Vriendelijk verzoek: wilt u dat van uw site halen!?
Het zal je gebeuren. Je tikt je naam in op Google en op de eerste pagina duikt een vervelend bericht op dat ooit over je is geschreven. Als de site waar het bericht op staat hoog scoort in de ranking van de zoekmachine kan het je jaren achtervolgen.
Het zal je gebeuren. Je tikt je naam in op Google en op de eerste pagina duikt een vervelend bericht op dat ooit over je is geschreven. Als de site waar het bericht op staat hoog scoort in de ranking van de zoekmachine kan het je jaren achtervolgen.
De bewuste eindredacteur had stevige sanctionerende maatregelen opgelegd gekregen in een conflict. Hij vermoedde dat bij zijn sollicitaties naar een nieuwe baan het bericht over dit conflict op Villamedia hem parten speelde. Sterker nog: via mensen in zijn netwerk die werkten bij de titels waar hij solliciteerde kreeg hij dit expliciet te horen.
Zijn voormalige hoofdredacteur belde mij met het verzoek om een gesprek, samen met de vertrokken eindredacteur. Deze hoofdredacteur zat duidelijk met de kwestie in zijn maag. Wellicht voelde hij zich schuldig dat de vertrokken eindredacteur maar geen nieuwe baan vond en wilde hij de helpende hand toesteken.
Lastig. Het nieuws had ik gekregen van zeer betrouwbare bronnen. Toen ik hierna de bewuste hoofdredacteur van het blad belde om dit bevestigd te krijgen en de toedracht rond het conflict hoopte te horen antwoordde hij kort dat mijn informatie klopte maar dat het hier om een interne kwestie ging waarover hij geen mededelingen ging doen via de media. De informatie van de bronnen, gevoegd bij zijn bevestiging was genoeg reden voor een kort nieuwsbericht. Ondanks het feit dat ik niks over de toedracht kon melden, rechtvaardigde de harde sancties die tegen de eindredacteur waren genomen in mijn ogen de publicatie. Dit gebeurde immers niet iedere dag; er moest een forse clash zijn geweest. Ik beschouwde het als een aardig primeurtje, dat ik in relatief korte tijd rond had gekregen. Met dank aan de goede bronnen en de geringe, maar cruciale, informatie die de hoofdredacteur had gegeven. Het bericht kreeg op onze site geen reacties en werd slechts door enkele sites – met verwijzing – overgenomen.
Toen ik bijna een jaar later werd gebeld met het verzoek om een gesprek was ik vooral verbaasd en herinnerde me de toedracht niet meer exact. Op een gesprek met een hopeloos solliciterende journalist – die dit ook nog eens aan mijn stukje weet – en zijn oude baas zat ik niet echt te wachten. Maar tegelijk drong tot me door wat de impact kan zijn van een kort nieuwsbericht op iemands leven. In zekere zin een wat onbeduidend bericht omdat de toedracht rond de opgelegde sanctie ontbrak.
Mijn vermoeden dat het op een nare welles-nietes discussie zou uitdraaien (dat het bericht klopte werd niet echt betwist, al was het volgens de hoofdredacteur nét niet helemaal juist), óf dat de twee zouden verzoeken het bericht van het web te halen, besprak ik met mijn hoofdredacteur. We waren het er snel over eens dat ik ze zou aanhoren en dat wanneer het ging om de vraag of we het bericht wilden verwijderen we hier gehoor aan zouden geven. Het individuele belang van deze journalist was wel erg groot. Om zware begrippen als ‘aangetaste persvrijheid’ of ‘censuur’ van stal te halen leek ons beiden te ver gaan. Het ging tenslotte niet om martelingen in Uruzgan die de overheid met terugwerkende kracht in de doofpot wilde stoppen. Het ging om de toekomst van een relatief jonge journalist die in een arbeidsconflict was beland, zijn baan was kwijtgeraakt en nu zijn kansen op de arbeidsmarkt moest beproeven. Waren we ineens softies geworden, vroeg ik me nog af – het bericht klopte immers – of pleegden we juist een moedige daad van medemenselijkheid om de mogelijkheden van internet optimaal te benutten voor deze toch wat schrijnende situatie en het bericht te verwijderen?
Het gesprek verliep aangenaam. Er werd niet beschuldigd, maar omzichtig gesproken over de toedracht van het conflict. En over de nuances in mijn stukje die volgens – vreemd genoeg – met name de hoofdredacteur voor verbetering vatbaar waren. Ze hadden hun conflict bijgelegd, zo leek het. Het was eigenlijk wel knap dat ze hier samen zaten, overwoog ik. Op de vraag met welke ideale uitkomst hij dit gesprek uit wilde gaan antwoordde de vertrokken journalist dat hij het liefste zag dat het bericht werd verwijderd. Ik beloofde het hem, en een half uur nadat ze ons pand verlieten, gaf het intikken van zijn naam op Google geen verwijzing meer naar Villamedia. De weg naar een nieuwe baan stond open.
