— donderdag 17 januari 2019 11:37 | 0 reacties , praat mee

Taaltip: het vuur aansteken / aanstoken

Taaltip: het vuur aansteken / aanstoken

Je kunt zowel het vuur aansteken als het vuur aanstoken, maar er is een verschil in betekenis. Aansteken betekent ‘doen ontbranden, doen ontvlammen’. Zo kun je ook een kaars aansteken, de open haard aansteken of een pijp aansteken. Aanstoken betekent ‘beter, feller doen branden’. Bij het vuur aanstoken gaat het dus om het heviger laten branden van een vuur dat al brandt. Laatste wijziging: 17 januari 2019, 11:40

Het voltooid deelwoord van aansteken is aangestoken, dat van aanstoken is aangestookt. In principe is ‘Het vuur is aangestookt’ dus een mogelijke zin, als bedoeld is dat iemand het vuur heeft opgepord; in de betekenis ‘doen ontbranden’ is de juiste vorm ‘Het vuur is aangestoken.’

Naast het vuur aanstoken is ook het vuur opstoken correct, en naast het vuur aanstoken ook het wat formelere het vuur ontsteken.

Bekijk meer van

Taaltip
NVJ LID 26-05

Tip de redactie

Logo Publeaks Wil je Villamedia tippen, maar is dat te gevoelig voor een gewone mail? Villamedia is aangesloten bij Publeaks, het platform waarmee je veilig en volledig anoniem materiaal met de redactie kunt delen: publeaks.nl/villamedia

Praat mee