— dinsdag 31 mei 2016 10:00 | 0 reacties , praat mee

Voor altijd een oosterling

Voor altijd een oosterling
© TRIK

Fardau Wagenaar legde samen met twee collega’s van Tubantia de financiële puinhoop bij FC Twente bloot en won er een Tegel voor. Maar de weg ernaartoe was geplaveid met intimidatie, boycots en haatmail. ‘Ik had het gevoel dat er een ketting om mijn nek lag die steeds strakker werd aangetrokken.’

Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Nick Kivits. Ook lid worden?

Het toilet van Fardau Wagenaar (40) is een klein sportjournalistiek museum. Aan de muur zijn toegangskaartjes voor sportwedstrijden over de hele wereld geplakt, daterend vanaf 2003. Op de spoelbak merchandise van de Olympische Spelen in Athene, een plaquette van het landskampioenschap van FC Twente en een exemplaar van haar boek over de voetbalclub; ‘It’s a miracle’. Er hangen bossen keycords waar talloze persaccreditaties aan bungelen, een supporterssjaaltje, en midden in een fotowand een zorgvuldig uitgeknipt krantenberichtje met foto dat kopt: ‘Journalisten Tubantia genomineerd voor De Tegel’.

In Twente en de Achterhoek wist niemand van het bestaan van de journalistieke jaarprijs de Tegel. Inmiddels weet iedereen het, zegt Wagenaar beslist, op een zonnige donderdagmorgen op de veranda van haar huis in het Achterhoekse Groenlo. In april mocht de sportjournalist van de Twentse Courant Tubantia ­­De Tegel ophalen in de categorie Nieuws, samen met haar collega’s, sportverslaggever Leon ten Voorde en economisch verslaggever Gerben Kuitert. Door er jarenlang bovenop te zitten, ontrafelde het trio stukje bij beetje de financiële puinhoop waarin voetbalclub FC Twente verstrikt was geraakt onder het bewind van voorzitter Joop Munsterman, die tegelijkertijd óók de baas was van Wegener, en dus van hun eigen krant. De Tegel die dat werk bekroonde, staat nog even naast de tv in haar woonkamer, voordat hij naar het toilet verhuist.

Is er een moment aan te wijzen waarop jullie dachten: wat er bij FC Twente gaande is, is niet in de haak?
‘Het is lastig om precies aan te geven wanneer het kantelpunt was. Je ziet het heel geleidelijk gebeuren. Toen Joop Munsterman in 2004 voorzitter werd van ­FC Twente had hij allemaal grootste plannen. Hij toonde lef. Dan zei hij bijvoorbeeld dat hij Patrick Kluivert had gebeld om als spits bij Twente te komen spelen – Kluivert speelde toen nog. Wij moesten lachen: dat hij dat durft! Maar een paar jaar later was Kluivert trainer van het tweede, dus hij maakte het ook nog wel waar. Iedereen vond het geweldig, die bravoure. Wij ook. Er kwamen steeds betere, mooiere spelers. Iedereen was trots. Maar gaandeweg begonnen we steeds vaker te twijfelen aan zijn leiderschap. Hoe kon het dat de hele wereld in crisis verkeert, dat het overal slecht ging, behalve daar? In je onderbuik voel je op een gegeven moment dat het niet meer klopt.’

Dan komt er een punt dat je de voorzitter daarmee gaat confronteren. Maar Joop Munsterman was op dat moment óók nog de baas van Wegener, en dus van jullie krant. Hoe ging dat?
‘Dat was wel ingewikkeld ja. Desondanks hebben we nooit onze journalistieke plicht verzaakt. We zijn alle drie journalist in hart en nieren, en dan ben je eigenwijs en doe je wat je vindt dat je moet doen. We hebben dus gewoon onze vraagtekens gezet bij aankopen, dubieuze financiële constructies, beleid. Door continu met elkaar te sparren, en elkaars kwaliteiten op waarde te schatten, bleven we op het juiste spoor. We hadden dit nooit zonder elkaar gekund.
Maar ik kan niet zeggen dat het zonder stress was. Munsterman is een vervelende man. Ik weet nog dat hij Leon en mij, tijdens een Europese wedstrijd in Bremen, eens verweet dat we niet waren meegegroeid met de club. Dat we lastig waren omdat we niet mee wilden gaan in de euforie en steeds de rem erop zetten. Hij vond: doe niet zo vervelend, de krant moet een supporter zijn.’

