkbaar met het besluit, drie jaar geleden, van een groot aantal dag- en weekbladen en de NOS om collectief de spelling van het nieuwe Groene Boekje te negeren en voortaan het Witte Boekje van Genootschap Onze Taal te volgen. Hopelijk komt het ook ooit zover met autoriseren. Tot die tijd blijf ik ieder keer tevergeefs zeggen dat het uitsluitend om ‘feitelijke onjuistheden’ gaat.


Thijs Niemantsverdriet, redacteur Vrij Nederland

Bekijk meer van

Praat mee

28 reacties

Gert, 14 januari 2009, 13:35

Het autoriseren van stukken is een misplaatst gevolg van onze even misplaatste poldercultuur waar iedereen het met iedereen eens moet zijn, maar waarbij uiteindelijk degene met de meeste macht (politicus) aan het langste eind trekt. Maar het heeft ook te maken met slechte journalistiek dat er autorisatie wordt ge-eist:  er staan te vaak en te veel feitelijke onjuistheden in stukken van Nederlandse journalisten, tot op het hoogste niveau. Thijs zegt het zelf al: ‘Het kan zijn dat journalisten bepaalde zaken niet helemaal goed begrepen hebben’. Hoezo niet? Dat gebeurt in het buitenland namelijk wel, ook in landen waar geen factcheckers zijn! Als de stukken beter zijn, ontstaat er vanzelf ruimte voor een cultuur waarin autorisatie niet wordt ge-eist. Voor nu voorlopig: stukken gewoon laten autoriseren, maar natuurlijk niet inclusief (tussen)koppen, uitsluitend broodtekst. Tip: geen stukken laten autoriseren via de mail, gewoon de tekst faxen (anderhalve interlinie).Lijkt ouderwets, maar is erg effectief (redactiebeleid van maken). Ben je ook gelijk verlost van die dwaze track changes van Word en je bent zeker verlost van 1 correctie per 23 woorden!

Klaas Vilder, 15 januari 2009, 02:16

Laat je hoofdredacteur er maar niet achter komen dat je een heel dagdeel vrij houdt voor zoiets onbenulligs als het verwerken van een autorisatie.  Laat zitten man!

Edward, 15 januari 2009, 12:46

Ik zie in het artikel hierboven geen reden de autorisatie maar af te schaffen. Zolang je duidelijk aangeeft dat een geinterviewde alleen op feitelijke onjuistheden mag checken hoef je op andere zaken niet in te gaan. Ook kan je met de geinterviewde afspreken dat hij zijn eventuele wijzingen doorgeeft uiterlijk een uur nadat je het artikel naar hem hebt gemaild ofzo. Jij hebt altijd nog de touwtjes in handen toch?

Joop Hoek, 15 januari 2009, 16:36

Ik begrijp het probleem niet. Als er een afspraak is gemaakt dat de geinterviewde de tekst alleen mag beoordelen op feitelijke onjuistheden dan geldt die afspraak ook. Dus niks tekst herschrijven door de geinterviewde. Hij/zij is gebonden aan die afspraak. De rug rechthouden, Thijs. Ik gebruik overigens altijd een voicerecorder bij interviews. Dan heb je ‘zwart op wit’ het besprokene en kunnen er geen interpretatiekwesties ontstaan.

Peter, 15 januari 2009, 16:43

Tip 1: Nooit voorinzage geven in hele artikelen, maar alleen in die passages die rechtstreeks ontleend zijn aan of gebaseerd op het met de geïnterviewde gevoerde gesprek. Of (iets beperkter): alleen de citaten voorleggen. De rest komt voor rekening van de auteur.

Tip 2: Feitelijke onjuistheden laten markeren en niet laten corrigeren, maar van een ‘suggestie voor verbetering’ laten voorzien. Verlangen dat wanneer de ratio achter de wijziging niet evident is, een toelichting op de wijziging wordt gegeven. (Tijdens het interview zou een moeilijk plaatsbare uitlating tot een vraag om nadere uitleg leiden.)

