Wat ligt daar nou? 85 jaar VPRO Gids
De VPRO Gids staat bekend om zijn spraakmakende covers. Art-directors Beate Wegloop en Piet Schreuders stortten zich de afgelopen maanden op 85 jaargangen van de VPRO Gids en selecteerden de beste omslagontwerpen voor een boek. ‘We zijn we altijd op zoek naar iets wat kortsluiting veroorzaakt.’
Een ‘belachelijk boekje’ was het. Althans, in de woorden van Boudewijn Paans, de ex-reclameman die begin jaren ’70 werd aangetrokken als hoofdredacteur van de VPRO Gids en daar 25 jaar zou blijven. Hij had de baan al in zijn zak toen hij besloot de gids eens te kopen. Het beviel ’m niet bepaald. De prioriteiten van de VPRO – destijds nog een C-omroep – lagen duidelijk niet bij het ‘bastaardje’ op A5-formaat. ‘Eigenlijk mocht er alleen maar in dat het Achtuur Journaal om acht uur begon’, zegt Paans in het boek ‘VPRO Gids Covers’, dat de huidige art-directors Beate Wegloop en Piet Schreuders hebben samengesteld. Het koffietafelboek neemt ons mee langs de hoogtepunten uit 85 jaar coverbeleid van de VPRO Gids (tot 1974 Vrije Geluiden) en vertelt en passant de geschiedenis van de omroep zelf, die dit jaar ook 85 jaar bestaat.
Een bastaardje is de gids al lang niet meer. Volgens Schreuders de verdienste van Paans, die daar in de jaren ’70 ‘hard voor heeft geknokt’. De VPRO Gids is sindsdien uitgegroeid tot een volwaardig onderdeel binnen de omroep en onderscheidt zich vaak van andere bladen door spraakmakende covers. Ze zijn onconventioneel, tegendraads, inventief of grappig. Soms schuren ze en worden grenzen opgezocht. Zo deed een coverontwerp over het belang van reclameboodschappen uit 2002 stof opwaaien. Twee weken na Pasen prijkte een aan het kruis genagelde Loekie de Leeuw op de voorkant van de voorheen vrijzinnig protestantse gids. Covertekst: Asjemenou! Daar was niet iedereen van gecharmeerd. ‘Maar experimenteren moet’, schrijft de huidige hoofdredacteur Hugo Blom in een inleiding op het boek. ‘Wat je lezers daar ook van vinden.’
Wegloop: ‘Experimenteren is niet alleen iets van de gids; het is een houding die je binnen de hele VPRO terugziet. We houden ervan om onderwerpen net even anders te benaderen dan anderen, van een andere kant te belichten. Misschien is het resultaat soms een beetje controversieel, maar we doen het daar niet om.’
Schreuders: ‘Die Loekie aan het kruis vond ik bijvoorbeeld alleen maar heel erg grappig. Loekie was het symbool van tv-reclame. En een symbool mag je best wel eens aan een kruis hangen. Een kruis is immers een algemeen aanvaard, visueel symbool. Het idee was echt niet: laten we Jezus eens belachelijk maken.
Wel zijn we altijd op zoek naar iets wat kortsluiting of een vonk veroorzaakt. Dat mensen ’m zien liggen en denken: wat ligt daar nou?’
Dat was zeker het geval in 2009, toen de gids een getekende Carice van Houten in pin-up pose op de cover zette. Geheel in stijl besloot Schreuders er de titel Film Fun boven te zetten – in de jaren ’20 een bekend filmblad. Schreuders: ‘Er stond ook wel VPRO Gids op, maar heel klein. Er waren winkelmedewerkers die toen Betapress hebben gebeld dat ze de VPRO Gids niet hadden ontvangen. En dat het vreemd was omdat ze wel het blad Film Fun hadden gekregen, terwijl ze dat niet hadden besteld.’ Voor de verkoop blijken zulke acties – de VPRO Gids lag vaker vermomd in de schappen – niet uit te maken. Die nummers worden in de losse verkoop even goed verkocht als anders.
Het zijn heel andere plaatjes dan de omslagen uit het begin tot halverwege de vorige eeuw. In 1926 was de cover zelfs nog een vrijplaats voor adverteerders. Zo stond op de allereerste omslag een advertentie voor – hoe toepasselijk – radio-onderdelen. Later zien we veel kerken voorbijschuiven en in de lente: lammetjes. Schreuders: ‘Vooral in de jaren ’50 maakten ze in het voorjaar vaak een cover met een lammetje erop. Of een veulentje, of takken met bloesem. Dan was de lente begonnen. Nu kun je dat niet meer doen maar als ik het zie vind ik het eigenlijk best verfrissend.’ Wegloop: ‘Sinds de jaren ’70 en ’80 zijn we zo gewend geraakt aan ironie, aan de knipoog en de dubbele bodem, dat mensen gaan zoeken naar het grapje als we nu een veulentje op de cover zetten.’ Schreuders: ‘Ik heb er dit jaar wel even mee gespeeld, maar het kan echt niet meer.’
De redactie van de VPRO Gids heeft nooit met vaste ontwerpers gewerkt. In plaats daarvan verzamelt ze sinds jaar en dag constant gerenommeerde ontwerpers en nieuw jong talent om zich heen. In het verleden waren de opdrachten die ze kregen vaak haastklussen die slecht betaald en slecht gebrieft werden, zo blijkt uit de verhalen in het boek. ‘Een opdracht voor de VPRO Gids begon altijd met een telefoontje van Paans: ‘Ik heb iets leuks voor je, maar het moet wel heel snel af’, memoreert ontwerper Henry Cannon. ‘Meer informatie kreeg je niet, je kon soms in Hilversum een videootje komen kijken.’ Ebbo Clerkx, de grafisch vormgever met wie hij vaak samenwerk-te vult aan: ‘Het is eigenlijk een geniaal format: geen format.’
Zo ver als Clerkx willen Wegloop en Schreuder niet gaan. Bovendien is de werkwijze in de loop der jaren ook enigszins aangepast. Idealiter krijgen ontwerpers tegenwoordig twee weken de tijd om met een omslagontwerp te komen, in de praktijk zijn het vaak tien dagen. Wegloop: ‘Ik maak briefings, en ze moeten altijd schetsen aanleveren zodat we het ontwerp in een tussenfase kunnen zien. Het komt regelmatig voor dat we zeggen: ‘Zo willen we het niet.’ Hoe ze het wel willen, en wat die typische VPRO Gids look and feel bepaalt? De art-directors vinden het een lastige vraag. Wegloop denkt er even over na en haalt dan haar schouders op: ‘Dat is omdat wíj ’m hier maken.’
——-


Praat mee