In een filmpje dat is gemaakt naar aanleiding van jullie Tegel-nominatie zei Gerben Kuitert dat er zelfs met ontslag werd gedreigd.
‘Munsterman heeft wel eens gedreigd Gerben te ontslaan. Gerben kwam, als economisch verslaggever, natuurlijk steeds terug op die schuld van 90 miljoen, en daar had Munsterman geen zin in. Er was veel sprake van intimidatie richting ons alle drie, het zat continu tussen de regels door. Soms had ik het gevoel dat er een ketting om mijn nek lag die steeds strakker werd aangetrokken. Op een gegeven moment ga je over elk woord dat je opschrijft nadenken. Het werden enorm afgewogen stukken. We drukten de eindredactie ook altijd op het hart om er niet zomaar een alinea uit te gooien, want dan hadden wij de volgende morgen om 09.00 uur weer achttien gemiste oproepen van de perschef. Ik heb daar soms nog een trauma van. Als iemand van Heracles – de club die ik nu volg – mij om 09.00 uur een berichtje stuurt of ik al wakker ben, denk ik meteen: wat heb ik fout gedaan? Terwijl het waarschijnlijk alleen maar is om door te geven dat de training van vandaag niet doorgaat.’

Het werd dus behoorlijk vervelend.

‘Ja. En na het kampioenschap in 2010 raakte de club steeds meer verziekt door rare omgangsvormen. Het stadion werd een soort onneembare vesting. Iedereen werd op afstand gehouden, en de pers werd gezien als de grote vijand. Ook het trainingscomplex in Hengelo konden we niet zomaar meer op. Vroeger spraken we met spelers op de gang. Daar hingen we gewoon rond. We zaten er op de grond, dronken koffie, kenden elkaar. Dat maakt je verhalen mooier en beter. Maar de afstand werd steeds groter. Ineens moesten we iemand bellen om ons – als we geluk hadden – binnen te laten. Het dieptepunt was dat ik op een zeker moment een boycot kreeg en niet meer met de spelers mocht praten, want ik had zogenaamd de aanvoerder afgeluisterd. Dat was helemaal niet zo; ik stond gewoon te wachten tot ik hem iets kon vragen. Maar die tent was zo vergiftigd, dat zulke kleine dingen konden ontaarden in hele grote zaken.’

Was het in die periode dat je ook veel haatmail kreeg van supporters?
‘Op Facebook ja. Het was vaak heel banaal, dat ik moest opflikkeren omdat ik een kutwijf was, of dat ik moest doen waar ik goed in was achter het aanrecht. Dat soort dingen raakt me natuurlijk niet. Daar heb ik me, als vrouw in de sportwereld, nooit door laten leiden. Ik ga gewoon net zo hard mee als de mannen – harder soms nog. Misschien is dat overcompensatie, ik weet het niet.
Maar de massaliteit van de reacties, raakte me nu wel. Die vond ik heel intimiderend. Het ging zo ver dat mensen me hier, in Groenlo, gingen vragen hoe het met me ging. En dat bij vrienden en vriendinnen naar me werd geïnformeerd. Toen was ik er klaar mee. Het ging in mijn privéleven zitten, en dat was voor mij de grens. Ik heb meteen mijn profiel verwijderd.
Er was ook een groep supporters die er van een afstandje naar kon kijken en ons steunde. Maar er was meer weerstand hoor, véél weerstand. Ik krijg nog steeds wel eens een Tweet waarvan ik denk: nou nou, moet dat? Die block ik dan ook meteen.’