3. Geluidsopname van het gesprek maken.

Edith, 15 januari 2009, 16:45

De praktijk van autorisatie is inderdaad volkomen uit de hand gelopen en dan niet alleen in politiek Nederland. Ook voorlichters in bijvoorbeeld de zorgbranche hebben er een handje van om veel verder te gaan dan feitelijke onjuistheden. Ik viel ongeveer van m’n stoel toen een voorlichter ergens in Limburg mijn artikel -waar nou bepaald geen levens van afhingen- met diezelfde track-functie (waardoor je stuk eruit ziet alsof de schoolmeester van weleer zijn frustraties op zijn rode pen heeft gebotvierd)totaal had herschreven. Toen ik daarover in de telefoon hing, was het commentaar: ‘ja, we waren al bang dat je het er niet mee eens zou zijn’.
Wat ik me afvraag, is hoe het toch zo is gekomen dat iedere jan doedel (want zo is het wel) zijn tekst van te voren wil autoriseren. Of nee, dat vraag ik me eigenlijk niet af. Het hoort natuurlijk bij de geneugten van het digitale tijdperk, want 15 jaar geleden was het hoogstens een politicus die per fax wat wilde checken, verder zeurde er niemand over… Nu heb je inderdaad een journalistiek vol compromissen die de onafhankelijkheid en de ojectiviteit van ons metier niet ten goede komt. Wat ik me afvraag is dat er (bijna) geen journalist tegenin gaat, óók niet de branchevereniging.

Marja Kroef, 15 januari 2009, 16:50

Onacceptabel willen wijzigen in een stuk is helaas niet beperkt tot de Nederlandse politieke arena. In de zorgsector is het fenomeen evengoed doorgedrongen. Ik kan geen medewerker (begeleidster op mbo- of hbo-niveau) interviewen of zij moet toestemming hebben van haar baas en het artikel “even zien.” Dan krijg ik meestal weinig inhoudelijke opmerkingen, maar veel taalkundige en stilistische wijzigingen. Vaak met de mededeling: “Ik heb het ook nog even aan mijn manager laten lezen.” Om nog maar te zwijgen van de voorlichter, die de <corporate identity> moet bewaken. Ik mag niet eens mijn eigen woorden kiezen.
Ik probeer er tegenwoordig maar zo min mogelijk woorden aan vuil te maken, en druk af wat ik een verantwoord artikel vind. Daar hoor ik er dan niks meer over, want medewerkers en het management zijn blij met die publiciteit.

Karel, 15 januari 2009, 17:26

Zoals de cartoon bij dit artikel aan aangeeft hebben de interviewer en de geïnterviewde vaak niet dezelfde agenda. De interviewer wil een inhoudelijk verslag, de geïnterviewde een prettige beeldvorming. Natuurlijk leidt dit tot spanningen.

Overigens klopt de term “autorisatie” niet wanneer een artikel wordt voorgelegd om het op feitelijke onjuistheden te controleren (overigens een prima zaak, ook voor de journalist!). Autorisatie betekent letterlijk echter “volmacht” oftewel ‘toestemming geven tot’, terwijl de geïnterviewde tegenwoordig in feite een vorm van redactie op het artikel loslaat. Dat laatste kan niet de bedoeling zijn omdat hier de verschillende agenda’s dus gaan botsen.

Conclusie; weg met ‘autorisatie’ en voortaan alleen nog ‘verificatie’.

Petra, 16 januari 2009, 00:55

Wees toch eens flink, toon eens wat meer guts Thijs. Neem gewoon het artikel mee wat jij wilt plaatsen. Het is JOUW artikel. Is de geïnterviewde niet tevreden en wil hij nooit weer meewerken? Prima, voor hem/haar zo veel anderen. De krant wordt daar alleen maar beter van. Je weet misschien dat Helmut Kohl twaalf jaar lang niet mee wilde werken met Der Spiegel; niettemin bleef Der Spiegel een goed blad met lef. De jongste lichting journalisten is veel te bang voor intimiderende voorlichters die bezig zijn hun eigen baantje te creeeren en consolideren.

Jan Dijkgraaf, 16 januari 2009, 08:23

Thijs,

Mag ik beide versies van het onderhavige artikel plaatsen in HP/De Tijd? Dan maken wij Nederland wel zichtbaar wat je precies bedoelt en kan de lezer zelf concluderen of je gelijk hebt of slordig bent.

