website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Wat ergert journalisten aan perswoordvoerders en omgekeerd?

Dolf Rogmans — Geplaatst in communicatie op maandag 1 oktober 2018, 12:00

Dreamstime

Dreamstime

Deze week besteedt Villamedia aandacht aan de relatie tussen journalisten en voorlichters. De aanleiding: volgende week dinsdag, 9 oktober, vindt het Praktijkcongres Succesvol Persbeleid plaats. Daar worden de resultaten van Het Grote Woordvoerders- en Journalistenonderzoek bekendgemaakt. Villamedia sprak met Marie-Louise Geenen, een van de initiatiefnemers van het onderzoek. Ze licht alvast een tipje van de sluier op.

Perswoordvoerders komen van Venus, journalisten van Mars. Of omgekeerd. In elk geval dienen ze andere belangen. Dat geeft een bepaalde spanning die je vooral niet moet proberen weg te nemen. Als je de belangentegenstelling accepteert maakt dat de weg vrij om te kijken hoe de beroepsgroepen het beste met elkaar kunnen omgaan.

En dat laatste in het werk van Marie-Louise Geenen van Corner-Stone, organisator van het Praktijkcongres Succes­vol Persbeleid. De 24-ste aflevering daarvan vindt op 9 oktober in Bussum plaats. Dan worden alle resultaten van Het Grote Woordvoerders- en Journalistenonderzoek bekend gemaakt. Geenen is bereid alvast een tipje van de sluier op te lichten Het lekkerste bewaart ze evenwel voor het congres. Ze praat dus een beetje met meel in de mond en is soms wat vaag over de uitslagen.

Laat dat nou net de grootste ergernis onder journalisten zijn als het om perswoordvoerders gaat. Vage antwoorden worden niet gepruimd. Net zo goed als niet terugbellen of -mailen. Geenen begrijpt dat wel. Je kunt als woordvoerder gewoon zeggen dat je iets niet kunt zeggen. Een suggestie die overigens ook door journalisten wordt gedaan in het onderzoek. En een tactiek die Geenen vervolgens tijdens het gesprek over de uitslagen ook enkele keren in praktijk zal brengen. Terecht, want dat was de afspraak. ‘Houd dus vooral 9 oktober het nieuws in de gaten’, aldus Geenen want ze voorspelt dat er meer interessante resultaten te melden zijn. ‘Ik denk dat de beroepsgroepen nog maanden kunnen napraten over wat er uit het onderzoek komt’, zegt ze op een licht triomfantelijke toon.

Geenen is samen met Bartho Boer, directeur communicatie bij de NS, initiatiefnemer van Het Grote Woordvoerdersonderzoek, dat vorig jaar voor de eerste keer werd gehouden. Na afloop bleef er één vraag hangen, wat zouden journalisten ervan vinden? Dus ging de lijst met veertig vragen dit jaar twee kanten op. Het onderzoek werd onder 2270 perswoordvoerders (en niet naar andere communicatieprofessionals) uitgezet, waarvan 482 vragenlijsten werden ingevuld. Via onder meer de NVJ werden 7645 journalisten benaderd van wie er 584 meededen. Wat Geenen betreft meer dan voldoende om tot uitspraken over de beroepsgroepen en hun onderlinge relatie te komen.

Tekst loopt verder onder de foto.

Om maar eens met de overeenkomsten te beginnen, zowel journalisten als woordvoerders oefenen hun vak met de nodige passie uit, concludeert Geenen. Ze doen het graag goed. Waarbij Geenen de journalisten net iets meer vuur toedicht. Daar waar journalisten hun antwoorden mochten toelichten deden ze dat namelijk vaker en uitgebreider dan hun opponent.

Ook maken beide groepen zich zorgen over de hoge werkdruk, staat de balans werk-privé onder druk en zijn ze maar matig tevreden over de beloning. Die kan wel wat omhoog. En een laatste overeenkomst die Geenen is opgevallen: zowel de journalisten als de perswoordvoerders maken zich druk over de negatieve gevolgen van nepnieuws. Ze hebben er allebei last van en vrezen voor het aanzien van hun organisaties en het journalistieke vak.