Was al die weerstand de reden dat je FC Twente verruilde voor Heracles Almelo?
‘Ja, we waren in die periode door alle hectiek en de boycot in een impasse terecht gekomen. Ik wilde eigenlijk helemaal geen voetbalclub meer volgen, ik was er helemaal klaar mee. Maar Heracles streed op dat moment tegen degradatie, en toen kwam toch die clubwatcher in mij weer naar boven. In het begin dacht ik nog: zo’n kleine club, is dat wel spannend genoeg? Ergens was ik gewend, misschien zelfs verslaafd geraakt aan alle spanning, stress en toestand. Maar ik ben er volle bak in gegaan en voor ik het wist, werd ik meegesleept in het verhaal. Heracles handhaafde zich en dat was geweldig.
Dat is nu anderhalf jaar geleden, en ik doe het nog steeds vol passie en overgave. Ik heb bij Heracles het geloof teruggekregen dat je bij een club op een normale manier journalistiek kunt bedrijven. Dat je gewoon een vraag kunt stellen zonder dat mensen van slag raken. Dat er dan een eerlijk antwoord komt. Bij Twente was dat al lang niet meer zo. Als ik daar iemand vroeg hoe het ging, had ik al het gevoel dat ik een verkeerde vraag stelde.’

Je bent tegelijkertijd wel over Twente blijven schrijven.
‘Ja, het grote nieuws kwam daar toen echt op gang. Ik ben blijven schrijven over de bestuurskant, het vertrek van Munsterman. En dat kon ik met veel meer afstand dan voorheen, daar voelde ik me heel prettig bij. Ik kon ineens nieuwsverhalen, analyses en blogs schrijven zonder dat ik daar continu voor werd gestraft. Ik was niet meer elke dag afhankelijk van ze. Ik hoefde er geen rekening meer mee te houden of ik een interview wel of niet zou krijgen. De boycot heeft me in zekere zin dus bevrijd van de ketting om mijn nek.’

Wat betekende die Tegel voor je?
‘Ik vond het enorm eervol, dat collega’s zeiden: jullie hebben het goed gedaan. Ja, dat is belangrijk voor me. Voor Leon en Gerben ook. Ik moet trouwens zeggen dat FC Twente geweldig heeft gereageerd. We hebben bloemen en taart gekregen. Zo van: jammer dat het met dit onderwerp was, maar goed gedaan.’ 

Fardau Wagenaar bepaalde als 12-jarig meisje dat ze voetbaljournalist zou worden. Het was 1988 en ze raakte volledig in de ban van het Europees Kampioenschap voetbal, waar Nederland de zege pakte. Samen met haar vader keek ze naar alle wedstrijden en elk praatprogramma op televisie. Ze stemde graag af op Harry Vermeegen, omdat hij altijd op zoek was naar het ‘andere verhaal’. ‘Ging-ie aan John van ’t Schip vragen wat er op zijn menu stond. Geweldig vond ik dat.’ Later gebruikte ze haar tienertoerkaart van de NS om naar trainingen van PSV en Ajax te gaan. Voor het clubblad van de Groenlose voetbalclub S.V Grol, waar Wagenaar in de kantine werkte, schreef ze haar eerste interviews. Met Leo Beenhakker bijvoorbeeld, toen trainer van ­Istanbulspor. ‘Als er profclubs in de buurt waren, stapte ik er meteen op af. Dan liep ik gewoon een hotel binnen. Ik weet niet waarom ik er totaal geen angst voor had. Het heeft gewoon altijd in me gezeten.’

Toch vertelde je oud adjunct Ger Dijkstra dat je niet stond te springen toen hij je vroeg voor de sportredactie. Dat hij nogal aan je heeft moeten trekken. Opmerkelijk, het was toch je grote droom?
‘Ik ben begonnen op de regioredactie in Neede, in de Achterhoek. Ik had er eerder stage gelopen. Een klein kantoor met vier mensen waar ik mijn draai had gevonden; het was er heel veilig. Dus ja, ik geef toe dat ik er even over moest nadenken. Ik vond de gemeenteraad van Neede-Eibergen zo slecht nog niet. Af en toe kun je vastzitten in je comfortzone he? Toch ging ik wel het gesprek aan met de chef sport. Ik weet nog dat ik tegen mijn moeder zei: als die man zegt dat ik kan reizen, ga ik het meteen doen. Ik dacht: dat gebeurt toch nooit. Een week later zat ik in Denemarken, bij de Nederlandse ruiters.’

