Tussen redding en verlies
Een land waarin figuren als Ben Knapen na bewezen bestuurlijke onbekwaamheid staatssecretaris kunnen worden, moet niet komen klagen wanneer zijn belangrijkste kranten in handen vallen van buitenlanders. Zelfs niet als het Belgen betreft. Dat vindt Geert Buelens, hoogleraar Moderne Nederlandse Literatuur in Utrecht.
Mij is op het continent geen enkel land bekend waar het old boys network zo goed voor zichzelf zorgt als hier, ook niet wanneer dat impliceert dat morele normen tot het onverdraaglijke moeten worden opgerekt en het deugdelijk bestuur van kerninstituten als regering en media in gevaar komt.
Dat de Nederlandse journalistieke kroonjuwelen nu geleid worden door Belgen is natuurlijk een blamage. Nederland bezit veel meer kapitaal en veel meer journalistiek talent. Maar zoals wel vaker speelt de wet van de remmende voorsprong het land parten. Terwijl nagenoeg alle omringende landen in de jaren ‘90 politiek beheerst werden door rechtse populisten, waanden de weldenkende Nederlanders – ook in de media – zich in een ‘af’ land, een oase van beschaving en zelfvertrouwen. Door de opkomst van Fortuyn werden deze weldenkenden – zeker ook in de media – volstrekt verrast. En tien jaar na de opkomst van Fortuyn overheersen nog altijd gevoelens van ongeloof en ongemak. Voor het fortuin van de media geldt iets gelijkaardigs: de verkoopcijfers van kranten lagen in Nederland altijd opmerkelijk hoog. Een gestage daling leidde ook op dit gebied tot paniek.
Het Vlaamse verhaal is geheel anders. De Vlaming komt spreekwoordelijk van ver. Eeuwen van achterstelling zorgden voor een structureel gevoel van achterstand. Het Vlaamse onderwijs, Vlaamse uitgevers, theaters, media: iedereen is het gewoon om met veel minder middelen te werken. Wat ontbrak aan financiën en lange tijd ook scholing, werd gecompenseerd door werkkracht en, in toenemende mate, branie. Dat leidde niet altijd tot grote successen, maar soms wel. En het veelal onaangetast gebleven Nederlandse zakeninstinct is daar, terecht, gevoelig voor gebleken.
Toch zou het naïef zijn om van de instroom van Vlaams geld en talent alleen maar heil te verwachten. De op GeenStijl gelekte en veelbesproken interne e-mail van Peter Vandermeersch spreekt in dat opzicht boekdelen. Voor lezers van Vlaamse kwaliteitskranten klinkt veel van wat de nieuwe NRC hoofdredacteur daar beweerde volstrekt vertrouwd: snelheid is een waarde op zich; populaire cultuur hoort prominenter gepresenteerd, ook op de voorpagina; grafieken en foto’s zeggen soms meer dan 2000 woorden; de lezer staat centraal, niet de (al dan niet linkse) hobby’s van de redactie. De ouderwetsigheid van de NRC is inderdaad soms verbijsterend. Anderzijds: dat traditionalisme staat ook garant voor vormen van degelijkheid en betrokkenheid die nu onder druk zullen komen te staan.
In de vele interviews die Vandermeersch de afgelopen weken heeft gegeven, brak hij telkens een lans voor de kwaliteitsjournalistiek. Daarbij wil hij vooral inzetten op politiek en cultuur. En dat zal hij vast ook doen. De kans is daarbij echter groter dat er een Chef Restaurantwezen wordt aangesteld dan een Chef Opera. En hij wil politiek wegen, eerder dan dat zijn krant de politiek zou wegen. Die aandrang spraakmakend te zijn heeft de Vlaamse kranten de afgelopen jaren veel lezers opgeleverd, maar daarbij zijn soms ook grenzen overschreden die een krant maar beter kan respecteren.
Dat Vandermeersch in zijn e-mail een aantal keer expliciet verwees naar De Telegraaf is natuurlijk een doelbewuste provocatie. Maar wie de voorpagina’s van De Morgen en De Standaard van vandaag vergelijkt met die van tien jaar geleden én met die van de Het Laatste Nieuws (de Vlaamse Telegraaf), kan alleen maar vaststellen dat de Vlaamse kwaliteitsmedia meer en meer zijn gaan lijken op die populaire kranten.
De aandacht van NRC voor de zelfmoord van Antonie Kamerling en de enorme fotografische aandacht voor de Chileense mijnwerkers geven aan dat deze koers-wijziging nu ook hier is ingezet. De kans is groot dat NRC op deze manier eerst lezers van de Volkskrant zal binnenhalen. En vervolgens die van het AD en Het Parool. Misschien zelfs van De Telegraaf. Maar wat met die traditionele NRC-lezers die zich meer en meer ontheemd zullen voelen? Zij zullen zich verlaten op de Frankfurter en de New York Times, als die dan nog bestaan…
Geert Buelens is hoogleraar Moderne Nederlandse Literatuur aan de Universiteit Utrecht. Tussen 1994 en 2009 was hij medewerker van De Morgen. Sinds de zomer van 2009 is hij columnist bij De Standaard.


Praat mee
1 reactie
Paul Disco, 29 oktober 2010, 22:16
De tag ‘discussie’ lijkt me getuigen van niet-gerealiseerde ambitie. En dan denk ik ook nog dat Geert Buelens gelijk heeft. Mede gezien de publieke afhuftering van hoofdredacteur, columnisten en -gisteren door Nasr- een deel van de lezers. Mij in elk geval.
Met duiding heeft het allemaal weinig te maken. Het is een vage, persoonlijke, maar vooral ook feitenloze opmaat voor verpopularisering van nieuws, opinie en achtergronden. Nuance verliest van ROI. Het wordt wellicht weer eens tijd voor een nieuwe (oude) NRC.