Turkije beschuldigt dagblad van spionage
In de aanloop naar Turkse algemene verkiezingen op 7 juni heeft de overheid een nieuwe aanval uitgevoerd op de vrije pers: er is een onderzoek begonnen naar mogelijke criminele activiteiten bij het Turkse dagblad Cumhuriyet. De krant berichtte over wapenleveranties aan rebellen Syrië - een zaak waar in januari ook al ophef over ontstond. Dit keer werd gedreigd met harde maatregelen tegen de krant en hoofdredateur Can Dündar vanwege een voorpagina-artikel en video over de wapenleveranties. De Turkse telecomautoriteiten zouden de site offline halen, als het gewraakte artikel en video niet verdween. De krant haalde het stuk daarop weg. De truck zou volgens de officiële lezing humanitaire hulp bevatten - iets dat Cumhuriyet dus bestrijdt.
Eind mei stelde premier Erdogan over de claims dat de krant “een forse prijs zou betalen” voor de berichtgeving, die volgens hem zou zijn gebaseerd op vervalste beelden en spionage. De activiteiten van de krant zouden erop gericht zijn de overheid omver te werpen. Dündar kan daar in principe levenslang voor krijgen.
Aanklagers die wilden onderzoeken wat de trucks nu precies vervoerden, werden door het Turkse openbaar ministerie teruggefloten. Rechters, aanklagers en agenten die bij dat onderzoek waren betrokken werden ontslagen, in voorarrest genomen voor hun recherchewerk of juridische beslissingen - zoals een rechter merkte die een verdachte op borgtocht vrijliet, meldt Human Rights Watch.
Cumhuriyet drukte recent een voorpagina met steunbetuigingen af. Human Rights Watch en persvrijheidsorganisaties hebben de autoriteiten opgeroepen de zaak tegen het dagblad en haar hoofdredacteur te laten vallen.


Praat mee