Verschillen journalisten en voorlichters ook? Nou, nogal. Om te beginnen zijn het andere bloedgroepen. Slechts zo’n 20 procent van de perswoordvoerders heeft een verleden als journalist. Dat journalisten overstappen naar de voorlichting wil dus niet zeggen dat dat vak dichtslibt met spijtoptanten. Wat verder opvalt, woordvoerders zijn in vaste dienst (85 procent), journalisten niet (40 procent). Woordvoerders hebben vaak een universitaire opleiding en journalisten zijn gestopt bij het hbo. De deelnemende journalisten zijn vaak al tientallen jaren actief in hun vak, de woordvoerders veel korter. Geenen: ‘Journalist ben je veel vaker voor het leven, woordvoerder voor een paar jaar’.

Wat Geenen uit de antwoorden van de journalisten haalt, is dat ze zich ook zorgen maken over de ontwikkelingen in hun eigen vak. Maar liefst 54 procent is het (zeer) eens met de stelling dat commerciële afwegingen een steeds grotere rol spelen binnen hun eigen organisatie. Uit de toelichting op de vraag concludeert Geenen: ‘Verhalen moeten wel voldoende clicks opleveren. Ook lezen we veel over het gebrek aan tijd. Journalisten moeten steeds meer doen in minder tijd en dat gaat ten koste van de kwaliteit.’

Uit de open antwoorden haalde Geenen de volgende citaten van journalisten. ‘Journalistiek blijven bedrijven, dat raakt steeds verder weg. We doen elkaar allemaal na over onderwerpen die niets met journalistiek te maken hebben.’ Een andere journalist schreef: ‘In een tijd waarin nieuws zo makkelijk gebracht kan worden is het mijns inziens een uitdaging om kwaliteit te blijven leveren. We moeten echt proberen om met zijn allen objectief te blijven en te zorgen dat we niet te makkelijk stigmatiseren enkel voor de clicks.’

Uit het tipje dat Geenen van de sluier wil oplichten, haalt ze ook nog dat journalisten vinden dat organisaties minder transparant worden in hun communicatie en dat woordvoerders te veel regie willen voeren over het nieuws. Even denk ik dat Geenen zelf, ook als is ze geen woordvoerder maar een organisator van een congres voor woordvoerders, anders is. We nemen in een restaurant in Haarlem de gegevens door en ze belooft mij nog wat aanvullende antwoorden en een foto te mailen. Niets over van tevoren nalezen of andere voorwaarden. Ook in het eerdere contact geen woord daarover. Dat valt mij mee, denk ik nog in de trein terug.

Totdat het mailtje met de antwoorden en de foto komt. Keurig op tijd (check) heel open en transparant (check) en compleet (check). Maar dan toch: ‘Graag zie ik je artikel vooraf in om eventuele feitelijke onjuistheden eruit te kunnen halen (ga echt niet aan je schrijfstijl tornen..;-)’.

Nu ben ik de beroerdste niet en heb het stukje keurig gemaild. Daar reageerde Geenen als volgt op: ‘Dank voor het toesturen van het conceptartikel. Persoonlijk denk ik dat het checken op feiten ook in jouw belang is als je – net als je collega-journalisten – de betrouwbaarheid van je artikelen zo hoog mogelijk wilt hebben (uitdaging nummer 1 voor de journalisten). Ik heb er een paar feitelijke onjuistheden uitgehaald. De opmerking over je schrijfstijl was een grap en refereerde aan de ergernis van journalisten hierover richting woordvoerders.

Dan nu over de feiten: We hebben nergens gevraagd of de balans werk-privé onder druk staat dus daar kan ik niets over zeggen. Enkele journalisten noemden het bij de uitdagingen van het vak. Ook hebben we niet gevraagd wat journalisten van hun beloning vinden. Ook dat noemde een aantal journalisten spontaan bij de ergernissen richting woordvoerders (het verschil in salaris). Verder heb ik niet gezegd dat woordvoerders maar voor een paar jaar woordvoerder zijn. Ik heb gezegd dat je ziet dat veel woordvoerders na een aantal jaren switchen naar een andere discipline (dus niet allemaal). Iets minder kort door de bocht, maar naar mijn idee wel een belangrijk verschil’.

Om het antwoord van Geenen te begrijpen heb ik de feitelijke onjuistheden in het stuk laten staan. En ook omdat ik het niet met haar eens ben. De passages over de balans werk-privé en de beloning komen inderdaad niet uit de vragenlijst, maar uit de opmerkingen. En die maken onderdeel uit van het onderzoek en daarmee van de resultaten. Dus ik vind de tekst op dat punt feitelijk juist. Het is blijkbaar iets waar beide groepen zich druk over maken, zelfs zonder dat er een vraag over wordt gesteld.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.