Groet,
Jan Dijkgraaf
hoofdredacteur HP/De Tijd

Sandra Bouck, 16 januari 2009, 10:25

Ik vraag me serieus af wanneer en hoe de term ‘autorisatie’ de (kennelijk landelijke) journalistiek is ingeslopen. Ik werk tientallen jaren in de regionale journalistiek, en heb al veel verschillende redacties ‘afgewerkt’, maar nog nooit heb ik die term bij het uitoefenen van mijn vak gehoord.

Uiteraard vragen mensen wel, van ‘hoog’ tot ‘laag’ maar altijd uiterst voorzichtig, of ze het artikel van tevoren even mogen inzien. Ik ga daar meestal mee akkoord, uiteraard met de afspraak dat eventuele wijzigingen zuiver moeten gaan over feitelijke onjuistheden. Als je hiervoor dan een moeilijk woord moet bedenken, is het hooguit ‘verificatie’. Iets wat niet klopt, moet je niet in de krant willen hebben. Als iemand andersoortige opmerkingen heeft, moet je goed luisteren en er je voordeel mee doen. Punt.

Autorisatie is binnen de journalistiek volstrekt misplaatst. We hebben hier toch geen staatsorganen? En we hoeven al helemaal niet mee te werken aan de beeldvorming van publieke mensen. De enige reden van het bestaan van woordvoerders, dan wel communicatieafelingen als het om organisaties gaat, is de beeldvorming in de media te beinvloeden. Daar moet je dus zoveel mogelijk omheen werken.

Feiten checken is de verantwoordelijkheid van iedere individuele journalist. Het moet niet nodig zijn om daarvoor, zoals in de Verenigde Staten, een afzonderlijk legertje mensen voor in te schakelen. Dat is alleen maar nodig in een samenleving waarin je voor alles en nog wat schadeclaims aan de broek kunt krijgen.

Bij dit alles hoor vanzelfsprekend ook bij dat je fouten ruiterlijk toegeeft en fatsoenlijk rectificeert.

Rob Bakker, 16 januari 2009, 11:48

Thijs heeft gelijk. Niet alleen in de politiek, ook in het zakenleven. Ook in een publieke mediasector als de omroep.(Quote directeur NOS: ‘Ik ben de hele dag bezig met mijn eigen functioneren’.) En inderdaad, 89% tot 90% van de voorlichters kan weggesaneerd worden.
Een breed gedragen journalistieke verificatieclausule zou misschien iets zijn voor de beroepscode voor journalisten. Als de NVJ zo’n ding tenminste heeft?

Jan Ruisbroek, 16 januari 2009, 11:49

Het voorstel van Dijkgraaf is heel goed. Tekenend voor de gemakzuchtige journalistieke cultuur bij VN is dat men dat niet zelf bedenkt. Misschien loopt VN daarom op zijn laatste benen?

Erick, 16 januari 2009, 13:11

Een non-issue: als deze autorisatiecultuur uit de hand is gelopen, is dat omdat parlementair journalisten dat uit de hand hebben laten lopen: dat lijkt me een teken aan de wand van verstoorde verhoudingen, waarbij journalisten aan de leiband lopen van politici.
Ik kan Sandra’s bevindingen onderschrijven: in andere sectoren van de journalistiek zelden iets van gemerkt - een enkele uitzondering daargelaten, die ik snel heb teruggefloten (beleefd mailtje terug en je komt er wel uit, het is vaak uit angst heb ik gemerkt). In de vakbladjournalistiek heerst zelfcensuur - onwelgevallige informatie haalt de kladversie vaak niet eens.