Toen ik Dijkstra vroeg waarom hij dacht dat je de boot afhield zei hij: misschien was het haar oosterlijke bescheidenheid. Ze vraagt zichzelf altijd af: kan ik het wel? Doe ik het wel goed? Herken je je daarin?
Lacht: ‘Ik heb er nooit bij stilgestaan dat het oosterlijke bescheidenheid zou zijn. Zou kunnen. Ik ben in Rotterdam geboren, maar ons gezin verhuisde naar de Achterhoek toen ik vijf dagen oud was. Ik ben een oosterling in hart en nieren.
Ik heb mezelf altijd afgevraagd of ik dingen kan. Ik ben streng voor mezelf, perfectionistisch. Nooit tevreden. Vroeger was dat misschien een last, maar ik zie dat nu anders. Ik kan alleen het beste uit mezelf halen als ik me elke keer af blijf vragen of ik het goed heb gedaan.
Ik kan ook niet tegen mensen die denken dat ze er al zijn. Als er iets is wat Twente heeft laten zien, is dat je dan heel hard kunt vallen. Ooit zei een sportcollega tegen me: “Ik ben zo blij dat ik kan zeggen dat ik voor de Volkskrant werk en niet voor de GPD”. Ik werkte op dat moment voor de GPD, maar ik voelde me er geen moment minder om. Ik dacht alleen maar: wat sneu voor je, dat je zo in elkaar steekt.’

Je hebt nooit het plan gehad om richting het westen op te schuiven.
‘Nee. Leon en ik hadden ongetwijfeld naar landelijke media gekund, maar die behoefte heb ik nooit gehad. Ik heb het juist heel erg naar mijn zin bij de regionale krant. Daar heb je een hele andere rol. Je staat dichter bij de mensen, je weet wat er speelt. We hebben hier de vrijheid om te doen wat we willen. En dat het publiek minder groot is; nou en? Merk ik daar wat van? De impact is hier in het gebied net zo groot. Het maakt mij echt niet uit of ik heel Nederland bestier, heel Europa, of Twente en de Achterhoek.’

Zie je jezelf nog terugkeren bij FC Twente, en: is er nog wel iets om naar terug te keren als ze volgend seizoen niet in de eredivisie mogen spelen?
‘Mijn primaire club blijft Heracles. Ze gaan Europa in, hebben een geweldig seizoen gehad. Maar ik blijf Twente als journalist volgen, in welke klasse ze ook uitkomen. Ik hoop dat het weer de club wordt die het ooit was. Dat we weer net zo met elkaar om kunnen gaan als we dat vroeger deden. Normaal.’

Je hebt onlangs ook met drie vriendinnen een modezaak geopend in Enschede. Had je behoefte aan iets anders?

‘Nee, het een staat los van het ander. We hadden het er al jaren over, shoppend in New York. Uiteindelijk zeiden we anderhalf jaar geleden: zullen we het gewoon doen? Nu zijn we al drie maanden open, en het is hartstikke leuk. Als ik vrij ben, sta ik wel eens een dag in de winkel, en dan vergeet ik alles wat met sport en journalistiek te maken heeft. Dan ben ik even helemaal iemand anders. Dat is prettig, daar krijg je energie van. Maar de rest doet het meeste werk, want ik blijf gewoon fulltime in de journalistiek. Ik heb ook tegen mijn vriendinnen gezegd dat ze me niet in mijn eentje in de winkel kunnen zetten. Want als er iets aan de hand is bij Twente of Heracles, laat ik alles vallen. Ik doe de deur op slot en dan ben ik weg.’

Fardau Wagenaar (40) is sportverslaggever voor TC Tubantia. Ze kwam in 1997 als algemeen verslaggever in dienst bij de regionale krant en begon 3,5 jaar later op de sportredactie. In april van dit jaar won ze met haar collega’s Leon ten Voorde en Gerben Kuitert de Tegel in de categorie Nieuws voor een serie artikelen over de financiële wantoestanden bij voetbalclub FC Twente. Naast haar baan runt ze met drie vriendinnen modezaak Fier in Enschede. Ze woont met haar man Sander in het Achterhoekse Groenlo.

NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee