Taaltip: hij onderworp / onderwierp
De verleden tijd van onderwerpen is onderwierp(en): ‘De agent onderwierp de bestuurder aan een blaastest’, ‘Alle bezoekers onderwierpen zich vrijwillig aan het experiment.’ Onderworpen is het voltooid deelwoord: ‘De bestuurder werd onderworpen aan een blaastest’, ‘Alle bezoekers hebben zich vrijwillig aan het experiment onderworpen.’
Bij sterke werkwoorden is de klinkerwisseling niet altijd voorspelbaar. Vooral bij werkwoorden die wat minder vaak voorkomen, kan de vervoeging lastig zijn. Zo kom je in plaats van onderwierp soms onderworp tegen, en bijvoorbeeld verworp en ontworp in plaats van verwierp en ontwierp.
Enkele andere ‘lastige’ werkwoorden zijn zweren – zwoer – gezworen (in de betekenis ‘plechtig beloven’), verwerven – verwierf – verworven en bevelen – beval (meervoud: bevalen) – bevolen. Zie ook de verzameling sterke werkwoorden op de website van Onze Taal.


Praat mee