Hilda Bouma, 16 januari 2009, 14:18

Vroeger liet ik alleen iets lezen als het vóór het interview was gevraagd en hield ik flink mijn poot stijf. Tegenwoordig stuur ik (alleen bij interviews overigens, en niet bij nieuws) standaard alles op. Mijn ervaring is dat het juist de conflicten vermindert. Maar dan wel op mijn condities. Ik neem zinvolle suggesties en verbeteringen altijd over, en de rest negeer ik. Het is geloof ik maar één keer voorgekomen dat iemand daar na publicatie zijn beklag over deed. Die voorlichters proberen gewoon hoe ver ze kunnen gaan en snappen echt wel waarom ze bakzeil halen. Nog een tip: stuur het artikel uitsluitend naar degene die je gesproken hebt. Wat die ermee doet, moet hij of zij weten, maar zo laat je zien dat je alleen zaken wilt doen met degene die de tekst heeft uitgesproken.

Hilda Bouma, 16 januari 2009, 14:22

Ter aanvulling: ik ga dus nooit onderhandelen over welke suggesties en tekstverbeteringen ik wel of niet meeneem. Eén keer mogen ze reageren, en dan lezen ze het resultaat wel in de krant. Ik hoef daar geen dagdeel voor vrij te houden!

Paul Helling, 16 januari 2009, 18:54

Het komt wel erg kinderachtig over als je daar een dagdeel voor vrij houdt!

Tom, 17 januari 2009, 13:40

Als je een half dagdeel inruimt om autorisatie te checken, dan is het wellicht een idee om een cursus Mandarijn te volgen en bij een Chinees magazine te gaan schrijven.

Je zegt toch in je briefing naar zo’n politieke angsthaas dat hij onjuistheden mag corrigeren? De rest is besteed aan jouw vrije pen. Voorlichters kunnen erg vervelend zijn, dus laat niet over je heen lopen.

Dirk van der Meulen, 17 januari 2009, 23:02

Thijs,

Ik vind het een dieptragisch verhaal.
De enige die de praktijk van ‘copy approval’ in stand houdt en versterkt ben je zelf! Sterker, je hebt met je verhaal nog meer mensen op slechte gedachten gebracht!
Ik kende Vrij Nederland tot nu toe niet als een blad dat alleen schrijft wat geïnterviewden goeddunkt. Als dat wel zo is, zeg ik m’n abonnement meteen op.

Patrick Linders, 19 januari 2009, 18:32

Koehandel! Is dat erg? Als je een beetje kunt onderhandelen is voorinzage geen probleem. Het leger pr- en marketingdames dat ons omringt - de schatten - hebben immers op school geleerd dat je journalisten niet teveel onder druk mag zetten want dat werkt tegen je. Ik herinner de enkeling die dat is vergeten daar zelf nog wel ‘s aan.

Het wordt pas een probleem als hoofdredacteuren en mindere chefjes van werknemers en freelancers autorisatie verlangen. Ik ken er verschillende die er het stempel ‘goedgekeurd’ op willen hebben, meestal om zich in te dekken.

Ik kan wel een beetje onderhandelen en hoef gelukkig dus maar zelden op zoek naar de ‘track changes’ knop in mijn tekstverwerker, ook al omdat ik bronnen een zorgvuldig afgemeten hoeveelheid tijd geef om te reageren. Genoeg om het even met een collega te bekijken, maar niet genoeg om het ook nog door de directie, de werkster en Tante in Canada te laten lezen.
Mensen die niet goed weten hoe het journalistieke bedrijf werkt, hebben gelukkig vaak een heilig ontzag voor deadlines, ook al zou het gevoel van urgentie bij een maandblad een heel andere moeten zijn dan bij een krant. Of moeten jouw stukjes niet al ruim een week voor verschijning af zijn Thijs?

De ervaring leert mij iig dat een artikel er meestal beter van wordt, van een beetje fact checking met hulp van je bronnen. En ik ken helaas ook massa’s journalisten die geen idee hebben waar ze het over hebben, niet kunnen luisteren, niet kunnen schrijven en er geen benul van hebben wat ze eigenlijk kunnen aanrichten. Het ontbreekt in Nederland aan ‘checks and balances’ die kunnen voorkomen dat journalisten slecht werk leveren en mensen daardoor onnodig schade berokkenen. En ik vrees dat dat in de nabije toekomst alleen maar erger wordt, nu de journalist van de toekomst een twitterende, bloggende en flickkerende malloot is die moet bestaan van wat Google Ads opbrengt.