Uit de bestseller ‘How to Lose Friends and Alienate People’ (2003) van de Britse journalist Toby Young bleek destijds al hoe internet je carrière in de weg kan staan. In het boek beschrijft Young hoe hij misser op misser stapelt als redacteur van Vanity Fair. Na twee jaar wordt hij ontslagen. Op zoek naar een nieuwe baan ontdekt hij dat wanneer hij zijn naam intikt in een zoekmachine als eerste de woorden ‘Is Toby Young de slechtste journalist ter wereld?’ verschijnen. Er volgt een uitwijding dat Young een ‘waanzinnig vervelende’ column schrijft in The Standard over zijn leven in New York als inmiddels ontslagen journalist.
Internet stelt de journalistiek voor nieuwe dilemma’s. Want hoewel een zelfde bericht in een papieren product ook eeuwig bewaard blijft, is de kans dat het na maanden, laat staan jaren, nog wordt geraadpleegd erg klein. Op het web ligt dat anders. Een oud bericht kan bij het invoeren van een naam jarenlang op de eerste pagina van de zoekmachine resultaten blijven verschijnen. Dat heeft met de urgentie van het bericht vaak weinig te maken. Wel met toevallige factoren als hoe vaak de site wordt bezocht of hoeveel er naar wordt doorgelinkt.
Vrij terloops vertelde ik mijn webcollega’s dat ik een berichtje uit het CMS had verwijderd. Er kwam een reactie die ik als – van oorsprong – dode bomenjournalist niet had voorzien. ‘Dit tast de archieffunctie aan. We moeten zo volledig mogelijk blijven’, zei een collega. ‘Misschien was zijn toekomstige werkgever wel heel blij geweest als hij dat bericht wél op internet had kunnen vinden’, deed een ander een duit in het zakje. Tja, ik besefte dat we hiermee toekomstige sollicitatiecommissies misschien wel op het verkeerde been hadden gezet. Maar hoe zat het met die archieffunctie?
We besloten te onderzoeken hoe andere journalisten hier mee omgaan. We vonden een interessante kwestie op LinkedIn, waarbij journaliste Annoesjka Brohm schrijft over het verzoek – van iemand die ze twee jaar eerder interviewde – om een artikel uit de portfolio op haar website te verwijderen. Omdat ze een ‘carrièreswitch’ wil maken en niet meer ‘geassocieerd wil worden met dit stuk verleden’. De reacties lopen sterk uiteen. ‘Poot stijf houden’, schrijft ene Lisa. ‘Mensen moeten de gevolgen leren dragen van het zoeken en krijgen van publiciteit, zeker in het internettijdperk. Publiciteit was al nooit vrijblijvend, maar nu met internet moet je helemaal goed weten waar je aan begint.’ Ze adviseert haar collega ‘een goede rechtsbijstandverzekering’ te nemen. In de meeste andere reacties wordt het opgenomen voor de ‘carrièreswitcher’. Zo schrijft Corry: ‘Ik zou het er gewoon af halen. Kleine moeite, groot plezier.’ En een zekere Michiel komt met een technisch compromis. ‘Door een bepaalde tekst aan de broncode van de pagina toe te voegen nemen zoekmachines haar niet op in hun index, maar blijft het portfolio wel compleet.’
En hoe zat het eigenlijk met de Raad voor de Journalistiek; zijn er ooit uitspraken over gedaan? Ja. In 2007 beoordeelt de Raad een klacht tegen het Ublad (Universiteit van Utrecht), waarin een geïnterviewde verwijdering eist van de weerslag ervan op internet, als ongegrond. Als belangrijk argument stelt de Raad dat er een publiek belang is dat de samenleving moet kunnen vertrouwen op de integriteit van archieven ‘In zoverre waken de media niet alleen over de betrouwbaarheid van nieuw nieuws, maar ook in de hoedanigheid van archivarissen, over oud nieuws.’ Een ondeugdelijk bericht moet volgens de Raad worden gerectificeerd, maar een onwelgevallig bericht hoort niet uit een archief te worden verwijderd. De Raad wijst verder op het commerciële belang, omdat kranten door internet en Google een verkoopbaar product worden.
En ook de rechter vindt integere en volledige archivering prevaleren boven persoonlijk belang, zo blijkt uit twee vergelijkbare zaken (tegen de Volkskrant en Eindhovens Dagblad) waarover dit jaar uitspraken werden gedaan in respectievelijk een bodemprocedure en een kort geding.
Misschien hadden we deze jurisprudentie eerst tot ons moeten laten doordringen voordat we de beslissing namen het bericht van onze site te verwijderen. Toch heb ik er geen spijt van. Het blijft raar dat een klein berichtje als gevolg van een nogal arbitraire reden (namelijk niet de nieuwswaarde, maar de toevallige zichtbaarheid) zoveel impact kan hebben op iemands leven.
Op verzoek hebben we de namen van betrokkenen en het medium weggelaten.
Discussieer mee over dit onderwerp via onze site www.villamedia.nl
——-


Praat mee