Arnoud Veilbrief, 20 januari 2009, 13:04

Ik ken het fenomeen van de overijverige voorlichter helaas ook, maar ik ben heel snel klaar met ze. Ze hebben het recht op inzage en correctie van feitelijke onjuistheden, dat is alles. Begrijpen ze dat niet, dan heb ik een standaardmailtje klaar liggen, maar dat heb ik gelukkig nog nooit hoeven te gebruiken.
Met de geïnterviewden zelf kan het iets anders liggen. Soms ben ik best bereid wat water bij de wijn te doen, maar dat is een uitzondering.
Besteed je tijd beter, Thijs. Wees beleefd maar kordaat.

Margreeth, 20 januari 2009, 16:12

Het is eenvoudig te zeggen dat Thijs Niemantsverdriet kordater moet zijn, of dat hij de praktijken zelf in stand houdt. Zo werkt het niet. Zeker niet als je iemand vaker dan een keer moet interviewen.

Autorisatie kom je overal tegen, niet alleen in de hogere regionen van de politiek. Ik ben zelf een (jonge) regioverslaggever en ‘mijn’ wethouders (of beter: mijn voorlichters) willen steevast autoriseren. En dat levert vrijwel iedere keer gedonder en frustratie op. Ik kan wel zeggen dat ze niet mogen inzien, maar een week later heb ik ze opnieuw nodig. De enige oplossing is iedere keer opnieuw het gevecht aangaan en me tevreden stellen met het gegeven dat ik dat gevecht meestal wel win. En wat Niemantsverdriet al schrijft: met wat wisselgeld in het verhaal geschreven is het gevecht makkelijker te winnen.

Hoe sterk je ook in je schoenen staat, hoe overtuigend je argumenten ook zijn, er is vaak niet onder uit te komen. Bij minder media-getrainden lukt het nog wel eens. Vooral het argument: ‘wees niet bang, als ik ergens over twijfel ben ik u gerust op’ is effectief gebleken. Of blufpoker: ‘Dat had u vooraf moeten zeggen.’

Overigens geeft Peter hierboven wel een goede tip: alleen de betreffende quotes en alinea’s. Dat doe ik sinds kort ook en scheelt al veel frustratie.

Gert, 20 januari 2009, 20:47

Er wordt al te gemakkelijk vanuit gegaan dat de journalist alleen de geinterviewde nodig heeft (en dus wel akkoord moet gaan met authorisatie), maar de geinterviewde heeft de journalist ook nodig, zeker in de regio waar de wethouder meestal geen ander medium heeft om zijn boodschap weg te zetten, dan het plaatselijke krantje. Zeg tegen die wethouder gewoon dat je geen authorisatie afgeeft. Hij zal dan misschien zeggen nooit meer een interview af te staan, maar dan kan hij zelf zijn verhaal ook nooit meer kwijt. Hij past dus wel op om dat te doen! Nederlandse (hoofd)redacteuren gaan veel te gemakkelijk om met het toestaan van authorisatie. Volgens mij willen ze (stiekem) dat hun stukken geauthoriseerd worden, want ze houden niet van gedoe!

Arnoud Veilbrief, 21 januari 2009, 14:14

@Margreeth: die wethouder (‘t is me wat, een wethouder!) heeft jou net zo goed nodig. Een zichzelf respecterende krant houdt zijn onafhankelijkheid hoog. Bovendien, waarom zou je anders journalist willen zijn? Dan kun je beter communicatiemedewerker worden, verdien je waarschijnlijk ook beter.
Let wel, ik stuur altijd mijn artikelen vooraf ter inzage op. En laatst ben ik zélfs akkoord gegaan met wijzigingen op stilistisch niveau. Gewoon, omdat de formulering beter was. Een principiële stijfkop ben ik dus niet. Wel houd ik nauwlettend de grenzen in de gaten van de rolverdeling en laat ik mij nooit onder druk zetten door voorlichters.

Arnoud, 21 januari 2009, 14:16

@Gert: ik lees nu dat jij al hetzelfde schreef. Volledig met je eens dus.

Margreeth, 21 januari 2009, 14:31

Ho even, ik zeg niet dat ik minder onafhankelijk wordt. Uiteindelijk ben en blijf ik wel degene die besluit of en hoe iets in de krant komt. (nuja, en na mij de eindredactie natuurlijk. :)) Zoals ik zei: ik win het gevecht.

Maar het gevecht is er wel. Autorisatie voorkomt voor mij geen gedoe, het veroorzaakt gedoe. Ik hoef me ook niet in te dekken, want ik weet wat ik opschrijf, hoe en waarom. Waarom ik dan toch laat autoriseren? Simpel: bij een volgende keer heeft de wethouder ‘geen tijd’ of ‘geen commentaar’. Aan z’n aandacht komt hij toch wel: hij hoeft maar een persbericht te tikken en het huis-aan-huisblad schrijft het op.

Communicatiemedewerker zijn lijkt me overigens verschrikkelijk. En niet alleen omdat ik dan minder zou verdienen.

Jan Dijkgraaf, 21 januari 2009, 17:28

Intussen weten we nog altijd niet hoe erg het was, want Thijs komt maar niet met beide versies van zijn verhaal af. Maandag is de deadline van HP/De Tijd weer, Thijs…

Groet,
JanD

Patricia, 2 februari 2009, 21:54

Herken me helemaal in het verhaal van de auteur. Compleet herschreven verhalen waar geen enkele onjuistheid in te vinden was, maar die na correctie wel vol staat met jargon, promotaal etc.
Het probleem zit ‘m in de laffe hoofdredacteuren en eindredacteuren. Zelf ben ik heel bot en zeg gewoon, feiten en niets anders dan dat (tenzij de gegeven info aantoonbaar levens in gevaar brengt, maar dat zal niet snel voorkomen). Hebben ze ergens spijt van, jammer dan, ze wisten dat ze met een journalist spraken.
Helaas heb ik zo’n hoofdredacteur van ‘ja maar, we moeten wel met ze verder’ en ‘ja, maar die manager heeft niet zoveel perservaring.’ Dergelijke chefs heb je trouwens niet alleen bij vakbladen,maar ook bij gerenommeerde dagbladen. Ooit met een oud-chef onenigheid gehad omdat hij op verzoek van de geinterviewde alle kritische passages wilde weghalen. Wat mij betreft gaat het hele stuk dan van de baan en zetten ze een advertentie.
Helaas verplicht ook mijn huidige baas me te autoriseren, vermoedelijk om de hierboven door anderen al genoemde redenen. Mijn enige oplossing tot nu toe: alles opnemen en wisselgeld. En inderdaad, vooral die pr-dames proberen maar wat.
Overigens geldt dit natuurlijk alleen voor on the record info. Als er tijdens een gesprek wordt aangegeven dat ze bijvoorbeeld geldbedragen alleen off the record willen noemen, zodat ik een idee krijg van een situatie, laat ik het weg of zeg ik ‘dan wil ik het helemaal niet weten, hou je mond maar.’

Colofon

Villamedia is een uitgave van Villamedia Uitgeverij BV

Postadres

Villamedia Uitgeverij BV
Postbus 75997
1070 AZ Amsterdam

Bezoekadres

Johannes Vermeerstraat 22
1071 DR Amsterdam

Contact

redactie@villamedia.nl
020-30 39 750

Redactie (tips?)

Dolf Rogmans
Hoofdredacteur, 020-30 39 751

Marjolein Slats
Adjunct-hoofdredacteur, 020-30 39 752

Linda Nab
Redacteur, 020-30 39 758

Lars Pasveer
Redacteur, 020-30 39 755

Trudy Brandenburg-Van de Ven
Redacteur, 020-30 39 757

Anneke de Bruin
Vormgever, 020-30 39 753

Marc Willemsen
Webontwikkelaar, 020-30 39 754

Vacatures & advertenties

Karen Bais
020-30 39 756

Sofia van Wijk
020-30 39 711

Bereik

Villamedia trekt maandelijks gemiddeld 120.000 unieke bezoekers. De bezoekers genereren momenteel zo’n 800.000 pageviews.

Rechten

Villamedia heeft zich ingespannen om alle rechthebbenden van beelden en teksten te achterhalen. Meen je rechten te kunnen doen gelden, dan kun je je bij ons melden.